Zuid-Amerika

Midden Amerika 2018-2019

Panama
Na een half jaar van veel en hard werken was het 26 september weer tijd om aan de volgende etappe van onze reis te beginnen. Van Panama, via Costa Rica, Nicaragua, Honduras, El Salvador, Guatemala en Belize naar Mexico. Na een lange en rustige vliegreis die helemaal in daglicht plaats vond kwamen we moe in een nat en benauwd Panama aan. Moe, omdat we allebei niet konden slapen tijdens deze dagvlucht en omdat de dag ook nog eens 7 uur langer duurde! We mochten in Panamastad weer gebruik maken van het appartement van de VT Group wat ons een beetje het gevoel gaf van thuiskomen!

In Panamastad hebben we alvast de verzekering voor de camper en de motor afgesloten want zonder het kunnen tonen van de verzekeringspapieren krijg je de camper en motor niet uit de stalling van de douane. We zijn nog een keer naar de vismarkt gewandeld waar we een lekker visje gegeten hebben en hebben daarna het er tegenover gelegen kleine Chinese wijkje bezocht. Het twee keer op een zelfde plaats komen vinden we niet zo leuk en interessant en dus waren we blij dat we op zondagmorgen met de bus naar David konden vertrekken. In David kwamen we in een complete wolkbreuk aan die ook nog eens een uurtje of drie duurde. De straten veranderden al snel in complete rivieren en ondanks dat we met de taxi naar ons hotel gingen kwamen we er toch drijfnat aan. Gelukkig had ons een hotel een goed restaurant zodat we de deur niet meer uit hoefden!

De volgende dag na het ontbijt naar de douane om de King op te halen. Het was inmiddels droog en de zon scheen weer volop. Het was echter ontzettend benauwd en in no-time waren onze kleren drijfnat van het transpireren. Nadat de papieren in orde waren gemaakt en de stallingskosten waren betaald konden we naar de King. Omdat deze buiten stond hadden we deze in maart ingepakt onder een groot zeil wat met touwen en elastieken vast zat. Van de touwen en elastieken was niets meer over en ook het zeil was compleet weggerot. Alles en ook de King had veel geleden van het natte seizoen en de zeelucht. Binnen was alles droog, maar toch zat alles onder een droge schimmel en hij rook ook niet al te fris.

De startaccu’s hadden te weinig power en omdat we erg dicht langs een andere auto stonden kon de trap niet uit waaronder de accu’s zijn geplaatst. Even over starten via de huishoudaccu’s was er dus niet bij. De auto langs ons kon niet verzet worden, maar plotseling stond er een accudienst voor ons. Die was gebeld door de douane en kwam ons even helpen. Hij kon echter alleen maar 12 volt leveren waarop er een collega werd gebeld met ook een 12 volt snellader Met wat draadjes werd de boel gekoppeld en bij de eerste startpoging sloeg de King direct aan. Alles werd nog even gecontroleerd want men wilde natuurlijk ook graag iets verkopen. Alles was in orde. De dynamo leverde netjes 27.4 volt en met de tip om even zeker drie uur door te rijden om de accu’s te laden zijn we de bergen in gereden op zoek naar verkoeling.

In Boquete aangekomen zijn we direct weer naar de parking gereden waar we in maart ook hadden gestaan. De eigenaar verwelkomde ons en natuurlijk mochten we hier weer parkeren. Hier zijn we direct aan de grote schoonmaak begonnen. Ook in Boquete hadden we regelmatig last van veel regen. Gelukkig was het hier een graad of tien koeler dan aan zee en ook niet zo benauwd. Toen we de boel weer redelijk op orde hadden en nadat het twee dagen onafgebroken regende besloten om te vertrekken richting de grens met Costa Rica. In David bij een grote supermarkt gestopt om boodschappen te gaan doen. Het regende hier ook zo hard dat we eerst een half uurtje voor in de cabine hebben gewacht alvorens achter in de camper te stappen om alle apparatuur op te bergen. Toen we achter instapten bleek dat we problemen hadden met de omvormer van 24 volt naar 220 volt. Deze rookte, stonk naar brandlucht en af en toe knetterde er het een en ander. Deze snel uitgezet en de pluskabel los gemaakt. Weer een les geleerd om tijdens het rijden alle apparatuur uit te schakelen die tijdens het rijden niet noodzakelijk zijn! Dat betekend dat we achter geen 220 volt meer hebben! Hier iets kopen word ook moeilijk want hier hebben ze overal 110 volt!

Na het boodschappen doen zijn we naar het laatste tankstation voor de grens gereden om te overnachten. Onderweg zagen we om de 5 kilometer agenten staan met een lasergun. We vroegen ons af of er onlangs een container met laserguns in het Panama kanaal was gevallen! De volgende morgen de laatste kilometer naar de grens gereden waar alles heel relaxt verliep en waar we na een grondige inspectie van de King konden vertrekken naar Costa Rica.

Costa Rica
Na een snelle grensprocedure waarbij we naar diverse kantoortjes werden verwezen om een verzekering af te sluiten, kopieën te maken en de TIP te regelen moesten als laatste de chassisnummers gecontroleerd worden. Nadat dit was gedaan vroeg de dame van de douane of ze een foto van de King en ons mocht maken. Waren ze maar overal zo vriendelijk en snel!

Direct  na de grens werden we geconfronteerd met de overal voorkomende “mantra” van Costa Rica: Pura Vida  (het pure leven)! We kwamen het overal en op alles tegen. Op T-shirts, hoeden, knuffeldieren, teenslippers, houten dieren, plastic dolfijnen, op potten en pannen. Het lijkt erop dat “Pura Vida ” het levensmotto van Costa Rica is geworden. De toeristen zuigen het op en de Tico’s (zo noemen ze zichzelf) maken er terecht gebruik van! Aan de zuidwestkust die minder populair is leeft het “Pura Vida” wat minder dan in de rest van het land. Ten noorden van San Jose is er op toeristisch gebied heel veel te doen. Veel Noord Amerikanen en Europeanen bezoeken deze toeristische oorden. Jammer dat de charme van veel dorpjes is verdwenen omdat alles maar dan ook werkelijk alles in het teken staat van het toerisme. Costa Rica jarenlang gepromoot als een geweldig veelzijdig vakantieland over de hele wereld is in alles veranderd in een eco-experience waar een duur prijskaartje aanhangt! Ieder berg en jungledorpje heeft zijn eigen jungle wandeling, canope en zipline. Iedereen met en stukje land groter dan een postzegel bied wildlife en vogelspot wandelingen aan. Er zijn opvangcentra te bezoeken van reptielen, kikkers, luiaards en er zijn vlinder- en botanische tuinen in overvloed en ga zo maar door. Als overlander heb je de keuze om het op te zuigen en je mee te laten sleuren of een keuze te maken in wat je wilt gaan zien en doen.

Golfito, ooit de grootste bananenhavenstad, was onze eerste stop. Overal was te zien dat het in het verleden een welvarende stad was geweest. Nu trekt het veel Tico’s omdat er een belastingvrije zone is.  We vonden een plek om te staan met zicht op de Golfo Dulce midden in de stad. Na een gesprek met een plaatselijke rechter bleek deze een vriend bij de politie te hebben gebeld dat de politie ons in de gaten zou houden. Dit resulteerde in veelvuldige ritjes van politieauto’s langs onze camper. Gezien het feit dat dit ook ‘s nachts gebeurde werden we regelmatig wakker van de controle. Goed bedoeld, maar voor ons was het niet nodig geweest. In een boom tegenover ons werden we verrast door 9 geelvleugel ara’s die ernstig bedreigt zijn.

Na 2 regenvrije heerlijke rustige dagen zijn we weer vertrokken. We wilden naar het schiereiland Osa waar het N.P. Corcovado zich bevind. Onderweg zagen we een aantal neusberen de weg oversteken. In Puerto Jiminez op camping Adonis bleken we niet de enige gasten te zijn. In 2 gehuurde auto’s met daktent bleken 4 Nederlandse meiden een rondreis door Costa Rica te maken. Gezellig even in het Nederlands wat bij gekletst. Ook zij hadden veel last gehad van alle regenval en eenmaal was zelfs hun hele daktent volgelopen met water. Ze hebben toen 2 dagen een hotel genomen met een badkamer met föhn. Dit om alles weer droog te föhnen!

Camping Adonis lag tegen het N.P. aan. Er liepen iguana’s, basiliekleguanen en hele kleine kikkertjes  (van 2 cm.) rond. In de bomen zaten brulapen, witschouder kapucijnaapjes evenals geelvleugel ara’s en toekans.  Uit de rivier kwamen af en toe kaaimannen en krokodillen zonnen op het gras op de camping. Helaas kregen we na een dagje droog weer, weer te maken met hevige regenval waardoor we niets meer konden ondernemen. Het was te gevaarlijk geworden in het N.P.

Daarom maar weer vertrokken. Nog maar net onderweg werd het rijden erg moeilijk omdat het zo hard regende dat we bijna geen hand meer voor onze ogen konden zien. Door de complete rivieren op de weg wilde de King overal heen, behalve rechtdoor, de stuurbekrachtiging viel regelmatig weg en de V-snaar begon ook nog te piepen. Daarom hebben we ervoor gekozen om snel de hoofdweg te verlaten en een dorpje in te rijden. Dit was Uvita en op het eerste stukje vlak terrein bij het voetbalveld, een van de weinige droge plekken in het dorp de wagen geparkeerd. Alle straten stonden blank, mensen hadden zandzakken voor de deur liggen en ook het voetbalveld veranderde in een zwembad. En het bleef maar regenen. De volgende ochtend regende het niet meer zo hard en zijn we verder gereden naar Dominical. Daar een mooi plekje gevonden aan het strand onder de palmbomen. Onderweg viel de stuurbekrachtiging nog regelmatig weg dus bij beter weer moesten we dat probleem eerst gaan verhelpen.

We wisten dat we in het regenseizoen zaten en dachten dat dit inhield dat er aan het eind van de middag een flinke regenbui zou vallen en dat het daarna weer droog zou zijn. We hadden niet kunnen bedenken dat het regenseizoen ook kan inhouden dat het dagen lang regent. Dit hadden we nergens gelezen! Uiteindelijk kregen we dan toch weer de zon te zien en konden we genieten van een zonnig weekend samen met de vele surfers en Costa Ricaanse strandbezoekers. Ton kon droog sleutelen en heeft na telefonisch overleg met Floor Dekkers de problemen met de stuurbekrachtiging kunnen oplossen. Het oliefilter in het reservoir was erg vuil en nadat deze was schoongemaakt werkte alles weer perfect. Weer wat geleerd! Ton wist niet dat daar ook een filter in zat!

De route naar Manuel Antoinio National Park was redelijk vlak, maar de laatste 7 kilometer slingerde de weg zich door de jungle met af en toe wel hele steile stukken. Bij Hotel restaurant Manuel Antonio National Park konden we parkeren en tegen betaling  overnachten. Rond 5 uur ‘s middags begon het weer te regenen en dat hield niet meer op. We hebben ons dus weer twee dagen in de camper moeten vermaken totdat het weer droog was! We zijn direct om 7.00 uur gaan wandelen in het Nationaal Park. Mooie wandeling gemaakt van een 3 uurtjes waarin we niet veel dieren hebben gezien. Blijkbaar waren we te vroeg of verscholen ze zich nog ergens na de vele regen. Wel zagen we enkele witschouder kapucijnaapjes, een boomkikker, een neusbeer, een agouti en heel hoog in de boom een luiaard. Bij terugkomst bij de camper zijn we meteen vertrokken richting Jaco.

Jaco is een echte badplaats helemaal gericht op de surfende jongeren. Een mooi plekje aan het strand gevonden en genoten van al het vertier om ons heen. Na 3 dagen weer vertrokken, onderweg een korte stop gemaakt bij een rivier waar spitssnuit krokodillen lagen te zonnen. De reis naar El Bosque waar camping Puravan was verliep voorspoedig. Vanwege het aanhoudende regenseizoen was de camping erg drassig en niet geschikt voor de zware King. Na beraad met Pablo, een van de eigenaren, besloten om de King direct achter het hek te parkeren, dit was het enige plekje waar we konden staan. Om de regen te ontvluchten en om Ralph en Janneke (onze bandensmokkelaars) te ontmoeten die in deze periode ook naar Cuba vlogen zijn we meteen een vlucht naar Cuba gaan boeken.

De resterende dagen tot we naar Cuba zouden vliegen benut om de was te doen, wat op te ruimen en San Jose te bekijken. San Jose vonden we een vreselijke stad die werkelijk niets te bieden had. Op dinsdag 23 oktober zijn we voor een korte “vakantie” naar Cuba gevlogen.

Cuba
Na een vlucht van drie en een half uur met een overstap in Panama City kwamen we aan in Cuba. En jawel hoor, het zonnetje scheen en het was droog!  We hadden het gevoel dat we in Oost Europa waren geland maar dan met een tropisch tintje. Douaniers en politie die erg nors en autoritair reageerden, kolossale gebouwen met geen uitstraling, overvolle uitgeleefde flatgebouwen, half lege winkels en winkels met daarin weer een tiental subwinkeltjes. Bij het verlaten van deze winkeltjes moet je de kassabon nog verschillende keren tonen aan de bewaking alvorens je het gebouw weer kunt verlaten.

Eerst hebben we Havanna bezocht, een stad die deels mooi, gezellig, leuk en bruisend was. Een stad vol met Cubaanse charme! Kolossale gebouwen waarvan vaak alleen maar de voorgevel nog een beetje intact is. Achter deze voorgevel wonen heel vaak nog mensen in bouwvallige kamertjes die op instorten staan en vaak met heel grote gaten in het dak! Niemand wil weten wat er zich in deze kamertjes afspeelt, maar het is een grote trieste bedoeling. We hebben oud Havana en het centrum verschillende malen doorkruist, hebben de mooie oude Amerikaanse auto’s bewonderd,  het rum museum bezocht, veel op terrasjes gezeten met Life muziek en heerlijk gegeten in de diverse restaurants.

De tweede stad die we bezocht hebben was Trinidad. Het historische centrum van Trinidad staat op de wereld erfgoedlijst van Unesco. We hebben er heerlijk rondgewandeld om ons uiteindelijk vrijwillig twee middagen te laten opsluiten in een militaire staats gevangenis. Deze was verbouwd en er zat nu een brouwerij in waar ze heerlijk bier brouwden. We hebben er genoten van de CubaLeffe!

De volgende bestemming was Santa Clara. In deze stad draait alles om Che Guevara die hier is herbegraven. We hebben het museum en het mausoleum van Che bezocht. Het heeft een klein bruisend compact centrum. Hier hebben we ook een staatssigarenfabriek bezocht en weten nu alles over sigaren maken! Foto’s maken was er verboden, maar van de bewaking kregen we wel toestemming om aan de buitenkant van het gebouw door de tralies heen een paar foto’s te maken.

Cienfuegos, onze volgende bestemming beviel ons niet zo. Het had een groot centrum met niet al te veel historische gebouwen. De stad en de mensen hadden weinig uitstraling. In het centrum was het erg druk en iedereen was op jacht naar artikelen die de dag ervoor met vrachtwagens waren aangekomen. Een tochtje met een veerboot naar Castillo de Jagua viel ook tegen.

Vinales, het laatste dorpje dat we bezocht hebben is een klein plattelands stadje prachtig gelegen in een vallei, dat een nationaal park is. Behoudens de lage prijzen van de casa’s en de concurrerende prijzen van de restaurants worden voor alle andere zaken woekerprijzen gevraagd in dit zeer toeristische dorp. Hier hebben we ook nog een tabaksfarm bezocht maar het ging meer om de verkoop van sigaren, zelf gestookte rum, honing en koffie. Een tochtje met een taxi langs wat bezienswaardigheden in de omgeving viel erg tegen en was zeer overpriced voor datgene wat we te zien hebben gekregen.

Terug in Havana  eindigen we de reis  met een ontmoeting met onze lieve bandensmokkelaars  Ralph en Janneke. In 2016 hebben ze twee banden voor ons meegesmokkeld in een container. Daarna hebben we ze een weekje ontmoet in Paraguay en nu dus in Havana. Als echte Brabanders hebben we er weer een mooi feestje van gemaakt. Samen hebben we ook nog een rondrit door de stad gemaakt met een Oude Chevrolet van 1956.

Naast het bezoek aan bovenstaande steden en dorpen hebben we natuurlijk ook het nodige ervaren en ondervonden:
In Cuba hebben ze 2 muntsystemen. Een voor de Cubanen de CUP en een  voor de toeristen de CUC, oftewel De Peso National en de Peso Convertibel. De toeristen moeten afhankelijk van plaats en koopwaar  2,5 tot 40 x meer betalen dan een Cubaan. We hebben het dan over staatswinkels, entreegelden en soms ook in de straatrestaurants. Voor de luxeproducten betalen we evenveel als een Cubaan. Om aan de Peso Convertibel  te komen moet je naar een wisselkantoor, waar ze het liefst wisselen tegen de Euro. Voor het wisselkantoor staan lange rijen met toeristen en soms ook Cubanen die hun verdiende Convertibels weer gaan omruilen tegen de Peso. Er mag maar 1 persoon te gelijk naar binnen en je moet je paspoort bij je hebben. Na een hele administratieve rompslomp krijg je geld. Je moet je geld goed natellen alvorens te vertrekken omdat de medewerker waarschijnlijk slecht kan tellen waardoor je te weinig krijgt. Soms komt er iemand naar buiten om te zeggen dat er vanaf nu geen buitenlands geld meer kan worden gewisseld omdat de CUC’s op zijn. Dan moet je wachten tot de geldwagen weer geld heeft gebracht en opgehaald! Je geduld word dus aardig op de proef gesteld en meer dan twee uur wachten is geen uitzondering!

De corruptie viert ondertussen ook hoogtij! Overal proberen ze je te veel te laten betalen. Afgesproken taxiprijzen gelden ineens niet meer als je moet betalen. Supermarkt artikelen worden aan de kassa ineens met 100% verhoogt. De ober op een terrasje zet ook maar meteen een paar euro meer op de rekening! Jammer dat dit een blijvende smet blijft op de Cuba herinneringen!

Het overnachten doen de meeste toeristen in casa’s particular, bij mensen in huis. Je krijgt dan een goed beeld van hoe de mensen in Cuba leven. De kamers en of appartementjes zijn over het algemeen goed en netjes. De eigenaren zijn erg vriendelijk en behulpzaam. Maar het draait wel allemaal om geld! Je kunt er tegen betaling ontbijten, lunchen of dineren. We hebben al meegemaakt dat het ontbijt duurder was dan de huur van de kamer. Een ontbijtje bestond in iedere casa uit vers fruit, twee broodjes en een omelet,  1 kopje koffie en een glas verse sap. Heel soms een klein stukje kaas en/of een Wiener worstje. Ook willen ze alles voor je regelen zoals taxi’s, massages, salsalessen en  diverse uitstapjes. Aan alles zit weer de nodige tussenverdienste en alles word geregeld met familie, vrienden of buren. In de periode dat wij er waren werd de klok een uur terug gezet en het viel mee dat we niet een uur extra huur moesten betalen voor onze kamer! Ondanks dat je niet echt in het familieleven betrokken word krijg je toch wel een klein inkijkje in hun leven. Hun geschiedenis kennende  hebben we begrip voor het feit dat ze voor iedere dienst het nodige willen verdienen, maar vaak komt het wel vervelend over.

Om van de ene stad naar de andere stad te komen zijn er verschillende manieren om te reizen. Met  een interlokale bus die alleen bestemd is voor toeristen en de rijkere Cubanen, met een taxi collectivo, een gezamenlijk taxi, met de trein, een privé taxi of een gehuurde auto. Een huurauto is bijna niet te krijgen en is erg duur. De trein gaat erg onregelmatig en komt niet in alle plaatsen. Een privé taxi is ook erg prijzig dus bleven de interlokale bus en de taxi collectivo voor ons over. Na onze eerste ervaring met een taxi collectivo (een hele oude SSangyong) waarin we met 7 mensen opgevouwen zaten hebben we voor de tweede etappe gekozen voor de interlokale bus, de Viazulbus. Onderweg ging de bus echter kapot waarop we allemaal uit moesten stappen en de bus met alle bagage aan boord vertrok naar een garage om na meer dan 2 uur terug te komen waarop de reis kon worden hervat. Met deze ervaring rijker hebben we de keer erop weer voor een taxi collectivo gekozen. Ook deze keer hadden we geen geluk. Na 50 kilometer op de autobaan begon hij een raar geluid te maken en na een knal  kwam er rook door het dashboard naar binnen en stopte de motor ermee. Snel allemaal uitgestapt en nadat de motorkap was geopend zagen we aan alle kanten de olie uit het motorblok lopen; einde verhaal! Gelukkig stopten er al snel drie andere taxi’s waarvan er een leeg bleek te zijn. Deze nam ons mee nadat onze pechchauffeur alles had geregeld. Zomaar in een andere taxi stappen kan niet want van te voren moeten er de nodige paperassen worden ingevuld. Reizen op Cuba is een groot avontuur!

Uit eten in Cuba is soms ook lastig. Mede door de twee verschillende muntsoorten en de twee verschillende menukaarten, een met toeristenprijzen en een met Cubaanse prijzen. Daarnaast moet er nog 10% servicekosten betaald worden en de tip welke door de ober duidelijk word aangegeven dat deze niet in de prijs is inbegrepen. Dan heb je nog een grote kans dat wanneer je iets besteld van de menukaart ze aangeven dit niet te hebben. Je zoek iets anders uit maar dat hebben ze ook niet! Zo kom je uiteindelijk bij het duurste gerecht uit! In de particuliere restaurantjes buiten het toeristencentrum is het ons gelukt om aan te geven dat we geen toeristen menukaart wilden (de CUC kaart) maar de CUP kaart. Na overleg werd besloten dat de prijzen op de CUC kaart door twee werden gedeeld! De dag erop kregen we gewoon de CUP kaart en toen bleek dat de prijzen op de CUP kaart 60 % goedkoper waren dan op de CUC kaart.

Internet is op Cuba een drama. Je moet een internetkaartje kopen bij een winkel van het staatsbedrijf Etecsa. Hiervoor moet je wel je paspoort meenemen en er is weer een administratieve rompslomp voor nodig alvorens je het kaartje krijgt. Het inlognummer van de kaart word namelijk gekoppeld aan je paspoortnummer zodat ze eventueel kunnen nagaan wat je allemaal doet op het internet! Hiermee kun je dan respectievelijk 1 tot 5 uur op internet. Dan moet je wel een wifipunt zoeken in de stad en die zijn er niet zoveel. Heb je er een gevonden dan kun je met de inlogcode en het wachtwoord op je internetkaartje op Etecsa inloggen. Bij ons ging dit moeizaam omdat onze iPhone’s een extra beveiliging hebben. Bij het boeken van een casa particular via AirBnB bleek dat de site geblokkeerd was omdat we op dat moment in Cuba waren. We konden dus niet meer via AirBnB boeken. Dit hebben we omzeild door Wim, de zwager van Chantel vanuit Nederland de door ons uitgekozen casa’s te laten boeken. In Santa Clara hoorden we dat veel mensen een illegale ontvanger voor internet hadden, gekocht van Cubanen die ze illegaal hadden meegenomen uit Rusland. Dit is wel gevaarlijk omdat de politie deze dingen probeert op te sporen om ze uit de lucht te halen!

Het communisme is duidelijk aanwezig in Cuba. We zagen veel politie en soms intimidatie van de gewone burger. Er zijn nog staatswinkels, staatsrestaurants en alle bedrijven zijn van de staat. De regering geeft aan dat er geen werkeloosheid is en dat iedereen een baan heeft. Een Cubaan verdiend tussen de 50 en 60 CUC ( € 60,-) per maand. We zien vooral in de staatsbedrijven veel mensen rondlopen waarvan er velen een controlerende taak hebben. Inmiddels zijn er wat meer mogelijkheden voor privé initiatieven zoals huisrestaurants en kamerverhuur. Door het erg grote inkomstenverschil wat er is ontstaan tussen staatsbaan en privé onderneming neemt helaas ook de corruptie toe. Zoals eerder omschreven worden afgesproken prijzen bij het afrekenen ineens verhoogd! Aan de kassa moet je ineens veel meer betalen en krijg je geen bonnetje.  De Taxi Collectievo verlaat ineens de autobaan om bij een varkensboer illegaal benzine te tanken. Een volle container met dure airco’s is al verkocht voordat ze in de winkels liggen! Hoe kan dat met een maandsalaris van 60 CUC, zelfs de Cubanen zelf begrijpen het niet!! Ook zie je hier bijna geen Amerikaanse producten zoals Mars, Coca Cola. Vraag is of Cuba de ontzettend grote toestroom van toeristen wel aan kan en of deze niet zal leiden tot nog meer gebruik van drugs, uitbuiting, diefstal, corruptie en nog meer prostitutie.

Het wagenpark in Cuba bestaat voornamelijk uit grote Amerikaanse wagens van voor 1960 en oude Russische Lada’s en Kamazzen! Betreffende dat oude wagenpark was het wel genieten hier! De laatste jaren heeft Cuba ook een handelsovereenkomst met China wat resulteert in wat nieuwere auto’s en vooral touringcars. In Havana zagen we toch ook de nodige Europese auto’s rond rijden. Wat we heel bijzonder vonden hier in Cuba waren de vele elektrische scooters en motors die hier tussen de oude diesel en benzineslurpende oude auto’s rond rijden.

Cuba is ook het land waar Che Guavara overal aanwezig is. Che geloofde in het concept van een nieuwe mens ‘el hombre nuevo’. Dit werd zijn duurzaamste bijdrage aan de Cubaanse revolutie. Hij geloofde dat voor een communistische staat een nieuw type mens nodig was en dat het wijzigen van het volksbewustzijn daarin een cruciale rol speelde. Het accent moest liggen op motivatie; het volk moest een nieuwe instelling krijgen, wars van persoonlijk gewin en puur gericht op moraal in plaats van op materiaal bezit. Of dit ook werkelijk nog steeds zo door de bevolking  word ervaren lijkt ons niet omdat er op dit moment zoveel privé initiatieven zijn en iedereen graag zijn eigen persoonlijke situatie wil verbeteren. Toch leeft Che hier nog volop en overal zijn afbeeldingen van hem te zien en zijn de Che souvenirs niet te tellen. Misschien is dit toeristische oogpunt wel de reden dat hij hier nog steeds voortleeft!

Het ontvluchten van de regen was gelukt, maar 17 dagen de echte ‘toerist’ spelen vinden we minder leuk. Als Overlanders houden we niet van het leven in casa’s particular, het elke dag uit moeten gaan eten en het steeds maar weer ergens op een terras moeten gaan zitten om aan het benodigde vocht te komen. We hebben Cuba als zeer bijzonder ervaren. Een land met grote tegenstellingen. Rijk en arm, vriendelijke en onvriendelijke mensen, maar misschien heeft het laatste wel met het eerste te maken!

Costa  Rica                                                                                                                                                                                Na 17 dagen waren we weer terug bij de camper en was het droog. Direct alles open gezet om de boel eens even goed te luchten. Toen bleken we twee vliegende mieren nesten in de camper te hebben dus deze moesten ook worden opgeruimd.  We zijn nog een een dagje naar de markt geweest in Alajuela en toen was het weer tijd om op pad te gaan. Hadden we op de camping twee prachtige dagen gehad, ten noorden van San Jose begon het weer te regenen en weer hield het niet op.

In Horquetas “Frogs Heaven” bezocht en tussen de buien door een wandeling gemaakt met een gids. Frogs Heaven  is een privé tuin waar kikkers leven. Een deel van een gemberplantage is teruggegeven aan de natuur en hierin zijn diverse kikkersoorten geherintroduceerd. De kikkers worden geobserveerd door de familie en zo weten ze waar ze zitten wanneer er bezoekers komen. De kikkers zijn vrij om te gaan of om te blijven in dit stukje unieke “jungle”. Wij hebben de al om bekende roodoog boomkikker gezien, een blue jeans gifkikker, een glaskikker, de gemaskerde boomkikker en de rode teen kikker. Het was een leuk opgezette tour waarbij we zelf ook actief moesten mee zoeken naar de kikkers die soms maar 2 centimeter groot waren.

We wilden ook nog een bezoek brengen aan een ananasplantage maar deze hebben we overgeslagen vanwege de regen en de belachelijke hoge prijs die men vraagt voor een tour van 2 uurtjes. De volgende stop was la Fortuna, een zeer toeristisch stadje aan de voet van de vulkaan Arenal.  Alles is hier gericht op raften, hiken, off-road rijden op een quad, canope, ziplinen, paardrijden  en nog veel meer. Het stadje bestaat dan ook voor 80% uit reisbureautjes, hotels, restaurants en souvenir winkels. Ook hier hadden we weer regen maar ook een paar momenten met zon. De vulkaan hebben een keer voor een deel kunnen zien. De rest van de tijd hebben we hem niet gezien omdat hij helemaal in de wolken lag. Na 2 dagen zijn we 6 kilometer verder gereden naar de thermen van Los Laureles.  Hier heerlijk in de warme baden gepoedeld ondanks de regenbuien. Hier ging onze acculader kapot zodat we nu geen accu’s meer kunnen laden op 220 of 110 volt.

De route om lago Arenal  hebben we gereden in de stromende regen en we konden geen goede overnachtingsplekken meer vinden. Bovendien waren we de regen mooi beu en hebben daarom besloten om weer naar de kust te rijden. In Playa Coco hebben we 4 heerlijke zonnige dagen midden tussen de Costa Ricanen  an de boulevard doorgebracht.

De volgende plek was  Playa Rajada, een prachtige geheel verlaten baai. Ook hier weer heerlijk weer. We konden lekker in zee zwemmen en ‘s avonds eindelijk weer eens de BBQ aansteken. We moesten wel op onze etenswaren letten want zodra alles buiten stond kwamen de coati`s ( neusberen) tevoorschijn en deden regelmatig aanvallen naar ons eten.

Finca Cana Castillo zou onze laatste stop worden in Costa Rica om de dag erop naar Nicaragua te vertrekken, maar helaas liep het anders. Onder weg daar heen ging het dynamolampje branden en natuurlijk wilden we eerst uitzoeken wat de oorzaak was en de boel herstellen alvorens naar Nicaragua te gaan. De eigenaars van de camping waren erg behulpzaam en nadat we hadden geconstateerd dat het niet iets was wat we zelf zouden kunnen repareren kregen we een adres van een werkplaats in Liberia die alleen maar dynamo’s en startmotors repareert. Helaas betekende dit 70 kilometer terug naar het zuiden. Besloten om dit dan na het weekend te gaan doen.  Dat kwam goed uit omdat Chantel inmiddels ook nog ziek was geworden. Ze kreeg hoge koorts, 39.5. Na 3 dagen van hoge koorts besloten om naar het plaatselijke ziekenhuis te gaan om wat zaken uit te sluiten. Na een bloed en urine onderzoek bleek het geen Dengue , Malaria of urineweginfectie te zijn maar waarschijnlijk gewoon een ordinaire griep. Omdat Chantel lekker moest uitzieken is Ton zondag gaan Fruhshoppen met de eigenaar van de Finca en twee van zijn vrienden. Het was een erg gezellige ochtend en middag geworden!

Op maandag zijn we al vroeg terug gereden naar Liberia waar we in de werkplaats perfect zijn geholpen. De jongens vonden het geweldig om aan een Mercedes te kunnen sleutelen en hadden veel vragen over veel onderdelen die ze nog nooit hadden gezien. Gelukkig wel de dynamo die snel was gedemonteerd en doorgemeten. Deze was in orde dus zat het probleem ergens anders. Na onderzoek van de bekabeling bleken 4 kabels zwaar te zijn beschadigd. Volgens de jongens misschien aan gevreten door een dier? De dynamo helemaal schoon laten maken en nieuwe kabels laten monteren. Laat in de middag waren we weer op Finca Cana Castillo. Hier nog een dagje langer gebleven om wat  laatste klusjes en voorbereidingen voor Nicaragua te doen. Ondanks wat tegenslagen de laatste week hebben we genoten van al het moois en de dieren die we op de Finca hebben gezien: een luiaard, slingerapen, brulapen, krokodillen, leguanen en een  jong slankbeertje wat uit de boom was gevallen. We vonden Costa Rica  een mooi groen land, maar ontzettend duur en erg toeristisch. Het zal in onze herinnering altijd het land van de vele regen blijven! Op een bezoek na aan Frogs Heaven hebben we ons niet laten opzuigen door het ECO toerisme! Dat zal het verschil wel zijn tussen de toerist en de overlander!

Nicaragua                                                                                                                                                                                    In tegenstelling tot wat we gelezen hadden over de chaotische moeizame langdurige grensprocedure waren we binnen ander half uur over de grens. Het zal zeker geholpen hebben dat Ton zijn al zijn charmes bij de vrouwelijke douane beambten had ingezet. We mochten zelfs gewoon al onze verse levensmiddel meenemen wat verboden is.

Nicaragua niet een voor de hand liggend vakantieland. Het is na Haïti het armste land van Midden Amerika. Afgelopen april en mei waren er nog hevige onlusten die hard werden neergeslagen door het leger en aan de regering gelieerde knokploegen. Hierbij zijn honderden burgerslachtoffers gevallen. De aanleiding was het besluit van de president om de pensioenvoorzieningen te versoberen. Het land word met harde hand geregeerd door de linkse president Ortega en zijn vrouw die premier is. Het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse zaken is nog steeds negatief, maar dat negatief reisadvies geld voor vele landen waar we al geweest zijn. We hadden van andere Overlanders gehoord of gelezen dat ze allemaal in een dag van Costa Rica naar San Salvador waren gereden of gingen rijden, maar daar hadden wij geen zin in. De onlusten waren immers voorbij!

We zijn naar San Juan Del Sur gereden en hebben er een plekje gevonden aan de Malecon. We hadden nadat we de deur opende het gevoel dat we in V.S. waren beland. Een aanhoudende stroom van oudere Amerikaanse echtparen kwamen langs met hun overdreven uitspraken over de “amazing big rig” en vragen of we op tv waren geweest en of dat we de Dakar hadden gereden of gingen rijden. Later zagen we dat er een cruiseschip voor de kust lag en deze toeristen daar vandaan kwamen.

Nadat we het stadje hadden verkend en terug kwamen bij de camper sprak de politie ons aan. Ze verwelkomden ons en gaven aan dat het hier aan de Malecon ‘s nachts niet veilig was. We moesten aan de andere kant van San Juan Del Sur bij een politiepost gaan overnachten. Na wat discussie de King gestart en “verhuisd ” naar Plaza General. Achteraf  was het geen ramp omdat we direct aan het strand stonden en een palapa  (rietenafdak) hadden om in de schaduw te zitten. We moesten ons wel registeren bij de politiepost. De volgende morgen kwam de politieagent vragen of we een rustige nacht hadden gehad.

San Juan Del Sur is een gezellig stadje gericht op de jeugd en op surfen. Op zondag is er een kroegentocht langs 5 hotels en bars die een zwembad hebben van 14.00 uur tot 02.00 uur. Het kost $ 30 en daarvoor krijg je een zwart T-shirt en het vervoer van bar naar bar. Er komen dan veel jongeren uit de grote steden; Managua, Masaya en Granada. Men kan zich natuurlijk al voorstellen waar deze kroegentocht in eindigt: in grote orgie’s in de zwembaden. Zo waren we ook getuigen van een bruiloft die na een fotosessie op het strand voor het merendeel plaats vond in het zwembad.

Na twee daagjes acclimatiseren en een beetje aftasten en voelen hoe het was in Nicaragua zijn we weer verder gegaan. Nicaragua voelde goed, de mensen zijn erg vriendelijk en behulpzaam en we hebben geen onaangenaam gevoel gekregen. Daarom besloten om wat dingen te gaan bekijken en rustig aan te doen i.p.v. snel richting Honduras te reizen.

Op iOverlander hadden we een stukje gelezen van de eigenaar van camping Los Cocos die graag bezocht wilde worden na alle onlusten in de maanden april en mei. Het was weer veilig en om weer wat inkomsten te krijgen nodigde hij iedere Overlander uit om aan te komen tegen een gereduceerde prijs. Om hem weer wat inkomsten te gunnen en mogelijk wat meer te weten te komen over de situatie van het laatste half jaar besloten om hem een bezoekje te gaan brengen. Door smalle straatjes in kleine dorpjes en onverharde wegen met laaghangende takken kwamen we na 2 en een half uur rijden aan bij camping Los Cocos. De camping was echter gesloten en de eigenaars waren op vakantie in Costa Rica. De buurman heeft nog verschillende pogingen gedaan om hen te bereiken maar helaas! Aan deze buurman even goed aangegeven welke boodschap hij moest overbrengen als ze terug kwamen en weer vertrokken. Wat kilometers verder kwamen we in El Astillero terecht. Het is een klein vissersdorpje waar we onze camper konden parkeren tussen de vissersboten van een vissersfamilie.

Na een paar dagen van strandwandelingen en rond kijken in het vissersdorpje via een andere route terug naar de Panamarican. De route was  avontuurlijk, smalle onverharde wegen met door de regen uitgesleten sleuven en veel laaghangende takken waar we stapvoets onder door moesten rijden om niets kapot te rijden. Af en toe moesten we ook nog door een riviertje waarvan de waterstand laag was. Het was hier gelukkig al een poosje droog, want anders hadden we hier zeker niet doorheen gekomen. Op de verharde weg aangekomen bleek bij controle dat we een kap van de verstralers kwijt waren, dat de andere gebroken was, dat alle afdichtingsdoppen van de dakramen weg waren er en dat de antenne ook nog was afgebroken. Zoals al vaker deze reis zijn we voor veel wegen te hoog door de lage takken en de laaghangende kabels. We wilden nog een keer terug richting kust om schildpadjes te gaan bekijken die uit het zand kruipen en zich daarna een weg naar zee banen. Dit hebben we maar niet meer gedaan. We waren al blij dat onze zonnepanelen niet kapot waren!

Weer op de verharde weg aangekomen zijn we naar Granada gereden. Granada ligt aan het grootste binnenmeer van Midden Amerika; Lago Nicaragua met daarin het eiland Ometepe met 2 vulkanen en vele andere kleine eilandjes. Granada was een zeer levendige kleurrijke stad met een mooi koloniaal centrum. De markt was er een zoals we al heel lang niet meer hadden gezien. Alles te koop en lekker rommelig! Granada is ook een stad met veel restaurants en zeer veel terrassen die zelfs op maandagavond allemaal bezet waren. Op vele terrassen was ook nog live muziek en als je ergens zat zonder muziek dan kwamen de muzikanten wel langs om even wat muziek voor jou te komen spelen. Natuurlijk werd er dan wel een tip verwacht. We hebben er veel rondgewandeld, zijn alle dagen uit wezen eten en hebben veel op de terrasjes gezeten, iets wat we normaal niet alle dagen doen. De sfeer was echter geweldig en we hebben er van genoten. Natuurlijk zijn we ook even een paar reisbureautjes binnen geweest voor allerlei excursies die men aan bied. We vonden dat alles wat op toerisme gericht is hier erg duur was dus besloten om onze excursie maar zelf te organiseren en de volgende ochtend vertrokken richting Masaya.

In Masaya wilden we de grootste souvenirmarkt van Nicaragua bezoeken. Omdat we erg vroeg waren, waren er nog maar enkele kraampje open die allemaal hetzelfde verkochten en dan ook nog eens erg duur waren. Dus niet meer gewacht totdat alles open was en verder gereden naar de vulkaan Masaya. Deze vulkaan is ooit ingestort en nu zijn er 5 nieuwe grote kraters ontstaan waarvan de krater Santiago nog zeer actief is. Dat houd in dat er diep in de krater kokende, kolkende lava zit die sulfietdampen uitstoot. Je hoort de lava ook koken en borrelen maar ziet er behoudens veel stoom en rook niets van. In verband met de sulfietdampen mochten we maar 15 minuten bij de vulkaan blijven. Er was een mooi opgezet museum en onderweg naar boven zijn we nog gestopt bij enkele kleine kratertjes waar ook rook uit kwam. Volgens de deskundigen zouden deze in de toekomst actief kunnen worden.

Vanuit  Masaya moesten we dwars door de hoofdstad Managua om verder naar het noorden te reizen. In eerste instantie wilden we Managua mijden, maar gezien het feit dat het overal rustig was hadden we geen zin om een eind om te rijden. Dit ging goed en ook hier was alles rustig. In Puerto Momotombo een leuk plekje aan lago Managua gevonden langs een zeer eenvoudig “strandtentje”. Het strand was zwart en er lagen zeer gammele bootjes aan de kant waarin men ‘s nachts op het meer ging vissen. De mensen in dit dorpje hadden het niet breed. Op het terras met uitzicht op de rokende vulkaan Momotombo wat biertjes gaan drinken. We zaten er net toen we in het Engels werden aangesproken door mensen die vroegen of de truck van ons was. Het waren Michael en Petra met hun MAN truck uit Duitsland. Ze hebben de truck gehaald die ze ergens anders geparkeerd hadden en naast de onze gezet. Het werd een gezellig avondje waarbij we zelfs geen tijd meer hadden/kregen om even te koken. Het barretje deed goede zaken!

De volgende morgen weer verder gereden om naar Honduras te gaan. Bij het oprijden van het grensterrein werd onze TIP nagekeken en werd ons verteld dat we 4 dagen te lang in Nicaragua waren geweest? Nadat ook wij de TIP hadden bestudeerd stond er inderdaad dat we maar 3 dagen in Nicaragua mochten zijn met de camper. We hadden de TIP nauwkeurig nagekeken bij het in reizen maar niet gezien dat er 3 i.p.v. 30 dagen op stond. Waarschijnlijk was de dame door de charmes die Ton in de strijd gooide bij het in reizen in Nicaragua helemaal van de kook geraakt!
We zijn rustig begonnen aan de grensprocedure, eerst naar de immigratie, toen naar de douane om de King te laten inspecteren en vervolgens naar het loket om de TIP af te melden. Daar begon het gedoe. We hadden de TIP overschreden met 4 dagen en moesten dus een boete betalen. Geprobeerd uit te leggen dat dit wel erg vreemd is dat je een TIP krijgt voor 3 dagen maar wel een verzekering moet kopen voor 30 dagen. Geen reactie, gewoon de boete betalen. Ton werd boos en het was maar goed dat de beambte achter glas zat. We moesten naar een ander gebouw waar we na bijna een uur 2 papieren kregen waarmee we naar de bank moesten om $ 50 boete voor de overschrijding en $ 1 dollar per dag die we te laat waren te gaan betalen.

Bij de bank aangekomen stond er een rij met wel 20 mensen voor ons. Iedere persoon had minimaal 10 minuten werk dus na anderhalf uur wachten hadden we nog zo’n 15 mensen voor ons. Chagrijnig als we al  waren gevraagd aan de beveiliger of het normaal was om een “oude” man ( Ton dus) met medische problemen (het korset laten zien) zolang in een rij moest staan wachten om een boete te betalen. Er werd overleg gepleegd  met de bankmanager en  we waren meteen aan de beurt. Nog even onze oprechte excuses aan de andere wachtende aangeboden en met de bonnetjes terug naar de douane waar ons werd mede gedeeld dat we eerst nog 2 kopieën moesten  laten maken van de bonnetjes. Nog een aantal loketten verder en inmiddels 4 uur na onze aankomst aan de grens was het dan zover dat we Nicaragua konden uit rijden!

Ondanks deze laatste minder leuke ervaring blijven we positief over Nicaragua. Het is een mooi  land met een pracht bevolking die arm is en gebukt gaat onder het dictatoriale regiem. Ondanks het negatieve reisadvies hebben we ons geen moment onveilig gevoeld in Nicaragua.

Honduras
Honduras, wederom een land met een zeer slecht imago. Honduras heeft het hoogste moordcijfer ter wereld. In de stad San Pedro Sula, wat de moordstad van Honduras is, worden per jaar 179 moorden gepleegd per 100.000 inwoners. San Pedro Sula is de tweede grootste stad van Honduras en heeft 710.000 inwoners. Elke dag/nacht worden hier mensen vermoord. Huurmoordenaar is een goed betaald beroep in deze stad! Een eenvoudige moord kost 4200 euro, een bende of drugsgerelateerde moordopdracht kost al snel rond de 40.000 euro! Voor ons is dit echter geen reden om het land te mijden of om er snel doorheen te rijden. We gaan op zoek naar de mooie dingen die ook Honduras te bieden heeft.

Aan de grens werden we direct belaagd door kinderen, helpers en geldwisselaars die zich maar moeilijk lieten afschudden. Door aan te geven dat we geen hulp nodig hadden en dat we op “familiebezoek” ging verdwenen ze langzaam. Omdat het er zo veel waren duurde het echter even voordat dit bij iedereen was doorgedrongen. Bij de immigratie stond een rij van wel honderd mensen en daar hadden we weinig zin in. We zijn gaan informeren of er een loket was voor ouderen, gehandicapten en zwangere vrouwen en ja hoor, dat was er. Hier hadden we maar een paar mensen voor ons dus hadden we al snel onze inreisstempel in de pas staan. De TIP werd gewoon met de hand geschreven en men vermelde er duidelijk bij dat we 3 maanden met de King in Honduras mochten blijven. Bij overschrijden stond er hier ook een boete op! Terug gekomen bij de auto stonden de kinderen te wachten en vertelden ons dat ze geld moesten hebben voor het bewaken van de auto. We hebben ze blij gemaakt met wat coca snoepjes die we nog over hadden uit Peru en Colombia.

Na een half uurtje reden we Honduras in. De weg was zeer slecht en de bevolking erg arm hier rond het grensgebied. In Choluteca de eerste grote stad na de grens konden we bij de Bomberos (brandweer) overnachten. We werden hier erg vriendelijk onthaald en besloten meteen om hier 2 dagen te blijven. Dan konden we ook even kijken en beleven hoe Honduras ons beviel. We kenden Honduras alleen van naam en dat het dus een van de meest criminele landen van Midden Amerika is.

De brandweerlieden waren erg geïnteresseerd in de King en ze waren ook erg behulpzaam. Toen we vroegen of we even onze ramen mochten wassen werd de slang tevoorschijn gehaald en werd direct de hele camper gewassen. In de stad was het erg druk en erg levendig. In de stad waren ook feesten aan de gang die in het teken stonden van paarden en koeien. Naast de winkels die er in overvloed waren vond er ook veel straatverkoop plaats. Het viel ons wel op dat er veel zwaar bewapende bewaking stond voor banken en vaak zelfs voor en in winkels. Toch gaf het ons geen naar gevoel. Wat ons ook op viel was dat er ontzettend veel tweedehands kledingwinkels en kappers waren in deze stad. De hangmat blijkt hier erg populair te zijn en ons inziens de vervanger van de stoel. Wanneer mensen ook maar even niets te doen hebben liggen ze in een hangmat. Ook bij taxistandplaatsen hangen overal hangmatten en alle chauffeurs liggen er in te wachten tot er klanten komen. Je ziet dan ook onder iedere boom wel een hangmat hangen. Hier in Choluteca was het ook erg warm en benauwd. De temperatuur lag overdag zo rond de 40 graden. Na 2 dagen in deze hitte besloten om de bergen in te gaan voor verkoeling. Via de hoofdstad Tegucicalpa zijn we naar Valle de Angeles gereden.

Valle de Angeles ligt 20 kilometer achter Tegucigalpa op 1300 meter hoogte. In Valle de Angeles was het heerlijk toeven, 25 graden overdag en ‘s nachts rond de 16. Het is een klein bergdorpje waar alles in het teken van de lokale toeristen staat. Bijna het gehele dorp bestaat uit souvenirwinkels, restaurants en terrasjes. Hier kon Chantel haar hart ophalen met shoppen tussen het grote aanbod van souvenirs en allemaal ook nog redelijk betaalbaar. Omdat we met de truck niet terecht konden op alle reguliere parkeerplaatsen waren we op een afgesloten terrein terecht gekomen midden tussen de grote souvenir gebouwen. We mochten er blijven staan, maar de poort werd wel iedere avond om 20.00 uur afgesloten en zodoende moesten we dus zorgen om voor 20.00 uur binnen te zijn. Ton vond hier een Tapiceria (een stoffeerder)  en heeft de stoelen uit de cabine opnieuw laten bekleden.

Na een heerlijk weekend zijn we naar Comayagua gereden. Onderweg zagen we weer veel handel langs de weg.
Via een mooie bergroute over prima wegen kwamen we al vroeg in Comayagua aan. Bij Hotel Casa Vieja konden we op de parking overnachten. De stad had een koloniaal centrum met mooie kerken, pleinen en fel gekleurde huizen. Ook de markt was zeer bruisend.`s Avonds was er een groot feest in de stad en natuurlijk zijn we daar naar toe gegaan samen met tienduizenden inwoners van de stad. Op de 2 centraal gelegen pleinen in de stad waren optredens van lokale bands. De optredens werden vooraf gegaan door een vuurwerkshow zoals we nog nooit hebben meegemaakt. Bijna 3 kwartier duurde het vuurwerk en het was prachtig. We hadden toch een raar gevoel van tegenstrijdigheid bij dit mega vuurwerk. Zoveel geld de lucht inschieten terwijl de armoede ontzettend groot is.

51% van de mensen in Honduras moet leven van $ 1,5  per dag! De optredens waren ook anders dan wij kennen.  Meisjes en vrouwen werden uitgenodigd om op het podium hun danskunsten te tonen wat gepaard ging met veel bil en borst geschud en bandleden die de meisjes in allerlei standjes tegen zich aan trokken en allerlei obscene heupbewegingen maakten. De meisjes/vrouwen genoten er blijkbaar van, samen met je idool onder groot applaus op het podium kan hier blijkbaar nog, maar de manier waarop gaf ons toch een beetje een vreemd gevoel! De muziek ging door tot 2.30 uur maar dat hebben wij alleen nog maar in onze camper gehoord.

De volgende morgen zijn we weer met regen vertrokken richting Lago Yojoa. In Los Naranjos aan het Lago Yojoa een camping gevonden bij D&D Brewery. Hier heeft Ton zelf olie ververst omdat ze het onderweg bij geen enkele garage wilden doen. Verder nog een luchtlek aan de compressor verholpen. De dag erop zou er nog gevet moeten worden, maar toen we een wandeling door het dorpje maakten kwamen we langs een garage die de truck wel wou doorsmeren voor 6 dollar. Daar kon Ton zelf niet voor onder de truck kruipen dus afgesproken dat we als we vertrokken we eerst aan kwamen om de truck te laten doorsmeren. We hebben 6 dagen genoten van de plaats bij de brouwerij.  We zijn er regelmatig een heerlijk biertje gaan drinken en ook het eten was er lekker. Ook nog even met de motor wezen toeren en af en toe wat boodschappen gedaan in een ander dorpje.

Nadat we vertrokken dus eerst even bij de garage aangegaan om de truck te laten doorsmeren. Daarna doorgereden naar de Copan Maya Ruines. Onderweg hadden we het nodige oponthoud vanwege wegwerkzaamheden. Regelmatig stonden we stil omdat er maar een rijstrook open was. In Copan een mooi plekje gevonden op camping Sian Ka’an. Dit is een Haciënda van een welgestelde dokter uit Tegucigalpa die door Enrique wordt onderhouden. Enrique hield wel van een praatje en  kwam regelmatig even langs. De volgende dag met de tuktuk naar de Copan Ruïnes. Na vele Inca ruïnes te hebben bezocht was dit ons eerste bezoek aan een Maya ruïne. We vonden het weer zeer indrukwekkend wat er allemaal gebouwd is al die duizenden jaren geleden. Ook de ligging midden in de jungle was prachtig. Hier vlogen ook geelvleugel ara’s rond en liepen er agouti’s tussen de ruïnes. Na enkele uurtjes hadden we het wel gezien en zijn met de tuktuk naar een vogelopvangcentrum gegaan. Hier vangen ze gewonde en gestreste vogels, voornamelijk geelvleugel ara’s, op die indien mogelijk na herstel weer worden vrij gelaten, o.a. bij de Copan Ruïnes. Men hoopt dat de ara’s gaan broeden en dat er nieuwe vogelfamilies ontstaan die zich gaan vestigen in een ander gebied. Na dit boeiende bezoek hebben we ons met de tuktuk naar het stadje Copan Ruïnas laten brengen. Hier heerlijk rond geslenterd en genoten van het primitieve dorpsleven en van de oervriendelijke mensen.

De volgende ochtend op tijd vertrokken richting de grens met El Salvador. In het plaatsje Cucuyagua op het centrale plein overnacht. Het stadje nog even bezocht en de laatste lempira’s opgemaakt aan wat verse groenten en brood.  Om bij de grens te komen moesten we nog eerst een pas over van 2000 meter en omdat we vroeg bij de grens wilden zijn om de wachttijd te verkorten zijn we al om 5.30 uur aangereden. Aan de grens was alles in 20 minuten geregeld.

Honduras is ons erg goed bevallen. Het is een arm land met erg vriendelijke mensen. Omdat het aan de kust erg warm was hebben we regelmatig verkoeling gezocht in de bergen. We hebben er een mooie tijd gehad en hebben ons geen enkel ogenblik onveilig gevoeld.

El Salvador                                                                                                                                                                                 El Salvador is een land wat we kennen van een langdurige bloedige burgeroorlog die aan meer dan 70.000 mensen het leven heeft gekost. Ook staat El Salvador bekend om de vele moorden die hier worden gepleegd. Dit is veelal bende gerelateerd. Vele Salvadoranen zijn tijdens de burgeroorlog naar de V.S. gevlucht. Velen konden daar geen werk vinden en sloten zich aan bij een bende. In de jaren 90 heeft de V.S. veel illegale Salvadoranen het land uitgezet. Zij zijn teruggekeerd naar El Salvador maar bleven lid van een bende. De grootste bende in El Salvador is  MS-13 (Mara Salvatrucha) die ook actief is in Honduras, Guatamala en zelfs in de V.S. MS-13 is door de FBI aangeduid als de gewelddadigste bende van Noord Amerika.

Na Nicaragua en Honduras zijn we in nu dus in El Salvador beland, het derde land wat in midden Amerika bekend staat om de criminaliteit en hoge moordcijfers. Veel mensen zullen zich dan ook afvragen wat we hier te zoeken hebben. Er bestaat geen misverstand over het feit dat er hier veel slechte dingen zijn gebeurd en gaande zijn. Over het algemeen zijn dit zoals boven omschreven bende gerelateerde misdaden. Zoals overal ter wereld kan het zo maar zijn dat wanneer je op de verkeerde plek bent of misschien wel op de goede plek je iets overkomt. Als buitenlander en als overlander moet je oppassen en je gevoel laten spreken om deze situaties te mijden.

De grensovergang naar El Salvador kostte nogal wat tijd. Nadat we snel de inreisstempel hadden gekregen bleek dat het krijgen van de T.I.P. niet zo makkelijk ging. Men had een kopie van de T.I.P van Honduras nodig die we niet hadden. We hebben nog geprobeerd om ons eruit te praten door de T.I.P. stempel te laten zien die ook in het paspoort van Ton stond maar dat mocht ook niet helpen. Na veel discussie uiteindelijk teruggelopen naar de douane in Honduras waar onze T.I.P nog boven op de stapel lag en we snel een kopie van de T.I.P. kregen. Weer terug in El Salvador bleek de douanebeambte de langzaamst werkende te zijn die we ooit hebben meegemaakt. Na een uurtje kwam hij vertellen dat er weer problemen waren. Ton heeft 4 doopnamen en er konden maar 3 namen  worden ingevoerd in de computer. Uiteindelijk werd besloten om onderaan de T.I.P. zijn volledige namen te noteren met een stempel en handtekening van de douane. Het duurde maar liefst 2 en een half uur voordat de T.I.P. klaar was en we El Salvador konden binnen rijden.

Direct merkten we dat we in een ander land waren, veel armoedige huisjes in de buurt van de grens, steile slechte smalle wegen en het was er minder groen. Het eerste stadje wat we passeerden was La Palma. Een stadje met prachtig beschilderde voorgevels van de huizen. Helaas was de doorgangsweg smal en steil en was er nergens plaats om te parkeren! Doorgereden naar het koloniale bergstadje Suchitoto. Hier hebben we een overnachtingsplek gevonden bij Centro Arte para La Paz van zuster Peggy. Het Centro Arte para la Paz doet veel aan vrijwilligers werk, scholing en bevordering van de creativiteit onder de kinderen van Suchitoto.

In Suchitoto hebben we nog enkele mensen gesproken die graag over de burgeroorlog wilden praten. De burgeroorlog is  begonnen na de liquidatie van aartsbisschop Oscar Romero. Men heeft toen de conclusie getrokken dat wanneer er een priester tijdens het opdienen van de mis wordt gedood het leven van een gewone burger niets waard is! De rebellen hebben zich toen verenigd in de FMLN en de burgeroorlog was een feit. Het leger voerde regelmatig massamoorden in de dorpen uit om te proberen de rebbelen te ontregelen. Zij waren afhankelijk van informatie van de boeren. De guerrillastrijd vond hoofdzakelijk plaats in de bergen tussen Suchitoto en Perqiun. In 1992 eindigde de burgeroorlog.

Op diverse plaatsen in El Salvador zijn museums en andere Memorials van de burgeroorlog die je kunt bezoeken. Wij hebben hier in Suchitoto een film over de oorlog bekeken en zijn wezen lunchen in het Guazapa Café dat eigendom is van een ex-guerrillastrijder Kenia Ramirez. Hij heeft onder de veranda allerlei oorlogstuig staan die hij na de oorlog heeft verzameld. El Salvador doet op een kleine manier aan oorlogstoerisme. Je kunt je natuurlijk afvragen of het juist is dat het lijden van mensen als een toeristische attractie geëxploiteerd word! Om verschillende redenen denken wij van wel. Toerisme is een eerlijk inkomen voor de lokale bevolking en de herinnering kan de jeugd van vandaag bewust maken dat oorlog en geweld niets oplevert.

Suchitoto is een erg leuk koloniaal stadje met super vriendelijke mensen. Iedereen groet elkaar hier en ons dus ook. Mensen zijn opgewekt en komen een praatje maken. Ze bedanken ons dat we hun land bezoeken. In het weekend werden er op sommige plaatsen straten afgezet en nadat men eerst met elkaar muziek had gemaakt werd er voor de kinderen een film gedraaid. De kersttradities hier in El Salvador zijn een beetje anders dan zoals wij deze kennen. Op 23 december was er ‘s avonds een processie waarin kinderen een Maria en Jozeffiguur door het centrum van Suchitoto droegen gevolgd door vele mensen met een kaarsje. Er word bij diverse restaurants en hotels aangegaan en omdat het koud is in december drinkt men daar dan een vruchtenpunch. Kerstavond (24 december) is hier de belangrijkste dag van kerstmis. Men gaat naar de kerk met de familie en eet daarna met zijn allen thuis een feestmaaltijd. Om 0.00 uur is er overal veel vuurwerk.

Tweede kerstdag zijn we weer verder gegaan. In San Martin moesten we door smalle straatjes met aan allebei de kanten geparkeerde auto’s en/of marktkraampjes rijden voordat we op de Panamericana kwamen. Het duurde wel een uur voordat we de stad doorkruist hadden. Via een landelijke route over smalle bergweggetjes en door kleine dorpjes kwamen we bij Joya de Ceren. Dit is het Pompeii van Midden Amerika en staat op de wereld erfgoedlijst van de Unesco. Hier is een boerendorpje rond 600 na Christus onder een 7 meter dikke laag lava verdwenen. Het dorp was kort daarvoor al verlaten door de bewoners vanwege een aardbeving. In 1976 is het toevallig ontdekt bij de bouw van graansilo’s. Er waren nog een tiental archeologen aan het spitten,krabben met vorken en vegen met bezemtjes. Wij vonden dat er nog maar weinig te zien was en na een kwartier waren we al weer vertrokken.

Onze laatste bestemming in El Salvador was Barre Santiago, een strook land tussen een lagune en de zee. Bij Mercendero Don Antonio een plekje gevonden om te overnachten.  AMBAS is een vrouwenorganisatie die hier de schildpadden beschermd en probeert de bevolking ervan te overtuigen dat ze geen schildpaddenvlees en eieren moeten eten. We mochten hier wat net geboren zeeschildpadden uitzetten zodat deze naar zee konden lopen. Het is heel bijzonder om te zien dat de schildpadjes zodra ze op het strand zijn direct weten welke kant ze op moeten om de zee te bereiken. Het weekend was er een groot muziekfestijn op het strand ter ere van de schildpadden. Dat dit festijn nu juist op het strand moest plaats vinden hebben we niet goed begrepen!  Na 2 heerlijke dagen tussen de plaatselijke bevolking zijn we richting Guatamala vertrokken.

El Salvador is ons erg goed bevallen en we hebben ons er geen moment onveilig gevoeld. We horen van velen en lezen het ook dat veel Overlanders in een paar dagen van Guatamala naar Costa Rica rijden of omgekeerd natuurlijk of het helemaal mijden. Waarom???? Als er in Europa aanslagen zijn met veel doden tot gevolg lopen we de dag erop ook weer gewoon in die stad rond. Wij hebben in El Salvador genoten van de geweldig vriendelijke mensen die je komen bedanken omdat je hun land komt bezoeken. Helaas zijn we er maar 8 dagen geweest omdat we onze oud op nieuw viering gepland hadden in Antigua in Guatemala.

Guatemala
Aan de grens verliep alles overzichtelijk en dit keer zonder problemen. De T.I.P. kostte 160 Quetzales, de lokale munt, en moest betaald worden op de bank. Helaas wisselden ze op de bank geen geld en werden we door de bankbediende verwezen naar een van de vele zwart wisselaars die buiten rond liepen! Nadat we gewisseld en betaald hadden was de T.I.P. snel geregeld en konden we Guatemala in. Guatemala is ook al weer een land wat decennia lang gebukt ging onder een bloedige burgeroorlog waar vele burgers het slachtoffer van zijn geworden. Het is nu rustig in het land maar de corruptie viert nog altijd hoogtij!

Onderweg naar Antigua kwamen we door de streek die afgelopen juni getroffen was door de vulkaanuitbarsting van de vulkaan Fuego. We zagen een dorp wat volledig was overspoeld door een lavastroom waarbij meer dan 400 mensen zijn omgekomen. Het was erg indrukwekkend wat een hete lavastroom allemaal kan aanrichten. Huizen, wegen, bruggen, bossen en alles wat de stroom tegenkomt word vernield en/of verbrand.

In Antigua konden we parkeren op de parkeerplaats van de toeristenpolitie. Deze lag op loopafstand van alle bezienswaardigheden in de stad. De stad is beroemd vanwege de mix van ruïnes, de overblijfselen van 2 aardbevingen in 1773 en mooie koloniale huizen en gebouwen. We zijn de stad extra rond oud en nieuw gaan bezoeken omdat we wisten dat hier meerdere Overlanders waren om eventueel samen de jaarwisseling mee te vieren.  We waren inderdaad met meerdere Overlanders maar er was geen belangstelling om iets samen te doen. We lagen dus al  ver voor 0.00 uur in bed. Van slapen kwam echter niet veel want om 0.00 uur was er een oorverdovend vuurwerk in de hele stad. Ook hoorden we urenlang sirenes. Op nieuwjaarsdag was er om 12.00  en 18.00 uur nogmaals veel vuurwerk. Tijdens het nachtelijke vuurwerk zijn er 12 panden en winkels in vlammen opgegaan. Vandaar dat we ook urenlang sirenes hadden gehoord.

Na 5 dagen genieten in Antigua zijn we vertrokken  naar Panajachel aan het Lago Atitlan. De route er naar toe was erg avontuurlijk. Deze ging over smalle steile bergwegen en door dorpjes met hele smalle straatjes waar we ons met ingetrokken spiegels doorheen moesten manoeuvreren. Ook moesten we door een rivier omdat een brug tijdens hoog water verdwenen was. Gelukkig was er nu geen hoog water en konden we door het riviertje rijden. Onderweg kregen we ook nog  te maken met wat oponthoud. Voor ons gebeurde een ongeluk met twee vrachtwagens en later kregen we ook nog te maken met een landslide.

In Panajachel bij Hotel Tzanjuyu Bay een prachtige plek aan het Lago Atitlan gevonden met uitzicht op de 3 vulkanen ; Atitlan, Toliman en San Pedro. Panajachel is een zeer toeristisch plaatsje met veel buitenlandse inwoners en toeristen, veelal ook wat alternatief. We hebben er een boottocht gemaakt naar 4 dorpjes die aan het meer liggen. Eerst naar San Marcos, een klein dorpje wat bevolkt was met veel alternatievelingen. Daarna naar San Juan en San Pedro, dorpjes met de oorspronkelijke bevolking, de Maya’s. Santiago Atitlan was de laatste plaats die we aandeden met de boot. Hier hebben we een stadstoer gemaakt in een tuk tuk. Ook hebben we Maximon bezocht. Maximom is een heidense heilige en voor de Maya’s erg belangrijk. Hij is gekleed in westerse kleding en heeft een vilten hoed op. Hij heeft altijd een sigaret in zijn mond en een fles drank op zijn schoot. Hij verhuisd een maal per jaar in mei van plaats en dat regelen de confradias, de ouderlingen. Er zijn regelmatig ceremonies in het “huis” van Maximom en tijdens ons bezoek was er ook zo’n ceremonie aan de gang.

Op vrijdag is er in Solola een grote weekmarkt die een bezienswaardigheid zou zijn. We zijn met de kippenbus, een kleurrijke uitgerangeerde Amerikaanse schoolbus naar Solola gegaan.  We hebben veel mooi geklede mannen en vrouwen gezien de weekmarkt viel erg tegen. De overdekte markthallen waar de hele week markt is waren wel gezellig en druk.

Vanuit Panajachel zijn we naar Coban vertrokken. De eerste 20 kilometer naar de Panamarican was op sommige plaatsen zo steil dat we in de eerste versnelling omhoog moesten. Op de Panamarican aangekomen moesten we over passen van 3000 meter en konden we genieten van mooie uitzichten. In Huehuetenango zijn we rechtsaf geslagen om dwars door de Sierra de los Cuchumatanes naar Coban te rijden. Het was een prachtige route die over hoge bergen en door diepe dalen ging. We kwamen door kleine zeer authentieke dorpjes met smalle steile straatjes. De weg was deels verhard en deels onverhard en ging dwars door de jungle en over hoge steile bergen. Hier kregen we te maken met het ruige berglandschap waar Guatemala om bekend staat. Hier zagen we ook veel armoede, mensen die in hutjes wonen van afval hout en verder niet veel hebben. Onderweg hebben we bij een tankstation overnacht omdat we Coban niet bij daglicht konden halen.

In Coban hebben we overnacht in een mooi stadspark, een junglepark midden in de stad! De stad Coban ligt in een arme streek en heeft niets te bieden.  Na een wandeling door het centrum hadden we het wel gezien. Het enigste opvallende was rijen met mensen voor consulaten om te proberen aan papieren te komen om Guatemala te verlaten. Coban ligt in de meest natte streek van Guatemala. We werden dan ook weer direct getrakteerd op veel regen!

Vanuit Coban konden we op drie verschillende manieren naar Rio Dulce. De weg die we wilden rijden werd echter door vijf verschillende routeplanners niet aangegeven. Uiteindelijk op het allerlaatste moment toch besloten om deze off-road route toch te gaan rijden. De route via de noordzijde van lago Izabal voerde ons eerst door de vallei van de  Popochic rivier. Deze route was  onverhard en ging van 1500 meter hoogte naar zeeniveau. Wederom werden we geconfronteerd met de armoede en de uitzichtloze situatie van veel mensen op het platteland. We begrijpen dat mensen elders hun geluk proberen te vinden, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten.

Onderweg kwamen we bij een brug die in een zeer slechte staat verkeerde en die eigenlijk afgesloten was. Dit was de reden dat alle routeplanners deze route vermeden. We zijn er toch overheen gereden, maar het kostte wel wat zweetdruppels! Onderweg werden we nog verschillende keren tegen gehouden door kinderen en later ook volwassenen die de weg geblokkeerd hadden met stukken hout. Ze vroegen om geld en na het geven van een paar muntjes mochten we dan weer verder. Vlak voor Rio Dulce was er een echte wegblokkade. De mensen blokkeren de wegen als protest tegen de corruptie van de regering en de zeer slechte levensomstandigheden. Deze blokkade was er al de gehele dag en er stonden aan weerszijden kilometers lang veel vrachtwagens op de weg. Omdat de politie met de smartphone stond te spelen en ons niet snel genoeg in de gaten had zijn we de hele rij vrachtwagens gepasseerd tot we voor in de rij kwamen te staan. Omdat bussen wel verder mochten en wij nu dus de weg versperden voor de bussen hadden we geluk en konden we verder om de weg vrij te maken voor de bussen. In Rio Dulce aangekomen konden we bij Bruno’s Marine op de parkeerplaats overnachten. Hier troffen we Klaus en Johanna, een Duits Overlander echtpaar met een 1017 Overlandtruck. Er werd natuurlijk weer veel info uitgewisseld onder het genot van een koel biertje op het terras.

Een boottocht naar Livingston, een dorp wat alleen via het water te bereiken is, was een belevenis. We voeren langs Castillo San Felipe een verdedigingsfort uit de Spaanse tijd, haalden nog wat toeristen op om weer terug te keren in Rio Dulce. Hier mochten de lokale reizigers ook aan boord en zo zat de boot mooi vol! De reis vervolgde over een brede Rio Dulce dwars door de jungle met uitlopers door de mangroven. We zagen onderweg veel vogels en zelfs iguanas in de bomen zitten. Onderweg zagen we ook prachtige huizen en lodges met grote dure jachten en zeilboten. Soms op nog geen 10 meter verder woonde een lokaal gezin in een houten huis met bijna niets. Hier woonden de miljonairs tussen de lokalen. Hoe lang zal het nog duren voordat de lokalen hier ook moeten verdwijnen voor de macht van de rijken???

Livingston is een  Garafunadorp. Garafuna betekend zwarte Cariben. In 1635 leden 2 Spaanse schepen schipbreuk bij het eiland Saint Vincente. De Garifuna’s zijn de  afstammelingen van de schipbreukelingen die van oorsprong uit Nigeria komen. Zij leefden eerst vrij op Saint Vincent maar zijn in 1796 gedeporteerd naar Roatan in Honduras. Hier zijn ze aan hun lot overgelaten en uiteindelijk zijn de overlevenden naar Trujillo gebracht. Nu leven er Garifuna’s van noord Nicaragua tot en met Belize aan de Caribische kust. Het dorp had buiten de Garifuna’s die er tussen de souvenirkramen leefden niets te bieden. Het enigste wat we mooi vonden was het haventje en de visdrogerijen. Ook de boottocht terug was het genieten van het mooie natuurschoon totdat we in een hevig noodweer belanden. Helemaal ingepakt in stukken zeil kwamen we toch nog drijfnat aan in Rio Dulce! Daar na een warme douche nog even van het dagelijkse “happy hour” gebruik gemaakt en ons klaar gemaakt voor het vertrek de volgende ochtend.

Vanuit Rio Dulce naar Poptun gereden waar we ons geparkeerd hebben bij Finca Ixobel. Finca Ixobel was een oase van rust net ten zuiden van Poptun. De Finca (boerderij) is opgezet door het Amerikaanse echtpaar Mike en Carol Devine. Mike is in 1990 vermoord door het leger. Waarom hij vermoord is, is nooit bekend geworden. Carol is gebleven en heeft de Finca verder opgebouwd. Momenteel hebben ze alleen nog maar paarden en is de Finca verder uitgebouwd met luxe en simpele appartementen en een geweldig goed restaurant. Bij controle van de camper zag Ton dat de rechter achterband  aan de binnenkant was gescheurd. Deze moest dus veiligheidshalve maar direct gewisseld worden en snel werd besloten dat dit meteen de gelegenheid was om  de 3 overgebleven banden ook even te wisselen. We kregen hulp van Ian een Engelse Overlander. Omdat er in het weekend in het restaurant een heerlijk buffet geserveerd werd zijn we tot na het weekend gebleven om de dag erop te vertrekken richting Flores.

Amper een half uurtje onderweg kwamen we weer bij een weg blokkade uit! Hier hebben we samen met honderden anderen meer dan 6 uur staan te wachten voor we weer verder mochten/konden. Er werd gesproken over de president en de corruptie in het land. De President wil een corruptiecommissie van de V.N. het land uitzetten omdat de wandelgangen van de president nu onderzocht worden. Hier is de bevolking erg boos over wat ze uiten door dagelijkse blokkades van wegen in het hele land. Nog voor het donker in Flores aangekomen waar een groot feest gaande was ter ere van “de zwarte Jezus”  Flores is een stadje op een eiland in het Lago Peten. Via een brug is het stadje te bereiken. Het was een erg gezellig koloniaal stadje.

Na een paar dagen weer verder richting de Tikal ruines. Tikal een van de hoogtepunten van Guatemala mag je niet missen dus ook wij moesten er heen. Tikal is een Maya ruïnestad midden in de jungle. Ooit hebben hier rond de 100.000 mensen gewoond. Waarom de Mayasteden zijn verlaten weet men niet precies. Men denkt aan
overbevolking met als gevolg uitputting van de landbouwgronden en/of langdurige droogte en hongersnood.
We waren al om 6.00 uur aan het wandelen om boven op tempel 4, de hoogste, bij zonsopkomst de andere piramidetoppen bij het optrekken van de ochtendnevel te kunnen zien. Ook de rest van het complex was heel bijzonder. Veel hoge piramides kon je beklimmen en dan had je een mooi uitzicht over de jungle en de andere piramides. Maar ook het wandelen door de jungle van de ene naar de andere tempel was mooi. De verschillende plaza’s, de palacio’s en de verloren wereld waarin we brulapen, slingerapen en nog veel meer andere dieren tegen kwamen waren het bezichtigen waard. Na 6 uur continu lopen en klimmen hadden we het wel gezien. Eerst hadden we nog het voornemen om met zonsondergang terug te gaan omdat je dan mooiere foto’s kunt nemen, maar daar hadden we de puf niet meer voor.

Na een heerlijke verfrissende douche op de camping zijn we weer vertrokken uit Tikal. We zijn teruggereden naar El Remate, een klein dorpje aan het Lago Peten. Hier hebben we een heerlijk weekend door gebracht op een graslandje direct aan het meer. Het was een komen en gaan van vrouwen die de was kwamen doen en daarna een bad namen in het meer. Andere families kwamen met de auto jerrycans water halen uit het meer en namen ook meteen een bad. Daar waar ze woonden was geen water en het drinkwater moesten ze kopen en dat was erg duur, Vandaar dat het meer hun watervoorraad, ligbad en hun wasmachine was. Na het goede voorbeeld  hebben wij hier de was ook maar gedaan. Na bijna 4 weken eindigde hier ons verblijf in Guatemala. We hebben genoten van dit verrassend mooie kleurrijke ruige bergland.

Belize
Grensovergang Belize: Het moet niet gekker worden!!! We kregen namelijk geen Tempory Import Paper omdat de kentekenbewijzen van de camper en de motor in het Nederlands zijn! We konden dus Belize niet in en terug naar Guatemala was ook geen optie! Na veel discussie mochten we terug komen als de kenteken bewijzen door een beëdigd tolk in het Engels waren vertaald en ondertekend. Deze hebben we zelf vertaald en ondertekend waarna het voorzien van een stempel werd goedgekeurd. Met 3 uur vertraging konden we eindelijk Belize inrijden!

Belize het twee na kleinste land van Midden Amerika en het heeft  maar 400.000 inwoners. Het is pas sinds 1981 onafhankelijk van Engeland en heette toen Brits Honduras. Het is het enigste land in Midden Amerika waar men Engels spreekt.

Onze eerste stop was in San Ignacio, 12 kilometer over de grens waar we een plaatsje hebben gezocht op camping Mana kai. De eerste indruk was meteen dat de mensen erg vriendelijk waren en een easy going sfeer uitstraalden. We zijn begonnen met het zoeken naar een supermarkt om de koelkast weer te vullen. Je mag namelijk geen verse levensmiddelen, vlees, groente, fruit en alcoholische versnaperingen  invoeren in Belize. Deze keer hadden we ons hier netjes aan gehouden, dus hadden we niets meer te eten en te drinken!

In San Ignacio hebben we een iguana project bezocht. Hier worden gewonde iguana’s opgevangen en als ze hersteld zijn worden ze weer uit gezet. De hier geboren iguana’s worden als ze 4 maanden oud zijn in het wild uitgezet. Behoudens veel informatie over het leven van de iguana hield het niet veel in. Het project was een onderdeel van een zeer luxueus hotel waar de Engelse Koninklijke familie wel eens verbleef. Waarschijnlijk was de entree prijs daarom compleet overpriced!

Na 3 dagen in het relaxte San Ignacio zijn we vertrokken richting Caracol, een Maya ruïnestad diep in de jungle. Vanaf de verharde weg moesten we 80 kilometer dwars door de jungle over een onverharde soms zeer slechte weg. Onderweg overnacht bij de Pine Ridge lodge. Deze lodge /camping lag midden in het Nationaal Park Pine Ridge Mountains. Onderweg zagen we veel afgebrande boomstronken en veel open vlaktes. Van Neil de eigenaar van Pine Ridge Lodge hoorde we dat ze een 30 jaar geleden de pijnboombossen afgebrand hebben omdat deze bedreigt werden door een rode kever. Het bos begint zich nu langzaam te herstellen. De volgende morgen zijn we naar Caracol door gereden. De Mayastad was ooit bewoond door meer dan 100.000 mensen en was de grootste Mayastad van Belize. Wat er op dit moment van de stad is opgegraven is nog niet veel dus na een uurtje hadden we het gezien. Vervolgens weer  terug gereden naar de Pine Ridge Lodge om daar nog eens te overnachten.

De volgende morgen de laatste 30 kilometer afgelegd naar de teerweg. Hier hadden we meer tijd voor nodig omdat het ‘s nachts geregend had en de weg dus op sommige klei gedeeltes erg modderig en spekglad was. De “Jan de Rooy” in Ton kwam weer naar voren en voor hem was het weer genieten! Net voor Belmopane, de hoofdstad van Belize, bij Rockfarm het weekend doorgebracht. Het is een super rustige farm waar het Belize vogelopvangcentrum is onder gebracht. Veel vogels vooral papagaaien gezien die gewond waren en hier herstellen om vervolgens weer te worden uitgezet.

De volgende bestemming was Hopkins aan de Caribische kust. Via de Hummingbird Highway die zich door een heuvelachtig groen landschap slingert kwamen we aan in Hopkins. Hopkins is een  klein Garifunadorpje waar we aan zee een mooi plekje vonden. We kregen al snel een Afrika gevoel met al de donkere mensen die vrolijk goedendag kwamen zeggen en een praatje kwamen maken. Ook kwamen er elke dag wel enkelen langs die vroegen of we interesse hadden in marihuana! Later in de middag kwamen er nog enkele Overlanders  bij ons staan uit Frankrijk en Duitsland. Het was erg gezellig en er werd veel info met elkaar uitgewisseld. We hebben 3 heerlijke dagen doorgebracht op dit plekje en regelmatig een duik genomen in het warme heldere water van de Caribische zee. Ton is ook nog een eind met de mountainbike op pad geweest en kwam in een zeer luxueus gedeelte terecht waar de rijke Amerikanen en Canadezen hun zeer luxueuze huizen hadden staan waarbij ook zeer luxueuze jachten lagen!

Vanuit Hopkins vertrokken naar Gales Point. Onderweg een stop gemaakt bij de fabriek van Marie Sharp waar de wereld beroemde hete sausen, jams en chutneys worden gemaakt. Na van alles te hebben geproefd konden we natuurlijk niet vertrekken zonder het nodige te kopen. Vervolgens hebben we de Manatee Highway gevolgd naar Belize City. Deze Highway is onverhard en soms zeer slecht. Onderweg een afsteker gemaakt naar Gales Point. We wilden hier een Manatee tour gaan maken en daar dan ook blijven  overnachten. Manatees zijn  in het Nederlands zeekoeien, een groot zoogdier wat zowel in zoet als in zout water leeft maar inmiddels bedreigd word. Helaas mochten we op het enigste plekje waar we konden parkeren niet overnachten en ook was het niet zeker dat we de manatees zouden zien. Dat heeft ons doen besluiten om geen dure tour te gaan maken en verder te rijden.

Belize City was eens de hoofdstad van Belize, maar na een orkaan in 1961, die de stad volledig verwoeste, is er een nieuwe hoofdstad gebouwd 70 kilometer land inwaarts, Belmopane. In Belize City vonden we achter het Radisson Hotel aan de boulevard een mooi plekje aan zee. Belize City is geen bijzondere stad en bruist alleen op de Cruiseschipdagen zo als ze het zelf noemen. Op dinsdag, woensdag en donderdag liggen er een of meer cruiseschepen op rede voor de stad. Vanaf deze schepen komen er duizenden toeristen aan land om iets te gaan ondernemen in of buiten de stad. Met tientallen oude touringcars worden ze dan naar de dierentuin of naar de ruïnes vervoerd. Degenen die niet met de bussen meegingen liepen een beetje in de stad rond en vonden ons als toeristische attractie! We hebben dus weer veel (in onze ogen domme) vragen moeten beantwoorden. Na 2 dagen hebben we de camper achter gelaten om met de watertaxi een paar dagen naar Caye Caulker te gaan om daar te gaan snorkelen. Op de Cayes , eilandjes voor de kust van Belize, zijn erg toeristisch met de vele hotels, hostels, bars en restaurants alle faciliteiten aanwezig om te gaan snorkelen en/of te gaan duiken.

Voor de kust van Belize ligt het Meso-Amerikaanse Barrier Rif dat 1000 kilometer lang is en het twee na grootste ter wereld is. Het strekt zich uit van Cancun in Mexico tot de eilanden Utila en Roatan in Honduras. Na een oriëntatierondje op het kleine eiland hebben we een snorkeltour geboekt. Het was echt fantastisch! We hebben gezwommen tussen reuze zeeschildpadden, diverse soorten roggen, verpleegsterhaaien, mooie gekleurde vissen en erg mooi koraal. Verder hebben we er veel tarpons gezien. Dit zijn  hele grote vissen die vaak gevangen worden als je gaat zeevissen en deze vissen zijn in staat om zowel in zoet als in zout water te leven. Ook zijn we op een plek geweest waar we zeepaardjes konden zien. Na twee dagen in een hotel wat ons sowieso nooit bevalt zijn we weer met de watertaxi  terug naar Belize City gevaren waar de King op ons stond te wachten. Nog wat boodschappen gedaan en de volgende ochtend vertrokken naar Orange Walk Town.

Hier hebben we een boottocht over de New River naar de Maya ruïne stad Lamanai gemaakt. Onderweg zagen we veel vogels waar onder een snailpiper, vleermuizen, nachtuilen, reigers en kleine krokodillen. Onderweg kwamen we nog langs het Mennonietendorpje Shipyard. In de Mayastad Lamanai diep in de jungle hebben we een rondleiding gehad met een gids en zijn een hoop te weten gekomen over hoe de Maya elite hebben geleefd.  Zo kwam er na twee en een halve week een einde aan onze reis door Belize.

Mexico                                                                                                                                                                                 Schreven we bij het grensgebeuren in Belize dat het niet gekker moest worden, nou het kan nog gekker!!! Om in Mexico een Tempori Import Paper voor 10 jaar te krijgen moet op het kentekenbewijs staan dat het een kampeerwagen is. Nu word dat op het Nederlandse kentekenbewijs aangegeven met de volgende Code: M1/SA. Als de douane deze code op de computer intikt kwamen er alleen maar tanks naar voren! Ook een conformiteitsverklaring hielp niet! Het hoofdkantoor van de Banjercito in Mexico City is zelfs ingeschakeld om de douaniers ervan te overtuigen dat het geen tank is en deze afkorting echt staat voor kamperauto! Na 4 uur wachten kwam er dan eindelijk toch een positief bericht uit Mexico City: we rijden rond in een kampeerauto en niet in een tank! Dat laatste zou overigens ook wel leuk zijn geweest! We hebben nu een TIP tot februari 2029 en kunnen dus 10 jaar zonder problemen in Mexico blijven.

Volgens de reisgidsen behoort Mexico tot noord Amerika en hebben we onze reis door midden Amerika er nu op zitten. Dat Mexico een ander land was dan Belize en de overige landen in midden Amerika merkten we meteen. Een goede infrastructuur met veel verkeer en winkels waar weer van alles te koop was. Onze eerste stop was bij de Amerikaanse supermarktketen Walmart, waar we flink hebben ingeslagen omdat we bijna “niets” meer op voorraad hadden! Bij de laatste grensovergangen mochten we namelijk geen verse voedingsmiddelen meebrengen en in Mexico was alles stukken goedkoper. Vervolgens naar camping Yax Ha gereden die ten noorden van Chetumal aan zee lag. Hier een paar dagen geacclimatiseerd, heerlijk geluierd en in het zwembad verkoeling gezocht.

Een 30-tal kilometer verder ligt Lago Bacalar, het meer met de zeven kleuren. Hier een boottochtje gemaakt. Aangezien men ons niet had verteld dat er gezwommen kon worden onderweg hadden wij geen zwemspullen bij ons. Omdat wij ons niet prettig voelen om met kleren aan te zwemmen zoals de lokale bevolking hier doet zijn we in de boot blijven zitten. Gelukkig was er een grote koelbox met bier aan boord zodat we ons toch hebben vermaakt! Na 3 uurtje waren we weer terug bij de camper. Na 2 dagen Bacalar  ons verplaatst naar Buanavista een heel klein dorpje aan het noorden van het meer. Hier 2 dagen aan het meer gestaan en heerlijk kunnen zwemmen in het prachtige helder blauwe/groene water.

Vanuit het Lago Bacalar zijn  we naar Mahauel aan zee gereden. Dit zou een toeristendorpje in opkomst zijn, maar dat was volgens ons toch wel al heel lang geleden. Elke dag meerden er 2 tot 3 cruiseschepen in de haven aan en werd het dorpje overspoeld met de hoofdzakelijk Amerikaanse passagiers. Het zijn goedkope Cruises waarbij alles gratis is behalve de alcoholische dranken. De boulevard puilde uit en iedereen probeerde er een slaatje uit te slaan. De diverse restaurants, de vele bars, honderden massagetafels  op het strand, duizenden dezelfde souvenirkramen, honderden ligstoelen naast elkaar op het strand beconcurreerde elkaar. De verkoop van drank verliep ook prima bijna iedere cruisseganger liep met een cocktailglas of fles bier in de hand rond. Op de camping waar we stonden was het gelukkig lekker rustig en was aangenaam vertoeven met een heerlijk zeebriesje.

Uxmal, bijna aan de andere kant van het schiereiland Yucatan was ons volgende reisdoel. Uxmal ligt in het binnenland en daar is het een graad of tien warmer dan aan de kust. Het was zo’n 35 graden bij een hoge luchtvochtigheid dus was het weer even wennen! Toen we aankwamen en de motor uitzetten hoorden we lucht ontsnappen en dat betekende dat er weer gesleuteld moest worden alvorens weer veilig verder te kunnen. De volgende morgen de Maya Ruïnes van Uxmal bezocht. Deze waren wederom erg mooi. Na ander half uur hadden we alles wel weer gezien en zijn we gaan sleutelen. Al snel was er duidelijk wat er aan de hand was. Een knelkoppeling aan de luchtcompressor lekte lucht. Omdat we geen reserve bij ons hebben heeft Ton dit op de Afrikaanse manier gerepareerd. Dit betekend een draadje er omheen draaien en de koppeling lekte niet meer!  We konden weer zonder problemen verder!

Binnendoor over smalle secondaire wegen zijn we naar Campeche gereden. Het aantal verkeersdrempels (TOPE’S) die we hier tegenkomen is abnormaal. In ieder dorp, bij iedere kruising, bij iedere school en/of ziekenhuis en bij ieder huis hebben ze drempels in allerlei soorten en maten. Het vergt veel opletten om er geen te missen. In Campeche  bij de Walmart overnacht. In de vroege ochtend zijn we de koloniale binnenstad gaan bezichtigen. Die was mooi, maar we krijgen ondertussen de indruk dat we een beetje verzadigd raken! Buiten het centrum lag de markt die we natuurlijk ook bezocht hebben. Als culinaire levensgenieters kunnen we van de markten met de verse vis, het verse vlees en de verse groenten en fruit nog steeds genieten. Voor ons blijven deze altijd leuk en gezellig.

Na 2 dagen zijn we naar Celestun, een dorpje aan de rand van een natuurgebied waar veel flamingo’s zitten vertrokken. Onderweg zijn we in in Pomuch een Maya dorpje gestopt om het kerkhof te gaan bekijken. Pomuch heeft een heel bijzondere traditie rondom hun doden. Na 3 jaar wordt het lichaam op of rond Allerzielen uit de grafnis gehaald en maakt de familie de botten en schedel schoon. In een klein kistje voorzien van een mooi geborduurd kleedje word het skelet in een open kistje in een open nis met bloemen bij gezet. Vanaf nu wordt elk jaar op Allerzielen het kistje uit de nis gehaald, het skelet weer  schoongemaakt en voorzien van een nieuw kleedje. Het was een zeer bijzondere soms lugubere ervaring om over een kerkhof te lopen waar je overal schedels en botten ziet liggen soms zelfs nog met haren en gemummificeerde stukken huid.

In Celestun, een stoffig vissersdorpje hebben we met de eigenaar van de camping in zijn motortaxi een flamingo tour gedaan. De flamingo’s zijn hier oranje gekleurd. Naast het feit dat Celestun een stoffig vissersdorpje is is het ook een erg vervuild dorpje. We hadden de indruk dat er nog nooit een vuilniswagen was geweest. Overal veel vuilnis en weggewaaid plastic. Ieder stukje brak land was uitgegroeid tot een vuilnisbelt en overal hing een vieze penetrante geur. Nadat we er onze watertank weer gevuld hadden zijn we naar Progreso gereden.

Progreso is een grotere havenstad aan de golf van Mexico. We vonden een mooi plaatsje aan de Malecon. Hier hebben we een heerlijk weekend tussen de Mexicanen en dagjes mensen uit Merida doorgebracht. We werden veelvuldig aangesproken door Amerikaanse of Canadese overwinteraars die hier in de winter de zomerhuizen van de mensen uit Merida huren. In de zomer hebben de mensen uit Merida de huizen weer zelf nodig omdat het hier aan de kust een 10-tal graden koeler is dan in Merida. Merida ligt maar 25 kilometer verder in het binnenland, maar het temperatuurverschil is erg groot. Ook in Progreso lagen de Cruiseschepen weer aangemeerd!  Na 5 dagen luieren op het strand, mensen kijken, goed eten en drinken en wat rond wandelen in het centrum zijn we naar Merida vertrokken. Ze hadden onze parkeerplaats nodig voor de carnavals festiviteiten.

In Merida konden we wederom bij de Walmart overnachten. Juist geparkeerd werden we  aangesproken door Carlos, een inwoner van Merida die erg gecharmeerd was van onze camper. Na een half uurtje vertellen over onze reizen werden we uitgenodigd om de volgende dag bij hem en zijn familie te komen eten. Hij zou ons om 18 uur komen ophalen. Later bleek dat hij was vergeten dat hij jarig was en zijn vrouw had als verrassing een tafel gereserveerd bij een goed restaurant. Het eten bij Carlos thuis werd uit eten in een zeer chick restaurant vanwege zijn verjaardag. Rianne, de Nederlandse hulp voor de kinderen, die 2 maanden in het gezin werkt vanuit Work a Way, kwam ons dit vertellen. Onze beste kleding opgezocht en om 20.00 uur werden we opgehaald door Carlos met zijn vrouw, Rianne, en hun drieling. In het restaurant Porifrio’s voegde zijn 2 oudste dochters zich ook nog bij ons. We hebben chick en  super lekker gegeten en genoten van de gastvrijheid en vriendelijkheid van Carlos en zijn familie. Zoiets bestaat in onze ogen in Nederland niet meer! In Merida was er ook een huishoud accu stuk gegaan en aan Carlos de vraag gesteld of hij wist waar we een accu konden kopen. Carlos bood direct aan om de volgende morgen met Ton op zoek te gaan naar een goede accu.

De volgende ochtend heeft Ton met Carlos rond gereden en diverse bedrijven bezocht. Uiteindelijk besloten en afgesproken met verschillende bedrijven dat we in september terug komen. We kopen hier dan 4 nieuwe Gel accu’s en in een garage van een vriend van Carlos laten we deze inbouwen. Ook krijgt de King dan meteen een grote beurt zodat deze weer klaar is voor de komende jaren.  Carlos was er mee in zijn nopjes en zei: oké dan zien we elkaar in september weer! Wat een lieve behulpzame man zijn we toch weer tegen gekomen. De volgende morgen met een Uber naar het centrum van Merida gereden en hier rondgelopen in het koloniale stadscentrum. We merken dat we niet meer echt enthousiast worden en dat we echt een beetje verzadigd zijn.

Zaterdagmorgen zijn we naar Xmatkuil gereden, een dorpje net ten zuiden van Merida waar het carnaval van de stad gevierd word. Op de mega grote parkeerplaats vonden we vlakbij de ingang van een mega feestterrein een plekje met toestemming van de vele politie die er was. Carnaval wordt hier meer dan een week gevierd met optochten, muziek optredens van diverse genre’s, theatervoorstellingen en concerten van beroemde bands en zangers. Dit alles vind plaats op en rond een erg groot feestterrein/feestdorp. Eten en drinken is overal voor bijna niets te koop en al het andere is gratis! We zijn een keer ‘s avonds naar een lichtjesoptocht en een keer overdag naar een optocht wezen kijken. Nog nooit zoiets moois en kleurrijks gezien. Een keer werden we als speciale gasten uitgenodigd op een overdekt podium zodat we mooi in de schaduw konden zitten met een gratis hapje en drankje! We hebben er ook nog een concert en een theatervoorstelling bezocht, er heerlijk gegeten en genoten van de Corona”s Extra waar je met de carnaval per halve liter €1,25 moet betalen. We hebben ons er prima vermaakt. Wat een feestelijk, kleurrijk en muzikaal spektakel is de carnaval hier!! We hebben er vreselijk van genoten en gaan het in 2020 zeker nog een keer dunnetjes overdoen!

Na drie dagen feesten zijn we uit zelfbescherming maar weer verder gegaan om ons met een iets andere cultuur bezig te gaan houden. Chichen Itza de laatste Maya stad die we deze reis bezoeken was de volgende bestemming. Chichen itza zelf was weer bijzonder, maar had nog iets heel bijzonders. We liepen er de gehele route door een haag van souvenirs verkopers, die er meer waren dan ruïnes om te bekijken. Verder was het er ontzettend druk met allemaal Nederlandse en Duitse toeristen die de carnaval ontvlucht waren! Naast wintersport is een strandvakantie in Mexico een manier om de carnavalsvakantie door te brengen. Vanuit Cancun worden ze dan met honderden touringcars naar de ruïnes gesleept. Na een kleine 2 uurtjes hadden we het wel gezien tussen alle toeristen en souvenirverkopers en zijn naar Valladolid gereden.

In Valladolid konden we parkeren op een parkeerplaats naast het centrale plein, de Zocola. Ook hier was het nog carnaval welke bestond uit optredens van dansgroepjes van alle leeftijden op het afgesloten plein. Na een hele warme benauwde dag kregen we ‘s nachts te maken met enkele flinke regenbuien. Als je dan denkt dat deze verkoeling brengen dan heb je het mooi mis. Het werd nog benauwder en daarom de stad na een dagje ontvlucht richting zee. In Rio Lagartos op een openbare parking een prachtig plekje gevonden met zicht op de lagoon bij een heerlijk koel briesje. We zijn nog naar Los Colorados gereden waar we veel flamingo’s hebben gezien die hier naar toe komen om over een maand te gaan broeden hier. Verder waren er enkele roze meren. Het water kleurt roze vanwege het zout en de bacteriën die in het water zitten.

Cancun was ons eindpunt van deze reis. Op een camping hebben we de King gestald en zijn van hieruit naar huis gevlogen. In september starten we hier weer met naar alle waarschijnlijkheid een heel half jaar Mexico.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *