Afrika

Afrika 2012-2013

Namibië
Na 5 maanden werken was het al weer zover, we zijn begonnen aan onze 3e etappe in Afrika.
De vliegreis verliep niet geheel vlekkeloos. Nadat we in Berlijn nauwelijks waren vertrokken zette de passagier die voor Ton zat zijn rugleuning in de slaapstand. Dat was op dat moment geen probleem maar toen de drankjes en het eten kwamen wel! Een aantal malen op een nette manier gevraagd of hij de leuning omhoog wilde zetten zodat ik ook kon eten.” Nee” was zijn antwoord want hij had voor zijn stoel betaald. Nadat ik ook wat onvriendelijker werd gaf hij aan dat als iemand corpulent was deze maar 2 stoelen moest boeken. Toen brak de hel los en een steward moest er aan te pas komen om de boel te sussen en om de man te bevelen om zijn stoel recht te zetten tijdens de maaltijden. Ben nog verschillende malen met de echte “Arschloch” in discussie gegaan maar helaas zonder resultaat. Hij is nu dus de tweede die op mijn ……lijstje staat!

In Windhoek werden we opgehaald door Manfred Gorn waar we onze camper hadden gestald. Na een half uur stonden we oog in oog met onze Dancing King. De King had er zin in en sprong meteen aan evenals de motor. Toen snel richting Windhoek om te beginnen met de aanvraag van alle visums. Als eerste naar de Ambassade van de Republiek Kongo. Nadat we alles hadden ingevuld, een kleuren kopie van het paspoort en 2 pasfoto’s hadden ingeleverd kregen we te horen dat we de volgende morgen het paspoort al weer konden ophalen. Daarna even naar het Nederlandse consulaat om een “letter of recommendation” te halen die we nodig hadden voor het visum van de Democratische Republiek Kongo. Helaas konden we deze niet eerder ophalen dan vrijdagmorgen ondanks de smeekbede die we hadden gedaan. Later bleek dat het visum al op de dag van aanvraag was afgestempeld dus ook klaar was. Waarom we dus 4 dagen moesten wachten is een raadsel. Dat is TIA ( This Is Afrika).

Op Urbancamp in Windhoek en gastenfarm Elisenheim hebben we diverse leuke mensen ontmoet. Nu we er inmiddels 3 keer geweest zijn, zijn we bekenden geworden en krijgen we zelfs bezoek. Veel over Namibie geleerd en zeer mooie routes aanbevolen gekregen. Jupp en Doro ook nog ontmoet en deze zijn vast vooruit gereden richting Skeletoncoast.

Het weer in Windhoek was mooi, maar de nachten waren erg koud. We hadden zelfs een nacht het ijs op het water staan ‘s morgens. Dat fenomeen hadden we niet meer gezien sinds de winter van 2009! Overdag temperaturen van rond de 30 graden en ‘s nachts tegen het vriespunt. Heerlijk om te slapen.

Via een prachtige of- roadroute naar Spitskoppen gereden. Onderweg zagen we kudu’s, gemsbokken, warthogs en springbokken. Spitskoppen zijn rotsformaties met prachtige vormen. Op de rotsen leven de Kaapse Klip Dassies. We hebben er gebuschcampt en zijn de dag erop richting Hentiesbaai gereden. Hentiesbaai ligt aan zee en het was er erg heiig en koud. In Cape Cross bij een kolonie Kaapse pelsrobben gaan kijken. Naast veel lawaai produceerden ze ook veel stank! Bij Mijl 108 troffen we Jupp en Doro weer die aan het vissen waren. Helaas hadden ze niets gevangen dus werd het een avondje van water en brood. Vlak voor het Skeleton National Park hebben we op het strand overnacht. We zagen hier de voetsporen van jakhalzen en hyena’s, maar gezien hebben we ze niet. Er lag ook een ruggenwervel van een walvis op het strand.

Via de Skeletoncoast , zo benoemd omdat er veel scheepswrakken op het strand liggen  waarvan de schipbreukelingen het niet overleefden als ze aan land kwamen omdat er nergens water te vinden was, naar de Khowaribkloof gereden. Omdat we transit door het Nationaal Park reden hoefden we geen parkentree te betalen. De man gaf ons de permit en zei lachend dat is dan 170 Namibische dollars (17 euro). Toen we reageerde dat transit gratis was zei hij nog steeds lachend dat hij al “gratis” op de permit had staan. Het was het proberen waard want niet iedereen is hiervan op de hoogte.

Verder het binnenland in werd het weer warmer en zagen we  zebra’s, gemsbokken en springbokjes. In de Khowaribkloof op een mooie camping gestaan. Via Sesfontein de Ganamubrivier in gereden gevolgd door de Hoanib en deze gevolgd tot Amspoort. In de rivierbeddingen lopen veel 4×4 tracks. Het is erg zwaar rijden door het losse zand in de rivierbeddingen. We hebben voor het eerst veel lucht uit onze banden gelaten. Ton voelde zich weer een beetje Jan de Rooij met nog steeds te weinig pk’s en zonder sigaret! Het was ontzettend mooi en we hebben een aantal woestijnolifanten, giraffen en natuurlijk het nodige ander wild gezien. Na de Hoanib zijn we vervolgens de Tsuxabrivier in gereden. Toen we bij een groot kampvuur genoten van een welverdiende borrel kregen we nog bezoek van een man die safari’s organiseerde. We dachten alleen op de wereld te zijn maar dat was dus niet zo. We werden gewaarschuwd de volgende keer niet meer in de rivierbedding te overnachten. Het is gevaarlijk omdat wanneer het elders regent er binnen no-time een grote watergolf kan komen. Hij had ook nog enkele goede tips hoe om te gaan met de wilde olifanten en de ook nog daar aanwezige leeuwen!

De verdere tocht door de rivier was schitterend. In Puros een nachtje op een camping overnacht. Daarna weer over een 4×4 track in de Chumibrivier naar de “doorgaande” weg gereden. De weg was zanderig met erg veel stenen, diepe sleuven en zeer steile passen erin. Het was een beproeving voor ons en “de King”. De King had deze keer meer dorst dan zijn chauffeur en bijrijdster wat tot nu toe meestal andersom was. Hij liep maar liefst 1 op 2 en dat bij een dieselprijs van 1.10. tel uit je winst!

Onderweg in de Chumibrivier kwamen we een wegversperring tegen in de rivier. Overal zaten diepe gaten waaruit de mensen water aan het halen waren om het vee te laten drinken. Het zag er “zwart “van de koeien. De Himba’s hadden er een tijdelijke nederzetting gebouwd. Ook zagen we er veel Himbavrouwen. Deze vrouwen smeren zich in met een mengsel van rode klei en boter of olie tegen de zon. Hun haren vlechten ze op zeer speciale wijze waarna ze er ook de rode klei op smeren. Verder zijn ze sierlijk gekleed in alleen maar een lendendoekje van een geit of schaap. Wassen doen en mogen ze zich nooit. Ze reinigen hun onderlichaam door middel van een rookritueel.

In Opuwo hebben we onze ogen uitgekeken. De Himba’s en Herero’s liepen samen met donkere mensen en blanken door elkaar in de straten, maar ook in de supermarkten. Af en toe heb je het idee dat je in een nudistendorp rond loopt en dan weer in de vorige eeuw. De Hereovrouwen hebben lange jurken aan en kunstige hoofddeksels op. Deze kledingstijl is afgeleid van de missionarisvrouwen. Het is heel bijzonder om dit allemaal te zien. Ondertussen is duidelijk dat het verschil tussen een toerist en een racist ” een week Afrika” is. Het is namelijk een feit dat wanneer je langer in Afrika verblijft je een andere kijk op de mensen hier en op ontwikkelingshulp krijgt.

Verder hebben we van mensen vernomen dat men in het noorden een nieuwe manier van jagen heeft uitgevonden. Het wild word met jeeps een aantal dagen opgejaagd tot ze zo moe zijn dat men ze gewoon kan oppakken. De poten worden dan bij elkaar gebonden en de dieren worden dan meters hoog op pick-ups gegooid en naar de slachterijen gebracht. Op deze manier kan men ze ver vervoeren zonder koelwagens nodig te hebben. Verder vertelden ze dat de leeuwen die nog in het noorden leven regelmatig worden vergiftigd. Dit omdat de leeuwen het vee van de lokale bevolking doden en de regering niet bereid is om deze te vergoeden!

In Kamanjab zijn we op de Okki-koppi camping geweest. Deze wordt gerund door een voormalige overlander. Hij is een Belg en zijn vrouw een rasechte Limburgse uit Susteren. Als voormalig bouwvakker is hij nu barkeeper en zijn vrouw rund samen met enkele medewerkers de keuken. Ze vinden het leuk wanneer je daar komt overnachten en maken foto’s van de camper voor in een groot fotoboek wat bij de receptie ligt. Hierin kwamen we verschillende bekenden tegen! Men had er Wifi en zodoende konden we ook mooi onze website weer bijwerken en de mail checken. Het verblijf was gratis. Daarvoor ga je natuurlijk wel in het restaurant eten waarna je aan de bar nog een afzakkertje drinkt. Uiteindelijk heb je de camping dan nog goed betaald! Verder was er in het dorp ook nog de Impala Meatmarket. Hier hebben we nog het nodige overheerlijke wild ingeslagen.

De volgende bestemming was Ethosa. Onderweg kwam het gaspedaal niet meer terug en konden we nog alleen maar vol gas rijden. Nu is dat meestal toch wel noodzakelijk maar natuurlijk niet overal. Bij controle bleek de complete veer verdwenen te zijn. Ton had snel een noodoplossing bedacht en met een elastiek konden we zonder problemen verder. Eerst een nachtje buiten het park op Ethosa Safari Camp gekampeerd en ‘s morgens om 7.00 uur het park ingereden. Na wat te hebben rondgereden zagen we een grote groep leeuwen. Drie leeuwen, zeven leeuwinnen en ongeveer 7 welpen. Ze lagen heerlijk uit te buiken in de schaduw van een boom met nog rode koppen en poten van het bloed van hun prooi. Rond de waterplaatsen veel verschillend wild gezien. Alle campings in het park hebben een verlichtte waterplas waar ‘s avonds veel wild komt drinken. Hier hebben we weer leeuwen, zwarte neushoorns en diverse giraffen en olifanten gezien.

We hebben drie en een halve dag rondgereden in Ethosa waar we vreselijk van genoten hebben. Het wild loopt hier in ontzettend grote kuddes rond en deze kuddes moeten allemaal drinken bij de waterplassen. Daar zie je dan ook een ontzettend grote diversiteit aan wild wat prachtig is. Aan het gedrag van deze beesten kun je merken of er ook leeuwen of cheeta’s in de buurt zijn. Een keer was er een en al onrust tijdens het drinken en jawel, daar kwamen twee leeuwen aangeslopen. Alle dieren blijven dan geruisloos op hun plaats staan en observeren de leeuwen continu. De leeuwen hadden alleen maar dorst en lieten de dieren met rust.

Op een camping in Ethosa hadden we een bijzondere ontmoeting. Chantel gaat zwemmen en bij het water in gaan vraagt een vrouw in het Duits “ich ken dich doch”? Waarop Chantel de vrouw aan kijkt en roept “oh, du bist der Suzie”! Het bleken Suzie en Sepp te zijn die wij in 2005 in Oost Turkije ontmoet hadden en waar we vervolgens een week mee samen gereisd hebben tot in Qom. Daarna hebben we nooit meer contact gehad. Zo zie je maar weer dat de wereld is als een dorp; vroeg of laat kom je elkaar weer tegen.

Vanuit Ethosa zijn we naar Ondangwa gereden. Dit was onze laatste stop in Namibië. Op Nakambale community camp de laatste nacht doorgebracht. De camping en een bijbehorend museum werden gerund door 3 dames welke zich bij het voorstellen alle drie Maggie noemden. De jongste was de echte Maggie en de twee ouderen vonden dat zo’n mooie naam waardoor ze nu alle drie Maggie heten! Wel gemakkelijk voor ons. ‘s  Morgens hebben we flink inkopen gedaan in de stad omdat we van iedereen gehoord hadden dat alles heel erg duur is in Angola. Met de vriezer en koelkasten vol vlees, de kasten vol levensmiddelen en op elke ondenkbare plek in de camper verstopte drank zijn we richting Angola vertrokken. We dachten dat er in het noorden niemand meer woonde, maar nergens was zoveel bedrijvigheid en verkeer als hier. Wat ook opviel was het grote aantal kroegen en drankgroothandels. Zodoende kwam je op straat ook alleen maar grote vrachtwagens met bier tegen! Dit jaar zijn we dus 3 keer in Namibië geweest en alle drie de keren is het ons ontzettend goed bevallen. Wat ons betreft een aanrader voor een twee of drieweekse vakantie!

Angola
We hadden een” fixer” ingehuurd om ons de weg te wijzen in het doolhof van kantoortje naar kantoortje. 3 uur later en een paar duizend Kwanza’s lichter waren we in Angola. De eerste 50 kilometer ging over een vreselijke weg of eigenlijk geen weg. In Ondjava bij motel Villa Okapale gevraagd of we mochten overnachten. Dat was geen probleem en we hoefden zelfs niets te betalen. Onderweg konden we de sporen zien van de 30 jarige burgeroorlog die het land heeft geteisterd. Overal staan kapotte tanks en rupsvoertuigen langs de kant van de weg te roesten. Verder kenmerken de wegen zich door ontzettend veel autowrakken links en rechts van de weg. Waarom er niemand op het idee komt om deze op te halen en ze als schrot te verkopen is ons niet duidelijk. Je zou er waarschijnlijk schatrijk van kunnen worden. Waarschijnlijk leveren de olie, het gas en de diamanten nog meer op!

De volgende morgen weer vol goede moed op stap. De eerste 80 kilometer gingen over een prachtige teerweg. Nadat we in Xangongo hadden getankt voor 0.35  per liter (tanken is hier dus weer leuk) werd de weg weer ontzettend slecht. Met een gemiddelde snelheid van 20 km. per uur hebben we de volgende 120 kilometer afgelegd. Onderweg zagen we veel watergaten die men gegraven had om bij het grondwater te komen om zo het vee te laten drinken. De mensen zelf wasten er hun kleding en zichzelf in. Rondom de dorpjes was het een grote vuilnisbelt.

Gelukkig waren de laatste 180 km richting Lubango weer erg goed te rijden en arriveerden we toch nog net voor het donker in de stad. Iets buiten de stad hebben we op de  aardbeien farm camping Jamba gestaan. We werden zeer hartelijk door de managers Garry en Erika ontvangen. Zij hebben ons veel leuke zaken en tips over Angola verteld.

Na een dagje bijkomen van al het gehots zijn we weer op pad gegaan. Eerst op weg naar de Tunda Vala. Dit is een adembenemende kloof. Je kijkt zo 1000 meter naar beneden en je hebt er een schitterend uitzicht. Het verleden van deze kloof was minder fraai. Tot voor kort werden hier criminelen, deserteurs en rebellen geblinddoekt of neergeschoten of gedwongen van de rots af te lopen om 1000 meter naar beneden te storten.

De volgende stop was de Serra da Leba Pass. Deze gaat in haarspeldbochten 1000 meter naar beneden. Het was weer een leuk ritje voor Chantel. Het uitzicht van boven af was schitterend. Je kon de weg bijna in zijn geheel de berg af zien slingeren. In het dal zagen we mannen en vrouwen lopen met alleen een sarong aan. Van welke stam deze mensen zijn is ons niet duidelijk geworden.

In Namibe aangekomen hebben we op de vismarkt rondgekeken wat natuurlijk weer een kleurrijk gezicht was. Samen met Joep wat vis gekocht. Op het strand ten zuiden van Namibe de vis gegrild en er overnacht. Het was er erg koud die avond. De volgende morgen weer de woestijn in om eerst naar de oase Arco te gaan. Hier waren prachtige bogen die door de erosie waren uitgesleten in het zachte zandsteen. In de oase lagen twee meertjes waar de kinderen in speelden en waar gevist werd. Na het bezoek aan Arco begon het echte off-road werk weer. 2 Dagen door het zand, over stenen, bergje op bergje af met af en toe een stijgingspercentage van meer dan 30%, door bulldust en over wasbordtracks ploegen. Het rally gevoel steeg weer bij Ton.

Van Namibe zijn we via Arco naar Pediva gereden en vervolgens  via Cadolopopo weer terug naar Namibe. Prachtig was het. Het was vergelijkbaar met de route langs Lake Turkana in Kenia maar dan nog een graadje zwaarder! Onderweg de zeer zeldzame welwitschiaplant gezien. De welwitschia komt alleen voor in de Namibewoestijn. Deze plant heeft 2 bladeren rond een zwarte kroon en kan honderden jaren oud worden. Hij groeit maar enkele millimeters per jaar. Naast een enkele verdwaalde springbok en een verdwaalde Himba op een motorfiets zijn we er niets meer tegengekomen. Jammer dat al het wild in de oorlog gestroopt is om te overleven. Wat onderweg te koop word aangeboden in het zuiden van Angola ziet er uit als kat of hond!

Na 2 dagen van “hard ” werken hebben we een paar dagen vrij genomen en ons een strandvakantie gegund in Pipas. Hier kregen we van enkele “Angolesen” mosselen aangeboden. Na deze te hebben ontbaard en te hebben schoon geschrobd hebben we ze op de traditionele manier gekookt. Even waanden we ons aan de Belgische kust. Onze volgende stop was Lobito. Voor we daar waren moest er eerst weer flink gewerkt worden omdat ” de road under construction” was. We hebben dan ook 2 dagen nodig gehad om de 400 km. af te leggen.

In Lobito eerst een bezoek gebracht aan de enige supermarkt in deze plaats (Shoprite). Waar de lokalen de kar zonder probleem vulden gingen wij naar buiten met alleen maar wat water en een doosje eieren. We moeten nog van de schrik bekomen aangaande de prijzen van alle levensmiddelen en andere zaken. Alles is er zeker twee keer zo duur als bij ons in Nederland! Lobito heeft een schiereiland met op het einde leuke stranden en veel barretjes en restaurants. Op een van de strandjes hebben we de camper op het strand geparkeerd zo’n 5 meter van de zee. Het is hier zeer zwoel met een temperatuur van rond de 34 graden en een luchtvochtigheid van meer dan 90%. Om onze stoelen en tafel te plaatsen en om te kunnen genieten van onze maaltijd hebben we eerst een 30 condooms moeten verwijderen. Later zagen we dat er nog veel meer lagen. Waarschijnlijk staan we op de afwerkplaats van Lobito! Tegen de avond kwam er een jongen aan met een grote tonijn van zeker 8 kilo. Deze van hem gekocht en voorlopig staat er dus tonijn op het menu!

Na 2 dagen van rust zijn we weer vertrokken. Via een zeer saaie weg zijn we naar Amboim gereden waar we aan zee de nacht hebben door gebracht. De volgende dag zijn we naar Cabo Lebo gereden. Dit is een authentiek vissersdorpje en dat hebben we ook geroken. Overal lag vis te drogen of in bakken met pekel. Omdat het net wat had geregend was het er nogal modderig en gezien de visreuk en de massa’s mensen hebben we besloten om verder te kijken voor een mooier plekje aan zee. Zo kwamen we uit in Sangano 14 kilometer noordelijk van Cabo Lebo. Sangano heeft een prachtig schoon strand waar de mensen die in Luanda werken en wonen in het weekend komen zwemmen, zonnen en vis eten en kopen. We hebben op het strand geparkeerd en zijn er enkele dagen gebleven. De manager van een restaurant kwam naar onze vissende buurman kijken en we werden allemaal uitgenodigd om in het restaurant te komen eten. Dat leek aardig maar helaas moesten we gewoon betalen voor het niet al te lekkere eten. Aangezien uit eten hier erg duur is: biertje 3 en een hoofdgerecht tussen de 20 en 30 € waren we niet echt blij. Kregen we dus de eerste visdag water en brood, moesten we de tweede keer gekregen mosselen eten en later een tonijn kopen, nu moesten we dus veel betalen en nog steeds is er geen vis gevangen. Waar komt toch dat visserslatijn vandaan. De dag erop hebben we uit voorzorg ‘s morgens langoesten gekocht, gekookt en daarna ‘s avonds gegrild, dit was aanmerkelijk lekkerder en goedkoper als uit eten! Weer was er geen visje gevangen.

Via Barre da Quanca zijn we naar Luanda gereden. Het verkeer zou een grote chaos zijn in Luanda maar dat viel op dinsdagmorgen erg mee. In de Bela shoppingmall was een grote shoprite. Hier hebben we nog even flink inkopen gedaan. Het is niet goedkoop maar als je goed rondkijkt kun je toch wel voor een redelijke prijs je inkopen doen.

Een 100 kilometer na Luanda hield de teerweg op en werd de onverharde weg ontzettend slecht. Zeer veel stof en ontzettend diepe kuilen moesten we al slingerend trotseren. We hebben over 160 km zeven en een half uur gereden. Onderweg werden we door de mensen anders begroet als in het zuiden. Als ze ons zagen wreven ze over hun buik of maakten eetgebaren. Ook zagen we voor het eerst ODP’s langs de kant van de weg liggen en hangen. Voor de duidelijkheid: ODP betekend Ondefinieerbaar Dierlijk Product. Het is gedroogd en gerookt vlees en er is niets van te maken! Later kwamen we ook Bushmeat tegen wat langs de kant van de weg hing. Meestal zijn dat kleine antiloopjes of apen.

Onderweg kwamen we uit bij een vrachtwagentje wat van de weg was afgeraakt. Niet lang ervoor was hij ons met een belachelijk hoge snelheid voorbij gekomen. Druk praten in het voor ons onbegrijpelijk Portugees en wild gebarend probeerde hij ons uit te leggen wat er was gebeurd en of we hem weer op de weg konden trekken. Voor de eerste keer de lier gebruikt en na enkele minuten stond de wagen weer met 4 wielen op de straat. Hopelijk hebben we hem niet te vaak nodig.

Na nog een bushcamp aan zee net onder N’Zeto kwamen we op een teerweg uit die tot onze verbazing helemaal doorliep tot aan de grens in Luvo. In Mbanza-Congo “getankt” uit jerrycans omdat er nergens aan de pomp iets te krijgen was. Deze diesel was 2x zo duur als aan de pomp! De grenspost was erg rustig. Helaas was er geen elektriciteit waardoor we meer als een uur moesten wachten. Toen er eindelijk een aggregaat gestart werd waren we binnen 5 minuten klaar. Op naar de Democratische Republiek Kongo.

Samenvattend vonden we Angola is een prachtig land. De natuur is wonderschoon. De mensen zijn over het algemeen ontzettend vriendelijk. Helaas is het daar waar mensen zijn een ontzettend vies land. Overal kom je om in de vuilnis en stinkt het er ontzettend. Angola is ook een ontzettend duur land. Luanda is het echte centrum van het land. Daar is werk en word veel geld verdiend.

Democratische Republiek Congo
Het inreizen in de DRC ging snel en zonder problemen. Dit was een grote verrassing omdat we veel negatieve zaken hadden gehoord en gelezen. De grens procedure zou erg lang duren en de grensbeambten zouden zeer corrupt zijn. Van alles was hier geen sprake en binnen een uur waren we langs alle kantoortjes geweest en hadden we nergens iets hoeven te betalen.

Via een onverharde weg zijn we naar Songololo gereden waar we bij een katholieke missie hebben overnacht. We hadden meteen erg veel toeschouwers in de vorm van in eerste instantie alleen maar stil kijkende kinderen. Later begonnen ze” bonjour” te roepen en om eten of geld te vragen. Toen ze naar huis vertrokken gooiden nog een hand vol stenen tegen de camper. Gelukkig geen kapotte ruiten! Wanneer je bij de missie overnacht geef je meestal een kleine donatie. Gezien het feit dat de priester met veel enthousiasme had verteld dat hij net was terug gekeerd uit Munchen waar hij de oktoberfeesten had bezocht hebben we maar besloten om de donatie zelf op te drinken!

Aangezien Jupp en Doro hadden besloten direct door te rijden naar Brazzaville (hoofdstad van Republiek Congo) zijn we de volgende morgen alleen verder gereden omdat wij wat meer van de Democratische Republiek Congo wilden zien. In Kisanthu zijn we naar de botanische tuinen geweest. Helaas zijn tijdens de oorlog de meeste mooie planten door rebellerende soldaten weg gehaald en verkocht. Voor ons was het een zeer bijzonder “bos” met ongelooflijk veel grote bomen en verder veel bloemen in de vrije natuur die je in Holland overal in de tuincentra duur kunt kopen. We weten nu waar ze vandaan komen. We zouden hier kunnen overnachten, maar toen de schemering inviel werd ons alsnog gesommeerd de tuin te verlaten. Uiteindelijk moesten we $ 30,- betalen wat we ook niet gedaan hebben. Na veel discussie bracht het nieuwe visitekaartje de uitkomst. Deze hadden we speciaal voor deze corrupte landen ontworpen.( zie foto in fotoalbum)

Vanuit Kisanthu zijn we verder over de dure levensgevaarlijke tolweg naar Kinshasa gereden. Hier hebben we de bonobo’s bezocht. De bonobo’s staan het dichts bij de mensen. Ze zijn een bedreigde diersoort en worden hier in het sanctuary opgevangen en weer “opgevoed” om in de natuur te worden uitgezet. Zijn beroemdheid heeft de aap vooral te danken aan het feit dat hij conflicten op een vrij bijzondere manier oplost. Elke vorm van stress wordt de kop ingedrukt door te gaan seksen. Toen we bij een groepje Bonobo’s stonden gaf 1 van de verzorgers ze wat te eten. Er ontstond een klein opstootje in de groep maar voordat die escaleerde loste ze het op door seks te hebben. De ruzie ontaarde in een ware orgie. Mannetjes met vrouwtjes, mannetjes met mannetje en vrouwtjes met vrouwtjes en ook de kinderen werden er bij betrokken. We wisten niet wat we zagen. De bonobo’s lossen alle frustraties op door middel van alle soorten seks met alle geslachten en leeftijden. Na een rondleiding van een uur konden we terug naar de auto. Onderweg weer veel stress; geen seks maar weer een hoop dom gelul!

We zijn weer terug gereden naar Kisanthu waar we bij de katholieke missie van de zusters van Notre Dame hebben overnacht. Nadat we toestemming hadden van zuster Victorine die overigens goed Engels sprak mochten we onze truck binnen de poorten parkeren. We werden uitgenodigd voor een lunch en verder hebben we er het nodige aan de auto veranderd. De wegen zijn hier zo slecht dat het reservewiel regelmatig aan de grond komt. Deze hebben we nu voor aan de lier bevestigd. Hopelijk gaat nu wel alles goed.

Tegen de avond begon het te onweren en kregen we onze eerste tropische regenbui. Aangezien het de hele nacht had doorgeregend even overwogen om niet te gaan rijden. Maar uiteindelijk toch vertrokken. Al snel werd het droog en op de tolweg was het niet druk. Wel lagen er veel gekantelde en van de weg geraakte vrachtwagens. Als het regent word de weg echt spiegelglad. Dit hebben Jan en Mariska ( travel2survive.nl ) ook ondervonden die ons een mail stuurden met vragen. We bleken maar 150 km uit elkaar te zitten. Ze zijn in een bocht geslipt en hebben de Daf flink in elkaar zitten. Voor reparatie staan ze bij een Belgische ondernemer in Matadi. Nog even contact opgenomen, maar hulp was niet nodig.

In Kimpese de onverharde weg genomen die naar de veerboot over de Kongorivier gaat. De weg was redelijk goed te rijden . Alleen daar waar de weg berg op en af ging liepen erg diepe sleuven van het regenwater. De 85 km hebben we in 4 en een half uur afgelegd. Aan de rivier moesten we wachten tot de veerboot arriveerde. De veerboot op en af was goed te doen met de King. Iedereen was erg behulpzaam met aanwijzingen geven.

In Luozi werden we meteen aangehouden door de politie. Nadat deze ons had geregistreerd moesten we naar de immigratiedienst. Dwars door het dorp naar een kantoortje. Het kantoortje was in kleine kamertjes verdeeld door plastic. Het was er zeer warm en het stonk er naar kippen. Overal lagen muizenkeutels. Hier werd ons carnet afgestempeld en moesten we een formulier invullen met allerlei gegevens; zelfs ons ras, onze lengte en ons gewicht. Kosten: 10$ per formulier. Bij “ras” hadden we “blanc” ingevuld. Dit was niet goed en moest “rouge” zijn. Waarom kon hij ons niet duidelijk maken. Waarschijnlijk zijn de eerste blanken toentertijd zo verbrand dat ze “rood” waren! Ook moesten ze een kopie van de paspoorten en de visa hebben. Alles werd aan elkaar geniet en ging in een map op de grond. Nieuw materiaal voor de muizen om een nest te maken! Mr. Frederique, de chef van de immigratie ten noorden van de Kongorivier was erg behulpzaam. Hij heeft ons naar de Katholieke Missie van Pater Benjamin gebracht waar we konden overnachten.

Helaas begon het de volgende morgen weer te onweren en te regenen. Toch een poging ondernomen om te gaan rijden. Het ging echter steeds harder regenen en de weg werd echt onbegaanbaar. De wegen zijn van rode klei en klei word bij regen spiegelglad. We zijn omgedraaid om nog maar een dagje bij de Missie te wachten. Boodschappen gedaan en gewassen. Het zag er erg dreigend uit, maar het bleef droog. De dag erop om 7 uur begonnen aan wat achteraf een prachtig avontuur werd. Via Luozi naar Manianga en van daaruit over een track naar Boko. De route liep door de bergen over zeer steile hellingen met af en toe sleuven van meer dan een halve meter diep. Af en toe was de gehele zijkant van de weg weggespoeld en moesten we eerst te voet op verkenning hoe veilig verder te komen. Ook moesten we nog door een regenbui en af en toe door diepe waterplassen. Het was spiegelglad maar alles ging boven verwachting. Na 12 uur ploeteren kwamen we aan in Boko, wat al een 40 km in de Republiek Congo ligt.

Wat we gezien hebben in de DRC was mooi. Het is erg groen en vruchtbaar. Alle soorten groenten en fruit zijn hier te koop en niet duur. Helaas heeft dit ook een keerzijde omdat er flink ontbost word om landbouwgrond te creëren. Daarnaast is ook de houtskoolproductie een oorzaak voor de ontbossing. De wegen zijn er erg slecht en de bevolking over het algemeen erg arm. Elektriciteit is zeldzaam in de dorpjes en meestal draait er in de avonduren een uurtje een aggregaat. Om 20.00 uur slaapt iedereen en ‘s morgens om 5 uur is iedereen weer present. Je kunt dan ook al weer vers brood kopen.

Wat ons verbaasd heeft is dat hier erg veel oude Mercedes busjes rondrijden. Iemand heeft in het verleden veel verdiend aan het verschepen van deze busjes naar Congo. Bij ons in Europa zou er geen enkele meer door de APK komen maar hier doen ze nog jaren hun dienst. Iedere 20 km moet er gestopt en gesleuteld worden, maar uiteindelijk komen ze ook op de plaats van bestemming. Alles is zwaar overladen met goederen en overal zitten, liggen en hangen mensen aan de auto’s. Het zijn levensgevaarlijke situaties en zo is ook hun rijstijl. Wat dat betreft zijn we blij dat we weer uit de Democratische Republiek Congo zijn.

Republiek Congo
De grens was verspert door een slagboom. Maar er was niemand om de slagboom te openen. Na 3 kwartier wachten, heel lang toeteren en diverse mensen vragen kwam er een politieagent. Die moest natuurlijk de paspoorten en het carnet bekijken. En wilde ook nog een kopie van de paspoorten. De slagboom ging open en we konden de Republiek Congo inrijden. De eerste 40 km waren zeer ruig met hier en daar weer veel modder en zeer diepe sleuven. We waren blij dat we het bordje Boko zagen want hier begon de teerweg. Het carnet regelen moest in Boko gebeuren en de inreisstempel kregen we in Louingui respectievelijk 40 en 70 km na de grens. Omdat we tegen de schemering in Louingui aankwamen hebben we daar midden in het dorp overnacht. Een dorp waar om 20.00 uur alles stil was omdat er geen elektriciteit was.

De volgende morgen vol goede moed begonnen aan de laatste 120 km naar Brazzaville. Over een goede teerweg moest dat in twee uurtjes kunnen zou je denken. Helaas werden we 6x aangehouden door de politie en de douane. Allemaal wilden ze weer de paspoorten en het carnet zien. In Brazzaville meteen doorgereden naar de ambassade van Gabon om het visum aan te vragen. 4 uur later en 180 € lichter hadden we het visum. Ook hebben we er de carte rose afgesloten. Dat is een verzekering voor diverse landen in west Afrika. In Brazzaville hebben we twee nachten op de parkeerplaats van het Hippocamp overnacht. Het Hippocamp is een hotel/restaurant waar je op de parkeerplaats gratis mag overnachten. Bij Hippocamp denk je aan een camping aan een rivier waarin we de nijlpaarden zouden zien dobberen maar in het Frans betekent Hippo zeepaardje. De eigenaar is een Fransman die getrouwd is met een Vietnamese. We zijn ‘s avonds heerlijk gaan eten in het restaurant en hebben genoten van een zeer goed Vietnamees buffet.

Nog een dagje in Brazzaville gebleven om inkopen te doen en de website bij te werken. Daarna weer vroeg op pad richting Gabon. Om Brazzaville uit te komen was nog een hele klus. De politie en gendarmerie vonden het een sport om ons aan te houden. Voor we de stad uit waren hadden we zeker 5 controles waarbij we elke keer uit de auto moesten komen met het kentekenbewijs, verzekering en het rijbewijs.

In een dag naar Oyo gereden. Hier zagen we een splinternieuw vliegveld en een prachtig nieuw groot hotel. Ook de stad zag er zeer goed onderhouden uit. Later hoorden we dat dit het dorp was waar de president vandaan kwam. Hij heeft er een privé vliegveld laten bouwen en het hotel bleek het nieuwe paleis te zijn. We dachten eerst dat het een leuke overnachtingsplaats was, maar omdat alles zo verlaten was hebben we het niet geprobeerd. Verder in het dorp hebben we overnacht en kregen nog bezoek van de architect en zijn vrouw welke een Belgische was. Van hen hoorden we dat de president 3 dagen later zou komen om het vliegveld en het paleis te openen. We werden zelfs voor de plechtigheid uitgenodigd maar zijn hier maar niet op ingegaan. Volgende reis nemen we ook maar een net pak en een mooi jurkje mee! Dan kunnen we misschien wel ingaan op zo’n mooie uitnodiging!

De dieselbevoorrading in dit gedeelte van Congo is slecht. Pompstations liggen zeer ver uit elkaar.Overal hebben mensen benzine en diesel te koop in oude drankflessen. De prijzen zijn hier vaak 2 x zo hoog! De volgende morgen zijn we weer op pad gegaan voor het laatste gedeelte in de Republiek Congo. Tot in Okoyo was de weg verhard. Daarna werd het zeer zanderig met zeer diepe sporen waar we ons een paar uur door heen hebben geworsteld tot we in een klein dorpje kwamen ongeveer 40 km. voor de grens. Hier konden we de passen en het carnet laten uit stempelen. Zoals gewoonlijk een langdurige kwestie. Ze willen alles weten en schrijven dit dan op een kladblaadje. Toen ze hoorde dat wij infermiëre (verpleegster in het Frans) waren vroegen ze of we geen medicamenten voor ze hadden. Na een negatief antwoord wilden ze wel een cadeau of een souvenir van ons hebben. Aangegeven dat ze een “big smile” konden krijgen en zijn richting auto gelopen. Het laatste stuk naar de grens was nog een heftig zanderig stuk. Meteen na het bordje Gabon begon er een verharde weg.

Omdat we maar 5 dagen in de Republiek Congo zijn geweest kunnen we niet echt een duidelijke mening geven over dit land. Het was regentijd en de meeste onverharde wegen onbegaanbaar. De contacten die we met mensen hebben gehad waren goed. Iedereen was vriendelijk en behulpzaam. Was er in de D.R.C. nog van alles langs de weg te koop; hier beperkte zich dat tot bananen en mango’s.

Gabon
We waren alweer 40 km in Gabon alvorens we werden aangehouden om ons te registreren a 30 $. Gepraat als brugman maar we kwamen er niet onderuit. Hem ook nog moeten aansporen tot werken omdat hij steeds naar de tv zat te kijken. 5 km. verder was de douane en de immigratie. Bij de douane was niemand en dus hebben we eerst de in reisstempel gehaald. Terug naar de douane maar daar was nog steeds niemand. Uiteindelijk hebben we de stempel maar zelf gezet en zijn we vertrokken. Moesten we in de Republiek Congo nog door de blub en het zand; vanaf de grens lag er een goede teerweg.

In Franceville konden we niet de oprit van het hotel oprijden omdat de takken van een boom te laag waren. Geen nood in no time zaten er 2 mannen op ons dak die binnen een paar minuten met kapmessen de dikke takken hadden verwijderd. De eigenaar was een vriendelijk Fransman die graag een glaasje lustte. Hij vond het allemaal prima. Hij was erg behulpzaam en leek een beetje op Wim van het Holland House in Addis. Ook hij zat ‘s morgens om 6.30 uur al aan de borrel. In Franceville wilden we tanken maar er was nergens diesel te koop. Toch maar verder gereden in de hoop ergens anders de tank te kunnen vullen. Dat lukte in een dorpje 60 km verder.

Na 100 km ging de teerweg over in een rode kleiweg dwars door de jungle. Het is de mooiste route die we tot nu hebben gereden. De jungle is op dit moment ook op zijn mooist. Alles staat in bloei en kijkt fris groen. Net voor het donker een plekje gevonden op een stukje grond langs de weg bij een man die alleen woonde in een huisje midden in het oerwoud. Het bleek een tijdelijke bewoning te zijn omdat hij werkte op een bananenplantage. We hadden net gegeten toen we getrakteerd werden op een enorme hoosbui. We lagen dus op tijd in bed.

Na de regenbui en een paar uurtjes slapen stond de camper schever dan toen we naar bed gingen. We dachten dat er grond was weggespoeld bij een achterwiel. ‘s Morgens kwamen we er achter dat de buitendeur niet meer open ging. Na een inspectie door het raam bleek de linker achterband lek te zijn waardoor de trap ook in de modder was gezakt en omhoog werd gedrukt. Zodoende kon de deur niet meer open. Via het luik naar de cabine zodat we naar buiten konden. De krikken eronder gezet waardoor de trap weer vrij kwam en de deur weer open kon. We konden beginnen met de band verwisselen wat een heel karwij was met de hoge temperatuur en hoge luchtvochtigheid. Roderick de man die hier woonde hielp een handje mee. Na anderhalf uur konden we vertrekken.

De weg liep door het National Park Lope. Hier was ook een gendarmerie controle. We werden meteen gesommeerd om 2 meter voor de pionnen te parkeren en moesten een half metertje achteruit. Daarna moesten we mee naar binnen en alle papieren werden gecontroleerd. Toen werd er gevraagd naar “visite de technic” de camion. Wij begrepen niet wat hij bedoelde. Hij herhaalde het een paar maal en maakte met zijn vingers een aansteker gebaar. Uiteindelijk werd er een Frans/Engels woordenboek bij gehaald en schreef hij in het Engels op “vistite de technic” where is it? Hij wilde weten of dat we brandblussers hadden. Deze laten zien, maar volgens de man waren ze niet goed. We hebben twee brandblussers van 2 kg en dat moest er eentje van 9 kg zijn. Aangegeven dat we die dan in Libreville zouden kopen en we mochten gaan.

In Dnjole hebben we aan de rivier bij Auberge Saint Jean overnacht. De auberge lag aan de rivier Ogaoue. In eerste instantie moesten we betalen voor het parkeren maar na wat onderhandelen mochten we gratis blijven staan en ook nog gebruik maken van een kamer voor te douchen als we in het restaurant wat zouden eten en drinken.

De volgende dag was het 1 november (Allerheiligen) en dat is hier een vrije dag is. Overal zagen we mensen de graven schoonmaken en er gekleurde plastik bloemenkransen op leggen. Onderweg staan we een foto te maken en als Ton in de achteruitkijkspiegel kijkt ziet hij Jupp en Doro aankomen. Zij waren een dag eerder dan wij vertrokken in Brazzaville. Wat een toeval. Later bleek dat we allebei in Ndjole hebben overnacht maar op verschillende plekken. Niet veel later bleek de olietank van de lier te zijn afgebroken en hing half onder de auto. Deze voor nood met trekbanden via de zijkant van de auto aan de reling bovenop vastgemaakt tot alles in Libreville kon worden gerepareerd.

De brug over de rivier Komo is in reparatie. Ze zijn er ook een stalen brug aan het neerleggen. Vrachtwagens mogen er niet overheen en moeten met een ponton worden overgezet. De wachttijd was wel 4 uur. We hebben ons voor de domme gehouden en zijn gewoon over de brug gereden. Langs de brug lagen duwboten waarop de vrachtwagens naar de overkant werden gebracht.

Een honderd kilometer voor Libreville passeerden we de evenaar. We zijn na meer dan 2 jaar weer op het noordelijk halfrond aangekomen. Theoretisch klimatologisch zijn we nu ook van de lente in de herfst aangekomen.
In een tropische regenbui door modder en water hebben we ons een weg moeten vinden in de verkeerschaos van Libreville. Bij de Soeurs les Blues een oase van rust gevonden om te overnachten. We dachten snel even wat visums te gaan regelen maar alles was 4 dagen gesloten i.v.m. Allerheiligen.

Visumperikelen:
Hadden we vrees om het visum van Nigeria niet of moeilijk te krijgen; Dit bleek ongegrond en alle negatieve info op allerlei websites klopte dus niet. Na de nodige kopieën van allerlei onzinnige papieren te hebben ingeleverd konden we de volgende dag het visum afhalen. Op de ambassade van Kameroen bleek er wel een probleem te zijn. Hier werden alleen visums afgegeven aan inwoners van Gabon en hier waren ze heel standvastig en duidelijk in. De hulp ingeschakeld van het Nederlandse Consulaat die ons weinig kans gaf maar in ieder geval een telefoontje zou plegen met de Ambassadeur van Kameroen. De volgende dag konden we toch met hoge uitzondering het visum krijgen. Toen kregen we ook nog te horen dat buitenlanders geen 48 uurs visum meer krijgen aan de grens van Benin. Dus besloten om de volgende dag naar de ambassade van Benin te gaan om ook dit visum alvast te halen. De ritjes op en neer naar de ambassades waren geen pretje. Het was niets anders dan file rijden in de taxi. Het was alsof je met de kleren aan in de sauna zat.

De dag dat Obama de verkiezingen had gewonnen was iedereen in Libreville in feeststemming. Velen kwamen het ons vertellen en overal was feestmuziek. Na een weekje Libreville wat overigens geen mooie stad is zijn we weer naar het noorden vertrokken. We moesten helemaal terug naar Ndjole omdat onze geplande route niet mogelijk was omdat er veel bruggen waren weggespoeld door de hevige regenval. Ook hier zagen we regelmatig dat er stukken van heuvels waren weggespoeld. Gelukkig hadden we hier op de weg weinig hinder van. Ook was er weer allerlei bushmeat te koop langs de weg. Het assorti varieerde van stekelvarkens, eekhoorns, kleine antilopen, ratten en chevetkatten. Zelfs cavia’s zien we hier langs de weg hangen als bushmeat. De meeste kinderen in Nederland krijgen vaak een cavia om voor te zorgen. Helaas gaan die ook nog al eens dood. Zouden ze ook in Nederland in de pan verdwijnen?

De mensen dragen hier de spullen niet meer op hun hoofd maar met grote manden op de rug. Ze kleden zich ook meer westers. Het dragen van westerse kleding duid vaak op armoede want westerse kleding is hier relatief goedkoop. De beter bedeelden lopen allemaal in aangemeten kledij! De laatste 600 km. door Gabon was over een nieuwe teerweg dwars door de Jungle. Deze werd op sommige stukken erg smal omdat de jungle de weg weer aan het innemen was. Om de weg vrij te houden is veel bermonderhoud nodig.

De grensprocedure was weer een kilometer of 30 voor de eigenlijke grens. Alles werd erg snel, correct en zonder te betalen afgehandeld. Via een betonnen brug over de rivier de Ntem konden we Kameroen inrijden.
Gabon het was een prachtig land. Vooral in landschappelijk opzicht. Wild hebben we niet gezien. Alleen maar agamen en veel insecten. We hebben ook weinig kunnen doen omdat van de doorgaande wegen afgaan geen optie is midden in het regenseizoen. De mensen waren erg vriendelijk en behulpzaam. Helaas hebben we ook gezien dat er veel hardhout word gekapt in het regenwoud. Dagelijks rijden vele vrachtwagens volgeladen met de woudreuzen naar de haven van Libreville. Daar wordt het hout verscheept naar Europa zodat wij weer duurzaam hout kunnen kopen. Laten we hopen dat alles weer herplant wordt zodat het regenwoud over 100 jaar nog net zo mooi is als wij nu hebben gezien.

Kameroen
De grensovergang was snel geregeld en zeer correct. Alle zaken werden direct aan de grens afgehandeld. En zo waren we in een half uurtje in Kameroen. Vanaf de grens Angola- Democratische Republiek Kongo zagen we dat hier bijna alle grensbeambten schoenen dragen met zeer spitse punten. Bij ons zijn deze al jaren uit de mode!

De weg naar Ebolowa was prima. We werden zeer regelmatig aangehouden door de politie. Deze waren netjes maar wilden telkens alle papieren zien. Stoppen moet je wel bij deze controles omdat ze planken met spijkers op de weg hebben liggen die pas worden weggehaald als alles in orde is. Eenmaal wilde de politieagent in de camper kijken. Zoals gebruikelijk deelden we de agenten mede dat dit ons huis is en dat alleen de douane mag kijken! Zijn verbaasde antwoord was: “maar ik ben politie en jouw huis staat op mijn straat”. We moesten zo lachen dat we hem maar even bij de deur hebben laten kijken.

Onderweg naar Ebolowa zagen we verschillende begrafenissen. Overledenen worden hier naast of voor hun eigen woning begraven.”Oost West Thuis Best”. Onder afdaken zitten veel mensen op witte plastic stoelen die de uitvaart bijwonen. Op straat staan dan olievaten met palmboomtakken erin.

Langs de weg stonden naar Frans voorbeeld borden in de vorm van een mens met daarop vermeld hoeveel doden er op de weg waren gevallen bij verkeersongelukken dat waren er nogal wat; eenmaal 4 en een maal 16. Opletten dus!
Pinda’s, chips en andere noten zijn hier te koop in flessen. Helaas zijn de pinda’s en chips als ze uit de fles zijn en niet binnen afzienbare tijd worden opgegeten taai door de zeer hoge luchtvochtigheid. Dus moeten we dooreten als ze op tafel staan wat natuurlijk geen probleem is. Bij een goede borrel hoort een nootje! Van nadorst heb je hier ook geen last met die hoge luchtvochtigheid.

Bushmeat is ook hier erg in trek. Schubdieren worden hier in de restaurants aangeboden. Ook ratten zijn nog steeds erg in trek. De bewaking van de Auberge vangt ze ‘s nachts en hebben dan een heerlijke maaltijd! Verders hingen er apen, katten, stekelvarkens, antiloopjes, eekhoorntjes, dassen en nog veel meer dierlijke producten langs de weg te koop.

De weg van Ebolowa naar Kribi zou een goed piste zijn. Helaas had het de nacht ervoor veel geregend en was de weg op veel plaatsen modderig en zeer glad. Het laatste stuk zat vol gaten en we zijn stapvoets van gat naar gat gehobbeld. Je probeert er omheen of tussendoor te rijden maar meestal is er geen enkele mogelijkheid meer om de gaten te omzeilen. Onderweg waren er barrières de plui. Dit zijn slagbomen die dicht gaan als de weg niet meer berijdbaar is vanwege de regen. Bij de eerste barrière de plui mochten we niet verder i.v.m. de slechte weg. We zouden moeten wachten tot de middag en als het dan nog droog was konden we verder. Tot onze verbazing mocht een klein vrachtwagentje met kratten bier doorrijden. Nu is drankvoorziening natuurlijk erg belangrijk, maar gesloten is gesloten! Na gevraagd te hebben hoe dit kon werd ons verteld dat deze had betaald om te mogen doorrijden. We hebben de man een dollar gegeven en mochten ook verder.

De piste door de jungle was weer prachtig. Veel dorpjes langs de weg waar mensen ons vrolijk toeriepen en zwaaiden. Onderweg zagen we ook veel zeer kleine mensen. Dit waren dus de Pygmeeën geheel geïntegreerd in de Kameroen cultuur. Twee maal moesten we door een ontzettend diep blubberstuk. Gelukkig kwamen we er goed doorheen. Onderweg zagen we 3 keer een motor onderuit gaan op de gladde piste. Mensen liggen er dan met z’n drieën onder, want hier zitten ze altijd met 3 of meer personen op de motor. Eenmaal was het een bakker die minstens 200 kg brood en andere bakkerswaren aan de motor had hangen. We hebben hem geholpen om weer overeind te komen en maar direct van de gelegenheid gebruikt gemaakt en een lekker vers brood gekocht.

In Kribi bij Auberge Tara aan het strand een plekje gevonden. We zijn na een lange dag zeer inspannend te hebben gereden lekker uit gaan eten. We dachten een paar dagen te kunnen genieten van de zee en het strand. Vele regen en onweersbuien gooiden roet in het eten. In plaats van te genieten van een strandvakantie hebben we er maar een culinair avontuurtje van gemaakt. Iedere dag zijn we even met de motor naar de visafslag gereden en hebben er verse grote garnalen gekocht die ‘s avonds in de wok of op de gril gingen en heerlijk smaakten.

We hebben in Kribi ook een tandarts bezocht. De etsbrug van Chantel was eruit. Bisonkit en andere lijmen mochten niet helpen dus uiteindelijk toch maar weer naar een tandarts. De Tandarts had in Strassbourg gestudeerd en nog 20 jaar in Dijon gewerkt. De apparatuur zag er ook goed uit en de tandarts werkte steriel. Hij heeft de brug er weer in geplakt. Kosten $20,-. Waarom het bij ons zo duur moet zijn snap je dan even niet.

Geld wisselen is hier een dagtaak. De meeste banken en wisselkantoren wisselen niet. Ze vragen naar Travellercheques! Of deze nog bestaan weten we niet. Uiteindelijk was er een wisselkantoor in heel Kribi waar we konden wisselen. Dan blijkt dat ze geen dollars willen wisselen, maar alleen euro’s. Waarom begrepen we niet. Later hoorde we van een Kameroener dat ze hier liever euro’s hebben omdat ze er daar meer van mee kunnen nemen in de koffer. De gelden voor hulp komen het land binnen om de volgende dag in koffers weer richting Zwitserland en Dubai te vertrekken. De Rijken worden rijker en de armen blijven arm! Op een of andere manier horen we zulke verhalen in ieder land.

Na een paar dagen Kribi weer verder naar het noorden gereden naar Limbe. Dit zou ook een mooie strandplaats zijn, maar dat viel een beetje tegen. Het management van Hotel Miramar was ontzettend onvriendelijk en uiteindelijk hebben we gewoon voor hun poort op een braak stukje grond direct aan zee de camper geparkeerd. Er ontstond nog een hele discussie over betalen, maar uiteindelijk heeft “Robin van het securititeam” het management duidelijk gemaakt dat het gemeentegrond was en dat ze niets over ons te vertellen hadden. Robin bleef verders zijn best doen voor ons om natuurlijk de nodige dollars op te strijken. De bewaking was continu vlak voor de deur en we kregen zelfs een tros bananen aangeboden.

Vanuit Limbe moesten we weer de bergen in om onze reis te vervolgen. Limbe ligt aan de voet van Mount Kameroen die 4095 meter hoog is. Helaas hebben we hem niet kunnen zien omdat de berg steeds in de wolken zat. In Dschang hebben we overnacht bij Centre Climatique. Het is een vakantie resort wat gebouwd is in 1942 voor de Europeanen die vanwege de tweede wereld oorlog niet naar huis konden. Hier in de bergen op 1200 meter is het klimaat namelijk zeer aangenaam. Dat was het ook voor ons en sinds Namibië moest het dekbed weer eens zijn dienst bewijzen.
Er was veel te doen in het resort. De volgende ochtend startte er een wandelvierdaagse door de bergen waaraan ongeveer 80 mensen deelnamen. Elke dag lopen ze een parcours van 40 km. om weer op een andere plek te overnachten. ‘s Avonds was er een buffet voor de Italiaanse ambassadeur in Kameroen aangeboden door de universiteit van Dschang. Het Buffet stond al om 18.30 uur klaar terwijl de Ambassadeur met zijn gezelschap pas om 20.30 uur arriveerden . Na een half uur vertrok het hele gezelschap weer. In onze ogen was er niets gegeten en was er nog geen tijd geweest om iedereen een drankje te serveren! Weer een voorbeeld van hoe er om gegaan word met ons “sponsorgeld”.

Vanuit Dschang zijn we verder door de bergen naar Bamenda gereden. Je rijdt er door een ongelooflijk mooi stukje natuurschoon. Onderweg hebben we bij de “boerinnen” nog het nodige gekocht en ook nog spotgoedkoop. Langs de weg worden emmers aardappelen, uien, wortels, bananen, mango’s en papaja’s te koop aangeboden. Je moet wel een hele emmer kopen; van half hebben ze hier nog niet gehoord.

Bamenda is een erg drukke provinciestad waar we nog wat inkopen wilden doen in de plaatselijke supermarkten. Maar daar was weinig tot niets te krijgen. We hebben overnacht bij het Presbytarian Church Guesthouse waar het ‘s nachts ook heerlijk koel was. Vanuit Bamenda zijn we naar Mamfe gereden om ons voor te bereiden op de bekende tocht door de modder: Mafe-Ekok. We hebben op een parking van het Data Guesthouse overnacht.

De volgende dag begonnen aan de laatste 60 km in Kameroen. De weg of liever gezegd “geen weg” van Mamfe naar Ekok. Omdat het hier al 4 dagen niet had geregend was de “weg” niet meer zo modderig. Toch was de route erg avontuurlijk en soms zeer heftig. We moesten door diepe sleuven waar we af en toe met de hele auto in verdwenen om er aan de andere kan er weer uit te komen. Soms waren de sleuven zo smal dat we er niet doorheen konden en een andere mogelijkheid moesten zoeken. Lokalen gaven ons dan aanwijzingen omdat er nog overal bijna onzichtbare modderputten waren waarvan alleen de bovenste laag een beetje opgedroogd was. Omdat we regelmatig de zijkanten van de diepe sleuven raakten is “de King” nu op sommige plaatsen verfloos en heeft er weer flink wat krassen bij.

Onderweg was “de weg” afgezet met boomstammen en takken. Een aantal mannen hadden een omleiding en een dam gegraven en wilden geld van iedereen die daar over heen reed. Eerst $100,- die we natuurlijk niet hadden; toen wilden ze onze fotocamera hebben die je natuurlijk niet afgeeft! We hadden nog een setje niet goed functionerende portofoons liggen welke we ze uiteindelijk met een mooi verhaaltje hebben aangesmeerd. De bomen werden weggehaald en we konden weer verder. De sleuven waren zo diep dat we regelmatig met de onderkant de grond raakten! “De weg” was met name de laatste 7 kilometer erg slecht. Ton was jarig en vond het een geweldig verjaardagscadeau: een hele dag het “Jan de Rooy gevoel”! Dachten we aan het begin van de route nog: “Och, misschien was het toch leuker geweest als het een beetje geregend had”, na de laatste 7 kilometer hard ploeteren waren we blij dat het 4 dagen droog was en dat “de weg” nog enigszins begaanbaar was. Alle trekbanden en sleepkabels hebben we niet nodig gehad en alles kan weer schoon de kist in!

Omdat we sneller als gedacht de 60 kilometer hadden gereden zijn we ook nog maar de grens overgegaan naar Nigeria. Nadat alle gegevens zeker 3 keer bij verschillende kantoortjes in grote boeken waren genoteerd reden we Kameroen uit over de grensbrug richting Nigeria.

Kameroen was een mooi land met over het algemeen vriendelijk mensen. Zuid Kameroen is een grote jungle met veel bruine modder rivieren. We hebben veel regen gehad en daardoor was de luchtvochtigheid ook erg hoog. Alles word klam; ook de kleren die in de kast liggen. Bij temperaturen van boven de 30 graden en een luchtvochtigheid van meer dan 90 % was het 24 uur per dag hevig transpireren. We hebben niet veel last gehad van muggen ondanks al het water. Wel waren er zeer veel kleine zwarte steekvliegjes. Deze veroorzaken grote bulten die een paar dagen flink jeuken. Men noemt ze hier de ” Moet Moet “.

Nigeria
De grensprocedure was netjes en correct. Na ander half uur reden we Nigeria in over een zeer goede teerstraat die aansloot op de modderpoel van Kameroen. Vlak voor Ikom bij een verlaten tankstation overnacht. Hier bleek een compleet voetbalteam met coach onderdak te hebben gevonden in de verlaten gebouwen. Ze waren netjes en bleven op afstand nadat ze zich even voorgesteld hadden. Ze hadden net de avondtraining erop zitten en tot onze verbazing gingen ze de volgende ochtend om 5.30 uur al weer trainen!

De volgende dag eindelijk weer eens een ATM automaat gevonden die onze creditcard accepteerde. De nodige Naira uit de muur gehaald en getankt. Ook een verzekering afgesloten voor heel West Afrika; de Carte Brun. Iedereen was erg vriendelijk en behulpzaam.

Tanken is hier iets aparts. Er zijn heel veel tankstations maar de meeste hebben niets of zijn al jaren gesloten. Aan de straat staat een bord met “yes fuel” of ” no fuel”. Ook bij “yes fuel” loop je het risico dat ze niets hebben. Nog meer dan in andere landen moet je goed opletten. De eerste keer begon de meter te lopen bij 5 liter, waar Ton de dame even netjes op geattendeerd heeft. I.p.v. 100 liter kregen we er nu 105. De tweede keer versprong de meter tijdens het tanken enkele malen en kregen we zeker 40 liter minder als waar we voor moesten betalen! De man erop geattendeerd maar deze gaf aan dat de slang een beetje lek was! Je kunt er niets mee want op de teller stond 200 liter en dan moet je deze 200 liter ook betalen. Bij 200 liter had de tank echter helemaal vol moeten zijn en dat was hij nog lang niet.

Bij de meeste politie en militaire controles waren de mannen erg aardig en correct. Tot we bij een politiecontrole uitkwamen waar dit niet zo was. Ze wilden de brandblusser zien en daarna het kentekenbewijs, het rijbewijs en de verzekeringspapieren. Na het doorkijken van het kenteken bewijs zei hij tegen ons dat deze was verlopen omdat er 20 aug. 2010 op stond. We kregen de papieren niet terug . We moesten eerst zorgen dat we nieuwe papieren kregen. De man was erg nors en autoritair en op ons geld uit. We wilden hem uitleggen dat dit de afgiftedatum was van het kentekenbewijs maar hij wilde niet luisteren en bleef aangeven dat het verlopen was. Op een gegeven moment na zeker 20 minuten praten werd Ton boos en zei dat de man gek was. Nou toen waren de rapen gaar. We moesten een boete betalen van  $50,- omdat we een ambtenaar in functie beledigd hadden. Nou niet dus, uitgelegd dat Ton niet hem gek had genoemd maar dat het gek was dat we de papieren niet terug kregen. Diverse omstanders hebben zich ermee bemoeid maar er veranderde niets. Na ander half uur van wachten en eindeloos proberen te praten met de politieman arriveerde er een auto met mensen van de overheid. Deze vroegen wat er aan de hand was. De politieman werd erg onderdanig en legde de situatie uit aan de overheidsmensen. Chantel verbeterde hem of vulde aan wat haar boze blikken en terechtwijzingen opleverde van de politieman. Uiteindelijk gaven de heren van de overheid aan dat we verder konden rijden en niets hoefden te betalen. Bij het teruggegeven van de papieren vroeg de agent toch nog zachtjes om geld. Hierop reageerde Ton boos en met verheven stem. De heren van de overheid kwamen uit de auto en sommeerden de agent de papieren terug te geven en ons te laten doorrijden. Met blaren op de tong en kokend van woede konden we weer verder. De stand van de ogen van de drie agenten deed ons vermoeden dat ze gedrogeerd waren.

Vanwege het oponthoud met de politie was het al laat en moesten we een overnachtingsplaats vinden. Overal woonden mensen en een rustig afgelegen plek konden we niet vinden. In Yandev bij een agricultuur universiteit gevraagd of we mochten overnachten. Dat was goed. We werden op een grasveld neergezet en de conrector kwam ons nog begroeten. Later op de avond kwamen er nog studenten vragen of we missionarissen waren en wat we in de kerk kwamen prediken!

De volgende dag richting Abuja gereden. We zagen steeds meer moslims op straat. Onderweg kwamen we door een dorp waar bijna alle huizen waren afgebrand. Uit sommige steeg de rook nog op. Was dat een ordinaire buren ruzie of etnisch geweld? We weten het niet. Enkele dorpen verder werd onder de ogen van veel publiek door wel een 500 man een gebouw gesloopt. We hadden de indruk dat het een moskee was. Nog nooit hebben we in Afrika zoveel mensen zien samenwerken dus ook hier was waarschijnlijk sprake van etnisch geweld.

Zo’n 40 km voor Abuja werd het steeds drukker op de weg. Op een gegeven moment waanden we ons weer in Delhi. Iedereen en alles toetert en iedereen slingert van links naar rechts of andersom. In India gaat dat nog op een rustige manier, maar hier word zeer agressief gereden. Op een gegeven moment kregen we autobaan en kwamen we veel spookrijders tegen!. In Abuja zelf was het erg rustig op de weg. Het is een grote moderne stad met alleen maar hotels en kantoren. Hier wonen bijna geen mensen. Die wonen in het “Delhigedeelte”. Bij het Sheraton hotel hebben we overnacht. Ze hebben hier een voetbalveldje achter het hotelcomplex waar je mag kamperen. Je staat langs een tuinafvalberg en er zitten 35 honden aan kettingen op het terrein. Voor het zover was dat we erop konden hebben we zeker 2 uur staan te wachten op iemand die de sleutel van het hek had waar we door heen moesten. Uiteindelijk heeft het hoofd van de secrurity het slot opengebroken en er een nieuw slot aan gemaakt.

In Abuja de visums van Burkino Faso en Togo gehaald. Op de ambassade van Togo troffen we de ambassadeur in eigen persoon. En na een beleefdheidspraatje hebben we gevraagd of niet meten het visum konden krijgen in plaats van morgen . Dat scheelde weer een taxiritje. Dat was geen probleem en na een half uurtje vertrokken we met het visum in ons paspoort. Ook het visum van Ghana hebben we nog proberen te krijgen. De ambassade gaf echter alleen maar visums af aan inwoners van Nigeria. Dat moeten we dus nog in Benin of Togo zien te krijgen.
De weg richting Benin vanuit Abuja was deels zeer slecht. Het moest een teerstraat voorstellen, maar het was een grote gatenkaas. Onderweg nog 2x een vervelende politiecontrole gehad. De extra schijnwerpers die we op de auto hebben zouden in Nigeria verboden zijn.W e kregen een boete van $300  en moesten mee naar het bureau om de schijnwerpers te demonteren en in te leveren . Een alternatief was $50 betalen zonder bon. Weer de blaren op de tong gepraat en na gebruik te hebben gemaakt van ons nieuwe visitekaartje mochten we uiteindelijk gaan met schijnwerpers en zonder een boete te betalen.

Om zonder te betalen en zonder problemen door de politiecontroles te komen zijn we momenteel een stelletje gepensioneerde medewerkers van de regering die de opdracht hebben om in Afrika ziekenhuizen te controleren op hun functioneren en eventuele behoeftes. Voor het rode kruis maken we een rapportage zodat men de benodigde spullen kan doneren! Allemaal lulkoek, maar in deze corrupte politiewereld wel nodig voor ons!

De laatste 100 km waren over een zeer slechte piste. Deze was door de regentijd bijna onbegaanbaar. We hebben er twee dagen over gedaan om deze 100 km af te leggen. We hebben er wel door een authentiek stukje Nigeria gereden. De mensen in de dorpjes die we passeerden waren erg enthousiast. Ze juichten, zongen, zwaaiden en soms dansten ze zelfs. Het leek wel een triomftocht alsof we de  winnaars van Parijs – Dakar waren.

De laatste 40 kilometer naar de grens waren over een nieuwe teerweg. De grensovergang was snel en correct. En zo reden we na 15 minuten naar de grens met Benin.

We zijn maar 8 dagen in Nigeria geweest waarvan 4 in de hoofdstad Abuja voor aanvraag van diverse visums. Verder was het voor ons in verband met de onbestendige situatie een transitland. In het noorden zitten de moslimrebellen , Boko Haram en in het zuiden de christelijke bevolking die betiteld worden als crimineel. Wij hebben alleen maar zeer vriendelijke en behulpzame mensen getroffen. Enkele politieagenten waren zeer corrupt maar de meeste politieagenten waren op een nette manier in functie. Het afgebrande dorp en de verwoestingen van de moskee waren voor ons een bevestiging van de onbestendige situatie in dit land.

Benin
De grens was binnen 10 minuten gepasseerd. Het Carnet kon pas worden gestempeld in  Nikki, een dorpje verderop. Ook dit was zo gebeurd, men vroeg wel wat we voor ze hadden meegenomen! In Nikki overnacht op een “camping”. Van daaruit de volgende dag richting het zuiden. We hadden besloten om niet naar het N.P. Penjari te gaan omdat we van diverse mensen vernomen hadden dat wanneer je de Nationale Parken in Oost Afrika hebt gezien die in West Afrika erg tegen vallen.

Via Parakou zijn we naar Abomey gereden.  Abomey is bekend vanwege zijn Koninklijke paleizen en voodoo.  Bij Chez Monique na harde onderhandelingen 2 nachten in de prachtige tuin overnacht. De tuin staat vol met prachtige grote houtsnijwerken. Een gids in gehuurd voor een tocht langs de paleizen, het museum, de voodoomarkt en een bezoek aan een voodoodorp.

De dag begon met een bezoek aan een voodoodorp. Hier werden we ontvangen door de `chef de voodoo`. Hij begon te zingen bij wat vreemde beelden die bij de ingang van het dorp stonden. Hij vertelde later dat dit was om de geesten gunstig te stemmen t.a.v. ons bezoek. We werden ontvangen in een soort kippenhok met allerlei eveneens vreemde beelden die allemaal een geest vertegenwoordigden. De “chef de voodoo” begon weer te zingen en nam slokken water die hij vervolgens over de beelden sproeide. Hij vertelde dat hij met de geesten in contact kon komen als hij deze gunstig stemde. Gunstig stemmen betekend offers brengen. Deze offers bestaan dan weer uit allerlei gedroogde dierenkoppen of kalebassen met eten en drinken. Hij pakte vervolgens een kalebas met een zeer onsmakelijke uitziende oranje brei. De voodoo chef vertelde dat dit eten was wat door zijn overgrootvader was gemaakt en niet kon bederven. Hij nam toen een flinke veeg met zijn vinger uit de pot en nam er een hap van en smeerde zijn navel ermee in.

Buiten was een volgend ritueel. Weer een groep beelden waar stenen potten met water voor stonden. Ook in het water zaten geesten. De voodoo chef begon te zingen en hield een voet steeds op een paaltje voor het beeld wat hij bezong. In de laatste ruimte die we bezochten was naast een groep voodoo beelden een geweldige verzameling van oude rommel. Hier lag echt alles wat je je  maar bedenken kunt. Er lagen allerlei gedroogde dieroffers , stukjes ijzer,  touw, knopen, spijkers, schroeven, hout, stof, enz.  Nadat de voodoo chef de beelden had besproeid met palmwijn en ons allemaal een slokje aanbood,  nam hij een verroest blikje waaruit hij wat talismannen haalden die we konden kopen om ons te beschermen. In dit blik zat ook een gedroogde ganzenkop!

Op een muurtje bij het voodoodorp lag een ziek jongetje van ongeveer 2 jaar. Het jongetje was werkelijk doodziek en in onze ogen het slachtoffer van een verkeerde keuze maken. Sommige mensen gaan liever naar een Voodoo dokter dan naar een reguliere arts.

Na deze ontmoeting met de voodoo chef zijn we naar de voodoomarkt gegaan. Wat we hier zagen was onbeschrijflijk. Overal lagen gedroogde dieren of delen ervan. We zagen gedroogde  slangen, vogels, vogelkoppen,  staarten, hondenkoppen, babyaapjes, apenkoppen  en wat al niet meer. Omdat niet alles goed gedroogd was en omdat het vochtigheidspercentage hier nog steeds boven de 90 % is stinkt het er vreselijk.  Een voodoomarkt is een soort apotheek waar je met een recept van de voodoo chef heen gaat en de spullen koopt die hij nodig heeft om met de geesten in contact te komen die de klant wil spreken. Je kunt met je voorouders in contact komen maar ook met geesten om een goede oogst te vragen of om een ziekte te bestrijden. Voor ons niet te begrijpen maar hier heel gewoon.

Na deze markt hebben we het museum bezocht. Het staat op de wereld erfgoedlijst van de Unesco omdat het mooie in de lemen muren uitgehakte reliëfs heeft. Van de paleizen is niet veel meer over, de koningen werden er ook begraven. De tombe zoals ze die hier noemen is niets meer dan een rieten afdak met een schoon geveegde vloer met een diepe gleuf in het midden. Hierin wordt regelmatig eten gedaan voor de overleden koning. De koning werd samen met 41 vrouwen begraven. De vrouwen kregen te eten, alcohol te drinken en daarna levend met de dode koning begraven, erg wreed maar hier behoord het bij hun cultuur.

De volgende dag zijn we verder naar Cotonou gereden. De King had al wat dagen weinig power. Ton had de separfilter al schoongemaakt maar dat bleek dus niet de oorzaak te zijn. Helaas na 20 kilometer stopte de King ermee. Dat betekende dus sleutelen. Na een uurtje of 3 was het euvel weer verholpen. Een ander filter zat helemaal verstopt wat eigenlijk niet zou moet kunnen omdat de separfilter alle vuiligheid tegenhoud. Waarschijnlijk heeft er al heel lang vuiligheid in de slangen gezeten wat nu loskomt!

In Cotonou inkopen gedaan in een supermarkt; onderdeel van het Franse Super U. Alles was  ontzettend duur en  90% van de klanten waren blanken. We waren bijna door onze voorraad heen dus hebben we weer goed en gemakkelijk ingeslagen. Op de ambassade van Ghana hebben we het visum voor Ghana aangevraagd. Dit was weer een hele klus. We hadden officieel een uitnodiging nodig maar na uitleg hoe we reisden was een routeplanning met namen van campings voldoende.

Via de “Route des Peches” naar camping Jardin Helvetica gereden. Daar heerlijk gegeten en overnacht. De volgende dag terug naar Cotonou. Onderweg moesten we stoppen voor een politiecontrole. We konden onze passen en het visum van Benin niet laten zien wat een groot probleem was. Na diverse malen uitleggen dat deze op de ambassade van Ghana lagen mochten we na een half uur weer doorrijden. Op de ambassade van Ghana kregen we te horen dat er nog geen goedkeuring vanuit Ghana binnen was. Omdat het de volgende dag een feestdag was in Ghana was de ambassade gesloten. En konden we dus maandag terug komen.

De “route des Peches” verder gevolgd tot in Ouidah en op de camping ” Le Jardin Breselien” neergestreken. Het was een mooie camping direct aan zee gelegen en met een prachtig zwembad, gevuld met zeewater. Bij de nog steeds hoge luchtvochtigheid en een temperatuur van boven de 35 graden neem je graag af en toe een frisse duik.
Ouidah staat bekend als de plaats van waar uit veel slaven zijn gedeporteerd naar de beide Amerika’s. In de stad Ouidah werden de slaven verkocht waarna ze 4 kilometer moesten lopen tot aan het strand waar ze in de schepen “geladen” werden om naar Amerika te worden verscheept. Op dit punt staat nu een monument “La Porte de Non Retour”. Langs de 4 kilometer lange “route des enslaves” staan overal voodoo beelden. Er staat ook een boom  ( tree of Forgetness) op deze weg. Hier moesten de slaven omheen lopen zodat ze niet meer aan Afrika zouden denken als ze in Amerika waren!

Maandagmorgen met de motor  terug naar de ambassade in Cotonou. Er was geen bericht gekomen uit Ghana en dinsdag moesten we maar weer terug komen. Deze keer gevraagd of we niet eerst konden bellen omdat we telkens 80 km moesten rijden.  Dat was mogelijk en dus dinsdags eerst gebeld. Deze keer was er wel een positief bericht vanuit Ghana en we konden de passen ophalen. Nadat Ton terug was met de paspoorten  zijn we verder gereden naar Grand Popo. Dit is een toeristische plaats 20 kilometer voor de grens met Togo. Bij Awale plage op een keurige camping gestaan.

De volgende dag waren we  binnen een half uur aan de grens. De grensformaliteiten werden afgehandeld in een soort open air kantoortjes. Alle beambten zaten aan lange tafels onder een afdak in de schaduw. De zaken waren snel geregeld en na een half uurtje reden we Togo binnen.

Benin was een mooi land met vriendelijke mensen. Aan de kust werd veel gevraagd om geld en cadeaus.  De eerste twee woorden die baby’s in Europa leren zijn ” Papa en Mama”. Hier is dat blijkbaar “Money, Money”!  De voodoocultuur heeft  erg veel indruk op ons gemaakt en voor ons is het een onbegrijpelijke manier van geloof. De slavenhandel van een paar eeuwen terug is een gruwelijke mensenhandel geweest waar we ons nog steeds diep voor moeten schamen.

Togo
De grens verliep zoals in Benin via de open air kantoortjes en binnen een half uurtje reden we Togo binnen. Aangezien de kustlijn van Togo maar 60 kilometer bedraagt waren we snel in Lome. Bij Chez Alice, restaurant, bungalows en camping de camper geparkeerd. Alice is een krasse Zwitserse dame van 80 jaar die al 33 jaar in Togo woont. Alice woont er samen met Werner, een vriend uit Kamp Lintfort. Werner zit van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat aan het bier en praat er af en toe een beetje naast. Van de obers krijgt hij drie maal daags een grote portie eten voorgezet welke hij dan op moet eten. De honden moeten dan even weg omdat Werner zijn eten anders aan de honden geeft! Werner eet liever niets en vind dat er in een pintje genoeg voedingsstoffen zitten.

Alice regelt alle zaken en is goed op de hoogte van alles. Ze wist ons ook te vertellen dat de situatie in Mali niet goed is. De premier is met zijn gehele kabinet afgetreden en ze dacht dat een visum krijgen niet eenvoudig zou zijn.
Met een taxi zijn we naar de ambassade van Mali gegaan. Helaas was deze verschillende keren verhuisd en niemand wist nog waar hij was. We stonden op een gegeven moment wel weer in de ambassade, maar daar was geen ambassadeur meer te vinden. De dames die het pand nu beheerden konden wel telefonisch een afspraak maken met een zaakgelastigde maar of deze in Togo was wist ook niemand. De man scheen veel te reizen en was vaak afwezig. We zijn dus niet verder gekomen dan een sight seeing in Lome.

Terug bij Alice gebeld met de ambassade maar deze nemen niet op, ook niet in Ghana. In Nederland mensen voor ons aan het werk gezet maar ook hier geen gehoor bij de ambassade van Mali in Rotterdam en Brussel.
We kunnen nog in Ghana een visum proberen aan te vragen voor Mali en zijn ook maar alvast naar een alternatieve route gaan kijken. Wanneer we in Ghana geen visum voor Mali krijgen gaan we via Ivoorkust en Guinee naar Senegal! Dat zou wel betekenen dat we weer veel slechte wegen gaan krijgen waar we eindelijk vanaf dachten te zijn! Verder hebben we het visum voor Burkino Faso dan voor niets gehaald want daar komen we dan niet meer. We zijn dus ook meteen aan de slag gegaan om reisberichten op te snorren van andere reizigers die door deze twee landen zijn gereisd om ons al een beetje te oriënteren.

We hebben de volgende dag weer een taxi genomen naar het centrum van Lome om de Grand Marche te bezoeken. Het is een van de grootste markten van Afrika. Helaas komen we tot de conclusie dat we een beetje verzadigd raken en mede door de opdringerige kooplui vonden we er niets aan! We zijn ook nog naar de Voodoomarkt geweest. Helaas is deze in Lome erg toeristisch en commercieel. Zo moesten we per persoon $ 10,- entree betalen en nog eens het dubbele betalen om foto’s te mogen maken. We zijn dus weer vertrokken zonder de markt te bezoeken. Het feit dat we ook de enigen waren op deze markt in een miljoenenstad zegt voldoende.

In Nigeria hadden we al een verzekering afgesloten. Men had ons daar verzekerd dat deze in alle Ecowas landen geldig was. Helaas bleek in Benin dat de verzekering een lokale verzekering was welke alleen in Nigeria en enkele landen geldig was. De kaft was dan wel bruin, maar het was niet de goede verzekering. We hebben een nieuwe verzekering afgesloten; de carte brun. Deze is geldig in alle Ecowas landen. Ecowas betekent Economische commissie of west Afrikaanse staten. Hier horen Nigeria, Benin, Togo, Ghana, Burkino Faso, Niger, Chad, Mali, Senegal en Gambia bij. Veel van deze landen hebben ook een gezamenlijke munt. De centraal Afrikaanse frank.
Na nog een dagje klussen; de auto doorsmeren en de was doen zijn we weer bij Alice gaan eten. Alice heeft een Duitse menukaart met natuurlijk zoveel mogelijk Duitse gerechten. Voor de afwisseling smaakte een Duitse Bratwurst met senf natuurlijk goed.

We zijn nog even een buurtwandeling gaan maken en dan blijkt dat in ieder klein straatje wel 2 kapsalons zitten. Bij een kapsalon heeft Ton de stoute schoenen toch maar weer eens aangetrokken en heeft zich laten kortwieken. Geen Lindacoupe maar deze keer toch ook niet echt een Afrikacoupe! In ieder geval wel lekker fris bij deze hoge temperaturen. De dag erop zijn we vertrokken en we waren snel bij de grens. Dit maal een grote grensovergang. We werden meteen aangeklampt door diverse fixers en geldwisselaars. Toen we deze allemaal hadden weggestuurd konden we rustig de zaken gaan regelen.

Na wat zoekwerk alle kantoortjes gevonden en alle stempels gekregen. Als laatste moesten we de auto laten registreren bij de politie. Hier werd ons om $ 6  gevraagd. We zagen dat iedereen die hier moest zijn geld betaalde en dit met veel tegenzin deed. De mannen waren erg onvriendelijk en zeer kortaf. We gaven aan dat we niet wilden betalen omdat we nog nooit hadden betaald aan een grens. Nou dan kregen we ook niet het papiertje wat we nodig hadden om Togo uit te rijden, was het antwoord. Direct het visitekaartje van het rode kruis weer eens tevoorschijn gehaald en ons verhaal afgerafeld. Nadat er met de chef was overlegd kregen we zonder problemen het papiertje. Met dit papiertje naar de volgende post en daar werd nog eens $ 10 parkeergeld van ons geëist. Wederom ons verhaal afgerafeld en toen konden we eindelijk vertrekken. We hadden overigens ook telkens om een rekening gevraagd welke ze niet gaven. Al het geld verdwijnt dus in de zakken van deze corrupte bende.

Helaas zijn we maar 3 dagen in Togo geweest omdat we zo snel mogelijk wilde weten wat de mogelijkheden rondom het visum van Mali zijn. De mensen die we hebben ontmoet, waren in ieder geval erg vriendelijk en behulpzaam. Wat ons opviel was dat veel mensen Duits spraken.

Ghana
Realiserend dat we bijna ieder verslag beginnen met de grensprocedure even een uitleg waarom. Het hele grensgebeuren is voor ons en andere reizigers een tijdrovend en inspannend  onderdeel van de reis. Vaak is het ook een visitekaartje voor de toerist aangaande gedrag van staatsmedewerkers.  Na de grens, die snel was afgehandeld, werd de weg slecht. Na 20 kilometer verscheen er een goede teerweg. Onderweg verschillende politiecontroles maar allen waren vriendelijk. Eenmaal zei de agent: “volgende week is het Kerstmis, wat heb je voor een kerstcadeau voor me mee gebracht”.

Onderweg zagen we werkplaatsen waar ze hele speciale doodskisten maken. We zagen een grote fles, een grote vis, een vrachtwagen, een naaimachine en nog meer. Ze maken ze op bestelling. De fles is voor de alcoholist; de vis voor de visser, de vrachtwagen voor de chauffeur en de naaimachine voor de kleermaker.

Vlak voor Accra aan de Coco Beach een overnachtingsplek gevonden bij Turtle Beache Guesthouse waar we konden kamperen. Hier stonden we mooi met uitzicht op zee. De manager had verschillende familieleden die in Zweden werkten en woonde. De gasten waren over het algemeen Zweeds. Nadeel van deze mooie plek was dat de buurman een stranddisco had waar vanaf 10 uur in de ochtend tot diep in de nacht harde muziek klonk!

Op zondagmorgen wisten we niet wat we zagen. Het strand zag letterlijk en figuurlijk zwart van de mensen. Blijkt dat hier in het weekend op het strand veel wordt getrimd, gezwommen en gevoetbald. Een sportief volkje die Ghanezen!
‘S maandag zijn we met de taxi naar de ambassade van Mali gegaan. Dit keer niet in een koekblik zonder airco, deurbekleding en met kapotte stoelen zonder veren, maar in een heuse taxi  met airco! Het was maar goed ook want over de 15 km naar de ambassade deden we maar liefst 2 uur. Hier konden we gewoon een visum aanvragen. We moesten wel zelf een letter of request ( waarom we naar Mali willen ) schrijven. Na 2 dagen konden we het ophalen. Om de files te kunnen ontwijken zijn we deze keer maar mooi met de motor gegaan en zo waren we in een uurtje op en neer.

Met de motor boodschappen gaan doen in de Shoprite. Hier was weer alles te koop en maar weer ontzettend duur. Hier in Accra staan de hele dag lange files waardoor het erg lang duurt voor je in het centrum bent. Met de motor kun je overal tussendoor en kom je nog een keer op de plaats van bestemming.  Op donderdag zijn we weer gaan rijden. We hebben ons eerst door de verkeerschaos van Accra moeten worstelen, wat bijna 2 uur duurde. Zowel in de stad als buiten de stad zie je zeer agressief rijgedrag en duidelijk is ook dat de Ghanees niet kan anticiperen op de verkeerssituatie. We hebben dan ook weer veel wrakken langs de weg gezien van zeer ernstige ongelukken.

Onderweg werden we weer eens aangehouden door de politie. Tot nu toe waren ze telkens vriendelijk geweest maar nu niet. Omdat Ton geen gordel om had moesten ze zijn rijbewijs zien en hij moest uit de auto komen. Zo gezegd zo gedaan, maar daarna wilden ze  het rijbewijs niet meer  terug geven. Eerst moesten we naar de rechtbank om de boete te betalen en dan kregen we het rijbewijs weer terug. Ton was het er niet mee eens en trok het rijbewijs uit de hand van de politieagent. Hierop ontstond een klein handgemeen om het rijbewijs wat Ton won!! We werden gesommeerd om naar de hoofdagent te gaan om daar de boel verder te regelen. Na weer veel praten, het visitekaartje en ziekenhuisverhalen mochten we alsnog vertrekken met twee waarschuwingen. Draag altijd je gordel en vecht nooit meer met een politieman. Toen we 2 dagen later weer voorbij kwamen wees Ton op zijn gordel en staken de politiemannen breed lachend hun duim omhoog. Er was weer vrede gesloten en met een goed gevoel gingen we verder.

In Elmina hebben we het slavenkasteel St. George bezocht. Dit is gebouwd door de Portugezen in 1482 en later veroverd door de Nederlanders en weer later door de Engelsen. De Nederlanders zijn er begonnen met de slavenhandel. De slaven verbleven 3 maanden in de kerkers van het kasteel voordat ze via de “Door off no return” met kleine bootjes naar de schepen werden gebracht . De mannen waren van de vrouwen gescheiden en de vrouwen werden gedwongen om seks te hebben met de blanke mannen. De lokale bevolking werd door de blanken vaak aangezet om de slaven aan te leveren. Vaak waren dit vijanden die ze verslagen hadden in een onderlinge strijd. In ruil hiervoor kregen de lokalen wapens en alcohol.

We zijn 2 nachten op de camping van Hans Cottage Botel geweest. Het restaurant is gebouwd  boven een waterplas waarin krokodillen zwemmen. Ze komen ook aan land en je kunt er redelijk dichtbij komen. De krokodillen worden regelmatig gevoerd waardoor ze minder geïnteresseerd zijn in de mensenhapjes! Rondom de camper stonden  passievruchten, sinaasappels en papaja’s. We hebben flink geoogst en zijn  weer vertrokken met een camper vol fruit.

Onderweg naar de volgende plaats werden we weer eens aangehouden. Nu zouden we te hard hebben gereden binnen de bebouwde kom. Dit hadden ze geconstateerd met de lasergun!. Omdat we in veel verkeer met de stroom mee hadden gereden maar weer eens in discussie gegaan dat dit niet mogelijk was. Ze wilden weer het rijbewijs hebben. Deze keer niet afgegeven maar ze laten kijken naar het rijbewijs. Weer de nodige discussie. We moesten eerst weer een boete gaan betalen bij de rechtbank. De agent ging voor de auto staan en wij  zijn in de auto koffie gaan drinken.  Na een half uur maar weer eens gevraagd wat er ging gebeuren waarop we geen antwoord kregen. We hebben toen maar de stoute schoenen aan getrokken; hebben de agenten een “Merry Cristmas” gewenst en zijn aangereden. Gelukkig kwam er niemand achter ons aan.

Op weg naar de camping Green Turtle Beache moesten we door Dixcove. De straten waren erg smal en vol met mensen. Vele keken alsof ze de hele dag al aan de alcohol zaten of iets anders hadden gebruikt. Aan beide kanten van de camper bleef niet veel ruimte over. Velen sloegen met hun handen op de zijkant van de auto. Nadat we ons door deze smalle straatjes hadden gemanoeuvreerd kwamen we op een plein uit. Hier was een begrafenis aan de gang en wij reden dus dwars door de kerkdienst heen omdat de straat dwars over het plein liep. Helaas  namen we op het eind van het plein ook nog even een elektriciteitskabel mee waardoor de priester het zonder microfoon moest doen. Hierop riepen er mensen dat we moesten stoppen en andere stonden weer te roepen dat we moesten doorrijden. We hebben maar naar het advies van de laatste geluisterd en zijn doorgereden.

Via een ruige zandweg kwamen we uit op Green Turtle Beach. Voor de tweede keer deze reis moesten er eerst wat takken worden gesnoeid voordat we de camping op konden. Hier stonden we prachtig onder de palmbomen direct aan het strand. De kerstdagen hebben we zwemmend, luierend en wandelend doorgebracht. Hier zijn overigens weer veel toeristen aanwezig; dit maal bijna allemaal afkomstig uit Engeland. Het is de eerste keer dat we weer gewone toeristen tegen komen buiten dan de “echte wereldreizigers”. (geen overlanders) Deze laatste zijn vaak de meest onuitstaanbare mensen die je kunt tegen komen op je reis. Ze vertoeven meestal lang op dezelfde plaats en hebben altijd een eindeloze lijst met opmerkingen en tips waar je geen zin in hebt. Ze zijn verzadigd van alle nieuwe indrukken en kijken niet meer om zich heen, maar alleen nog maar in hun eigen portemonnee. Contacten met de lokalen hebben ze niet en meestal zijn ze schijtbang! Als overlanders komen wij nog ieder half jaar naar huis en voelen we ons zeer zeker niet bij deze categorie horen. Naast dat we veel willen zien willen we ook contacten hebben met de plaatselijke bevolking. Gelukkig hebben dat meer wereldreizigers en zijn de anderen een uitzondering. De gewone toerist hier in Ghana  laat je met rust of heeft gewoon interesse en komt een leuk praatje maken.

We zijn naar Akwibaa, een klein vissersdorpje gewandeld. Het is een dorpje zonder stromend water, elektriciteit en alle andere denkbare voorzieningen. Hier hield de weg op en kon je via een smal bruggetje een riviertje oversteken. Op de terugweg liepen we per ongeluk door de poepafdeling (openbaar toilet) van het dorp. Laverend door de hopen stront kwamen we gelukkig weer uit op een schoon stuk strand. We wilden nog wat zoete broodjes kopen, maar onze eetlust was over!

Inmiddels is de harmattan gaan waaien. Dit is een wind afkomstig vanuit de Sahara die veel zanddeeltjes meeneemt. Hierdoor is het de hele dag erg heiig. Eigenlijk moet het een droge lucht zijn, maar hier aan zee is er nog weinig van te merken. Voor de zwarte bevolking is de harmattan niet prettig. Zoals wij in de winter last hebben van schrale- en klooflippen, krijgen hun dat van de harmattan. Door de zanddeeltjes worden ze ook erg hoesterig en het lijkt erop of ze allemaal een rokershoestje hebben. We hebben echter nog geen Ghanees zien roken!

De vissers hier aan de Westkust van Afrika kunnen niet veel vis meer vangen. Op meerder plaatsen hebben we al gezien dat de boten de vissershaventjes binnen komen met alleen maar ondermaatse vis. De grote trawlers uit Europa, Japan en Korea vissen hier de zee leeg. Wat er over blijft voor de lokale vissers zijn de kleine visjes. We hebben enkele trawlers voor de kust heen en weer zien varen en hoorden vertellen dat de vissers met hun kleine bootjes naar de Koreanen peddelen en hun honden te verkopen in ruil voor vis! Beiden zijn dan weer voorzien van hun traditionele maaltijd.

Na 5 dagen aan zee weer op pad gegaan richting Lake Bosomtwe. Na het off road stuk was de weg prima. Helaas duurde dit maar tot in Tarkwa. Daar werd de weg slecht, veel diepe gaten en stukken waar de teer in zijn geheel niet meer aanwezig was. Onderweg zagen we dat er op veel plaatsen zand werd gewonnen. Later werd ons duidelijk dat ze hieruit nog goudkorrels proberen te winnen. Hier bevinden zich namelijk goudmijnen en iedereen probeert dus een graantje mee te pikken. Maar of al dat werk loont!

25 kilometer voor Lake Bosomtwe kregen we onze 8e lekke band. Links voor deze keer. De band verwisseld en toen we hiermee klaar waren begon het al te schemeren. We zijn niet meer verder gereden en hebben in het dorpje op een bouwplaats overnacht. De volgende dag vol goede moed naar Lake Bosomtwe. Hier hebben we bijna 2 uur rond gereden om een geschikte plaats aan het meer te vinden. We zijn  weer over zeer smalle moeilijk berijdbare paden gereden. Uiteindelijk een plekje gevonden in de schaduw met zicht op het meer bij Lake Point.

Hier hebben we ook oud en nieuw gevierd samen met de “lokalen”. Voor het eerst in 2 jaar hebben we de jaarwisseling meegemaakt. Tegen 21.00 uur kwamen de mensen uit de 2 omliggende dorpen dansend aan bij het restaurant. De eigenaar geeft hier elk jaar een ” Nieuwjaarsparty”. Er was een groot kampvuur en een echte disco met D.J. De mensen kwamen dansend aan en hebben gedanst tot ze in de vroege uurtjes weer naar huis gingen. Het is onwaarschijnlijk en onbegrijpelijk als je ziet hoeveel plezier men beleefd aan muziek en dat terwijl er niets te drinken, te roken of te eten was.

De volgende bestemming was de stad Kumasi. Dit is de tweede grote  stad van Ghana. Hier hebben we bij  het Presbytarian Guesthouse gestaan. Van hieruit waren de winkels en restaurants op loopafstand. Kumasi was een leuke relaxte stad. Na 2 dagen weer “en route”. De gps liet ons dwars over de Kejatimarkt rijden. Dit is de grootste markt van west Afrika. Het was dus erg smalletjes en vol met mensen.

Boabeng-Fiemma monkey sanctuari was de volgende stop. De gemeenschap beschermt hier de zwart/witte west Afrikaanse colobus apen en de mona apen. De mona apen renden  over de camping wat eigenlijk gewoon een parkeerplaats was. Hier kwam een auto aan en deze stond een tijdje op de parkeerplaats recht voor ons. De man en vrouw bleven er in zitten en observeerden ons een beetje. Toen ze wilde vertrekken stapte de man uit en kwam ons vertellen dat hij ging en ons achter liet in de handen van god! Hadden we iets verkeerd gedaan?

Onderweg naar het noorden zagen we weer mensen langs de weg staan met bushmeat. Houtskool werd ook weer in overvloed geproduceerd. We zagen dus weer erg veel kale vlaktes en houtskoolbranderijen. Het afbranden van de vegetatie was hier ook weer aan de orde van de dag. De wegen werden  richting het noorden weer steeds  slechter.

In Mole nationaal park zijn we 2 dagen geweest. De camping was erg verwaarloosd maar had een prachtig uitzicht op de beneden liggende bossen. We hebben om 7.00 uur de volgende dag een safariwandeling gemaakt. Veel was er niet te zien, wat bush en waterbokken en in de waterplas enkele krokodillen. Toen we terug kwamen liep er een olifant bij het informatiecentrum. Hier konden we hem van zeer dichtbij zien. Een uurtje later liep hij op de camping en kwam ons even bezoeken. Ook enkele warthogs en bavianen liepen op de camping rond.

Omdat de camping in een vervallen staat verkeerde besloten om hier ook maar even de auto door te smeren en olie te verversen. Als hier wat olie gemorst word is het niet zo erg. Gelukkig alle olie op kunnen vangen en “de King” is klaar tot Holland. Ook maar direct wat banden verwisseld zodat “de beste banden” ons hopelijk tot thuis brengen. Bij het takelen begon de lier te roken dus hadden we weer nieuwe problemen. Soms zit het mee en soms zit het tegen. De lier schroeven we ergens anders wel weer uit elkaar en anders moeten we maar een heftruck huren om de banden op het dak te krijgen!

De laatste paar honderd kilometer in Ghana was de weg wisselend van kwaliteit. De laatste 17 kilometer waren vreselijk slecht. De grensformaliteiten werden snel afgehandeld door nette behulpzame politie en douane.

We zijn 3 weken in Ghana geweest. Het was een relaxt land met erg terughoudende vriendelijke mensen. We zagen wel 2 verschillenden Ghana’s. De kuststreek is welvarender dan het arme noorden. Het zuiden is groen, het noorden is droog. In het zuiden was de luchtvochtigheid erg hoog en was het zowel overdag als ‘s nachts warm. In het noorden was het warmer maar was de luchtvochtigheid erg laag. De nachten zijn hier koud en we hebben het dekbed weer tevoorschijn gehaald. In heel Ghana was de religie duidelijk aanwezig. Grote bilboards met religieuze spreuken  langs de wegen en kleine borden op iedere auto, bus of vrachtwagen  met deze religieuze teksten en spreuken. De mensen vertrouwen zo in God dat ze ieder eigen initiatief nalaten. God regelt alles in Ghana!

Burkino Faso
We beginnen natuurlijk weer met de grens. We kwamen direct op een goede teerweg terecht wat eigenlijk al een natuurlijke grens was! We moesten de auto parkeren en met de paspoorten naar de politie. Die zaten achter het gebouwtje in de schaduw aan een tafeltje. Onze gegevens werden weer eens in een groot boek geschreven waarna er $20 werd gevraagd voor de handelingen. Mooi niet dus. Na wat discussiëren werd het ineens $4 wat ook onzin was. Na een 3 kwartier maar weer eens ons anti-corruptie visitekaartje tevoorschijn gehaald en het daarbij horende verhaal afgestoken en jawel, er werd excuses gemaakt en we konden vertrekken!

We zagen meteen dat we in een ander land waren. Zeer goede straten en de huizen waren ook anders gebouwd. Verder veel mensen op de fiets of brommer. Het zag er ook veel armoediger uit. Weinig te koop aan groente en fruit en veel mannen die maar wat rond hingen in piepkleine dorpjes.

Vlak voor Diebougou bij een pas geopend motel ( Centre d’acieule Touristique) overnacht. Omdat we er gratis mochten staan zijn we een biertje gaan drinken op het terras en hebben we er een Burkinese pizza (belegde pannenkoek) gegeten.

De volgende morgen vroeg vertrokken naar Bobo Dioulasso, hier door iedereen Bobo genoemd. Bij Casa Africa onze camper geparkeerd. Op advies van onze beste Maureen zijn we weer een pizza gaan eten bij La Pacha. Helaas was de pizza niet te vergelijken met de pizza’s die wij kennen. Hier was het ook weer een aangeklede pannenkoek.

We stonden met de camper op de zeer kleine binnen plaats tussen de kamers die verhuurd werden en vlak voor het terras. Af en toe kwamen er stelletjes achter onze camper zitten omdat ze niet gezien wilden worden. Na enkele pintjes vertrokken ze dan een kamertje in en kwamen er na een uurtje weer uit. Naast gastverblijf bleken de kamertjes dus ook als ” Chambre de passe ” te huur! Gezien het feit dat er geen glas in de ramen zit maar alleen maar muggengaas hadden we af en toe een paar oordopjes nodig. Die Afrikanen lachen bij alles wat ze doen! (behalve bij werken)

We hebben de Grand Marche en de Grand Mosque bezocht. De Grand marche was weer wat meer Oosters/Arabisch en erg leuk. De Grand Mosque was van leem gemaakt en aan alle kanten staken er stokken uit. Deze stokken moeten de leem bij elkaar houden. Vroeger werd er bij ons ook zo gebouwd al werd er bij ons vaak gebruik gemaakt van staal! Bij een supermarkt flink inkopen gedaan zodat onze voorraad weer op peil is tot in Senegal.

Na 3 dagen Bobo zijn we weer op pad gegaan. Eerst naar de watervallen van Karfiguiela. Deze waren niet zo spectaculair omdat we midden in het droge seizoen zitten. Bovendien word hier boven de watervallen ook water onttrokken om de omliggende suikerrietplantages te besproeien. De weg er heen was erg mooi. Het was een onverharde laan met prachtige grote mangobomen.

De volgende stop was Lac Tengrela. Een meer waarin ongeveer 30 nijlpaarden verblijven. Bij de entreeprijs zat een boottochtje dus zijn we het meer op gegaan om de nijlpaarden te bekijken. Op de terugweg begon de gids waterlelies te plukken om een bloemenkrans te maken voor ons. Hem uitgelegd dat we ze mooier vinden in het water dan om onze nek!

We konden aan het meer overnachten maar hadden geen zin in een muggenfestijn en zijn richting de Sidoupeaks gereden. De Sidoupeaks is een kleine bergketen met vreemde vormen tussen de groene bossen. Het is een soort steen wat bijzondere vormen heeft gekregen vanwege de erosie. We hebben bij de Sidoupeaks overnacht en na nog wat informatie ingewonnen te hebben omtrent de situatie in Mali besloten om toch naar Mali te gaan. Alle berichten zijn erg tegenstrijdig dus zien we wel wat er op ons af komt. De volgende dag over een mooie piste door een prachtige omgeving naar de grens gereden. De grensformaliteiten werden afgehandeld onder een rieten afdakje en waren snel en correct.

We zijn niet lang in Burkino Faso geweest maar wat we er van gezien hebben beviel ons goed. De mensen zijn erg aardig. Het is een van de armste landen van de wereld maar iedereen lacht hier. In Bobo Dioulasso werden we veelvuldig aangeklampt door souvenirverkopers. Het blijkt dat die bijna niets meer verdienen nu de Overlanders niet meer door Mali komen en nu veel toeristen weg blijven uit Burkino door de militaire coupe twee jaar geleden.

Mali
Ook aan de grens van Mali zaten de grensbeambten onder een rieten afdak. Ze lagen lui op stoelen of lagen op bedden. Ze waren uiterst vriendelijk en de afhandeling van alles ging zeer snel en correct. Toen we vroegen of het rustig was in Mali bevestigden ze dat maar gaven aan niet naar noorden te gaan.

We zagen meteen dat we in een islamitisch land waren. Omdat het vrijdag was stonden in  sommige dorpjes borden midden op de weg met de tekst: langzaam rijden i.v.m. het vrijdagmiddag gebed. De eerste etappe was door een groen gebied met bossen en riviertjes met water. De huizenbouw was te vergelijken met die uit Burkino Faso. Wel natuurlijk meer gesluierde vrouwen in het straatbeeld.

Omdat we niet in een keer tot in Bamako konden komen hebben we een bushcamp gemaakt net buiten Bougini. Mali is uitermate geschikt om vrij te kamperen. Het is erg dun bevolkt en je kunt overal van de weg af de Bush in om een leuk rustig plaatsje te zoeken. Ook nu hebben we genoten van de rust en van een prachtige sterrenhemel zonder lichtvervuiling.

In Bamako aangekomen naar de ” Sleeping Camel” gereden waar we in de tuin konden kamperen. Van onrust in de hoofdstad was niets te merken. We zijn gewoon de stad ingewandeld en hebben er de nodige inkopen gedaan. Ook hier kregen we te horen dat er sinds vorig jaar maart bijna geen toeristen meer komen. We hadden ons vanwege de situatie aangemeld bij het ministerie van buitenlandse zaken. Men was dus op de hoogte van onze aanwezigheid in Mali.

Omdat door het ministerie van buitenlandse zaken een negatief reisadvies was afgegeven en omdat ook de hoofdstad  als onveilig werd aangegeven hebben we besloten om de volgende dag toch maar weer te vertrekken uit de hoofdstad. Er niets te merken van ongeregeldheden. We reden langs verschillende Europese ambassades waaronder die van Frankrijk en daar was zelfs geen extra beveiliging. Alle waarschuwingen zijn misschien terecht maar wekken alleen maar een hoop onrust. Buiten Bamako zagen we wel afweergeschut staan, maar deze bleken er al vanaf de coup van vorig jaar te staan. Of ze ondertussen niet vastgeroest waren weten we niet.

Via een goede weg zijn we richting Manantali gereden. De laatste honderd kilometer was over een smalle piste die in redelijke staat was. De piste liep door een mooi landschap en langs authentieke dorpjes. Overal werd  katoen geplukt en vervoerd op ezelkarretjes. De mensen waren erg enthousiast als we voorbij kwamen rijden. Ze lachten en zwaaiden zonder iets van ons te willen/te vragen.

In Manantali kwamen we bij een stuwmeer uit. De stuwdam is gebouwd door de Duitsers.  Hier word stroom opgewekt voor Mali en een gedeelte word aan Senegal en Mauretan verkocht. Aan de Baffingrivier een eindje onder de dam zijn we neergestreken op Cool Camp. ( www.coolcampmali.com ) Dit is de camping van Casper Janssen.

Casper heeft zelf een aantal jaren de wereld rondgereisd in een MAN expeditietruck voor hij zich hier in Manantali heeft gevestigd. Hij is na een aantal jaren weer terug gekomen op een van de mooiste plaatsen waar hij voorheen heeft gebushcampt. De camping ligt prachtig aan de rivier waar je kunt  vissen, zwemmen of met de kano kunt gaan varen. Ook kun je er de lokale dorpjes bezoeken of de stuwdam. Op de camping komen af en toe grote varanen op bezoek en in de rivier hoor en zie ja af en toe nijlpaarden. Een stuk verder langs de rivier kun je ook chimpansees zien. De camping heeft ook 2 rondavels met douche en toilet waarin je kunt overnachten als je zonder eigen tent of camper komt. Een van de rondavels is zelfs aangepast voor rolstoelers!

We zijn met Casper naar de markt in Manantali geweest. Hij is er de bekende “blanke” en heeft een dagtaak aan het handje schudden. De lokalen zijn ontzettend vriendelijk. We hebben er brood gekocht wat werd verpakt in een stuk papier van een cementzak. Deze werd eerst nog wat uitgeklopt waarnaar het brood erin werd gedaan. Zo ging het ook met de groenten op de markt en met de “oliebollen”. Alles werd verpakt in het papier van een cementzak. Omdat Casper nog aan het bouwen is verruild hij af en toe cementzakken tegen een brood. 4 lege cementzakken zijn een brood waard!

‘s Middags zijn we naar een dorpje vlakbij de camping gewandeld. Daar hebben we kunnen zien hoe de mensen hier zeer eenvoudig leven. Er is geen elektra en water moeten ze uit een plaatselijke dorpsput halen. Iedereen was erg aardig en ze vonden het leuk om ons te zien. Een gezin wilde ons zelfs een levende kip mee geven voor onderweg. Casper heeft ze duidelijk gemaakt dat we dit erg konden waarderen, maar dat ze de kip beter zelf op konden eten!

We zijn 3 nachten bij Casper op de camping geweest en hebben veel over onze reizen gesproken. I.v.m. verhalen over ernstige corruptie aan de grote grens in Kayes zijn we dezelfde piste weer terug gereden naar de teerweg. Deze weg richting Senegal was erg saai tot een 80 km. voor de grens. We reden door een berglandschap en via een kleine grensovergang zijn we Mali uitgereden.

Mali was een leuk land. De bevolking was ontzettend vriendelijk en deze keer ook de politie en de douane! Dat kwam niet vaak voor deze reis! Helaas was er door de regering de noodtoestand afgekondigd. Ze vroegen aan de mijnbedrijven en andere grote bedrijven of deze hun pick-ups en vrachtwagens wilden afstaan aan het leger. Ook de Nederlandse ambassade gaf een negatief reisadvies en gaf 4 A4tjes met waarschuwingen. We hadden namelijk gemeld dat we in Mali verbleven. Door deze hele toestand hebben we maar een heel klein stukje van Mali kunnen zien. De grote bezienswaardigheden zoals Mopti, Djenne en Segou waren onveilig. In 1998 waren we in Marokko 40 kamelendagen van Timboektoe verwijderd. We zeiden toen tegen elkaar: “Daar gaan we nog eens naar toe”. Nu  waren we in het land van Timboektoe  maar konden we er niet heen vanwege het rebellengeweld. Wie weet komen we wel weer eens terug!

Senegal
Aan de grens moesten we een “passe vente” kopen; kosten $5. Normaal zou het carnet voldoende zijn maar deze keer accepteerde men het niet. We wisten zeker dat we weer bedonderd werden, maar hadden geen zin in verdere discussies. Later als je weer weg rijd heb je er spijt van want tenslotte gaat het om 25 broden of meer dan een slof sigaretten waar we anderen zeer blij mee hadden kunnen maken. Een bushcamp gemaakt zo’n 50 kilometer na het passeren van de grens. De apen en warthogs liepen om de camper heen. Weer zeer bijzonder om beesten in het wild te zien.

De doorgaande weg liep door het nationaal Park Niokolo Koba. Het was een zeer slechte weg met veel potholes. Regelmatig zagen we diverse soorten apen de weg oversteken. Helaas waren ze erg schuw en niet gewend aan verkeer (of blanken). Aan de rand van het nationaal Park overnacht op Campement Wassadou. Een voorwaarde om hier te mogen kamperen is dat je een maaltijd per dag moet gebruiken in hun restaurant. Dat maakt het overnachten dus erg duur. De camping lag prachtig tussen de bossen aan een bocht van de Gambia rivier. Met het verplichte eten erbij betaal je maar liefst $45 per nacht wat zeer duur is naar Senegalese normen.

Onderweg hadden we gezien dat we olie verloren. De gehele carterpan en as waren nat van de olie. Op de camping een grondige inspectie uitgevoerd en alles goed schoon gemaakt. Zoals het er naar uit zag leek het of de keerring van de krukas ondicht was. Op de camping nagevraagd of men een goede Mercedes garage wist, maar toen reageerde men of men het in Keulen hoorde donderen! Er bestaan daar geen garages maar we kregen wel de naam van een goede monteur in Tambacounda. Deze sleutelde ook aan het wagenpark van het campement.

De volgende dag in Tambacounda naar Poulo, de monteur gereden. Hij kwam ons ophalen bij de ingang van de stad. Onderweg hadden we de lekkage nog gecontroleerd, maar ook na het schoonmaken was de lekkage duidelijk aanwezig. Ons voor de keuze gesteld om verder te rijden en bij te vullen of toch maar een reparatie uit laten voeren in een “garage”! De “garage” van Poulo was niet meer dan een afdak langs de straatkant. In het Frans proberen duidelijk te maken wat er aan de hand was wat niet mee valt als het om vaktermen gaat. Duidelijk werd echter wel dat hij had verstand van zaken had en dat er ook reserveonderdelen in de stad aanwezig waren.

Met zijn zessen kropen zijn mederwerkers ( kinderen nog)  onder de auto en werd alles gedemonteerd tot men de keerringen en de pakkingen kon controleren. De jongste medewerker was ongeveer 7 jaar en de oudste een jaar of 18. De jongste van 7 had echter meer verstand van zaken dan menig schoolverlatend monteur in Nederland. Tussen de middag werd er gepauzeerd omdat Poulo naar het vrijdagmiddaggebed moest in de moskee. Een uurtje later was er lunchpauze. Ook wij kregen een bordje rijst met een stuk vis. Om 5 uur was alles gerepareerd en moest er natuurlijk een proefrit in de stad gemaakt worden. Het werd meer een triomftocht van Poulo die uit het raam hing en iedereen moest groeten. Het is ook niet niets als je in een grote truck met een blanke erin door de stad mag rijden. Ook toen de duisternis inviel werd er gewoon gesleuteld aan de motoren die onder het afdak lagen. Als ze licht nodig hadden schenen ze even met hun schermpje van de gsm op het blok! Hier dus beslist geen arbowetgeving!

We zijn bij de garage blijven staan en hebben er genoten van het avondleven. Dat is dan weer een leuke bijkomstigheid want normaal gesproken ga je niet kamperen op een kruising van de straat achter een afdak met een hoop motorblokken eronder. Natuurlijk was er af en toe wat aanloop om even een handje te schudden. Zo kwamen er ook twee dames even kennis maken met ieder een kindje op de rug. Het grootste kindje was echter beduidend jonger dan het kleinste wat natuurlijk een beetje vreemd was. Zonder iets te vragen werd er snel duidelijkheid gegeven. Men greep naar de borst en maakte duidelijk dat er geen melk uit kwam. Melk kopen was duur en zo moest het kindje overal bij vriendinnen van moeder aan de borst die nog wat over hadden. ‘S morgens om 7 uur stond Poulo aan de deur met 2 stokbroden. Na het ontbijt weer vertrokken. Poulo nam het weekend lekker vrij, die had weer genoeg geld verdiend aan die blanke!

De Nederlandse ambassade van Mali belde ons om te informeren of we nog in Mali waren. Ze namen regelmatig contact op met degenen die zich in Mali bevonden. Aangegeven dat we inmiddels in Senegal waren maar nog geen internet hadden gehad om ons af te melden.

Vanuit Tambacounda via weer deels zeer slechte wegen naar de grens met Gambia gereden. Bij de grens waren ze een weg aan het aanleggen en vanwege de verschillende omleidingen reden we de grenscontroles voorbij. Na veel gefluit kwamen we erachter dat we terug moesten komen. Eerst dachten we nog aan een politiecontrole maar het bleek dus de grensovergang te zijn. Nadat we onze excuses hadden aangeboden waren de formaliteiten in 5 minuten geregeld.

Gambia
De grensformaliteiten waren snel geregeld. Voor de eerste keer in Afrika werd de camper van binnen gecontroleerd. Na 5 kilometer werden we weer aangehouden, pascontrole en douane die weer in de camper wilden kijken. Aangegeven dat dit al gebeurd was maar hun antwoord was dat hier het hoofdkantoor was en dat er daarom nogmaals gecontroleerd moest worden.

In Basse Santa Su was een grote demonstratie gaande. Eerst kwam er een stoet motors later allerlei trucks vol demonstranten en daarachter veel voetgangers. Natuurlijk veel lawaai en veel geschreeuw. We konden er echter niet veel van maken omdat men in de stamtaal spreekt. We moesten dwars door het dorp rijden door zeer smalle volle straatjes. Later hoorden we dat dit een nationale demonstratie tegen de regering was die elke dag in een andere stad werd gehouden. We wilden er wat inkopen doen en geld wisselen, maar alles was gesloten i.v.m. de demonstratie.

Via een prachtige nieuwe weg naar Georgetown gereden. Wel erg veel controles onderweg van politie, douane en militairen. Over 70 km. werden we maar liefst 10 keer aangehouden. Ze zijn niet lastig maar ook hier willen ze allemaal wat van ons hebben. Ze vragen cadeaus, geld en zelfs de reflecterende hesjes die we twee stuks bij ons moeten hebben. Of het is voor hun eigen veiligheid of om ons bij de volgende politiepost te bekeuren weten we niet.
Georgetown ligt op een eiland in de Gambia rivier. Vanaf de zuidoever is er een brug om op het eiland te komen. Bij een Duitse organisatie die het afbranden van de landbouwgronden probeert tegen te gaan mooi aan de rand van de Gambia rivier gestaan.

Hier was ook de plaatselijke wasplaats van de stad. Veel vrouwen en jonge meisjes kwamen voor onze neus de was aan het doen. Sommige van de dames hadden alleen een lendendoek om. Na de was gingen ze zelf in het water om zich te wassen. De volgende morgen wederom allemaal wasvrouwen. Nu bleek dat dat hun beroep was en dat ze de was deden voor de halve stad. Ook vroegen de dames of ze onze was mochten wassen, maar helaas hadden we geen vuile was meer. Een van de dames vroeg zelfs of ze met Ton mocht slapen. Blijkbaar kan dat allemaal in een cultuur waar de meeste mannen 4 vrouwen hebben. “Wanneer ben ik aan de beurt”  zal dan wel de meest gestelde vraag zijn.

Vanuit Georgetown zijn we naar Serekunda gereden om daar ons visum voor Mauritani te gaan regelen. We zijn naar Camping Sukuta gegaan waar we in een “witte enclave” belanden. Allemaal Duitse autohandelaars en een enkele overwinteraar. De nodige zaken geregeld daar.

Met de motor de omgeving verkend. We zijn de gehele kustweg richting het zuiden afgereden tot aan de Senegalese grens. Mooie vissersdorpjes gezien waar ter plekke de vis werd gedroogd en gerookt om transportklaar gemaakt te worden voor Ghana. Het vissersdorp heet dan ook Ghanatown omdat alle vissers uit Ghana komen. We konden er echter geen leuk plaatsje vinden om de witte plaag te ontvluchten en bovendien was het geen strandweer omdat het al enkele dagen koud was en er regelmatig een bui viel. Het kleine regenseizoen dat zo een keer in de drie jaar plaats vind was aangebroken.

Serekunda is de toeristenplaats van Gambia, dus veel hotels en zeer veel blanke mensen. Hierdoor dus ook erg veel opdringerige verkopers en mensen die zich aan willen bieden als gids. Verder natuurlijk veel bejaarde mannen met een jonge Gambiaanse, maar ook veel oude (zeer lelijke) blanke vrouwen met een jonge Gambiaan! Je moet toch wel erg arm zijn om jezelf aan zo iets aan te bieden!

Vrijdagavond verlieten veel Duitse autohandelaren de camping en vlogen terug naar Duitsland. Ze waren allemaal met een koffer vol eet en drinkwaren naar Gambia gereden en hadden nog zeer veel spullen over. Alles was in de laatste bus verzameld en er werd een kofferbakverkoop gehouden. De halve Aldi en Lidl was in de verkoop. Ons campertje is nu dus weer goed gevuld. We hebben zelfs flessen Feigling en Jagermeister en verder natuurlijk salami’s en bockworsten!

Na 6 dagen Sukutacamping om  6.00 uur vertrokken richting  de haven van Banjul. We konden direct nadat we een ticket hadden gekocht het haventerrein op om op de veerboot te wachten. Toen de veerboot aan kwam was dat natuurlijk weer een spektakel van chaos. Honderden mensen kwamen er vanaf lopen en daar tussen reden ook nog af en toe auto’s met ongeduldige chauffeurs. Na een half uurtje was de veerboot leeg en konden wij erop rijden. Millimeter werk was het om de camper erop te parkeren. Tussen alle auto’s en trucks stonden, zaten en lagen wel duizend passagiers. Helaas konden we geen deur meer open en konden zodoende ook niet uit de camper!  Na 2 uur varen waren we aan de andere kant van de Gambia rivier. In Barra begon hetzelfde tafereel weer om van de veerboot af te komen.

Nadat we de laatste Dalasi hadden uitgegeven aan de dieselpomp waren we na 25 kilometer aan de grens. Hier waren ze niet echt vriendelijk en waarschijnlijk allemaal met het verkeerde been uit bed gestapt. Nadat de passen en de carnets waren gestempeld moest er nog een controle plaats vinden van een drugsbestrijdingambtenaar. Deze kwam in de camper en wilde werkelijk alles zien en open maken. Chantel reageerde nogal fel  tegen het ongevraagd open maken van kasten en tassen. De peperspray werd in beslag genomen omdat deze verboden is in Gambia. De beambte kroop voor in de cabine van voor naar achter en van links naar rechts zonder acht te nemen van knoppen en andere breekbare spullen. Ton heeft hem even vast gepakt en hem er duidelijk op gewezen dat het veel geld ging kosten als hij iets kapot maakte. Toen was hij snel klaar en moest Chantel in de auto blijven en moest Ton mee naar het kantoor. Hier werd Ton uitgelegd dat in de moslimwereld het zeer ongewoon en onbeleefd was dat een vrouw zich zo gedroeg tegen een man. Ton heeft hem duidelijk gemaakt dat vrouwen in Nederland assertief zijn en dat de reactie te maken had met het feit dat er niets gevraagd werd. Wet was echter wet en hij hoefde niets te vragen. De wet bepaalde dat hij het recht had om ongevraagd overal in te kijken. Na nog wat discussie over veiligheid  kregen we de peperspray weer terug en konden we gaan. Waarschijnlijk kregen we deze terug omdat ze geen inbeslagnameformulier konden geven!

De mensen in Gambia waren erg vriendelijk. We hebben genoten van het lokale leven in de dorpjes. In de toeristenplaatsen hebben we kennis kunnen maken met de “boomsters” en deze gelukkig goed van ons af kunnen houden. Dit zijn jongens die de toerist aanklampen bij aankomst, je direct de hand schudden en erg veel vragen stellen. Daarna gaan ze direct erg veel aan het vertellen in de hoop dat je ze mee neemt als gids. Ze hebben verder geen kwade bedoelingen. Wij hebben veel blanken gezien die met een boomster rond liepen en dan ook direct de gehele vakantie eraan vast ziten. Je moet er maar van houden! Aan de kust bieden de boomsters ook hun diensten aan oudere vrouwen aan, de seksboomsters!

De natuur langs de Gambia rivier was mooi, maar we hebben weinig wild gezien. Diverse apensoorten en 3 civetkatten, maar deze lagen dan helaas doodgereden op of langs de weg. Bijzondere vogels hebben we ook niet gezien (behoudens mensen). Wel veel gieren en eenmaal een kolonie pelikanen.
Gambia bestaat uit een smalle strook land aan de Gambiarivier en is geheel omringt door Senegal. De Senegalezen noemen het “een vinger in de kont van Senegal”!

Senegal

Na het uitstapje van 9 dagen in Gambia zijn we weer terug in Senegal. Aan de grens werden we meteen bestormd door dames die van alles te koop aan boden. Ook de geldwisselaars boden hun diensten aan. Nadat we duidelijk hadden gemaakt dat we van niemand iets nodig hadden konden we de grensformaliteiten afhandelen, dat was zo gepiept.

Na een week Duits praten op de camping, Engels buiten de camping in Serrekunda en nu in Senegal weer Frans was het soms moeilijk om met elkaar in het Nederlands te communiceren. Al deze talen spreken is geen probleem meer maar het snel omschakelen nog wel. Laten we maar zeggen dat het de leeftijd is!

In Mbour neergestreken op de camping van La Ferme de Saly. We stonden op de camping met apen, slangen, paarden, ezels , honden en katten. Een echte beestenboel. Er stond ook een Franse overlander die van het noorden kwam dus hebben we wat info uitgewisseld. Heerlijk gegeten in het restaurant. Jean-Paul de eigenaar heeft ons veel verteld over de stad en is erg bereisd. Hij reist al 45 jaar met de rugzak regelmatig over de wereld. We hebben een heerlijke strandwandeling gemaakt naar de vismarkt van Mbour. Alles speelt zich af op het strand. De boten liggen er, de vis wordt er verhandeld en schoon gemaakt, groenten en fruit worden er verkocht, kant en klare maaltijden zijn in de aanbieding en natuurlijk alle soorten drankjes! Het strandleven is leuk in Mbour.

De volgende dag weer richting het zuiden gereden naar de delta van Sine Saloum. Je rijdt er over een smalle landtong van af en toe maar 800 meter breed. Je kunt er een prauw huren om de delta in te varen en allerlei eilandjes te bezoeken maar helaas was er op dit moment geen prauw te bekennen. Met de motor een eind rondgereden wat behoudens de ongelooflijke stofwolken net zo leuk was. In dit gebied leven veel Pelikanen. Ook zeer veel andere vogels gezien in de delta.

Vanuit de delta zijn we weer richting Dakar gereden. Gezien het feit dat de voorsteden al erg druk en smerig waren zijn we via Rufisque naar Lac Rose gereden. Lac Rose is zolang als de rally Parijs-Dakar in Afrika is gehouden de finishplaats geweest. Er is hier in een dorpje zelfs een kraamkliniek genoemd naar de oprichter Thierry Sabine. Op deze manier word de naam van de oprichter van de rally levendig gehouden. Zodra de zon begint te schijnen kleurt het Lac Rose. Dat komt door de aanwezigheid van algen die het ijzer in het hyperzoute meer doen oxideren.

Het meer heeft ongeveer het zelfde zoutgehalte als de dode zee. De zoutarbeiders smeren zich in met galamboter en gaan daarna tot aan hun middel in het meer staan. Met pikhouwelen bikken ze de zoutkorst op de bodem kapot en laden deze brokken op schepen die vervolgens aan de kant door de vrouwen worden ontladen. Het zout brengt de arbeiders ongeveer €0,50 per 50 kg op.

Aan het Lac Rose hebben we de camper op de parkeerplaats van Campement Chez Falim geparkeerd. We mochten gebruik maken van de douches en zelfs van het zwembad. Hier eindigen momenteel nog veel Europese rally’s zoals ook de Amsterdam Dakar Challenge. Een ding is duidelijk: Parijs Dakar leeft hier nog steeds en men vind dat deze ook terug moet komen naar Afrika en met name naar Dakar. Momenteel is men in onderhandeling met de organisatie over een eventuele terugkomst. Zo niet dan mag de naam Parijs Dakar niet meer gebruikt worden als het aan de Senegalezen ligt. Gezien de onstabiele situatie in Mauritanië, Algerije en Mali denk ik dat men nog een paar jaren moet wachten.

Omdat de truck te zwaar is voor de duinen deze keer geprobeerd om met de motor een stukje de duinen in te rijden. Helaas lukte dat ook niet. Ook de motor heeft te weinig pk’s of de passagier is te zwaar! In het weekend komen de rijkere (blanke) jongeren uit Dakar hier crossen met hun Quad of crossmotor.

Via een weg vol pot- holes naar Mboro sur Mere gereden. Mooie route door een streek waar erg veel groente en fruit werd verbouwd. Helaas lag er voor en in de dorpjes ontzettend veel vuilnis. Omdat we geen mooi plekje konden vinden in Mboro zijn we doorgereden naar St. Louis. Daar hebben we naar camping Zebrabar gegaan dat in een prachtig natuurgebied ligt. Nadat we de auto hadden uitgezet om ons aan te melden wilde hij niet meer starten. We zijn een stukje aangetrokken waarna hij weer aan sloeg en we ons op de camping konden installeren. Ton werd na een uurtje niet lekker en had tegen de 40 graden koorts, weer malaria! Hij heeft de sneltest nog eens niet meer gedaan omdat het volgens hem duidelijk was dat het malaria was. Direct met de coartem begonnen en na anderhalve dag was hij al weer aan de beterende hand. De dag erop samen met een Duitse monteur ( Holger die op vakantie was in zebrabar) op zoek gegaan naar de oorzaak van het niet willen starten. Er bleek ergens een breuk in de kabel te zitten die van de startknop naar de startmotor loopt. We hebben een extra kabel getrokken naar de startmotor en nu start hij gelukkig weer!

De camping ligt in het natuurgebied Langue de Barbarie. We zagen hier de roodsnaveltok weer en natuurlijk allerlei heel veel andere vogels. Ook zagen we hier patas apen op de camping rond lopen.

Op de motor zijn we naar de stad St. Louis gereden. Het was een zeer levendige stad. Alles speelt zich hier in en op de straten af. Tussen de vuilnis op straat wordt gewassen, lopen de schapen, wordt gekookt en worden etenswaren aan de man gebracht. Soms moesten we even met de hand wapperen om alle vliegen te laten opvliegen zodat je kon zien wat er werd verkocht. St. Louis ligt op allemaal langgerekte eilanden die met bruggen verbonden zijn. Er lagen weer zeer veel kleurrijke vissersboten.

Bij terugkomst op de camping bleken de eerste deelnemers van de intercontinental rally te zijn aangekomen. De rally streek 2 dagen neer op de Zebrabar camping. Het werd er echt druk en gezellig. De rally is in Spanje gestart op 28 januari en eindigt op 10 februari in Dakar bij Lac Rose. We hadden dus weer het nodige te zien, wat vooral Ton erg interessant vond. Men. Idoumou Abderrhamane uit Mauritanië kwam nog langs en wilde informatie aangaande de wegen en een eventuele route naar Luanda in Angola. Hij heeft plannen om hier in maart heen te gaan. In ruil hiervoor kregen we stickers van de rally en zijn telefoonnummer voor als ze aan de grens moeilijk zouden doen.

Met de motor zijn we ook nog een ochtend het natuurpark ingereden. Het is een prachtig gebied in de duinen gelegen. Een gedeelte van de duinen loopt bij vloed onder water wat zorgt voor een zeer grote vogelpopulatie.
Op vrijdagmiddag kwamen Sjors en Monique aan met hun medereizigers uit Oostenrijk, Ernst en Christine. Erg leuk en gezellig. Natuurlijk de nodige info aan elkaar uitgewisseld. ‘s Avonds zijn we samen met de deelnemers aan de rally wezen BBQ-en in het restaurant. De BBQ was erg goed verzorgd en het vlees bestond alleen maar uit tournedos! Petje af voor Martin en Ursela en hun medewerkers.

Na 2 dagen van bijkletsen zijn we vertrokken richting Mauritanië. We zijn in Diama de grens over gegaan. Hier vroegen ze voor het registreren van de auto $10. Nu hadden we een nieuw verhaal klaar met de rallystickers op de auto en ons Rode kruis pasje. We hadden medische assistentie verleend aan deelnemers van de rally. Na wat heen en weer praten hoefde we niets te betalen. Ook de brug over de stuwdam werd gratis en zo hadden we toch al snel $25 verdiend. We moesten nog even wachten omdat de brug open stond voor een groot cruiseschip. Toen dit gepasseerd was konden we Mauritanië inrijden.

Mauretanië
Aan de grens zagen we meten dat we een ander land binnen reden. Mannen met wijde “jurken” aan en tulbanden op het hoofd; vrouwen nergens te bekennen. Het paspoorten stempelen verliep snel. Daarna moest er een verzekering worden afgesloten. Kosten voor 3 dagen maar liefst $30. Men werkt hier met categorieën uit de vroegere middeleeuwen. Men heeft er 4 tarieven ingedeeld naar “Cheveaux”. Dit zijn dus de paardenkrachten, deze categorieën lopen van 1 tot 7 paarden, van 7 tot 11 paarden, van 11 tot 15 paarden en meer. Na veel praten hebben we ons in de categorie van 11 paarden laten indelen wat in ieder geval nog goedkoper was. Hopelijk komen we wel nog thuis met die 11 PK. De volgende slagboom was de douane, de auto werd gecontroleerd. In de koelkast zagen ze een halve fles gin staan en wat blikjes bier. Buiten werd er onderling wat gesmoesd en toen werd er gezegd dat we de drank moesten inleveren. Aangegeven dat we dit dus niet deden omdat er niets in de boeken staat dat men in Mauritanië geen alcohol mag meenemen. Ook aangegeven dat ze de fles mochten hebben, maar dat ik hem dan wel eerst leeg schudde! Na wat boze blikken werd toch het carnet afgestempeld en konden we naar de volgende slagboom rijden. Die lui dachten dus even een mooi feestje te kunnen geen bouwen. Het was dan wel zondag, maar dat feestje houden we liever zelf! Een stukje verder moesten we community tax betalen. Deze keer weer ons verhaal over medische ondersteuning aan de rally verteld en de dokter kon zonder te betalen vertrekken.

Via een prachtige onverharde route door het nationaal park Diawling naar de doorgaande weg gereden. Onderweg zagen we de laatste apen en warthogs van deze reis. Maar ook veel vogels zoals witte pelikanen, flamingo’s en allerlei andere trekvogels. Regelmatig zweefde er enorme roofvogels rond de camper.

De weg naar Nouakchot was smal en met af en toe grote gaten erin. Langs de weg veel dorpjes vaak bestaande uit alleen wat tenten. Ook de kameel was weer prominent aanwezig in het straatbeeld. Langs de weg lagen grote zakken die op waterbedden leken.Hierin bewaren de mensen hun voorraad water. Hier rijden tankwagens rond met water om deze te vullen. Omdat de weg erg smal is en omdat er maar een weg loopt van 700 km lang krijg je hier te maken met chauffeurs die echt niet kunnen rijden. Bovendien horen en zien ze niets met die grote tulbanden om hun hoofd. Tot twee maal toe gingen we na veel knipperen met de lichten en veel claxonneren inhalen als ze dan eindelijk aan de kant gingen. Als je er echter naast rijdt en ze kijken in de spiegel, dan trekken ze ook automatisch het stuur naar links waardoor je compleet van de weg word gedrukt en de berm in moet. Ook tegenliggers kunnen geen breedte inschatten. Zo kwam er een spiegel met een vaartje van 80 km naar binnen klappen. Weer wat te repareren in Marokko!

In Nouakchott bij hotel Menata overnacht. We kwamen hier weer de Zweden tegen die reizen met jeeps organiseren en die we eerder al in Benin ontmoet hadden. In Nouakchott word het straatbeeld bepaald door een Mercedes 190 D. Het leek wel of iedereen erin rondreed. De volgende morgen vroeg vertrokken omdat we 480 km. moesten rijden naar Nouadhibou. De weg was erg goed en de reis verliep sneller dan gedacht. Onderweg veel mooie duinen in allerlei kleuren gezien. Hier woonden weer veel minder mensen. We waren al om half 3 in Nouadhibou wat een gemiddelde snelheid van 70 km betekende. ‘s Avonds bij de chinees gegeten welke naast de camping zat. Zoals het hoort een lekker biertje gedronken bij het eten. In een alcoholarm land weet je dan ook dat je voor het biertje moet betalen. Dat twee blikjes bier van de carrefour echter duurder waren dan de maaltijd hadden we niet verwacht. Volgende keer toch maar gewoon een Fanta!

De volgende morgen nadat we van ons laatste Mauritanische geld brood en fruit hadden gekocht naar de grens gereden. Dit was allemaal snel afgehandeld waarna we via een vreselijk slechte piste van 4 km. door niemandsland richting Marokko moesten rijden. Hier kwamen we weer de eerste voertuigen van de rally tegen die onderweg waren naar Europa. Er vond weer een leuke ontmoeting plaats en we konden ons aansluiten bij het konvooi. Zo konden we weer mooi iedereen voorbij rijden en hadden we voorrang bij alle grensafwikkelingen.

Mauritanië is ons 100% meegevallen. Het zou een saai zanderig land zijn, maar niets was minder waar. Wij hebben genoten van alles wat we hebben gezien. Een minpunt, maar misschien ook niet waren de vele controles. Hier konden we na het afgeven van een vooraf gemaakt briefje met gegevens ( hier fiche genoemd) weer door rijden. Het is natuurlijk voor de Mauritaanse overheid een controle waar toeristen zijn en of ze ergens verdwijnen!

Marokko

Na de slechte piste in niemandsland kwamen we bij de Marokkaanse grenspost. Hier troffen we weer een 8 tal voertuigen van de rally en we hebben ons maar weer bij hun aangesloten. We konden zodoende een hele rij auto’s voorbijrijden en kregen een voorkeursbehandeling bij de loketten. Na eerst de paspoorten te hebben laten stempelen moesten we een formuliertje halen bij de douane, dit invullen en daarna wachten tot we in de scan konden met de camper. Nadat we gescand waren moesten we met het formuliertje terug naar de douane waar het van de nodige stempels werd voorzien. Na 3 en een half uur konden we dan eindelijk Marokko binnen rijden.

In Bir Gandouz bij Motel Barbas (85 km na de grens) zijn we gestopt en hebben we besloten om er te blijven overnachten. Zulke luxe hadden we al lang niet meer gezien. Er was Wifi zodat we de website konden bijwerken en we hebben er ‘s avonds een heerlijke pizza gegeten. De volgende morgen al weer vroeg gaan rijden. De weg was in eerst instantie erg saai en vlak. Maar hoe verder we reden hoe meer het landschap weer veranderde. Op een gegeven moment rijdt je weer door een prachtig landschap met veel zandduinen. De gehele route waaide het weer ontzettend hard. Af en toe was het een lichte zandstorm. Onderweg kwamen we nog een paar maal een aantal wagens van de rally tegen die allemaal terug reden naar Tsjechië.

Onderweg hadden we al een aantal Franse overwinteraars met hun campers gezien maar toen we het schiereiland opreden richting Dakhla wisten we niet wat we zagen. Een lichte cultuurschok was het gevolg. Op ieder plekje met uitzicht op zee stonden de gepensioneerde Fransen en Italianen met hun campers met honderden naast elkaar. Toen we een eind verder ook maar een plekje uitgezocht hadden bleek dat we weer in het land van de crocs beland waren!

Dakhla is een garnizoensstad dus zie je er ook erg veel militairen en kazernes. De stad zelf was erg schoon en zeer goed onderhouden. Na het kopen van brood en het pinnen van geld moesten we ook nog even tanken. Dat is hier weer leuk, €0.60 voor een liter diesel. De Marokkaanse regering subsidieert alle producten hier in de Westelijke Sahara om mensen te stimuleren om zich daar te gaan vestigen. De Westelijke Sahara is namelijk toen de Spanjaarden zich terugtrokken door Marokko geannexeerd. De Mauritaniërs trokken zich na een aantal jaren terug uit het zuidelijk gedeelte wat Marokko toen ook heeft bezet. De Saharawi nomaden hebben zich middels Polisario tegen de Marokkanen verzet. Op dit moment is het rustig en proberen beide partijen om er d.m.v. praten samen uit te komen.

Na het tanken de camper voor het eerst sinds 3 jaar maar eens een keer laten wassen. Hier hadden ze weer de beschikking over een hoge druk reiniger en de onderkant kon wel een wasbeurt gebruiken. Toen ze klaar waren was de wasplaats een grote blubzooi. We zijn naar een camping gereden omdat we onze watertanks ook nog moesten vullen. Op de camping kwamen we een oude bekende uit de Harz tegen. Bij hem zijn we in 2006 2 maal naar een 4×4 truck wezen kijken. Natuurlijk weer de nodige info en kennis uitgewisseld. Hij rijdt met aluminium velgen rond van militaire voertuigen uit Afghanistan. Dat scheelt aan gewicht maar liefst 40 kg per velg. Omdat we toch overschakelen naar een kleinere band natuurlijk erg interessant voor ons.

De camper ook nog doorgesmeerd waardoor we hopelijk helemaal klaar zijn voor de terugreis. Met de motor zijn we 3 maal naar de markt geweest waar werkelijk alles te koop is. We hebben er veel verse groenten en fruit gekocht. Wat te denken van verse erwten; verse tuinbonen, bloemkool enz.. We hebben er zelfs aardbeien gekocht. Dit alles niet tegen die woekerprijzen die we gewend waren, maar bijna voor niets! Een paar kilometer buiten Dakhla staan grote plastic kassen waar alle groenten gekweekt worden. Bij het boren naar olie is men blijkbaar overal op water gestoten waardoor men voldoende heeft om de groenten te bevloeien.

Vanuit Dakhla zijn we naar Boudjour gereden. Boudjour is een slaperig provinciestadje. Hier zagen we weer de slagers die de geitenkoppen en kamelenpoten buiten voor de winkel hadden hangen om te laten zien wat hun assortiment is en hoe vers het vlees is. Hoe meer bloed er vloeit, hoe verser het vlees is. Is het bloed droog en komen er vliegen op dan kun je beter naar een andere slager gaan! 2 dagen in Boudjour op een camping aan het strand gestaan. Zowel in Dakhla als Boudjour zijn we door kinderen met stenen bekogeld. Dachten wij dat het iets was van oost Turkije; hier komt het dus ook voor! Het is een gevolg van die rare toeristen die overal pennen en andere zaken aan de kinderen uitdelen. Gevolg is dat ze niet meer naar school gaan omdat daar niets te halen valt en dat ze buitenlanders die niets geven maar trakteren op een paar stenen. Vanuit Boudjour zijn we naar Layouna Plage gereden waar we 16 jaar geleden ook al eens waren geweest. We kenden er niets meer van terug. Nu was er een mooie boulevard, overal huizen en hotels in aanbouw en soms ook alweer in verval. We stonden te midden van de overwinteraars op een betaalde parking met zicht op zee. Aangaande de kledingkeuze zagen we de volgende verschillen: De overwinteraars komen uit het noorden en lopen ongeacht de temperatuur in korte broek en shirt met korte mouwen rond terwijl wij; uit het zuiden komende met een lange broek en vest aan lopen. Daartegen lopen de Marokkanen rond in winterjas, bivakmuts en zelfs met handschoenen aan! Het is een leuk contrast als dat allemaal door elkaar heen loopt!

Vanaf Zuid Mauritanië rijden we nu al zo’n 2000 km door de woestijn. Ondanks dat de woestijn in bloei staat vinden we het toch maar een saaie bedoeling. Je kunt zeker 100 km ver weg kijken en je ziet nog niets! Zo konden we Dakhla al zien liggen terwijl het nog 120 km rijden was. Buiten af en toe een grote droge rivier waar je doorheen moet en soms prachtige zandduinen is het maar een eentonige. De plaatsen die we in de west Sahara bezocht hebben zijn allemaal garnizoensplaatsen en het barst er dan ook van de militairen. Ook op de parkeerplaatsen komen ze je dagelijks controleren!

Na in Layouna nog even gepind te hebben de nodige boodschappen gedaan. Het is toch wel weer erg gemakkelijk dat je bij iedere geldautomaat geld uit de muur kunt halen. Omdat hier de subsidie voor de westelijke Sahara eindigt ook nog maar even 500 liter diesel getankt voor €0,60 per liter. Vanaf nu kost hij richting het noorden €0,90 per liter dus dat was snel even  €150,- verdienen! Vanuit Layouna zijn we naar de Lagune van Naya gereden. Het is een prachtig natuurreservaat waar je veel vogels kunt bewonderen en waar de duinen aan de rand van de Lagune indrukwekkend zijn. Je kunt er voor  €2,- aan de lagune overnachten.

Onze volgende stop richting het noorden was Qued Chbika. Hier hebben we prachtig gestaan op de rand van een klif met uitzicht op de duinen en de zee. We hebben er strandwandelingen gemaakt en genoten van de verschillende vogels die in en om het water zaten. De tweede dag was het erg winderig en guur. Na een nachtje van schommelen met de camper en een fluitende wind zijn we vertrokken. In Tan-Tan plage een parkeerplaats gevonden aan de boulevard. Na een dagje in Tan-Tan plage zijn we naar Guelmime gereden. In Guelmime de voorraad weer op pijl gebracht. Wederom ontzettend veel verse groenten te koop want ook buiten de stad stonden weer veel kassen. Momenteel is het aardbeientijd en deze worden op iedere hoek van de straat aangeboden. Als we straks thuis komen hebben we werkelijk alle groenten al vers gehad op de asperges na. Met wat geluk kunnen we deze direct op de terugweg mee nemen!

We hebben verder al overal geprobeerd om bier en wijn te kopen. Dit is ons tot nu toe nog niet gelukt dus teren we maar verder op onze voorraad uit Senegal. Volgens de boeken moeten we in Ouarzazate weer een biertje kunnen kopen en tot die tijd reikt de Senegalese voorraad wel! Via een prachtige weg vanuit Guelmime naar Sidi Ifni gereden. Dit stukje mooie kust hadden we 16 jaar geleden ook al bezocht en we vonden het toen erg mooi. Helaas zijn er inmiddels meer mensen onder de indruk van dit stukje kust want er waren inmiddels 3 campings overvol met overwinteraars. De “witte plaag” is hier dus ook al te vinden! Een stuk buiten Sidi Ifni een bushcamp gemaakt boven op een klif. Overigens kun je en mag je hier nog overal vrij kamperen en zijn er veel mogelijkheden.

Ook Mirleft, Anglou plage en Tiznit waren overspoeld met de overwinteraars. Wederom alle campings vol en we wilden een keer de was doen! In Tiznit heerlijk rond lopen slenteren door de souks en Chantel heeft haar 93e paar schoenen gekocht! Op de parking terug gekomen bleek dat we er niet mochten overnachten en er liepen de nodige jongens met flyers rond van nieuwe campings een eindje buiten de stad. Richting Guelmime vonden we de nieuwe camping in aanbouw! Het sanitair was geweldig; zelfs het plafond was betegeld en alles was (nog) superschoon. Hier konden we de was ook doen!

Via de Tizi-Mighertpas van 1057 meter naar Bouizakarna gereden. Vandaar zijn we richting Tata gereden over een mooie route langs de uitlopers van de Anti-Atlas. Over 300 km kwamen we maar een 10-tal tegenliggers tegen dus dachten we de “witte plaag” te zijn ontvlucht. De route ging gedeeltelijk over een smalle teerweg en gedeeltelijk over een mooie piste. In Tata wilden we op de camping omdat we ‘s avonds ook wel eens een keer over de souks wilden slenteren. Op de camping was geen plaats meer en het nabijgelegen zwembad wat ook bij de camping hoorde was ook helemaal vol geparkeerd. Er stonden zelfs een 20-tal campers gewoon om de baden heen! Gelukkig was er nog plaats op de parkeerplaats voor het zwembad. Af en toe denken we wel eens; hadden ze hier maar geen teerwegen aangelegd, maar misschien komen wij als bejaarden ook nog wel een keer terug in zo een tupperware autootje.

Enkele malen het dorpje rondgeslenterd en genoten van de bedrijvigheid en de typisch Marokkaanse sfeer. Ton heeft zich ook nog even een modieus Marokkaans kapsel aan laten meten en nu de haren weer wat korter zijn is hij bijna helemaal wit. Is dat van de zon of van de zorgen?

Na twee dagen Tata was het weer tijd om verder te rijden. Eerst wilden we van Foum-Zguid over een moeilijke piste naar Mhamid rijden, maar dit werd ons afgeraden omdat we alleen waren. Helaas komen we op dit moment geen 4×4 overlanders meer tegen. Als alternatief hebben we nu de piste van Foum-Zguid naar Zagora gereden. Deze was ook erg zwaar met name doordat de piste vol lag met scherpe stenen. Onderweg gaf Ton nog aan dat zelfs rallyrijders hier een hekel aan hebben vanwege de kans op lekke banden. En wat overkomt ons natuurlijk: juist, ook weer een lekke band! We zijn ondertussen in niets zo goed op elkaar ingespeeld als in het wisselen van banden. Toen we bijna klaar waren kregen we nog hulp van iemand uit een dorpje zeker 2 km verderop. Hij vond dat we wel lang stil stonden en kwam eens polshoogte nemen. Toen we klaar waren wilde hij niets hebben. We hebben hem een pakje sigaretten en een aansteker gegeven en zijn kinderen enkele snoepjes. Blij vertrokken ze weer de woestijn in.

Wij gingen rustig verder over de steentjes richting Zagora. Een 15 km voor Zagora kwam ons een tegenligger tegemoet die stopte en uitstapte. Hij begon te zwaaien en gebaren te maken dat we moesten stoppen wat we dan ook deden. Het bleek Ali te zijn die een telefoontje had gehad over een gestrande truck in de woestijn en wilde ons komen helpen. Een leuk gebaar, maar we waren inmiddels op het repareren van de kapotte band na klaar. Hem verteld dat ik deze op de camping in alle rust zelf repareerde en dat vond hij maar niets. Het was veel te zwaar werk alleen en hij wilde helpen. We moesten maar even achter hem aan rijden naar zijn garage en dan konden we nog zien wat we deden. De garage lag op de weg naar de camping dus even zijn garagebedrijf bezocht. Het was meer een sticker en fotogalerij van alle rally’s die ooit in Zagora langs zijn gekomen. Voor 30 Dirham ( €2,70) zijn we overeengekomen dat hij de band zou repareren en monteren. Daarvoor zouden we maandag terugkomen.

Op zondag de Souk (weekmarkt) van Zagora bezocht. Het is een ongelooflijk grote markt waar werkelijk alles te koop is. Je moet het vergelijken met de Makro, Hanos of Sligro, maar dan ligt alles op de grond en dieren worden ter plaatse geslacht of levend aan de man gebracht. Zo komen mensen van heinde en ver hun inkopen voor langere tijd doen en die huren dan een ezeltje met kar waarin ze al hun aankopen leggen om deze naar hun auto te brengen. Alles is er supervers en spotgoedkoop. Alleen al van de sfeer op zo een markt kun je de gehele dag genieten.

Maandagmorgen terug gegaan naar Ali zijn garage voor de band te repareren. Dit was snel genoeg gebeurd, maar toen er weer 7 Bar inzat ontdekten we een 4-tal scheuren van ongeveer een centimeter diep vlak langs de velg. Ton vond het onverantwoord om deze band weer te monteren, maar ook om deze weer als reserveband te gaan gebruiken. Er bleef niets anders over dan op zoek te gaan naar een andere band. Als verjaardagscadeau heeft Chantel een mooie Michelin XZL gekregen. Hij was gebruikt en zal wel bij een of andere rally hier achter zijn gebleven. Zo zal onze band over een poosje ook wel weer aan de man gebracht worden! Na 6 uurtjes in de kou, storm en stromende regen bij de garage te hebben gewacht konden we weer terug naar de camping om ons te drogen en op te warmen. Daarna nog even lekker uit wezen eten waarna we het verjaardagsfeest met onze laatste alcoholische versnaperingen hebben afgesloten.

Gisteren kwam er een Belg bij de garage  en in de tussentijd dat wij op de band stonden te wachten kwamen er twee Duitsers met een MB bus bij de garage aan. Achter hun stopte dezelfde Peugeot die ons op de piste had opgepikt. Natuurlijk ga je aan de praat en nu bleken we alle 3 op de piste te zijn opgepikt met een lulverhaal over lekkages en kapotte lagers! Wij hadden inderdaad een band te repareren, maar bij de Belg werd een versteviging aan de vooras gelast en bij de Duitser een keerring van de oliepomp vervangen. Slimme jongens die Marokkanen! Het werk dat ze leveren doen ze perfect, maar de manier waarop ze klanten werven klopt niet helemaal! Ga dus alleen naar “Chez Ali Racing” Als het uit eigen initiatief is en ook noodzakelijk! Overigens zijn er genoeg goede garages in Zagora.

De Route van Zagora naar Ouarzazate was prachtig. Hij loopt door de Draa vallei. Eerst reden we langs lemen dorpen ( ksars) en kasba’s. Daarna moesten we over een pas van 1700 meter. We keken op weg omhoog in diepe door het water uitgeholde kloven. Langs de weg zeer kleurrijk gesteente; rood, groen, geel, bruin, het leek wel of alles geverfd was. Onderweg zagen we ook de restanten van de regen van gisteren. Veel modder over de wegen en op een plek zelfs de weg versperd door grote rotsblokken die naar beneden waren komen vallen. In Ouarzazate aangekomen eerst naar de enige supermarkt gereden waar men bier en wijn kon kopen. We hadden in Senegal een nog veel grotere voorraad aan moeten leggen want bier en wijn zijn onbetaalbaar hier in Marokko! Ook nog even wat verder rondgewandeld in de stad welke ook compleet onherkenbaar was ten opzichte van 16 jaar geleden. Ook de oude Kasba nog even bezocht.

Ondertussen zijn we ook weer beland in de streek van de opdringerige verkopers en verkopers die alleen maar willen ruilen. Ton zag een oud leren Berber voorraadtasje en vroeg wat het moest kosten. Hij vroeg maar liefst 950 Dirham. ( ongeveer €90,- ). Te veel dus en toen vroeg de verkoper of we geen kleren te ruilen hadden. Naar de camper en er een oude broek en een paar oude truien gehaald en nog wat T-shirts van Chantel. Terug bij de winkel werden de T-shirts direct aan de kant geschoven want daar konden de moslim vrouwen niets mee doen en er moest nog 500 Dirham bijbetaald worden. Toen Ton direct weer alles begon in te pakken werd het al 400 en uiteindelijk hoefde er niets meer bijbetaald te worden. De kleren waren eigenlijk om onderweg nog ergens af te geven, maar nu hebben we er dus een mooi souvenir voor gekregen!

In Ouarzazate was het weer prachtig weer en hebben we een dagje niets gedaan en lekker van het zonnetje genoten. De dag erop weer op pad en onderweg zagen we steeds de besneeuwde toppen van de hoge Atlas. In Boumalne zijn we de Dadeskloof ingereden tot boven op de pas. Eigenlijk wilden we via een mooie piste naar de Todrakloof rijden maar omdat de piste als erg stenig en als een bandenkiller te boek stond hebben we hier helaas van af moeten zien. De kwaliteit van de banden is al erg slecht en we hebben geen zin om nog meer nieuwe banden te kopen voor we weer thuis zijn. De kloof en de pas waren erg mooi en spectaculair.

Vanuit de Dadeskloof zijn we via de “normale” weg naar Tineghir gereden en van daaruit naar de Todrakloof. Deze was ook erg indrukwekkend. De Todrakloof is op enkele plaatsen erg smal en ontzettend steil. Waren we 16 jaar geleden nog bijna alleen in de kloof, nu werden we vergezeld door touringcars vol toeristen. De commercie had ook hier toegeslagen en de hele weg stond vol met souvenirkraampjes. Het was op sommige plaatsen zo druk in de kloof dat we de teer/betonweg hebben verlaten en door de rivier zijn gaan rijden. Nu hadden de toeristen nog iets anders te zien dan de kloof!

Op camping Le Soleil hebben we in het dal van de kloof overnacht. Overwinteraars zie je hier niet meer dus het was er lekker rustig. De dag erop besloten om nog een dagje langer te blijven om de was te laten doen, wat aan de auto te sleutelen en met de motor te gaan toeren. Met de motor eerst inkopen gedaan in Tinegher en daarna door de kloof naar Tamtattouchte gereden. Het was een prachtige tocht door de Todravallei. Onderweg zagen we vrouwen lopen met bossen takken en hooi op de rug. Ook kwamen we ezels tegen die volgeladen waren met hooi op weg naar het dorp. Hier zijn we weer in een authentiek stukje Marokko beland wat ons ontzettend goed bevalt.

Vanaf de West Sahara is het flink kouder gaan worden en hebben we ‘s morgens startproblemen. Met eventueel vorst in het vooruitzicht maakten we ons daar een beetje zorgen over. Na wat denkwerk in de nachtelijke uren kwam Ton tot de conclusie dat het wel eens te maken kon hebben met de noodkabel die we in Senegal gelegd hebben van de startknop naar de startmotor. Mogelijk hebben we daarmee ook een of ander gloeisysteem uitgeschakeld. Daarom de oude kabel weer opgezocht achter het dashboard en deze verlengt. Bij het starten kunnen we die dan ook even wat stroom geven waardoor het gloeisysteem wel zijn werk kan doen. Bij de test werkte het perfect dus het nachtelijk denkwerk is niet voor niets geweest.

Via Errachida over een saaie weg naar Meski gereden. Deze oase staat bekend om zijn warme bronnen genoemd Source Bleu. De bron heet zo omdat vroeger de Toearegs hier kwamen en die worden vaak blauwmannen genoemd. Er is een camping met een zwembad nog gegraven door mannen van het Franse vreemdelingen legioen in 1950. Rondom de oase is het helaas een grote vuilnisbelt. Het was erg druk op de camping omdat er 2 grote georganiseerde reisgezelschappen waren. En zo stonden we ineens tussen 37 Duitse campers! Een van de reisleidsters was Renate die we in 2010 in Luxor (Egypte) en in 2011 in Villanculos ( Mozambiek) getroffen hadden. Zo zie je maar weer dat de wereld niet groter is als een dorp. Vroeg of laat kom je elkaar weer tegen. Het was zondag dus ook erg druk met mensen uit de stad Errachida. De vrouwen zwemmen er met alle kleding aan en zeer veel mannelijke Marokkanen zitten de gehele dag te loeren naar de schaars geklede Europese vrouwen. Wat een zielpoten!

De volgende dag zijn we de drukte ontvlucht en weer verder gegaan. Eerst reden we door de Ziz kloof welke prachtig was en daarna reden we de hoge Atlas over. Overal lag nog sneeuw en er stond een zeer harde wind bij een temperatuur van maar 3 graden. We wilden in Middelt overnachten maar omdat het er zo ontzettend koud was besloten om door te rijden naar Fes. We hebben niet de hoofdweg genomen maar zijn via een smalle alternatieve route door de bergen naar Fes gereden. Hier kwam niemand en we reden echt door het platteland van Marokko. Toen we de Atlas langzaam achter ons lieten zagen we veel boerenbedrijfjes en heel veel fruitteelt.

Fes is een grote stad met zeer veel verkeer. Het is dan ook een grote chaos, met name door de chaotische manier van rijden van de Marokkanen. Er staan overal stoplichten maar ook politieagenten die averechts werken op de stoplichten. Op weg naar de camping zagen we een Frans georiënteerde supermarkt waar we meteen zijn gestopt. De laatste boodschappen gedaan en daar moeten we mee thuis kunnen komen. Tegen het donker kwamen we op de camping aan welke geheel onder water stond door de hevige regenval. Nu stond er in de boeken wel vermeld dat er een zwembad was, maar daar hadden we ons iets anders bij voorgesteld.

Het heeft er twee dagen en nachten continu geregend en het zwembad werd steeds groter. De eenden zwommen zelfs voor de camper door die we hebben moeten verzetten om droge voeten te houden. Voor het eerst deze reis moest de kachel aan en we hebben het ons maar gezellig gemaakt met een muziekje en een borreltje. We konden weinig ondernemen en zijn maar begonnen met de camper van binnen schoon te maken. Dat kan ook maar gebeurd zijn.

Na twee dagen continu regen bij een temperatuur van 9 graden scheen eindelijk weer eens de zon. Op de camping werd ons voor €50,- een rondleiding in de oude Medina aangeboden. Dat was wel erg veel en daarom zijn we het zelf gaan doen. Inclusief vervoer heen en terug waren we voor €6,- klaar. Afzetters zijn het hier in het noorden! We hebben 4 uur in de Medina rondgestruind en er genoten van een omgeving en sfeer die honderden jaren oud is. Alles is er weer te koop en als geinteresseerde in een goed stuk vlees valt het je natuurlijk op dat er nog slagers zijn die gespecialiseerd zijn in bijvoorbeeld koppen, darmen en ingewanden of alleen maar in poten en staarten. Er moet toch minstens een lekker soepje van te trekken zijn!

Terug op de camping bleek er een Nederlands gezelschap van 9 campers rond onze camper te staan. Alleen hadden ze €2300,- betaald om met een georganiseerde reis 40 dagen in Marokko rond te reizen. Het was een grote klaagzang want de meesten hadden problemen met Marokko en dan ging het vooral om de sanitaire voorzieningen op campings die overigens niet meer dan gemiddeld €5,- kosten. Zulke lui hebben alles in hun dure campers, maar die moeten schoon blijven. Beter is dat zulke lui gewoon in Holland op een camping gaan staan en €80,- per dag betalen. Overigens zullen ze ook dan nog wel wat te klagen hebben. Overigens is het ook triest dat mensen zoveel moeten betalen voor een reis met eigen camper in een van de gemakkelijkst te bereizen landen van Afrika. Het is niet het eerste reisgezelschap wat we tegen komen en de organisatoren hiervan worden al vakantievierend rijk.

Vanuit Fes zijn we via Meknes door een heuvelachtig groen landschap met veel wilde bloemen en sinaasappelboomgaarden naar Ouazzane gereden. Langzaam aan kwamen we in het Rif gebergte. Deze regio staat bekend om zijn Kif; de “marihuana”. Het woord Kif is Arabisch voor genieten. Economisch gezien is het Rif een van de armste streken van Marokko en daarom word hier bijna overal Kif geteeld. Natuurlijk werd ons ook een onsje aangeboden, maar dat hebben we maar afgewimpeld onder het mom van dat hij 40 jaar te laat was! Natuurlijk wel nog even naar de prijs geinformeerd. Uiteindelijk konden we een kilo kopen voor €200,-. Na onderhandelen zou er dus ongeveer €50,- overblijven. Dat is dus een koopje, maar het is de prijs niet waard om aan de grens opgepakt te worden!

In Ouazzane hebben we overnacht bij het Rif motel. De dag erop zijn we naar Chefchaouen gereden. We kregen weer te maken met wat hogere bergen en we zagen zelfs weer sneeuw op sommige bergtoppen liggen. Chefchaouen is een mooi dorp dat aan de voet ligt van twee hoornachtige bergen. De huizen in de oude stad zijn blauw geschilderd om te voorkomen dat er muggen en vliegen in huis komen. Het oude dorp is geheel tegen een berg aangebouwd en alle straatje zijn erg smal. Er omheen ligt het nieuwe gedeelte van het dorp die ook tegen de bergwand opgebouwd is. De straten lopen daardoor allemaal steil omhoog en het was een hele tour om op de camping te komen die boven op de berg  boven de dorp lag. Je had er wel een prachtig uitzicht over het dorp.

Vanuit de camping zijn we naar de oude stad gelopen en hier heerlijk rond geslenterd. Veel winkeliers bieden er allerlei natuurlijke kleurstoffen aan om kleding te kleuren of om aan de verf toe te voegen. Het is een zeer kleurrijk geheel tussen alle blauwe muren. Verder allemaal prachtige kleine winkeltjes waar af en toe zo veel in ligt dat de verkoper op straat moet gaan zitten! Omdat we zeker 300 meter omlaag waren gelopen via een steil pad en nog steilere smalle straatjes hebben we ons maar met een taxi terug laten brengen naar de camping.

Wat we nog niet vermeld hebben is dat de Marokkaanse politie een nieuw speeltje heeft. Ondertussen zijn we wel honderd keer met de lasergun op onze snelheid gecontroleerd. Meestal ben je echter gewaarschuwd door de vriendelijke tegenliggers of we konden gewoon niet harder. We rijden dus nog steeds rond zonder ook maar een bekeuring gehad te hebben en gezien de geluiden van veel anderen is dat een uitzondering! Ik zou hier niet graag met de Audi rondrijden want dan ging ons schamele inkomen op aan de bekeuringen. Verder zijn er veel politiecontroles. Ze worden allemaal aangekondigd. Eerst staat er een bord met: “snelheid minderen, controle politie” en 20 meter verder staat het bord “stop, controle politie”. De werkelijke controle is echter pas een 30 meter verder en menigeen rijdt dan door tot bij de politie. Daar krijg je dan direct een bekeuring van €70,- omdat je niet bij het stopbord gestopt bent! Je moet er stoppen en wachten tot ze je toestemming geven om door te rijden. Enerzijds goed dat ze privacy van andere weggebruikers hoog in het vaandel hebben staan; anderzijds is het zeer verwarrend. Verder denken wij dat de privacy meer te maken heeft met het feit dat we dan niet kunnen zien hoe ze hun eigen zakken vullen!

‘s Nachts werden we wakker van een heen en weer schuddende camper en hevige donderslagen. Het slechte weer achtervolgt ons dus. ‘s Morgens regende het nog steeds en de weersvoorspelling voor de komende dagen was niet al te best. Daarom maar weer verder gereden naar de kust waar de buien vaak overwaaien! Gelukkig klopte onze veronderstelling en was het weer nog een beetje aangenaam in Martil. Ook hier waren we al geweest en ook dit toenmalige dorpje; nu uitgegroeid tot een mondaine badplaats was compleet onherkenbaar. We hebben er heerlijk over de boulevard gewandeld en verder natuurlijk weer over de kleine marktjes die je in iedere wijk wel weer eentje vind. Hier ook weer verse garnalen gevonden die we deze keer maar eens als voorgerecht hebben bereid. Als nagerecht natuurlijk weer verse aardbeien!

Waaiden de buien de eerste twee dagen nog over; de derde dag hadden we ook aan de kust de nodige onweersbuien. Tussen de buien door toch nog even naar de markt geweest en in Tetouane naar de Marjane. Dit is een megasupermarkt naar Frans voorbeeld. Hier maar een poos rondgekeken en een boodschappenlijst gemaakt om voordat we naar de haven rijden nog snel even inkopen te doen. Verder de camper aan de binnenkant al helemaal schoon gemaakt dus dat hoeft thuis niet meer te gebeuren. Verder hebben we ons veel bezig moeten houden met thuis. Verwarmingsketel die niet wil opstarten. Auto die niet meer door de APK komt. Website die wij ontregeld hadden. Satelliet die ingesteld moest worden. Papieren regelen voor auto die naar de sloop moest, enz.. Gelukkig hebben we aan Marcel en Jeannette een paar goede zaakwaarnemers en komt alles in orde voordat wij thuis zijn. Nu zijn we helaas genoodzaakt om op internet alvast te gaan zoeken naar een nieuw wagentje voor Chantel.

Na 3 dagen zijn we weer vertrokken voor onze laatste kilometers op het Afrikaanse continent. Eerst nog even naar de Marjane geweest om wat boodschappen te doen en daarna via de kustweg naar de nieuwe haven van Tanger; Tanger Med. Al snel werd duidelijk dat we hier in het noorden in een ander stukje Marokko zijn beland. De ezeltjes zijn ingeruild voor dikke BMW’s Mercedessen en Porsches. De prachtige route liep afwisselend langs de zee en dan weer een stuk door de bergen. Aan zee kwam je telkens bij mooie boulevards uit met nog mooiere en luxe woningen en hotels. De laatste kilometers richting haven zagen we veel “zwarte Afrikanen” die als verstekeling mee wilden rijden naar Europa. Deze mensen zijn continu op zoek naar manieren om Europa in te komen. Voor hun het beloofde continent wat vanaf Marokko zichtbaar is. Je kunt namelijk Spanje en Gibraltar goed zien liggen. Een Porsche die voor ons reed stopte bij al deze groepjes en deelde eten uit. Zo zie je maar weer dat er ook Marokkanen zijn die zich positief bekommeren om hun medemensen!

Tanger Med is een nieuwe haven waarvan je zou verwachten dat alles dan overzichtelijk georganiseerd is. Niets is minder waar en het is “een zootje ongeregeld”. Hier is beslist geen Europeaan ingehuurd om een goed georganiseerd havengebeuren te laten plaats vinden. Het was een zeer onduidelijk gebeuren waar je nog steeds van hokje naar hokje gestuurt word welke honderden meters uit elkaar liggen. Via een ingewikkelde route op het haven terrein kom je dan bij de rontgenwagen uit. Deze moest nog even een stel rontgenfoto’s maken van de King waarna er ook nog een fysieke bagagecontrole plaats vond. Eenmaal op de kade aangekomen werden we in nette rijen neergezet. Om 22.00 uur begon het inschepen. Ondanks aanwijzingen van personeel welke rij voertuigen mocht gaan rijden waren er natuurlijk ook weer de nodige “voorkruipers”. Tot 3 keer toe heeft Ton ze met veel getoeter op hun plaats terug gedrukt door ze met millimeterwerk de pas af te snijden. Dan ontstond er nog eerst een hoop gescheld in het Arabisch en het Hollands wat beiden niet verstaan, maar waarvan de boodschap wel duidelijk was! Voor we de boot op mochten rijden kregen we nog een laatste controle. Er werd met schijnwerpers overal onder de auto gekeken en ook de binnenkant werd gecontroleerd.Dit is om proberen te voorkomen dat er illegalen mee naar Europa “liften”.

Eenmaal ingescheept kregen we de sleutels van onze hut. De hut ingeruimd en nog even een laatste blik op Afrika geworpen en toen lekker gaan slapen! We hebben met tranen in de ogen afscheid genomen van een continent waar je na 19 maanden van bent gaan houden. Het is dat we nog meer van de wereld willen zien, maar anders wisten we het wel! Na een rustige overtocht van 36 uur kwamen we in Sete aan. Ook hier weer de gebruikelijke chaos met het van de veerboot afrijden. Wat dat betreft hadden we het idee nog steeds in Afrika te zijn. Na 4 uur waren we eindelijk door de douane en waren onze carnets voor de laatste keer van een stempel voorzien. Wat betreft de werkwijze van de Franse douane waanden we ons ook nog steeds in Afrika. Alle Europeanen mochten zo door rijden terwijl alle Marokkanen de auto’s, busjes en aanhangers helemaal moesten uitpakken. Wij waren van mening dat hier nog echt sprake was van discriminatie.

We waren van plan om rustig naar huis te rijden en onderweg nog enkele malen te overnachten. Het was echter slecht weer en we zijn maar de tolweg opgegaan zodat het lekker opschoot. Toen we op de 10 baans tolweg in Montpellier reden wisten we dat we niet meer in Afrika waren. Ook een bezoek aan een supermarkt in Nimes bevestigde dat. We hebben in Lyon overnacht en het ging die nacht steeds harder regenen. In de stromende regen weer verder richting noorden en in Luxemburg sneeuwde het zelfs. Tijdens het tanken waaiden we bijna uit onze broek en het besluit om snel door te rijden naar huis was snel genomen. Met deze weersomstandigheden hadden we geen zin meer om nog ergens te overnachten. Tegen half 8 kwamen we aan in Twisteden en was de King na 3 jaar weer thuis!

Na 19 maanden en 64.000 km zit onze rondreis door Afrika erop en komt er een einde aan het onbegrensde nomadenleven. Aan stille sensaties, de afzondering, het oneindige, de afwisseling, soms zware tijden en soms ontspannende tijden komt een einde. We hebben vooral in het westen door een droomachtig mooi oorspronkelijk Afrika gereden met over het algemeen ongelooflijk leuke mensen, zeer vriendelijk, altijd hulpbereid en met een uitstraling die we in Europa zelden vinden! Wil je een oorspronkelijk Afrika zien, dan moet je wel de teerweg verlaten.

Al reizende leer je natuurlijk veel; veel van jezelf en veel van anderen. Zo hebben we geleerd dat het voor langere tijd “samen reizen” met anderen soms erg moeilijk is omdat iedere overlander zijn eigen manier van reizen ontwikkeld heeft. Een eigen reisritme met eigen rituelen, eigen verwachtingen en een eigen stukje persoonlijkheid maken dit moeilijk; zo niet onmogelijk.

Van de Afrikanen hebben we geleerd dat wij elkaar niet kunnen begrijpen met de geest, maar enkel met het hart. In principe blijft ieder mens voor zijn medemens een geheim. Een mens kan een mens al moeilijk begrijpen, laat staan een volk een volk! We hebben regelmatig tussen de “lokalen” geleefd en van hun geleerd hoe je werkelijk met niets van iedere dag kunt genieten. In dat ” leren” zit het verschil tussen de “vreemdelingen” die wij zijn en de “lokalen”die we niet kunnen worden.

Tijdens zo’n reis maak je heel veel mee. Soms heb je het gevoel dat je bezig bent met “overleven” en op hetzelfde moment kun je genieten van alle dingen die op je af komen. Er zijn dagen dat je de hele dag hard moet werken, maar er zijn natuurlijk ook echte vakantiedagen. Er zijn dagen vol spanning maar ook dagen met ontspanning. De ene dag zit alles mee, de andere dag zit alles tegen. Helaas verlies je tijdens zo’n reis vrienden maar gelukkig maak je ook weer nieuwe vrienden.

Naast deze overdenking zijn er natuurlijk ook andere zaken die we even kort willen samenvatten.

Ton en Chantel:

* Ton twee maal malaria gehad.
* Chantel twee maal een bezoek aan tandarts moeten brengen.
* Beiden een keer ziek als gevolg van een verkeerde maaltijd.
* Beiden een paar vingers gebroken welke zonder doktersbehandeling zijn genezen.

Dancing King:

* 9 lekke banden.
* Steun luchttank afgebroken.
* Spanningsregelaar defect.
* Chassis gebroken.
* Steun olietank lier afgebroken.
* Olie keerring krukas kapot.
* Twee spiegels er af gereden.
* 1 kapotte huishoudaccu.
* breuk in de kabel van de startknop naar de startmotor

Algemeen:

* 29 landen bezocht.
* 64.000 km met Dancing King gereden.
* 4.000 km met de motor rond gereden.
* 7 bekeuringen gehad waarvan geen enkele betaald.
* 3 maal ruzie met de politie gehad.
* Vele malen woorden met beambten en  €0 aan smeergeld betaald.

Omdat we het nodige aan “Dancing King”moeten repareren en veranderen hebben we besloten om deze keer wat langer thuis te blijven. We hebben dan ook de tijd om ons optrekje in Twisteden eindelijk af te maken.
In 2014 beginnen we weer aan ons “Nomadenleven”.

We willen iedereen bedanken die ons gevolgd heeft op de website en we hopen dat jullie ook in de toekomst onze trouwe volgers blijven. Een extra bedankje aan de trouwe skypers en e-mailers.

 

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *