Afrika

Afrika 2011-2012

Tanzania                                                                                                                                                                                    Na een half jaartje hard werken zijn we weer naar Tanzania gevlogen om onze reis in Afrika te hervatten. We zijn met de trein vanuit Kevelaer naar Frankfurt gereisd waar we met snelheden van 273 km per uur in 3 1/2 uur waren. Alles verliep volgens schema; Duitse Punktlichkeit. Daarna waren we overgeleverd aan Egypt Air en direct hadden we maar liefst 2 uur vertraging. Het I.B.M was weer van kracht en dat al in Duitsland.  I.B.M. Insha Allah (als God het wil) Bukra ( Morgen, overmorgen of volgende week) Malesh ( Geeft niks, wind je niet op, blijf kalm) Verder veel verwarring rondom zomertijd en tijdsverschillen maar na 24 uur reizen waren we dan eindelijk weer in Tanzania gearriveerd. Voor we door de douane konden moesten we van beide handen en duimen een digitale afdruk laten maken. Hiermee denken ze terrorisme tegen te kunnen gaan. Als je 65 jarig of ouder bent, ben je vrijgesteld van deze onzin dan kun je volgens Tanzaniaanse normen geen terrorist meer zijn.

We werden op Kilimanjaro Airport afgehaald door Leon; de manager van de Farm. Na een half uurtje rijden stonden we eindelijk oog in oog met onze King. De King had er ook weer zin in want hij startte meteen. Na een lunch bij Bate en Jill Koning ( de eigenaars van de Farm) zijn we vertrokken richting Arusha om bij de Shoprite inkopen te doen. Bij de Shoprite een Zuid Afrikaanse supermarktketen hebben ze ook scan apparatuur om de gekochte producten te scannen. Helaas is alles ingesteld op “per stuk”. Bij 3 dozen bier moet dus een blikje 72 keer door de scanner! We hadden dus een bon van enkele meters en hadden eigenlijk geen wc papier hoeven te kopen. Verder even wat geld gepind en eindelijk zijn we weer miljonairs! jammer dat we er nog niet 1 van de 3 tanks met diesel mee kunnen vullen. De dieselprijs ligt hier rond de euro. Autorijden is hier alleen maar mogelijk voor miljonairs en dat zijn er maar een paar. (meestal buitenlanders)

Daarna verder naar Tanzania Farmer Service Center om het nodige aan de auto te gaan repareren. Eind maart is bij een rivierdoorwading bij Lake Natron het chassis gescheurd! De eerste dag nog even met de motor weggeweest en onderweg begon ik me af te vragen of de aangekomen kilo’s door het stofhappen veroorzaakt waren of door het goede eten! Momenteel sta ik voor de keuze: Lijnen of een sportstuurtje kopen

Gedurende de reparatie hebben we een luxueuze 6 persoons-villa gehuurd. Na hier te zijn ingetrokken de camper naar de garage gereden. Samen met de eigenaar van T.F.S.C. de situatie bekeken. We konden van alles gebruik maken wat ter beschikking was. De kennis is aan ons en verder een mannetje of 8 gekregen om alles uit te laten voeren. Alles is hier te repareren maar dan wel op de Afrikaanse manier. Na een eerste dag die in het teken stond van demonteren, krikken, stutten en richten is er twee dagen aan de wagen gelast. Daarna alles weer opgebouwd en helaas zat er nog teveel ruimte tussen het chassis en het tussenchassis. Dit was vrijdag zo rond het middaguur en omdat de stroom uitviel en het weekend voor de deur stond ging iedereen zitten wachten tot het half 5 was. Men is hier “aanwezig” van maandag t/m vrijdag van ongeveer 8 uur tot ongeveer 16.30 uur. Effectieve werktijd zoals Ton dat bekeken had komt uit op ongeveer 8 uur per week! Aansturing van deze lieve en leuke lui valt overigens niet mee. Het moet met een beetje Engels en verder in het Swahili. Hun communiceren alleen maar in het Swahili dus is er niets van te volgen. Na dat eerste weekje stof happen onder de truck hadden wij ook behoefte aan een vrij weekend en verder kon Ton eens goed nadenken hoe het probleem verder op te lossen.

Zaterdag naar het centrum van Arusha gereden met de motor. Voor Chantel is het voorlopig ook weer haar laatste ritje geweest. Verkeerstechnisch is Arusha een hel en je komt alleen maar ergens als je met de motor links en rechts overal tussendoor kruipt. Voor Chantel dus billen knijpen! In ieder geval even lekker gewinkeld en naar een nieuwe reserveband geïnformeerd. Deze hebben ze en kunnen we dus in Dar Es Salaam kopen. Nog even een terrasje gepikt en daarna met volle bepakking terug naar de villa. De villa heeft de toepasselijke naam “de kraaiende haan”. Iedere morgen vanaf 3.30 uur begonnen er de nodige hanen te kraaien. Van vrijdag op zaterdag had het al flink geregend en van zaterdag op zondag brak de hel los. Er viel maar liefst 60 mm water en zelfs op de slaapkamer konden we pootje baaien! Overal was het spiegelglad en het was dus oppassen. Zondagmorgen nog het nodige aan de camper gesleuteld en de rest van de dag maar “thuis” gebleven. ‘s middags hoorden we overal geknetter en daarna een harde knal. Naar later bleek was door kortsluiting het transformatorhuisje opgeblazen dus voorlopig is er geen stroom meer. Alleen in de avonduren word de aggregaat gestart tot 22 uur want dan is het bedtijd! Verder overdag af en toe een uurtje om koeling en vriezer op temperatuur te houden.

Maandagmorgen na wederom de gehele nacht regen weer met frisse moet aan de klus begonnen. Eerst naar het centrum om wat onderdelen te halen en daarna in Aruhsa naar de garage omdat we geen stroom meer hebben. In Arusha overigens ook niet maar daar heeft men een zwaardere aggregaat zodat er ook gelast kan worden. Onderweg naar Arusha kwam Ton gestrande vrachtwagens tegen die vast zaten op de gladde onverharde weg naar het centrum. Het regenseizoen begint normaal pas in november dus ook hier is het weer van slag. De gestrande vrachtwagens zijn een stille voorbode over wat ons nog te wachten staat want voorlopig hebben we nog zeker 3 maanden met regen te maken. Na een hele dag klussen in Arusha terug naar de villa alwaar het boodschappenlijstje klaar lag. We waren door onze voorraad (drank) heen dus moest er nog even snel geshopt worden. De gemaakte onderdelen nog snel even door wat jongens in de verf laten zetten zodat deze de dag erop gemonteerd konden worden. De gemaakte onderdelen moesten voorkomen dat de cabine naar achteren kon knikken. Een hele dag gesleuteld, maar met geen mogelijkheid waren deze te monteren. Overal zaten kabels luchtleidingen en hydroliekleidingen in de weg. Deze oplossing dus maar achterwege gelaten. Omdat er verder nog steeds speling zat tussen het chassis en het tussenchassis hebben we achter de boel weer opgekrikt en daar plaatjes metaal aangebracht zodat er geen speling meer aanwezig was. Klus geklaard!

Samen met Chantel alle elektra weer aangesloten en de wagen weer gestart om de luchtketels te vullen en de luchtslangen te controleren. Natuurlijk waren deze niet allemaal dicht en opnieuw stofhappen onder de auto! Na een paar uurtjes was ook deze klus geklaard en konden we de “King” bij de villa parkeren om alles weer in te laden. De volgende dag betaald en afscheid genomen van de Fam. Lieke. Vertrokken voor een korte etappe naar Moshi na eerst nog even de verzekeringspapieren te hebben opgehaald. De verzekering van de motor is hier overigens net zo duur als voor de truck! Uren discussiëren konden hier niets in veranderen.

Op een rustige manier naar Moshi gereden wat een 100 km verder was. Daar aangekomen direct alles gecontroleerd en wederom was er voor speling tussen de twee chassis. Het zijn maar 3 a 4 mm, maar er is weer speling! De dag erop naar de Pangani River Campsite gereden en wederom alles gecontroleerd. Speling gelukkig niet meer geworden en hopelijk heeft de boel zich nu een beetje gezet. Om wippen te voorkomen gaat Ton dit ook nog proberen op te vullen. De camping ligt aan de rivier geheel tussen het riet en de palmbomen. Het is een paradijs voor de vogels en we hebben ons dan ook weer eens bezig gehouden met vogel spotten. ‘s Avonds werden we verrast door honderden vuurvliegjes rond de camper wat een prachtig gezicht was. Het leek net of we overal led lampjes op de wagen hadden zitten. Dachten we eindelijk goed te slapen na het hanengekraai; nu werden we de gehele nacht wakker gehouden door kwakende stierkikkers. Jammer dat we geen beroep konden doen op onze kikker fluisteraar uit Arcen. Daar werkt namelijk iemand die ‘s nachts door middel van fluiten met kikkers communiceert waarna ze ophouden met kwaken! Kikker fluisteren is een van de competenties van de Dienstverlening coördinatoren. Jammer dat ik dat niet kan!

De dag erop ‘s morgens om 6 uur vertrokken richting Dar es Salaam.  Onderweg tot 3 x toe een verplichte weegbrugcontrole genegeerd. Hier in Tanzania moet iedere wagen boven de 3.5 ton gewogen worden. I.v.m. aslast en slijtage van de wegen is de maximale aslast 6 ton. Gezien het feit dat we daar  niet over heen willen, rijden we maar door en doen we net of we niets gezien hebben! Verder zijn we een maal aangehouden voor inhalen bij een doorgetrokken streep. De boete was omgerekend  maar liefst 60 euro. Naar veel praten werd het 20 euro en daarna heb ik hem verteld dat het nog veel te veel was en dat ik wel achterin ging liggen slapen omdat ik geen geld had. Na een poosje mochten we toch weer verder rijden.

Verkeerstechnisch is Dar es Salaam een verschrikkelijke stad en herinneringen aan India kwamen bij ons op. Na twee uur file rijden en overal tussendoor manoeuvreren eindelijk op  de camping “Sunrise Beach Resort” aangekomen. Het was ondertussen  16 uur  dus hadden we meer dan 10 uur gereden over deze 400 km; en dat over een goede teerstraat! De speling tussen het  chassis was gelukkig niet toegenomen en langzaam begin je dan weer een beetje vertrouwen te krijgen in de reparatie. Soms moet je grote ontberingen doorstaan om later te kunnen genieten. Hopelijk gaat na twee weken hard ploeteren de vakantie nu echt beginnen!

Na enkele dagen  organiseren en wat rust een reisje geboekt naar het romantische Zanzibar. Zanzibar staat in de reisgidsen beschreven als een van de mooiste eilanden ter wereld die voor veel mensen  een huwelijksreis bestemming is en dat er ook nog veel mensen ter plekke besluiten om te trouwen. Nou dachten wij dan moet het er maar eens van komen, zullen we de stoute schoenen eens aantrekken? Wij vonden Zanzibar echter  helemaal niet romantisch dus hebben we er maar weer snel vanaf gezien. Zanzibar is ook het specerijeneiland, kruidnagels, vanille, nootmuskaatnoten, citroengras en nog veel meer wordt hier gekweekt en geëxporteerd. Zanzibar is  ook het eiland waar de beroemde Freddie Mercury op 5 september 1946 als Farrokh Bulsara werd geboren. In Stonetown staat zijn geboortewoning en verder is er een restaurant met zijn naam waar veel foto’s en andere zaken van hem hangen. Het restaurant lijkt wel een gedenkplaats waar velen naar toe komen!

De taxirit naar de veerboot was een beleving op zich. De taxichauffeur lag op ieder moment dat we stil stonden  te slapen. 7 Kilometer  rijden en met de stadsveerboot oversteken duurde maar liefst 2 uur. Het leek wel of heel Dar Es Salaam met die veerboot mee wilde. Het was natuurlijk de gebruikelijke chaos  en de boot werd flink overladen.  Aan de andere kant van de haven werden we bij de vertrekterminal van de boot naar Zanzibar afgezet. Op de veerboottickets stonden verkeerde namen, de verkeerde nationaliteit en de verkeerde vertrekdatum. Pas bij checkpoint 3 kwam men erachter en moesten we weer wachten op nieuwe tickets. De datum werd veranderd en we konden als Engelsen  mee met de boot. We vertrokken met regen en kwamen aan met regen. Alles bij elkaar hebben we van de 76 uur die we op Zanzibar zijn geweest zeker 60 uur regen gehad. Ook op Zanzibar is de regentijd dus begonnen. Enigste voordeel is dat je geen stof meer hoeft te happen!

Stone Town is aardig maar heb je in een halve dag wel gezien. De huizen zijn hier erg dicht op elkaar gebouwd om de zon te weren. Ons hotel stond in een van deze smalle straatjes en had de toepasselijke naam “Narrow Street Hotel”. Veel huizen hebben prachtige houtsnijwerkdeuren wat typisch is voor Stone Town.  We hebben een dag een auto gehuurd om het eiland te verkennen. In het Jozani National Park een wandelsafari gemaakt door een stukje prachtig regenwoud. De bijna uitgestorven Kirk’s rode franje apen gezien en door een mangrovebos gewandeld. De rest van het eiland viel ons erg tegen. De mooie stranden die er paradijselijk uit moeten zien zijn allemaal in beslag genomen door grote resorts en daar kun  je dus niet op. Op een enkele plaats konden we nog wel op het strand komen waar de vissers hun vangst aan het verhandelen waren en waar de vrouwen met sleepnetten in de zee wandelden. Verder passeerden we veel arme dorpjes waar langs de weg af en toe kruidnagels lagen te drogen.

Dat het eiland over het algemeen Islamitisch is merk je overal. Je hoort de roepende muezzin en ziet mannen zich naar de moskee haasten voor het gebed. Veel  vrouwen lopen hier gesluierd rond. Van de een zijn alleen de ogen zichtbaar en de ander draagt alleen een  hoofddoek met daaronder een hemdje met spaghettibandjes.  De dhows, de traditionele houten zeilboten zie je hier zeilen tussen de grote containerschepen en de veerboten door. Aan het zigzaggen van de veerboot kon je opmerken dat ze overal voorrang kregen.  Het is alsof de oude en de moderne tijd hier bij elkaar komen.

Toen we in Stonetown op de veerboot zaten te wachten was de eerste passagier die de veerboot mocht verlaten helaas een overledene! Rouwenden stonden de overledene op te wachten en sloten zich aan bij de rouwstoet. De terugreis met de veerboot was erg heftig. Door de erg hoge golven werd bijna iedereen zeeziek en zelfs de donkere passagiers werden wit rond de neus. Na 2 uur varen waren we blij dat we weer voet op vaste bodem konden zetten.  De taxi stond al op ons te wachten en deze keer was hij wakker! Middels een dollemansrit stonden we in een half uur weer op de camping. Daar maar een paar lekkere pizza’s laten bezorgen en na een borreltje weer heerlijk in ons eigen bedje gekropen. Voorlopig zijn we uithuizig genoeg geweest en blijven we “thuis”.

De dag erop weer op zoek gegaan naar een nieuwe reserveband. Deze is in de stad te koop maar waar? De veerboot kunnen we niet nemen omdat we met de achterkant aan de grond komen. Door het grote verschil in eb en vloed  moet je erg steil het oprijplateau op en af rijden en dat gaat niet. Nu moeten we een 80 km om rijden om in de stad te komen waar we eigenlijk 7 km vanaf zitten! Na van het kastje naar de muur te zijn gestuurd de manager van het resort maar ingeschakeld. Hij gaat maandag zijn best doen om een band te bemachtigen. Het weekend word dus nog een gedwongen strandvakantie.

Het weekend was het gelukkig prachtig weer en het was lekker druk en gezellig op het strand. Uit Malawi  kregen we een sms dat er geen diesel te krijgen was en dat voedingsmiddelen moeilijk aan te komen waren. Daarom maar besloten om alvast boodschappen te gaan doen. Met een tuktuk naar de Shoprite gereden en flink gehamsterd. Voorlopig hebben we voorraad tot eind maart denken we! Ook nog geprobeerd om ergens de gastank te laten vullen maar daarmee gaat het hetzelfde als met de band. Ook hiermee word je van het kastje naar de muur gestuurd. Het is echt een initiatiefloos volkje! Maandag de auto nog eens grondig nagekeken en reisklaar gemaakt in afwachting op een nieuwe band. Om 14 uur werd Ton gevraagd om bij de manager op kantoor te komen. Hij was vanaf 9 uur overal geweest maar had geen band kunnen vinden. Als laatste toen nog maar een garagebedrijf gebeld van een Duitse eigenaar.  Hij zou zijn bandenhandelaar bellen maar ook van hem niets meer vernomen.  Het vreemde is dat we de band in Arusha konden kopen, maar dat deze dan vanuit Dar Es Salaam naar Arusha moest komen wat 3 dagen wachten betekende. We konden hem daar zelfs al betalen en dan zelf de band  in Dar oppikken! Maar goed dat we dat niet gedaan heb!  Besloten om het risico maar aan te gaan om met een reservewiel verder te gaan. Misschien komen we er ergens anders nog wel eentje tegen!  Op het strand na een week pingelen een paar leuke reigers gekocht vervaardigt van koeienhoorns.  Soms zit het tegen en soms zit het mee!

Via de Tanzam Highway in de richting van Malawi vertrokken. De Tanzam loopt van Dar es Salaam naar Lusaka in Zambia en is de doorvoerroute naar Zambia. Er werd dan ook als dollemannen gereden en we hebben veel verongelukte auto’s busjes en trucks gezien. De highway loopt dwars door het Mikumi National Park. We zagen giraffen, buffels, zebra’s, antilopen en apen langs de weg lopen. Wat ons opviel was dat toen we het National Park door waren er ook geen dier meer te zien was ondanks dat het park niet was afgezet.  Onderweg hebben we op leuke campsite’s gestaan.  De eerste was Crocodilecamp aan de Great Ruaha River, in de Baobabvallei. Hier stonden heel veel van die zeer vreemde baobabbomen. De tweede tussenstop was bij  de Old Farmhouse Campsite. Dit is een verbouwde “boerderij” met luxueuze  bungalows  en een campsite. Hier hebben we ontzettend lekker gegeten  in het restaurant wat gebouwd is in de sfeer van een Tanziaaans hut.  Er  was geen elektriciteit en alles was verlicht met olielampen en kaarsen. Hier hebben we ook lokaal verbouwde groente gekocht en heerlijke biefstuk voor onderweg. De laatste overnachtingsplek was net voor de grens op Bongocamp. De campsite was een initiatief van Tanzanianen die met de winst een schooltje financieel ondersteunden.

Nadat we nog even getankt hadden op weg naar de grens begon de auto naar rechts te trekken gevolgd door een hard gesis. De rechter achterband liep in een paar seconden leeg en al slingerend kwamen we tot stilstand. Dat was even goed schrikken! Dat werd dus weer bandje verwisselen. Gelukkig  kregen we  hulp van 2 jonge mannen die tussen de bananenbomen uit kwamen en na 2 en een half uur hard werken hadden we de band verwisseld. Dit was niet zonder gevaar want er is niemand die anticipeert op de twee gevarendriehoeken die voor en achter de auto stonden. Al toeterend  en met een snelheid van rond de 100 km. proberen ze je de broek van de kont te rijden! Iedereen rijdt alsof de wereld morgen vergaat en dat men nog snel even  naar huis moet.

Zonder reserveband  zijn we richting grens gereden. Aan de grens een hele discussie gevoerd over de roadtax die we moesten betalen voor de periode dat we in Holland waren. Ton heeft uitgelegd dat de camper 6 maanden gestald heeft gestaan dus niet op weg was geweest. Dit aan de hand van de stempels in het paspoort ook aangetoond waarna er dus weer overlegt moest worden met de grote baas.  Op het carnet staat echter dat de camper op 28 februari 2011 Tanzania is binnen gekomen en dat we 1 maand roadtax hebben betaald. We moesten  dus nog voor  7 maanden bijbetalen. Het werd een hele berekening per maand met iedere keer rente er bovenop! Het totale bedrag werd uiteindelijk  151$ en werd afgerond naar 155$. Aangegeven dat we dat niet accepteerden en dat we gewoon 151$  betaalden. De staat accepteert echter geen 1$ biljetten en de wet zegt dat er alleen maar naar boven mag worden afgerond.  Uiteindelijk dus maar betaald en snel alle stempels in het carnet laten zetten. Gelukkig was het niet opgevallen dat het carnet inmiddels ook al verlopen was! Tot de laatste meters hebben we Tanzania  ervaren als een land waar alles om de dollar draait! Helaas komen deze niet terecht waar ze thuis horen maar blijven de dollars hangen bij de regering die alleen maar aan zelfverrijking doet. We waren klaar om naar Malawi te gaan.

Malawi
De grensprocedure verliep snel en zonder problemen. Het grootste oponthoud was dat we 3x dezelfde informatie moesten noteren in een groot boek. Toen we dachten dat we klaar waren werden we aangehouden en moest Ton mee naar een heel klein gebouwtje. Hier moesten we roadtax betalen. Daarna konden we Malawi inrijden. Het verschil met Tanzania was direct zichtbaar.

Hier in Malawi is op dit moment geen diesel te koop en levensmiddelen beginnen ook schaars te worden. De President heeft zich de woede van Amerika en Engeland op de hals gehaald en meent het land te kunnen regeren zonder buitenlandse hulp en dat terwijl Malawi altijd afhankelijk is geweest van buitenlandse hulp. (Malawi  is een van de armste landen van Afrika) Gevolg geen geld om buitenlandse producten te kopen waaronder brandstof om de economie op gang te houden. Er is weinig tot geen verkeer op de weg en datgene wat nog te koop is, is schrikbarend duur. We hebben voor ongeveer 1800 km brandstof bij ons en zullen dus moeten zorgen dat we weer op tijd aan de grens zijn met Zambia.

Lake Malawi is 585 km lang en op sommige plaatsen 100 km. breed. Het is het op drie na grootste meer van Afrika. Het ligt in de Rift Vallei die van de dode zee tot aan de Zambezi vallei loopt in Zambia. Deze Rift vallei zijn we al in diverse landen tegen gekomen en heeft bergen van 2000 meter en hoger. Het meer is een grote bron van inkomsten voor de bevolking en het  word druk bevist. We kwamen langs vissersdorpjes waar kleine visjes in de buitenlucht op lange tafels lagen te drogen. Van verre roken we al als we in de buurt van zo’n dorpje kwamen.

In Chitimba aan het meer op een camping gestaan. Deze word door een stel leuke Nederlanders, Ed en Carmen, gerund. Hier hebben we de band  gerepareerd. Gelukkig bleek de buitenband nog helemaal heel te zijn. De binnenband was flink gescheurd en deze aan de campingmedewerkers gegeven die er weer elastieken van maken om meer op de fiets te kunnen meenemen. De band van een nieuwe binnenband voorzien en we kunnen gelukkig weer verder met een reserveband. Naast het runnen van de camping heeft Ed als grote hobby fotografie. Willen jullie hele mooie foto’s zien van Afrika dan moeten jullie een keer inloggen op edpeetersfotografie.com.

Verder liggen we hier iedere avond om 21 uur in bed want dan slaapt heel Malawi! Om 18 uur is het hier dan ook al pikkedonker en ‘s morgens om 5 uur komt de zon al weer op. Dan begint het leven weer en zo ook voor ons.  We zitten dan ook iedere morgen om 5.30 uur al lekker buiten aan een ontbijtje!

Gingen we de vorige reis gewoon de herfst en de winter in, deze keer is het heel vreemd om de lente en de zomer in te gaan. We zijn namelijk op het zuidelijk halfrond! Overal broedende vogels en drachtige en jonge dieren. Overal de bomen en planten in bloei. Deze keer  gaan we ook overal te maken krijgen met het regenseizoen wat een  beperking aangaande het reizen kan worden. Door heftige regenval kunnen wegen compleet wegspoelen en onbegaanbaar worden. Krijgen jullie te maken met gladde wegen door sneeuwval, wij gaan te maken krijgen met gladde wegen door blub!

Na 4 dagen Chimtimba Beach zijn we weer verder gegaan. De route was erg mooi. Al snel gingen we de bergen in en zagen we op bijna ieder bergtop een kleine nederzetting liggen. Onderweg gestopt bij de oudste bamboe hangbrug van Malawi. We kregen een volledige uitleg over het ontstaan van de brug en  de cultuur van de Phokastam in een piepklein museumpje.  In Mzuzu, een stadje in de bergen inkopen gedaan. Bij een apotheek geïnformeerd naar een zelf diagnose testset voor malaria en een zalfje en we kregen spontaan een consult bij de dokter. Vanuit de bergen weer naar het meer waar we in Kande  Beach terecht kwamen.  Dit is de grootste stopplaats van de overlandtrucks. Hier heerlijk een paar dagen  verder gerelaxt. In het meer gezwommen wat heerlijk was bij een temperatuur van 38 graden. De regenbuien uit Tanzania hebben ons nog niet gevolgd!

Toen we in Kande Beache vertrokken stonden er  jongelui net buiten de poort en riepen naar ons “check you’re tyre” met de bedoeling dat we  zouden stoppen zodat ze ons hun koopwaar aan konden bieden (of misschien andere bedoelingen?). We zijn hier niet ingetrapt maar gewoon doorgereden. Even later bij een politie checkpoint vroeg de agent eerst om eten en drinken. Toen we vertelden dat we geen eten en drinken hadden vroeg hij om geld. Dat hadden we dus ook niet. Hem verteld dat we alleen maar met creditcards werken. Vanuit Kande verder gereden naar Senga Bay. Hier zaten we ‘s morgens te ontbijten tussen de apen die zich van boom naar boom slingerden en Afrikaanse eekhoorns die in en uit de bomen klommen. Vanuit Senga Bay verder gereden naar Cape Maclear in het zuiden van Lake Malawi.

Onderweg naar Cape Maclear een tussenstop gemaakt in de Mua Mission. Dit is een van de oudste katholieke missieposten. De missiepost is  in 1902 is opgezet. Er is een kerk, een ziekenhuis, een school  voor doven en een werkplaats voor houtsnijwerkers. De houtsnijwerken worden verkocht in een art galerie  en ook kun je een bezoek brengen aan de werkplaats. Er is een mooi museum waar je en goed beeld krijgt van de cultuur van de Yao, Chema en Ngoni stammen. Hier hebben we een opdracht gegeven om Dancing King uit hout na te maken. Betaald hebben we ook al en nu moeten we hem waarschijnlijk over een jaar een keertje ophalen!

In Monkey Bay nog even inkopen gedaan. Water was onderweg nergens meer te krijgen en gelukkig hadden ze in Monkey Bay nog wat op voorraad. Alle water wat we tot nu toe konden tanken komt rechtstreeks uit het meer. In het water zit echter de Bilharzia Parasiet  dus tanken we hier geen water.  We weten niet wat er gebeurd als het door het filtersysteem gaat dus lopen we dat risico liever niet. Vanuit Monkey Bay was het nog 18 km naar Cape Maclear. De weg was onverhard plaatselijk een groot wasbord  en soms erg spectaculair doordat we door de bergen reden.

Bij aankomst op de Fat Monkey Bay Campsite was het in de camper maar liefst 42 graden. Gelukkig konden we stroom nemen en de airco bracht na enkele uurtjes eindelijk een beetje verkoeling. In Soedan was het ook heet, maar daar met een luchtvochtigheid van 5%. Hier is de luchtvochtigheid zo rond de 75% en zodoende is het ontzettend zwoel en voelt het veel warmer aan als in Soedan.

Het dorp Cape Maclear is een echt authentiek vissersdorp. Hier leven de mensen aan, in en op het meer. Er wordt in het meer geplast, gepoept, kleding gewassen, ze nemen er een bad en halen er ook hun drinkwater uit! ‘s Avonds varen de vissers uit om te gaan vissen. Het hele dorp ligt vol met diverse maten visjes die overal liggen te drogen. Je kunt je voorstellen wat dat betekend voor je reukorgaan!  Ondanks dat de mensen hier in Malawi erg arm zijn, zijn ze allemaal erg vrolijk. Ze lachen en zingen veel. Naar ons roepen ze lachend Mazunga wat “blanke” betekend.
Na 2 hele warme luie dagen waarin Ton bijna respect kreeg voor de lokale bevolking die de hele dag werkelijk niets uitvoeren, zijn we naar Lilongwe vertrokken. Dit ligt op 1200 meter hoogte dus werd de temperatuur weer wat aangenamer.

In Lilongwe werd duidelijk wat het betekent voor mensen om geen brandstof te hebben. Wanneer ze horen dat er een vrachtwagen met brandstof onderweg was haastten iedereen zich naar dat specifieke tankstation en bouwden alles helemaal dicht om maar zo snel mogelijk aan de beurt te zijn. We hoorden dat er mensen waren die meer dan 17 uur in de rij hebben gestaan voor een tank brandstof. Als er geen brandstof is hebben mensen er een dagtaak aan om te informeren wanneer er brandstof komt en voor welk pompstation. De sfeer onder de mensen word er ook niet beter op. We hebben hier ook gezocht naar een nieuwe reserve band maar helaas niet te krijgen in Malawi. Dus maar kijken of het in Zambia lukt. We hebben hier ook de gasfles laten vullen. Na verschillende pogingen en 3 uur wachten werd ons duidelijk gemaakt dat de pomp niet genoeg power had voor Europese tanks of flessen. Door de warmte word de pomp te heet en dan slaat de beveiliging eruit. De tank word nu ‘s morgens om 5 uur gevuld wanneer de temperatuur het laagst is. We kunnen hem dan ophalen en richting Zambia vertrekken.

Zambia
De grenspassage was in een uurtje geregeld na het betalen van $ 200 voor het visum, carbontax en roadtax. Waarom er naast de carbontax ook nog roadtax betaald moest worden kon niemand ons vertellen. De carbontax moest betaald worden in Zambiaaanse Kwacha en de rest in Dollars. Dan moet er dus weer eerst gewisseld worden en dat kun je natuurlijk alleen maar tegen een slechte koers. Ook vertoefden er de nodige zwartwisselaars die alleen maar moeilijk deden en dus er op uit waren om de boel te betoepen!  In Chipata de grensstad zagen we Jupp en Doro lopen. Het was een verrassing en een hartelijk weerzien. Eerst flink inkopen gedaan bij de Spar waar gelukkig weer alles te koop was. De laatste week hadden we alleen maar kool en uien gegeten en de darmen functioneerden ondertussen als een expansievat en het overdrukventiel draaide overuren!

Na 3 dagen bijkletsen op camping  Mama Rula’s zijn wij naar South Luangwa National Park vertrokken en Jupp en Doro gingen verder richting Mozambique. De tweede middag op de camping begon het ineens te stormen en ontzettend te weerlichten en te onweren. Het bleef echter droog en de bui ging dus langs ons op. Het koelde lekker af van 40 graden naar 28 graden. Je raakt echter zo snel gewend aan de warmte dat je het bij 28 graden al koud krijgt en  je al een trui aan gaat trekken.

De weg naar het National Park was wisselend van redelijk tot zeer slecht. Onderweg was duidelijk dat het er 2 dagen eerder flink geregend had. We moesten enkele malen door een complete rivier heen. Na 5 uur hadden we de 125 km afgelegd. Onderweg zagen we de welvaart in de dorpen afnemen. Op het laatst stonden er alleen nog maar een paar hutten van riet. De mensen hebben het hier niet breed, het is echt overleven.

Vlak voor de camping kwamen we olifanten tegen, welke regelmatig  de rivier oversteken. De camping, Crocodile Rivercampsite, lag prachtig aan de Luangwa rivier. We zagen olifanten de rivier inlopen om te drinken en zich af te koelen om zich daarna met zand te bestuiven. Dit doen ze tegen de warmte want het was daar maar liefst 40 graden in de schaduw. Verder dreven de nijlpaarden en krokodillen  voor onze neus in het water. De diversiteit  aan vogels die we zagen was erg groot. Ook liepen er  bavianen en meerkatapen rond de camper. De meerkataap heeft  een azuurblauw scrotum oftewel blauwe ballen en een oranje piemeltje! Ze worden ook wel blauwbal aapjes genoemd.

We hebben de volgende dag in de vroege ochtend  een gamedrive gedaan en in de late middag een night gamedrive. ‘s Morgens zagen we 2 leeuwinnen die lagen te luieren en verder nijlvaranen, nijlpaarden, puku’s, impala’s, waterbokken, wrattenzwijnen, giraffen, olifanten en bavianen.  Tijdens de nightdrive hebben we een luipaard , hyena, 2 leeuwinnen met welpen, civetkatten en nijlpaarden gezien. De night gamedrive was heel bijzonder. De dieren werden gezocht met een heel sterke lamp en als men ze gevonden had kon je ze goed zien in het licht van de lamp en zelfs nog vanaf een 100 m een redelijke foto maken. Het luipaard ontbrak nog aan ons lijstje van de Big Five wat nu dus compleet is.

Na de safari’s weer terug naar Chipata waar we weer inkopen zijn gaan doen. In de stad werden we lastig gevallen door opdringerige jonge lui die je het inkopen onmogelijk maken. Uiteindelijk maar weer in de camper gesprongen en inkopen gedaan in een bewaakt winkelcentrum! De route van het park naar Chipata was extra zwaar door regenval. Het off-road rijden was weer eens ouderwets genieten en langzaam krijg je weer vertrouwen in “de King”

Over de Great East Road richting Lusaka vertrokken. Deze Highway was niet echt druk wat betreft verkeer. Toch zagen we overal wrakstukken liggen van ernstige ongelukken. Onderweg aan de Luangwarivier overnacht. De rivier is de grens tussen Zambia en Mozambique. Regelmatig waren er politiecontrolepunten  maar we mochten altijd doorrijden. Eenmaal moesten we stoppen voor een tsee tsee vlieg controle. De man kwam in de cabine met een vangnetje en veegde een keer door de lucht in de cabine. Er zat geen vlieg in het netje en toen wilde hij achterin kijken. Chantel aangegeven dat ze iedere avond met insecticide spoot en toen hoefde hij niet meer te controleren. Het was een belachelijke vertoning en volgens ons vond de vliegenvanger dat zelf ook wel een beetje!

Onderweg weer een en al armoede. De mensen proberen  nog wat te verdienen met de verkoop van houtskool en wat groenten en fruit. Ongeveer 40 km voor Lusaka veranderde de wereld. Het begon met elektriciteitscentrales  gevolgd door allerlei  fabrieken, slachterijen  en moderne hotels. Lusaka is een moderne stad waar werkelijk alles te koop is. De winkelcentra  zijn te vergelijken met de grote Carrefours in Frankrijk! Wel hangt overal  een goed  prijskaartje aan, behalve aan vlees! We hebben dan ook weer de nodige steaks ingekocht. Ook weer op pad geweest voor een reserveband maar wederom niet geslaagd. De juiste maat hadden ze wel, maar met maar 12 lagen en een maximaal draagvermogen van 2900 kg. Dat is dus wat te weinig en bovendien was de prijs ook niet naar ons budget! Men vroeg voor deze band maar liefst 1980$ en dat ook nog met 28 % korting!

We hebben in Lusaka eerst op Pioneercamp overnacht en later op Eurekacamp. Op de campings staan overal grote BBQ’s en hout en houtskool word gratis aangeleverd. Ook kun je er vlees kopen voor op de BBQ. In de restaurants kun je ook goed eten en je krijgt er een steak van minimaal 500 gram. Hier weten ze dus echt dat een steak onder de 500 gram een plakje carpaccio is! We zijn nu echt aangekomen in de landen van de “Braai”. Van Lusaka richting Livingstone  alleen maar grote farms aan beide kanten van de weg. Een paar keer op een farm overnacht en kennis gemaakt met het grote boerenleven in Zambia. Een gemiddelde farm heeft ongeveer 1000 hectare grond; rond de 1000 koeien en een 1500 varkens. Daarnaast lopen er ook nog de nodige paarden en geiten rond. Verder word er ook nog mais gekweekt, dit meestal voor het zaad.

Livingstone is een grote toeristenfabriek  met als doel zoveel mogelijk dollars te incasseren van de toerist. Je kunt hier allerlei activiteiten ondernemen; bungjee jumpen, wildwaterraften, kanoën, riviercruises, game drives en nog veel meer. Ook kun je met een microlight  vliegtuigje of een helikopter over de watervallen vliegen: 15 minuten 140 $, een half uur 280$. De prijzen zijn er duurder dan in Europa wat op zich niet zo erg is. Het probleem wat wij er mee hebben is dat de meeste medewerkers niet meer verdienen dan 2 $ per dag.

We hebben aan de Zambezi rivier op camping Waterfront gestaan. Hier konden we ‘s avonds op het terras  de zon zien ondergaan boven de rivier. We zagen er nijlpaarden en krokodillen die ook een bezoek aan het terras brachten. De tweede dag  werden we overvallen door een onweersbui met veel regen tijdens de zonsondergang.

Op weg naar de watervallen ‘s morgens om 6 uur werd ons de weg versperd door een kudde van rond de 20 volwassen olifanten die op en langs de weg stonden en liepen te grazen. We konden er op een gegeven moment toch langs met de motor. Deze olifantenkudde heeft zich de hele dag opgehouden in het bos rond  de camping en andere resorts en ze werden steeds nerveuzer omdat ze nergens verder mochten. Ze wilden de parken op om van de mooie en lekkere vegetatie te gaan genieten. De poorten voorzien van 220 volt werden echter telkens voor hun neus gesloten. Enkele olifanten waren het daar niet mee eens en lieten dit duidelijk merken. De mensen hier waren erg op hun hoede als de olifanten uit het bos kwamen en waarschuwden ons om te wachten toen we terugkwamen op de motor. Toen ze even weg liepen van de poort werd ons toegeroepen dat we zo snel mogelijk naar de poort moesten rijden. Deze ging een stukje open, wij erdoor en weer snel dicht achter ons.

De watervallen aan de Zambiaanse kant waren bijna geheel `opgedroogd`. Dit gebeurd ieder jaar aan het einde van het droge seizoen. Als binnenkort de regens komen gaan de watervallen weer lopen. We hadden nu wel goed zicht op de kloof en de structuur van de rotsen waar het water vanaf komt vallen. Ook kon je nu door en over de rivierrand wandelen waar normaal het water naar beneden dendert. Aan de bar op de camping enkele malen gezellig geborreld met Frank en George (2radkamele.de) die we onderweg al enkele malen getroffen hadden. Zij zijn per motor onderweg. Veel verhalen uitgewisseld en veel gelachen. Het bleken ook nog vrienden te zijn van Ralf en Eva die we in Pakistan getroffen hadden.

We hebben Zambia als een mooi en gastvrij land ervaren en vinden het jammer dat we niet meer hebben kunnen bekijken. We konden niet langer blijven omdat we voor het Krugerpark hebben moeten reserveren. De zuid Afrikanen hebben vakantie van 15 december tot 15 januari en zijn dan allemaal onderweg. Het boeken was nu al moeilijk genoeg want enkele campings zaten al vol geboekt. We gaan nu van 12 t/m 18 december het Krugerpark bezoeken. Een alternatief was na 15 januari, maar dat was weer te laat. We gaan dus een paar weken gas geven.

Zimbabwe
Om in Zimbabwe te komen moesten we over een brug die Zambia met Zimbabwe verbind. De brug loopt over een  kloof waardoor de Zambezi stroomt die na de Victoria watervallen verder stroomt richting Mozambique. De brug stamt uit 1905 en was een onderdeel van de droom van Cecil Rhodes om Kaapstad via het spoor te verbinden met Cairo. Precies in het midden ligt de grens tussen Zambia en Zimbabwe. De grensprocedure koste ons niet veel tijd maar wel weer veel dollars aan visa, roadtax en carbontax.

In Victoria Falls bleek dat er geen Zimbabwaanse dollars meer waren maar dat het land alles met US dollars doet. In 2009 toen de inflatie dermate uit de hand was gelopen heeft men besloten om de Zimbabwaanse dollar in te ruilen voor de US dollar.  Zo kun je uit de ATM alleen US Dollars pinnen. Voor de zwartwisselaars is er geen brood meer te verdienen, dus proberen ze de oude biljetten te slijten als souvenir.  Het is ook erg vreemd om in de winkel alles in dollars geprijsd te zien. Wisselgeld in dollarmunten hebben ze niet, je krijgt Zuid Afrikaanse Rand munten terug! Vonden we Zambia al duur, in Zimbabwe kost alles 2 x zoveel als in Zambia. Zo kost een nachtje camping maar liefst 28$. Daarvoor in de plaats krijg je dan blauw i.p.v. wit toiletpapier.

De Victoria watervallen aan de Zimbabwaanse kant waren ontzettend mooi. Hier kwam nog veel water omlaag en we werden op sommige stukken zelfs nat van de nevel. De watervallen zijn 1700 meter breed en op sommige plekken stort het water 108 meter omlaag. Net achter de ingang loop je door  het kleinste regenwoud van Afrika, 2 km lang en nog geen 100 meter breed. Vanwege de nevel  valt hier 3200mm water per jaar. We zagen hier prachtige vuurbollen (bloemen), vervetapen en een buschbokken. Vanuit  diverse plaatsen in het regenwoud had je  prachtig uitzicht op de watervallen. In Victoria Falls liepen de warthogs met kleine zwijntjes door de straten.

Op weg naar Hwange National park zagen we het landschap weer steeds droger  worden. Ook het vee zag er hier slechter uit. In Hwange N.P. mochten we niet met onze eigen auto in het park rijden omdat we te groot zouden zijn. We moesten echter  wel de park entree betalen voor de Truck omdat de campsite zich binnen het park bevond. Gepraat als brugman, maar regels waren regels. Uiteindelijk als voorbeeld gegeven dat ik hen uitnodigde om in het restaurant te gaan eten. We bestellen steaks, maar deze hebben ze niet. Nu moeten we de steaks toch betalen omdat we in het restaurant zijn! Doen jullie dat? Nee dus, maar regels waren regels en hier konden ze niet van afwijken. We moesten maar een klacht indienen bij het hoofdkantoor. Uiteindelijk hebben we maar weer een safari gedaan met chauffeur/gids in een open safariauto.

In het park werd duidelijk wat het einde van de droge periode inhoud voor de natuur en de dieren.  Alle waterpoelen waren opgedroogd. Een paar werden door middel van pompen vol gepompt met water wat weer gevolgen heeft voor de grondwaterstand. Verschillende  olifanten lagen dood langs de weg of in de waterpoelen. Ze waren dusdanig verzwakt van de dorst dat toen ze in de waterpoel gedronken hadden geen kracht meer hadden om eruit te komen en ter plekke zijn gestorven. De gieren en andere aaseters hebben het goed met de vele dode dieren.  De gids vertelde ons dat antilopeachtige dieren  in staat zijn om wanneer de regens uitblijven de geboorte van hun kalf een maand te kunnen uitstellen. Is er dan nog geen regen dan wordt het kalf doodgeboren. De olifanten verzamelende zich bij de waterpoelen waar water ingepompt werd. Ze hebben niet graag modderwater en doen zich dus tegoed aan het vers opgepompte water.

We kunnen kleine kudu’s en  een groene grasslang  toevoegen aan onze lijst met dieren die we hebben gezien. Verder ook nog  een jonge leeuw gezien die lag te dutten in de schaduw. Op de camping liepen, vlogen en hingen ook allerlei beesten. De wevers waren nesten aan het weven in de bomen, de eekhoorntjes renden rond om eten te zoeken. ‘s verder Avonds kwamen de impala’s grazen en gingen de vliegende honden op insecten jacht na de hele dag te hebben geslapen hangend aan een tak in een boom. Natuurlijk ontbraken de bavianen ook niet.

Verder rijdend zagen we het landschap langzaam veranderen. Van eindeloos lange wegen door bebost gebied naar eindeloos lange  wegen in open gebied met lage struiken en boompjes. In Bulawayo op een stadscamping overnacht.  Zie je op het platteland weinig tot geen mensen, verkeer en handel, in de stad is dit er allemaal weer. Er is dan ook weer van alles te koop. De contrasten tussen het platteland en de stad zijn dan ook erg groot. Brandstof is wel te krijgen hier in Zimbabwe maar in de kleinere steden zijn de tankstations of ontmanteld of heeft men niets dus moet je zorgen dat je in de grotere steden je tank gevuld krijgt.

In Gweru zijn we in het Antilope Park terecht gekomen. De camping was schitterend aangelegd en lag aan een meertje waar de olifanten in het water liepen te grazen. We werden welkom geheten met een glas sinaasappelsap. Gastvrijheid en je op je gemak stellen heeft hier een hoge prioriteit. Hier op deze camping en privé wildparkje kun je veel activiteiten ondernemen o.a.  wandelen met leeuwen, gamedrives, en olifanten berijden, game drive op een paard en nog veel meer. De prijzen zijn hier wat lager als in het toeristische Victoria Falls. Ze hebben hier een fokprogramma met leeuwen en proberen ze  terug te zetten in hun natuurlijke omgeving.  We zijn gaan kijken naar het voeren van de leeuwen wat naast het stillen van de honger als doel had te bekijken welke leeuwen  dominanter waren i.v.m. het terugzetten in de natuur.

Aan het eind van de dag werd Ton snel niet lekker. Hij kreeg het koud( bij 36 gr.), had hoofdpijn en overal spierpijn. Ook had hij 39.4 temp. De malariatest tevoorschijn gehaald en deze was positief. Meteen begonnen met de malariatabletten en de rest van de geplande activiteiten afgezegd. 2x per dag kwam er iemand van de camping informeren naar de toestand van Ton. Als je gewend bent om alles wat nieuw is als eerste uit te proberen krijg je natuurlijk ook als eerste deze niet Hollandse ziekte! Achteraf is malaria als volgt te omschrijven: Je bent zo gezond als een vis en 2 uur later echt ontzettend ziek; vergelijkbaar met een ernstige griep (maar die heeft Ton ook nog nooit gehad). Na 24 uur zweten, rillen en bibberen begin je al weer snel op te knappen en loop je alweer rustig rond. Je bent echter erg kortademig en de conditie is erg slecht (was ie al). De derde dag gaat het al weer redelijk en smaakt de borrel al weer. Nog herstellende van de Malaria, was het uitbundig vieren van de verjaardag er niet bij dit jaar.

De volgende dag zagen we dat de linker achterband wat aan de slappe kant was. En helaas hij was lek; nr. 4. Vanuit de camping kregen we alle hulp die we nodig hadden. Ton was nog te slap om dit samen met Chantel te doen. De band samen met een andere Overlandtrucker uit Malawi gedemonteerd en achter op een vrachtwagentje ging het richting werkplaats. Daar de band samen met vereende krachten gerepareerd. Een leuke bijkomstigheid was dat achter een hek een 20 tal leeuwen rondliepen! De band weer op het vrachtwagentje en terug naar de camping waar we hem weer gemonteerd hebben. Na een poosje bijtanken begonnen met de verlate verjaardagsborrel.

De ochtend erop was Ton genoeg opgeknapt om weer verder te gaan. De geplande route aangepast en niet via Harare maar via Masvingo richting Mutare, de grensplaats met Mozambique. In Masvingo hebben we op de camping gestaan bij Great Zimbabwe. Deze staat op de werelderfgoedlijst van de Unesco. Aangezien het zeer slecht weer was hebben we de ruïne alleen vanaf een afstand bekeken.  Great Zimbabwe is de best bewaarde stenen stad onder de Sahara. Hij stamt uit de 13e eeuw en is gebouwd door de Shona stam.

Na een heerlijk Hollands regenachtig nachtje met veel regen en wind ook ‘s morgens nog steeds regen. De moeren van de gerepareerde band in de stromende regen nagetrokken en snel richting Mutare. De route naar Mutare liep door de Eastern Highlands. Veel balancerende stenen gezien welke typerend zijn voor Zimbabwe. Ook werden de bergen hoger en de natuur groener. We moesten de Sabi rivier oversteken via een grote boogbrug uit 1935 gemaakt naar het voorbeeld van Sidney’s Harbours Bridge in Australië. Maar voor we er overheen mochten moesten we op de weegbrug. Na alle weegbruggen te hebben genegeerd waren we ondertussen wel benieuwd naar het gewicht per as. We zullen de weegbrief bewaren voor geïnteresseerden maar we mochten  in ieder geval verder.

In Mutare aangekomen moesten we eerst nog een flink stuk bergop voor we bij de camping waren gearriveerd. Mutare is een echte grensstad zoals we die ondertussen al meer hebben leren kennen. Veel  markten waar de handelaren hun koopwaar proberen te verkopen. De een handelt in tomaten, de andere in tandpasta, daartussen fietspedalen en snelbinders. Plastic servies uit China, kleren uit Holland, zeep, cola , muizenvallen, suiker, autobanden, meel, fanta, hanen, kauwgums,, brood, bh’s, houtskool en baby’s. Deze laatste liggen gelukkig alleen maar lekker te slapen en zijn niet te koop!

Zimbabwe heeft ons zeer verrast. Wij vonden het  een erg mooi en divers land met lieve zeer behulpzame mensen. Achteraf vinden we het  jammer dat we maar zo kort hier zijn geweest. We hadden graag nog meer willen zien van dit zeer bijzondere land, maar je kunt niet ieder land van oost naar west en van noord naar zuid doorkruisen. Wie weet komt het er nog eens van!

Mozambique
Tijden veranderen! 3 dagen geleden 57 jaar geworden en helaas met een Malaria te bed. Anderen liggen te hallucineren, maar daar heb ik gelukkig geen last van gehad, waarschijnlijk heeft mijn profylaxe van geregeld een goede borrel zijn vruchten afgeworpen. Als je dan toch niet je bed uit kunt ga je na liggen denken over van alles en nog wat. 57 jaar was voor mij altijd de FUT leeftijd en daar hadden we dan ook de laatste 15 jaar ons leven op ingericht! Helaas bestaat deze niet meer en mogen we verder tot de 67. Financieel zou alles ook tot de 65 jaar gewaarborgd zijn, maar de bankencrisis gooide roet in het eten en weg waren onze spaarcentjes. Na al deze tegenvallers konden we gelukkig gebruik maken van de JUS regeling, die met de nodige strubbelingen gerealiseerd is. Momenteel  zijn we met ontzettend veel plezier onderweg en hebben inmiddels Tanzania, Malawi, Zambia en Zimbabwe bereist. We hebben heel veel mensen gezien en heel veel mensen gesproken. Onvoorstelbaar is de levensvreugde onder de mensen ondanks hun schamele bestaan en lage levensverwachtingen. De altijd lachende en behulpzame mensen hebben veel indruk op me gemaakt, wetende dat velen van hen bezig zijn om iedere dag te overleven. De positieve uitstraling van deze mensen maken maar weer eens duidelijk dat wij ons zorgen maken om NIETS!

Als je dan toch in bed moet blijven ga je een boekje liggen lezen en dan kom je tot de conclusie dat er ook nog voordelen zitten aan doorwerken tot de 67. Je bent niet zo snel BEJAARD! Volgens Pauw, schrijfster van het boekje, is er geen woord dat met ‘be-‘ begint wat niet op iets gruwelijks duidt. Be-hoeftig, Be-legen, Be-drogen, Be-lachelijk. Het zijn maar woordspelingen maar in bed heb ik er toch een gevonden die niet zo gruwelijk is, Be-vredigd!

Een mooi moment om over te gaan tot de orde van de dag. Inmiddels zijn we in Mozambique gearriveerd na een grensprocedure waar we bij het schrijven nog boos van worden. We hebben nog nooit zo een autoritaire onverschillige grensmedewerkers meegemaakt als hier in Mozambique. Waarschijnlijk heeft het te maken met het Marxistische verleden. Verders kosten de visums maar liefst $ 164 en moesten we $ 125 roadtax betalen; $ 15 administratiekosten voor de douane en $ 30 voor de verzekering. Gigantische bedragen voor een land als Mozambique. Het kan te maken hebben met de geavanceerde apparatuur waarin geïnvesteerd is en die door de toeristen moet worden terugbetaald. Er werden namelijk foto’s en vingerafdrukken gemaakt welke netjes in een biometrisch visum verwerkt zijn.

Na de grensovergang werd al snel duidelijk dat de armoede hier veel groter is dan in Zimbabwe en Zambia. In de eerste stad aangekomen zag je ook heel duidelijk hoe arm en rijk naast elkaar leven. In Chimoio moesten we eerst pinnen, tanken en inkopen doen. Bij de eerste pinautomaten stonden rijen van wel 100 mensen te wachten; dus bij navragen toch maar weer verder. Bij een volgende automaat ook weer een heel lange rij. Uiteindelijk alleen maar brood gekocht en bij het pompstation gaan informeren of het ook mogelijk was om met de creditcard te betalen. Helaas ging dat niet en omdat we onze dollars willen bewaren voor andere zaken uiteindelijk toch maar in de rij voor de pinautomaat.

Deze keer een rij van maar 33 ‘frisse’ naar ui/knoflook zwetende mensen! Na precies 1 uur en 20 minuten waren we eindelijk aan de beurt. Toen bleek dat we maximaal maar 3000 Meticais kon pinnen en we hadden er al 12.000 nodig om te tanken. We hebben dus maar 5 x achter elkaar gepind wat de altijd aanwezige security zelfs de aandacht deed trekken. Toen we tijdens het telkens weer even wachten rond keken in het hok zagen we een Defibrillator aan de muur hangen die Ton deze dag al bijna twee keer nodig had! Onvoorstelbaar dat een land in deze dingen investeert en niet in datgene wat 99% van de bevolking nodig heeft; een goed waternet en sanitair.

Onderweg zie je duizenden lui sleuven graven waarin een dikke glasvezelkabel word gelegd voor snel internet. En dat in een land waarin de meeste mensen helemaal geen elektra hebben en dat de eerste 50 jaar ook niet zullen krijgen of kunnen betalen. Bij alle investeerders gaat het om eigen belangen en niet om datgene wat daadwerkelijk nodig is!
Op de camping aangekomen eerst maar eens een goede borrel ingeschonken om alle stress van de dag te vergeten. Al snel moesten we weer in de camper gaan zitten vanwege kou en regen. Daar hebben we inmiddels al weer 4 dagen mee te maken. Overdag ongeveer 22 graden en ‘s nachts 15. We hebben het dekbed dan ook weer tevoorschijn moeten halen. Chantel gaf aan vroeger geleerd te hebben dat de winterkleren niet in de zak mochten voor Afrika want daar was het altijd warm. Nou, mooi niet is onze ervaring inmiddels!

Wat we verder ervaren is dat we nu gewoon voorbij rijden of lopen aan dingen of mensen waar we een jaar geleden voor stopten om een foto te maken.  Het begon toen met mensen die alles op hun hoofd droegen. Dat doen ze overigens nog steeds alleen is het voor ons heel gewoon geworden net zoals voor de mensen hier! De moderne koffer met wieltjes heeft hier natuurlijk ook zijn intrede gedaan, maar hoe word deze vervoerd: natuurlijk gewoon op het hoofd!

Onderweg naar de kust zagen we weer veel stukken bos die afgebrand waren ten kostte van het maken van houtskool. Houtskool  wordt hier veel verkocht langs de weg. Ook worden er geiten. kalkoenen en kippen aangeboden voor de verkoop. Iedereen is hier al bezig met voorbereidingen voor de Kerstdagen die hier erg belangrijk zijn. Veel vrachtwagenchauffeurs kopen de beesten en binden deze boven op hun lading en rijden dan weer verder om ze in de stad te verkopen of om er gewoon een voor zijn eigen familie mee te nemen. Langs de weg richting kust was het een en al armoede. Daar waar de eerste bereikbare stranden in zicht kwamen ging het de mensen beter af.

Inhassoro was de eerste kustplaats en hier was het lekker warm, zelfs heet na al die dagen met regen. De camping was groot en helemaal leeg. We merken hier duidelijk de Zuid Afrikaanse invloeden en alles is hier ingesteld op de Zuid Afrikaanse schoolvakanties. Dan worden de campingprijzen ineens 50 tot 100% duurder. Ook denkt iedereen hier dat wij Zuid Afrikanen zijn wat we direct  even rechtzetten omdat niet iedereen een positief beeld heeft van de blanke Zuid Afrikanen. In het restaurant met uitzicht op zee hebben we heerlijke king prawns gegeten.

De volgende stop was Villanculo een wat groter vissersdorp met meer toeristen. Op de camping stond een Nederlands echtpaar, Marco en Yvonne. Zij zijn ook een half jaar aan het reizen door Afrika. Veel informatie uitgewisseld en weer even lekker een paar dagen Nederlands kunnen praten.  Op het strand was het elke avond een drukte van belang als de vissersboten terug kwamen van zee. De marktvrouwen rennen de boten  tegemoet om te kijken wat de vangst is en daar dan iets van te kopen om deze weer op straat of de markt te verkopen. Als de vis aan wal is word deze op het strand verder verhandeld. Dit ging vaak met veel schelden en zelfs slaan en schoppen gepaard. Dit geeft maar weer eens aan hoe hard het leven hier is.

Samen met Marco en Yvonne wilden we Tiger Prawns kopen, maar deze waren op het strand niet te koop. Een visser bood zijn diensten aan en zou ons 4 kilo bezorgen. Natuurlijk moest er eerst  betaald worden en dan zou de visser ons even later de Tiger Prawns bezorgen. Toen de visser terug kwam met de Tiger Prawns hadden we alle 4 niet de indruk dat het 4 kilo was. Volgens de visser waren ze duurder geworden en was het maar 3 kilo. Bij nawegen bleek het maar 1.5 kg te zijn! De visser wist van niets en gaf aan dat de weegschaal van de verkopers dan niet goed was. Ton en Marco moesten  mee naar de plek waar ze verhandeld werden helemaal aan het ander eind van het dorp;  zo’n 5 kilometer verder. Daar ons beklag gedaan, maar we werden hard uitgelachen. De jongens pakten hun weegschaal en deze gaf 3 kilo aan. Na aangegeven te hebben dat die dan kapot was kwamen er nog drie weegschalen tevoorschijn en allemaal gaven ze 3 kilo aan. Een zak met 10 kilo vis gaf bij Marco 5 kilo aan en het Chinese weegschaaltje van Marco zou volgens hen kapot zijn! Ons bleef weinig anders over dan onze excuses aan te bieden maar we hadden nog steeds het gevoel dat er iets niet klopte. Iedereen die wel eens een pak suiker in de hand heeft gehad weet wat een kilo is en wat meerdere kilo’s zijn. Op de camping aangekomen de weegschaal uitgeprobeerd met  3 liter water en deze gaf precies 3 kilo aan. Ook de 5 liters fles woog precies 5 kilo. We waren dus alsnog  opgelicht!!  Het ergste is dat ze zelfs hun eigen bevolking tekort doen. De Tiger Prawns smaakten heerlijk ondanks het toch wel bittere bijsmaakje!

De laatste dag in Villankulo zijn we gaan snorkelen. Chantel heeft er natuurlijk weer ontzettend  van genoten terwijl Ton het een ontzettend  overpriced kinderuitje vond. De bootreis naar het eiland Bazarute duurde maar liefst 3 uur. Daar mochten we even naar een duin kijken en werd de kok aan wal gezet om voor ons het eten te gaan voorbereiden. Wij zijn verder gevaren naar een rif om te gaan snorkelen. Het rif was niet mooi. Wel zwommen er veel mooi gekleurde grote vissen.  We hebben 15 minuten gesnorkeld om daarna weer een uur terug te varen naar het eiland. Op het eiland gegeten; krab met rijst, salade en fruit. Het eten wat over was werd aan de kinderen en mensen gegeven die op het eiland in erbarmelijke omstandigheden daar woonde. Vervolgens gingen we zeilend terug en na 4 uur konden we eindelijk weer aan land. De volgende ochtend na wat inkopen vertrokken richting Tofo.

De route naar Tofo Beach werd steeds mooier en overal  kon je zien dat velen hier een graantje mee plukken van het toerisme. Langs de weg was weer van alles te koop: baobabvruchten, mango’s, kippen, kalkoenen, geiten, houtskool, hout, rieten meubels potten en nog veel meer. De laatste honderd  kilometers reden we door een palmbomenbos. Hadden we ons van Tofo veel voorgesteld; het was een grote zandbak met veel privé huizen,  lodges en hotels. Verder allerlei ontzettend dure ontspanningsmogelijkheden welke niet onder doen voor de Franse kust maar welke hier prijstechnisch veel duurder zijn.

In Mozambique is alles overigens ontzettend duur en de prijzen staan niet in verhouding tot de verdiensten van de plaatselijke bevolking. Enkele voorbeelden van supermarktprijzen:  5 liter water  €3,-. 4 , broodjes €2,-. potje jam: €3,50, 1 pond kaas: €8,75, potje pindakaas: €3,25,  4 tomaten: €0,90, 1 kleine komkommer, € 2,25. 1 kilo aardappelen €3,75. De campings kosten gemiddeld € 12,- per persoon en voor elektra wil men € 4,- hebben. Een hoofdgerecht in een gewoon eethuisje kost rond de € 20,- en een pintje € 3,-. De brandstof kost ook nog eens € 1,15 per liter en als we dan( inclusief grenskosten)  alles optellen komen we hier aangaande onze uitgaven aan een daggemiddelde van meer dan € 125,-. En dat in een land waar de meeste mensen niet meer hebben dan een oude spijkerbroek en een gescheurd T-shirt!

In Tofo Beach bij een rondborstig vrouwtje het onderhandelingsspel maar  weer eens aangegaan voor een kilo Tiger Prawns. Het eerste spel is om natuurlijk een goede prijs af te dingen; het tweede spel is om een echte kilo te krijgen en daarna begint het hele gebeuren omtrent wisselgeld dat nooit voorhanden is. Uiteindelijk proberen ze je af te schepen met een kleine garnaal als extraatje maar daar trappen we niet meer in. Het word ondertussen een keihard spel wat niet leuk meer is. Na veel heen en weer gedoe met de tas Tiger Prawns uiteindelijk richting camping met twee extra  Tiger Prawns als wisselgeld. Onderhandelen was altijd leuk, maar hier niet meer. Telkens blijft er een boze of teleurgestelde partij achter!

We hadden voor de zondag een leuk boottripje georganiseerd; snorkelen met walvishaaien, manta rays (roggen), schildpadden en dolfijnen. Helaas kon het niet doorgaan  i.v.m. het slechte weer. De ochtend erop weinig verandering dus zijn we maar verder gereden richting Xai Xai. Onderweg kwamen we een bakkerscoöperatie en daar heerlijk brood gekocht. Deze keer maar liefst 20 broodjes voor een Euro. Een eind verder langs de weg een emmer mango’s gekocht voor  anderhalve Euro en even later 30 bananen voor een Euro. Je word in dit land dus echt met twee uitersten geconfronteerd.

In Xai Xai werden we richting camping verschillende keren aangehouden door jongemannen die allerlei diensten aanboden welke voor ons in eerste instantie niet duidelijk waren. Alles dus maar afgewimpeld wat nog niet zo gemakkelijk ging. Op de camping aangekomen waren ze er weer allemaal en ze kregen zelfs onderling ruzie. Toen duidelijk werd dat wij geen Zuid Afrikanen waren werd het wat rustiger en probeerden ze afspraken te maken om  met souvenirs langs te komen. Later op de camping bleek dat bijna alle Zuid Afrikanen een jongen of meisje inhuren om voor hen op de camping het huishouden te doen! Apartheid is er dus nog steeds.

Op de camping kwam iedereen weer langs met zijn koopwaar, maar we waren aangaande etenswaren ondertussen ruim voorzien. De uitdaging van een kilootje garnalen echter niet kunnen weerstaan, dus deze keer een lekker voorgerecht bij het eten. Verder complete uitstallingen voor de camper van souvenirs en alles tegen bananenprijzen zoals de verkopers het noemen. Ze vragen echter voor een batikkleedje zo maar $ 100,-, wat inhoud dat je het kunt kopen voor 2250 bananen of meer dan 3000 mango’s! Mag het een banaantje of mangootje meer zijn? Men weet hier niet waar men mee bezig is. Blijkbaar komt er toch af en toe een gekke toerist die het er zo maar voor betaald.

De camping en overigens het hele dorp is in een vervallen staat. Vanaf de onafhankelijkheid in 1975, gevolgd door de burgeroorlog is hier niets meer hersteld. Je kunt duidelijk zien dat het voor de onafhankelijkheid een welvarende streek/land is geweest. Momenteel is 60% van de bevolking werkloos en verdiend 90% minder dan een Euro per dag! Onvoorstelbaar dat je dan op veel plaatsen met die hoge woekerprijzen geconfronteerd word, waar je helaas niet altijd onderuit komt.

Vanuit Xai Xai richting Maputo en vlak voor de stad nog overnacht bij Casa Lisa; een landelijk gelegen camping. Daar in het restaurant als afscheid van Mozambique ons nog even lekker laten verwennen. Na een sightseeing door Maputo richting grens. Nog even een groot meningsverschil gehad over het wel of niet betalen van de tol na alle roadtax die we al betaald hadden. Alle sirenes gingen loeien toen we niet achteruit maar vooruit reden om te parkeren. Ook nu trokken we weer aan het kortste eind en moest er weer betaald worden. Vlak voor de grens nog een controle of we wel alles betaald hadden en toen richting grens. Tegen alle verwachtingen in werd het de snelste en gemakkelijkste grenspassage. Mozambique hebben we op momenten ervaren als heel leuk, mooi en gastvrij , maar ook als onvriendelijk en ongastvrij. Dat laatste was meer in de toeristenplaatsen waar je helaas ook af en toe terecht komt. Het bod dat we overigens hebben uitgebracht op het “vakantiehuisje” van Alex en Maxima is niet geaccepteerd. Lag in de buurt van een toeristenoord dus zal men wel de hoofdprijs willen hebben; 3 biljoen bananen!

Swaziland
Moest de grensovergang naar Swaziland de tot nu toe de gemakkelijkste worden; het werd de vervelendste. Na alle andere grensovergangen waar we telkens moesten betalen in Dollars moesten we nu roadtax betalen in de landelijke Emalangeni of Zuid Afrikaanse Rand. Deze hadden we dus niet dus moesten we gaan wisselen in de taxfree shop. De wisselkoers is 8 Emalangeni of Rand voor 1 Dollar. Daar gaf men echter maar 6 Emalangeni of Rand voor 1 Dollar en er werden geen kleine dollarcoupures geaccepteerd. Je moest dus minimaal 100 Dollar wisselen wat een verlies betekende van 24 Dollar om omgerekend 8 Dollar Roadtax te betalen. Lang leve de corruptie. Verder moesten we bij de douane zaken doen met een zeer arrogante “Bitch”. We krijgen ondertussen sterk de indruk dat het grenspersoneel geselecteerd word op onbeschoftheid! Na een “vriendelijke” woordenwisseling waarbij de stoom uit de oren kwam maar weer snel naar de camper alwaar Chantel nog even snel alle vlees uit de diepvries had gehaald en in bed had gestopt. Maar goed ook, want alles werd gecontroleerd op aanwezigheid van ongekookte vleesproducten die je niet mag invoeren. In ons bed heeft nog nooit iemand gekeken dus daar lag alles veilig opgeborgen. Een grote koeienhoorn die voor op de gril zat moest wel worden ingeleverd ondanks dat ik aangaf dat we hem gekookt hadden!

Was na de grenspassage in eerste instantie nog alles hetzelfde als in Mozambique. Hoe verder we Swaziland in reden hoe meer de armoede afnam. Onze eerste stop was in Hlane Royal National Park. Hier hebben we een Game drive gemaakt en veel neushoorns gezien. Eindelijk ook weer eens met vriendelijke mensen geconfronteerd. De dag erop naar Mlilwane Wildlife Sanctuary gereden. Onderweg even geshopt in Manzini waar we in de supermarkt een cultuurshock kregen aangaande wat er weer allemaal te koop was en dit keer tegen normale prijzen. Met de handen vol met tassen werd Chantel op de parkeerplaats nog even onderste boven gereden door een asociale weggebruiker. Dat werd dus de tweede “vriendelijke” woordenwisseling in twee dagen want hij vond dat wij “in de weg” liepen.

In het park deze keer niet met de auto een game drive gaan maken maar te voet omdat er geen gevaarlijke dieren in het park voorkwamen. Het regende weer een keer dus hebben we een echte Hollandse wandeling gemaakt in Swaziland wat qua natuur vergelijkbaar is met Oostenrijk. Je rijdt continu in de bergen en het is een groot bos. Verder zijn de wegen smal en vaak erg steil. Alle dagen hebben we er regen gehad en het was er zelfs kou. Het dekbed is dan ook weer tevoorschijn gehaald. We hebben er voor de eerste keer onze “Dichterbij” jassen gebruikt gesponsord door buurthuis “Van ons”. Zo zijn we toch nog redelijk droog door Swaziland gekomen.

Omdat het “lekker kou” was ook maar even een middagje gesleuteld. Door vele “wasbordwegen” was er een tanksteun afgebroken en verder de King ook maar weer eens doorgesmeerd. We hadden bij dit slechte weer ook een paar keer een accualarm gehad en bij controle bleek dat er een grote gel accu kapot was. Normale levensduur minimaal 5 jaar! Hoe dat weer kan is ons een raadsel. Kan dus ook op het boodschappenlijstje voor Pretoria evenals de Victronlader die het ook al begeven heeft. Dit waarschijnlijk doordat de stroomsterkte hier op en neer gaat tussen de 160 en 240 volt!

De volgende dag zijn we een glasblazerij gaan bezoeken waar ze van gebruikt glas mooie nieuwe glazen voorwerpen maakten. Hoe het mogelijk is weet ik niet maar zonder glas zijn we weer vertrokken. Vervolgens zijn we naar de grens gereden waar alles snel en netjes verliep. Het vlees lag weer in bed maar hierop werd deze keer niet gecontroleerd. Op naar Zuid Afrika!

Zuid Afrika
” Welkom in Zuid Afrika” stond er aan de grens en gezien de nette en correcte manier van afhandeling van alle noodzakelijke documenten waren we echt welkom. In 5 minuten was alles geregeld en waren we al weer onderweg naar de eerste stad, Malelane. Daar flink inkopen gedaan omdat we voor het Kruger Park natuurlijk de nodige voorraad moesten hebben. Na in Swaziland al een cultuurshock te hebben meegemaakt kregen we nu alleen nog maar wat naschokken. Je hebt het idee dat je continu bij de Makro , Hanos of Sligro rondloopt. Alles is er te koop en veel alleen maar in grootverpakkingen. Ook viel ons direct op dat wij hier een beetje aan de magere kant zijn; het zijn dus echte levensgenieters die Zuid Afrikanen.

Vanuit Malelane zijn we naar Komatipoort gereden waar we een dag later het Kruger Park in moesten. Via een 4 tons brug over de Crocodile River het Kruger Park in. Geen mens die er wat van zei en gelukkig begaf de brug het niet onder de 12 ton! In het Kruger Park werd snel duidelijk dat de “apartheid” hier nog hoogtij viert. Het is een omgekeerde wereld met de rest van Afrika. Hier werken de donkere zuid afrikanen en rijden de blanken alleen maar in de dikste jeeps rond. Iedereen is ontzettend aardig en erg geïnteresseerd in onze reis. Vaak staan we dan ook in het middelpunt van de belangstelling en dat vinden wij als bescheiden “Hollanders” niet altijd zo leuk!

Het Kruger Park hebben we van Zuid naar Noord doorkruist. Het is een pracht park met mooie nette campings en een prima onderhouden wegennet. In het zuiden is het drukker als in het noorden zowel qua toeristen als wild. Wil je echt wild zien dan moet je iedere morgen om 4 uur opstaan. Om 4.30 uur gaan de poorten van de campings open en dan beginnen de Game drives. We zijn dan ook iedere morgen om 4.30 uur gaan rijden en een keer hadden we om 6.30 uur al de “Big Five”gezien. Vanaf ongeveer 10 uur zie je niet veel wild meer want dan is het inmiddels veel te warm en liggen de dieren ergens in de schaduw.

Iedere morgen zijn we rond 7 uur ergens op een picknickplaats om onze van te voren gesmeerde boterhammen op gaan eten met koffie uit de thermoskan. De Zuid Afrikanen hebben een andere manier van ontbijten. Zij komen met koelboxen, picknickmanden en braai’s uit de auto en beginnen direct te kokkerellen. Hun ontbijt bestaat dan ook uit Boerenwors, steaks en gebakken eieren. Normaal passen we ons aan iedere cultuur aan, maar dit gaat ons zelfs te ver. We willen op de terugvlucht nog gewoon op een stoel in het vliegtuig kunnen zitten! We hebben ontzettend genoten van het Game driven en ontzettend veel foto’s gemaakt. Een selectie maken van foto’s voor op de website was dan ook een moeilijke klus.

In Phalaborwa een stad net buiten het Krugerpark hebben we 3 nieuwe banden en 2 binnenbanden gekocht. Ton had enkele legertrucks zien staan bij een garagebedrijf en via de manager kwamen we bij een bedrijf terecht dat legertrucks reviseerde. In eerste instantie was er niets te koop en moesten we de dag erop nog maar eens komen informeren. We werden om 16 uur gebeld om maar eens even aan te komen omdat er misschien mogelijkheden waren om banden te kopen. Aangegeven dat het te laat was en dat we de volgende ochtend om 8 uur zouden komen. De volgende morgen om 8 uur naar de garage gereden en er 3 banden en twee binnenbanden gekocht. Het gehele management was op vakantie en enkele monteurs hadden wel zin in een extra zakcentje! Meestal ben je tegen deze corrupte zaken maar na 5000 km zoeken naar banden kwam het ons deze keer goed uit. We hoeven niet extra naar Pretoria waar vanwege de feestdagen ook alles gesloten is en kunnen nu met maar liefst 3 reservebanden direct weer noordwaarts richting Botswana.

In Hoedspruit zijn we naar een centrum geweest waar ze bedreigde diersoorten opvangen en indien mogelijk weer terug zetten in hun natuurlijke omgeving. Ze hebben er cheetah’s ( jachtluipaarden), leeuwen, servals, caracals, wilde honden en diverse vogelsoorten. We hebben deelgenomen aan een klein sightseeing langs de verblijven mede om het centrum financieel te steunen.

Via de Blyde River Canyon naar Graskop gereden waar we de kerstdagen hebben doorgebracht met Jupp en Doro. Deze zwierven hier ook in de buurt rond afwachtende op bezoek wat 3 januari aankomt. Het werd een echt Nederlands/Duitse kerst. Veel regen en het was zelfs koud met een temperatuur van 16 graden. Op de droge momenten hebben we aan de auto gesleuteld en hebben nu alles weer in orde. Met de motor nog even de gehele omgeving verkend welke bij helder weer ontzettend mooi is.

Omdat we de regen en de kou beu waren zijn we weer verder gereden. Dachten we alles op oorlogssterkte te hebben, kregen we na 200 km weer een lekke band. Ook deze keer een binnenband die door de warmte totaal kapot scheurt en dus een klapband zonder dat de buitenband kapot gaat. Gelukkig ook deze keer geen ongelukken, maar wel weer even goed schrikken! Samen met Jupp en Doro hebben we de band verwisseld en na twee uur konden we weer verder richting Loskop. Aan de Loskopdam op een grote dure camping gaan staan; we vonden dat we ons met de jaarwisseling wel een keer mochten verwennen. Dit bleek een favoriete camping voor de Zuid Afrikaners te zijn. Hij was druk, zeer luid en erg chaotisch. Iedereen reed met zijn auto met veel lawaai naar het toilet of douchegebouw en zodoende was het er nog drukker dan op de autobaan! Erger was nog dat iedereen stomdronken achter het stuur zat.

Na een nachtje zijn we op oudejaarsdag alsnog verhuisd naar een camping 3 kilometer verderop aan een riviertje. Dit was een oase van rust. Hier hebben we oud en nieuw gevierd met een heerlijke braai! Daarna is ieder weer zijn eigen weg gegaan; Jupp en Doro richting Kruger Park en wij richting Botswana. Het word een uitstapje naar Botswana en Namibië om over een maandje weer terug te komen in Zuid Afrika.

Botswana

De grensprocedure was snel afgehandeld, het carnet hoefde niet te worden gestempeld omdat Zuid Afrika, Botswana en Namibië een doaune overeenkomst hebben. Na het stempelen van onze paspoorten en het betalen van roadtax konden we vertrekken. Voor we de grenspost af konden rijden werden we nog gecontroleerd op het bij ons hebben van vlees, groente en fruit. Dit mag je niet meenemen naar Botswana. We hadden dit al gehoord en alles veilig weggestopt.

Onze eerste stop was in Serowe; het Kharma Rhino Sanctuary. Hier was een prachtige camping met grote plaatsen midden in de bush aan de rand van de Khalahariwoestijn. Helaas door een verkeerde inschatting van Chantel reden we ons vast onder laag hangende takken van bomen. Omdat we niet meer voor of achteruit konden zonder iets op het dak te beschadigingen moest de zaag er aan te pas komen. Voor de gamedrives hoefde je hier niet om half 4 maar pas om half 6 op te staan. Dit was dus een paar dagen lekker uitslapen. Hier was het echt offroad rijden. Overal door diep mul zand of over erg smalle weggetjes. Ook hier moest de zaag er 3 x aan te pas komen om ons een weg te banen naar de pans alwaar de dieren komen drinken. Veel neushoorns gezien met jongen en natuurlijk het nodige andere wild.

Vanuit Serowe zijn we, op een of road stuk van 55 km na, over erg saaie wegen naar Francistown gereden. In Francistown konden we eindelijk geld pinnen en hebben we de nodige inkopen gedaan. Na een nachtje op camping Woodlands net buiten de stad zijn we naar Nata gereden alwaar we gekampeerd hebben bij Nata Lodge . Deze camping ligt aan een van de zoutpannen. Deze wilden we gaan bekijken, maar helaas was het niet mogelijk. Door de zware regenval een maand geleden is de ondergrond erg drassig. Je rijdt dan over een korst van ongeveer 15 cm dik. Daaronder zit een modderlaag van soms wel 2 meter diep. Als je dus door de korst heen zakt kom je in de modder terecht en daar kom je nooit meer uit. Je kunt het vergelijken met het ijs in Nederland. Is de ijslaag niet dik genoeg dan breekt hij en zak je door het ijs!

De camping werd ‘s nachts maar liefst bewaakt door 6 personen van de security. Deze probeerden wat geld bij te verdienen met het verkopen van hout voor een kampvuur. Verders vroegen enkelen van hen eten of drinken wat we al eerder meegemaakt hadden in het noorden van Botswana. Daar vroeg de politie en de douane ook al om drinken, met een voorkeur voor cola. De security aangegeven dat we alleen maar water en bier hadden. Dan had hij liever een biertje was zijn antwoord. Hem duidelijk gemaakt dat iemand die moet werken geen alcohol kan drinken! Zijn antwoord was dat hij dan beter kon werken. Misschien heeft hij wel gelijk als je de halve nacht ergens gaat liggen slapen!

Op weg naar het noorden van Botswana zijn we beland op camping Elephants Sand. Deze camping ligt aan een pan (waterpoel) waar veel olifanten komen drinken. Wij werden de eerste avond verrast door een wilde hond die op een kudugeit aan het jagen was. Op een gegeven moment dacht de kudu veilig te zijn in de pan, maar niets was minder waar. De wilde hond bleef haar ook in het water aanvallen. Het was een wreed gezicht maar relativerend dat dit de natuur is was het een fascinerend gebeuren. De wilde hond greep de kudu steeds bij de oren en scheurde deze van haar kop af en beet haar in de rug en nek. Af en toe ging de wilde hond even het droge op om te kijken waar de versterking bleef want meestal jagen ze in roedels en verscheuren ze alles wat ze te pakken krijgen. Bij een volgende aanval was de kudu zo verzwakt dat ze vermoedelijk verdronk . Toen de kudu dood was sleepte de hond haar uit het water en begon eraan te eten. Even later kwam de rest van de roedel erbij. Ze hebben zich de hele nacht te goed gedaan aan de kudu. De volgende morgen waren ze nog aan het eten en liepen met dikke buiken rond. De gehele dag hebben ze in de schaduw liggen uitbuiken. Wij werden die nacht enkele malen wakker van passerende en trompetterende olifanten. Voor de eerste keer hebben we ‘s nachts op het dak gezeten!

De wilde hond is een met uitsterven bedreigd roofdier. Men gaat ervan uit dat er nog maar zo’n 3000 van deze dieren zijn. Ze leven voornamelijk in het zuiden van Tanzania, Zambia, Zimbabwe, Botswana, Zuid Afrika en Namibië. Het zijn de meest wreedste jagers onder de roofdieren. Ze jagen op antilopen en scheuren hun prooi tijdens het jagen in stukken tot deze dood is. Dit jagen doen ze meestal in roedels van 15 tot 25 dieren. Dat je een jagende wilde hond ziet is echt uniek en zoiets kom je maar een keer in je leven tegen. We hebben er veel foto’s van gemaakt waarvan een klein aantal op de website staat.

Onderweg naar Kasane ( Chobe ) liepen de olifanten, sabelantilopen en ander wild gewoon langs en over de weg. Het was heel bijzonder om dat allemaal in de vrije natuur tegen te komen. We zijn neergestreken op de camping van Chobe Safari Lodge. Omdat het erg duur was om met onze eigen auto in Chobe National Park een game drive te rijden hebben we een drive geboekt. We hebben niet veel wild gezien omdat het erg veel geregend heeft en er overal eten en drinken is. De dieren verspreiden zich dan naar andere delen van het park of zelfs naar andere parken omdat de parken hier geen afrasteringen hebben. We hebben wel een leeuwin gezien met haar 2 ongeveer eenjarige welpen. Verders veel bavianen, impala’s en een paar giraffen.

Terug op de camping de auto maar weer eens gecontroleerd. De laatste keer dat we dit deden moesten we water bij vullen. Deze keer dus weer wat duidt op een lekkage. Bij verdere controle en wat telefoontjes is duidelijk geworden dat de koppakking stuk is. We gaan nu proberen om in Maun te komen om deze te laten repareren. Dat zijn via de Caprivistrook in Namibië nog ongeveer 900 km.

Na een bezoek aan een garage hebben we in Katimo Mulilo (Namibië)besloten om in plaats van naar Maun (Botswana) te rijden naar Windhoek (Namibië) te gaan. Dit in verband met het zeer moeilijk aankomen en distribueren van reserveonderdelen. Na berichten van anderen uit Maun gaan we niet meer terug naar Botswana. Het rijden is en blijft overal saai en de afstanden tussen de parken zijn groot. Mooie tracks zijn niet te rijden in het regenseizoen dus moeten we zo veel mogelijk op de asfaltwegen blijven. Een vlucht boven de Okavangodelta kost maar liefst $ 110 per persoon en als (oud) ingezetene van het “land van Maas en Waal” heb je dat geld daar niet voor over. We zijn bekend met overstromingen! Bovendien is in het regenseizoen de kans om dieren te zien aanmerkelijk kleiner dan in het droge seizoen.

Namibie

Via de transit road door het Chobe National Park naar de grens met Namibië gereden. Onderweg ontzettend veel olifanten gezien. Ze stonden langs en op de weg en regelmatig stak er een kudde vlak voor ons over. Voor we de grenspost op mochten rijden kregen we een veterinaire controle ( in Namibië mag je geen rauw vlees mee nemen). We moesten uit de auto stappen en onze voeten vegen op een groezelige mat die doordrenkt was met ontsmettingsmiddel. Daarna werd natuurlijk de koelkast weer gecontroleerd. Gelukkig lag ons vlees weer veilig in de klerenkast. Door slechte ervaringen met het betalen van roadtax dachten we deze keer alles goed geregeld te hebben. We hadden in Kasane al Namibische dollars gekocht. Nu moesten we de roadtax echter 70 kilometer verderop betalen in Katima Mulilo. Langs het roadtaxkantoor was een pinautomaat! Al onze voorzorgsmaatregelen waren dus voor niets.

Voor we in Katima waren kregen we nog vier keer een veterinaire controle wat iedere keer in hield dat we allebei moesten uitstappen en onze voeten moesten vegen op een mat met ontsmettingsmiddelen. Dit doen ze om de verspreiding van mond en klauwzeer te voorkomen. Of het helpt daar hebben we onze twijfels over.

Toen we hadden geparkeerd om boodschappen te doen en uit wilden stappen , klapte de linkerachterband. Wij en iedereen op het parkeerterrein schrokken ons kapot. Zo ook de security die direct met drie man aanwezig was. Ze dachten waarschijnlijk aan een aanslag! Dus weer even een “bandje” wisselen; nummer 6! Gelukkig kregen we hulp van 4 jongens en ondanks een flinke onweersbui was de band in een goede 3 kwartier verwisseld. Na het boodschappen doen naar de camping gereden. Een mooie camping aan de oever van de Zambezi rivier. Hier een flesje Old brown sherry open getrokken om de tegenslagen van de laatste dagen te verwerken. De emotionele barometer bij Chantel stond er niet goed bij. Ton kon alles nog wel relativeren. Een lekke band meer of minder is niet erg, maar wat is de oorzaak? Dat houd je de gehele dag bezig. De dag erop de kapotte band gedemonteerd en toen werd duidelijk dat de fout bij TrenTyre gemaakt was. Dat is een bandenservicebedrijf wat in heel midden en zuid Afrika vestigingen heeft. Duidelijk is dat je die ook niets kunt toevertrouwen. Vanaf nu repareren we de banden maar zelf. De stemming werd er in ieder geval wel weer beter van!

Via een andere campinggast het adres gekregen van een goede garage in Katima Mulilo. Hier maandagmorgen naar toe gegaan. Deze man kon ons wel helpen maar gaf ons het advies om naar Windhoek te gaan naar M.Z. garage. Als hij het zou repareren hadden we de kans dat we 3 weken moesten wachten op onderdelen en datzelfde risico liepen we in Maun. De M.Z. garage is een grote Mercedes garage en deze zouden in staat zijn om ons probleem, waarschijnlijk een lekke koppakking of een haarscheurtje in de kop te repareren. We konden zonder problemen de 1200 kilometer naar Windhoek rijden als we het rustig aan deden en de temperatuur goed in de gaten hielden. De plannen werden dus weer aangepast; niet terug naar Botswana maar vanuit de Popa Falls naar Windhoek.

De eerst etappe was naar Kongola waar het bezoeken van een traditioneel dorp op het programma stond. Helaas geen mens te vinden in het dorp en het leek erop dat er al enige tijd geen mensen meer woonden. Op een Bushcamping aan de Kwando rivier overnacht. De volgende dag naar Popa Falls gereden. Toen we vertrokken kregen we al snel weer een veterinaire controle. Weer de voeten vegen en nu werden de banden van de camper ook gedesinfecteerd. De Popa falls waren weer zo’n voorbeeld van overdreven beschrijvingen in een reisgids. Het was werkelijk niets dan een kleine stroomversnelling in een brede Okavanga rivier. Veel regen hier waardoor de luchtvochtigheid met momenten opliep tot 94%. Dit hield in dat een wandeling naar de “watervallen” erg vermoeiend was en dat we toch nog drijfnat terug kwamen , maar nu van het zweet!

Later op de dag kwamen Jupp en Doro met hun vrienden op de camping aan. Het was zoals gewoonlijk weer een leuk weerzien. ‘s Avonds met zijn allen gaan eten in het eerste klas restaurant van de camping . De heren hebben zich tegoed gedaan aan een Kudusteak waar ze erg over te spreken waren. Ton en Jupp hebben nog even het waterverlies gecontroleerd. Een overloopslangetje bij het reservoir was al langer afgebroken en we dachten dat dit niet erg was. Of het nu via de slang naar buiten loopt of rechtstreeks! Het slangetje liep echter niet naar onder maar was verbonden met de radiateur! Het koperen gedeelte waar het slangetje aan vast zat weer vast gesoldeerd en nu maar hopen dat het water op pijl blijft als het terug loopt in de radiateur. Na 2 dagen van bijpraten, eten en drinken is ieder weer zijn weg gegaan.

Wij zijn naar Rundu gereden waar we aan de oever van de Okavanga river hebben overnacht. Aan de overkant lag Angola. We konden de mensen zien en horen praten. Hier verlieten we de Caprivistrook. Men schrijft erover als iets heel speciaals. Wij vonden het erg tegen vallen. Op de camping het waterniveau in het reservoir gecontroleerd. Deze keer maar een litertje hoeven bijvullen. Het gesoldeerde pijpje was echter weer afgebroken. Deze keer het pijpje maar eens goed vast gekit. Dan is er wat flexibiliteit en breekt het misschien niet meer af.

Onderweg naar het zuiden was er ineens een groot veehek. Het vee uit het noorden mag hier niet doorheen om mond en klauwzeer en de runderpest uit het zuiden te houden. Het hield ook in dat je geen rauw vlees, groenten of fruit mee mocht nemen naar de andere kant. Dus weer een grote en grondige controle. Omdat we het al verwacht hadden was alles weer veilig weggestopt in de kasten.

We werden nu ook ten volle geconfronteerd met het regenseizoen. Bijna elke dag regen en dat niet voor enkele uren. Onze volgende overnachting was bij Roy’s camp. Hier viel zoveel regen dat we er zonder 4×4 voorlopig niet meer waren weggekomen. Na een half uurtje slibberen waren we weer op de hoofdweg. Op de camping het pijpje weer gecontroleerd en het zat nog vast en we verliezen geen water meer. In het reservoir komen echter nog steeds luchtbellen dus we tuffen maar verder richting Windhoek.

Vanuit Roy’s camp naar het Waterberg N.P. gereden. Dit is een grote Tafelberg waarop veel wild leeft. We hebben er echter zo veel regen gehad dat we dan ook werkelijk (op een Kudu en wat vogels na) geen dier gezien hebben! De campsite was veranderd in enkele grote stromen met diepe sleuven.

Toen het ‘s morgens droog was en we enkele uren waren wezen wandelen kwamen we bij de camper terug en tot onze verbazing lag er een grote boom vlak voor de camper. De vochtige grond had hem niet kunnen houden en hij was dus gedeeltelijk afgebroken en omgevallen. Daar hadden we dus geluk gehad. Op onze laatste etappe richting Windhoek kregen we een grote steen tegen onze voorruit. Gevolg: twee grote putten in de voorruit. Soms zit het mee en soms zit het tegen. Onderweg nog enkele slangen gezien. Om zich tegen aanstormend verkeer te beschermen springen deze wel een meter hoog om zo snel mogelijk weer van de straat af te zijn. Verders liepen er veel jakhalzen en warthogs op en langs de weg.

In Windhoek aangekomen naar de camping gereden welke we gevonden hadden via een flyer verkregen op een camping in Zambia. De camping was echter in aanbouw en nog gesloten. Van een zeer vriendelijke eigenaar mochten we er echter gewoon op en van alle diensten gratis gebruik maken. Zo stonden we toch gewoon midden in het centrum van Windhoek. (www.urbancamp.net) Van daaruit de M.Z. garage bezocht alwaar men “de King “weer gerepareerd heeft voor de volgende 30 duizend kilometers. Na nog een bezoekje aan onze stallingsplaats voor komende zomer zijn we richting kust gereden.

De natuur veranderde langzaam van weelderig groen naar droge woestijn. In Swakopmund voor de eerste keer aan de westkust beland. Swakopmund is een kuststad waar evenals in Windhoek op alle gebieden de Duitse invloed en cultuur merkbaar en voelbaar is! Is het niet dat we zelf momenteel in Duitsland wonen dan hadden we er de nodige opmerkingen over gehad.

De volgende bestemming was het Namib Naukluft Park, een woestijngebied dat bekend staat om zijn prachtige kleuren en mooie zonsop- en ondergangen. Een kilometer of 30 buiten Walvisbay hield de verharde weg op. Vanaf dat moment hebben we in 4 dagen 850 km op gravel wegen gereden. De kleurenpracht was inderdaad soms adembenemend. We hebben onderweg op prachtige campsites overnacht. In Solitair leek het of we terug gingen in de jaren 50. Het was een dorp met 6 barakken, een garage, tankstation, winkel, lodge, campsite en niet te vergeten een bakkerij. De bevolking van het dorp ( een 30 tal ) runt het dorp. Solitair is wereldberoemd vanwege de bakker die heerlijke appeltaart maakt en op goede dagen tussen de 150 en 200 kilo ervan verkoopt. Op een andere camping hadden ze diverse “katten” die door farmers daar gebracht werden omdat ze of in vallen waren gelopen of hun vee hadden gedood. Enkele caracals en cheeta’s waren inmiddels mensvriendelijk en zo mochten we bij ze komen en ook aanraken. De laatste dag hebben we een hele mooie route gereden door het Ais-Ais Richterveld Transfrontier Nationaal Park. Tussen hoge rivierkloven van de oranjerivier en hoge bergen ging het weer richting Zuid Afrika. Onderweg veel struisvogels en springbokken gezien. De laatste camping was in Noordoewer net voor de grens met Zuid Afrika aan de Oranjerivier. Over een aantal weken komen we weer terug in dit hele mooie land!

Zuid Afrika

Na het uitstapje naar Botswana en Namibië zijn we weer terug in Zuid Afrika en deze keer aan de westkust. De grens was weer in een half uurtje geregeld. Net buiten Springbok zijn we weer off road gegaan om naar Hondeklip Baai te rijden. Het was weer een echt avontuur. Hoge passen met smalle wegen die regelmatig erg slecht waren. Over de laatste 80 km hebben we 4 uur gedaan. Hondeklipbaai is een dorpje aan zee aan de rand van de diamantvelden. Hier werkt iedereen of in de diamantenindustrie of in de visserij. De Atlantische kust staat bekend om zijn mooie zonsondergangen. Hier hebben we dus ook volop van kunnen genieten. Verders is de zee er zeer ruw en spatten de golven wel 20 meter hoog uit elkaar op de rotsen.

Na een dagje rust weer verder en naar Lambert’s Baai gereden . Het is een vissersstadje waar veel kreeft word gevangen. Vlak voor de kust lig Bird Island waar Jan van Genten , pinguïns en zeeberen “wonen” en zich er voortplanten. De volgende stop was Paternoster. Dit zou een slaperig vissersdorpje zijn. Maar alles wat wij hebben kunnen ontdekken was een grote toeristenindustrie voor de wat rijkeren in Zuid Afrika. Even buiten Paternoster was het Columbine National Reserve waar je overal “vrij” mocht kamperen. Hier prachtig aan een droombaai gestaan met de bedoeling om hier enkele dagen te blijven. Helaas stak er een harde stormachtige wind op en kwam er regelmatig een zeemist op zetten. De temperatuur daalde dan snel van 30 naar 15 graden. Het zeewater is er overigens ook niet warmer dan 8 graden op dit moment. Dat komt door de koude golfstroom van de Zuidpool. Je kunt je voorstellen wat er gebeurd als je daar vanuit de warme zon een frisse duik neemt!

Via de westkust verder richting Kaapstad gereden. In Muizenberg een voorstad van Kaapstad op de camping gestaan. Muizenberg ligt ongeveer 27 km. van het centrum. Daar hebben we voor de vierde keer Jupp en Doro getroffen. In Kaapstad hebben we een city sight seeing gemaakt in een open touringcar. De Tafelberg was wolkenvrij maar vanwege de harde wind was de kabelbaan buiten gebruik. Waait er in Kroatië de Bora, in Frankrijk de Mistral en in Zwitserland de Föhn; hier waait de Kaapdokter! Het is een harde zuidoosten wind welke Kaapstad smogvrij houd; vandaar de naam. ‘S avonds heerlijk gegeten in Nelsons Eye waar de beste steaks van Afrika geserveerd worden. Veel in reisgidsen benoemd vonden we overdreven, maar deze keer klopte de tip! De Beef Filet van een pond smaakte voortreffelijk! De volgende dag zijn we met een veerboot naar Robbeneiland gegaan. Hier hebben we rondgewandeld en de gevangenissen bezocht. Verder kregen we uitleg van een ex-politiek gevangene hoe het leven was gedurende het apartheid regime. Het gaf ons een naar gevoel hoe het mogelijk was (en is) dat zo weinig “blanken ” zo veel “zwarten” op een beestachtige manier hebben kunnen onderdrukken. We beschaamden ons bijna dat we blank (en Nederlander) waren.

Geloof ons: Gelijke behandeling van zwarte mensen zal nog generaties duren. Dat hebben we inmiddels op heel veel plaatsen ervaren. “Slavernij” vind nog steeds plaats!

We hebben Kaapstad ervaren als een zeer moderne schone stad. Hier heb je het gevoel niet meer in Afrika te zijn. Hier is alles te koop en de stad lijkt wel alleen door blanke mensen te worden bewoont! Deze hebben het zeer goed en rijden in de allerduurste auto’s rond. Nergens hebben we zoveel Maserati’s , Ferrari’s en Porches gezien. De middenklasse auto is hier een Mercedes in de 500 klasse, een Audi uit de A6 serie of een van de duurste BMW’s. In Kaapstad word geld gemaakt! Verder zie je dat daar waar welvaart is ook de gezondheidsfreaks toenemen. De twee a drie persoons konten ( die je als boekenplank kunt gebruiken) kom je hier niet meer tegen. Hier word het ideale figuurtje weer nagestreefd.

Via een prachtige kustweg zijn we naar het zuiden van het schiereiland; Kaap de goede Hoop gereden. Kaap de goede Hoop is het uiterste zuid westelijkste punt van het vaste land van Afrika! Onderweg een stop gemaakt bij een van de drie broedkolonies van de Afrikaanse pinguïn. Via Kaapstad naar de wijnstreek (Stellenbosch) gereden. Onderweg reden we langs de bekendste Township van Kaapstad. (Khayelitsha) Iedereen leeft hier in informele onderkomens of krotten! Na de apartheid zou Khayelitsha het eerste Township in Kaapstad zijn welke voor verbetering in aanmerking kwam. Hiervan is nog weinig te merken. Een veelgehoord gezegde is: De rijken krijgen steeds meer geld, de armen krijgen Khayelitsha! De naam betekend “nieuw thuis” in de taal van de “xhosa” , maar voor de meer dan een miljoen inwoners zou het net zo goed vroeg opstaan kunnen betekenen. Dat geld voor degene die werk hebben gekregen in Kaapstad. Verder word hier ook geld gemaakt, maar dan op een heel andere manier!

In Stellenbosch het stadscentrum bezocht wat geheel in Nederlandse stijl is gebouwd. Via de wijnroutes weer naar de kust gereden en via een mooie kustweg met prachtige uitzichten in Onrus beland. Hier door een echtpaar uitgenodigd om samen met hen Hermanus te bezoeken dus zijn we een dagje langer in Onrus gebleven. Op de camping was het erg druk. Een Camper en Caravanclub (De Golden Oldies) was er neergestreken en ze hadden iedere avond bij iemand anders een “meat and eat”. Iedere middag en avond groot vuur in “de Braai” en ondertussen denken we te weten waarom het zo warm is in Afrika! Dat komt door de Braai’s. Als we in Holland nu ook eens twee maal daags 365 dagen per jaar gaan BBQ-en dan word het misschien ook wat warmer en zijn we meteen bevrijd van het dilemma “Gaat de Elfstedentocht door of niet”?

Cape L’Algulhas, het meest zuidelijke puntje van het vasteland van Afrika was ook onze zuidelijkste bestemming. Vanaf daar gaan we ( in Afrika) alleen nog maar in noordelijke richting. Struisbaai had een prachtig wit strand met een azuurblauwe zee waarvan de temperatuur ook goed was! De zeehonden zwommen langs je op. Arniston (Waenhuiskrans) was een oud vissersdorp met nog vele authentieke vissershuisjes.

Op een andere mooie plek aan zee (Groot Jongensfontein) kregen we het verdrietige bericht dat de broer van Chantel was overleden aan de complicaties van een beenmergtransplantatie. Je bent op zo’n moment heel ver van huis. Na veel dubben besloten om niet terug te vliegen naar Nederland maar onze reis voort te zetten en Raymond in gedachten te herdenken.

We zijn de Gardenroute gaan rijden. Deze heet zo omdat de streek groener is dan aan de rest van de zuidkust. Er zijn veel grote rivieren en veel bergen met steile bergpassen. In Buffelsbaai kregen we ‘s nachts te maken met een echte zomerstorm. Het water kwam tot aan de camper en de golven maakten erg veel schuim wat ‘s morgens een meter hoog tegen onze camper aan lag. Alles zat onder de blub, een plakkerige zoute schuimlaag. We moesten eerst de camper ontdoen van alle zout, blubber en opgedroogd schuim alvorens we konden vertrekken. Dat was een hele klus.

We zijn hier aan de kust in Zuid Afrika waarschijnlijk de meest gefotografeerde camper. We worden ook veelvuldig aangesproken waar we vandaan komen en hoe de reis is verlopen. Het zal ook wel komen omdat we uit Nederland komen en omdat ze ons dus goed kunnen verstaan. Je kunt het Zuid Afrikaans een beetje met het Vlaams vergelijken. Steeds weer moeten we het verhaal vertellen dat het een zelfbouw camper is en door welke landen we zijn gereisd.

Alle campings zijn bevolkt door gepensioneerden die hier voor € 100,- per maand een grote staanplaats hebben inclusief 16 ampère stroomaansluiting en closetpapier! De meesten hebben airco’s koelkasten en vriezers bij zich en sommigen zelfs de wasmachine! Als je al wat jongeren op de camping tegenkomt dan hebben ze Opa of Oma bij zich als hoofdsponsor! In het toiletgebouw staan ze bij het urinoir allemaal te druppelen en aan de wastafel staan ze allemaal hun gebit schoon te spoelen! Word de prostaatclub ook onze toekomst? Wij als buitenlanders moeten op bijna iedere camping € 20,- per dag betalen. Gelukkig geloven ze nog niet dat we gepensioneerd zijn! Het zou overigens wel een hoop geld schelen. Vrij kamperen is hier erg moei;lijk. Overal staan verbodsborden en als ze er niet staan ben je in de buurt van een of andere Township. We zullen het gevaar maar niet opzoeken.

We hebben de kust gevolgd tot in Jeffrey’s Bay en zijn samen met Hein en Bernadette van Twiga Cars weer landinwaarts gegaan. Hein bouwt samen met Pier 4 x 4 campers en Pier waren we al in Mendig (DLD) op een Overland treffen tegen gekomen. Geeft maar weer eens aan hoe klein de wereld is! In Addo Elefantspark een dagje rondgereden. Dit park staat bekend om zijn vele olifanten. Helaas hebben wij er maar een paar gezien. Door het hete droge binnenland via Graf- Reinet en Prieska naar Uppington. Hier hebben we een nieuwe gelaccu kunnen kopen, want al langere tijd was een van de 2 huishoudaccu’s kapot. Op een bezoek na aan het Kgalagadi Park gaan we na 5 weken weer richting Namibië.

We vonden Zuid Afrika mooi, afwisselend en erg westers. Het avontuur hebben we wel gemist. Je kunt het vergelijken met een vakantie aan de Franse Riviera.

Namibie

Na 5 weken Zuid Afrika dus weer terug in Namibië. In Ai-Ais zijn we naar de warm water bronnen geweest aan de Fishriver. Het water uit de bronnen is 65 graden. Er was een prachtig zwembad met lekker warm water waar we ‘s avonds onder een prachtige sterren hemel hebben gezwommen. Ai-Ais ligt onder in de canyon tussen hoge bergen opgesloten. De middagtemperatuur was er maar liefst 47 graden. Afkoelen in het zwembad was er gezien de hoge watertemperatuur ook niet bij! De volgende stop was Fishrivercanyon. Hier meandert de Fishriver door een kloof van 500 meter diep en 160 kilometer lang. Het is de op de Grand Canyon na de grootste rivierkloof ter wereld.

In Keetmanshoop troffen we Marco en Yvonne weer. Deze hadden we ook al in Mozambique gezien. Toen troffen we ze bij de baobabboom, nu bij de kokerboom. We kunnen dus een boek gaan schrijven met als titel: Van baobab naar kokerboom! We hebben een week samen gereisd en dit was erg gezellig. In Keetmanshoop het kokerbomenbos bezocht. Dit zijn bomen die op rotsige bodem groeien en water in de stam en takken vast houden om te overleven. De Bosjesmannen maakten hier hun pijlkokers van. Vandaar de naam. Tussen de bomen door liepen klipdassen met hun jongen. Op de camping waar we stonden liepen weer enkele tamme cheeta’s rond. Deze zijn we weer even gaan voeren wat erg leuk was.

Vanuit Keetmanshoop konden we het niet laten toch nog even een groot wild park te gaan bezoeken. We hebben een uitstapje gemaakt naar het Kgalagadi N.P. in Zuid Afrika. Dit Park ligt in een driehoek opgesloten tussen Namibië, Botswana en Zuid Afrika. Dat was weer vroeg opstaan voor de game-drives (half 6). Het was weer ontzettend leuk. Weer veel wild gezien en deze keer ook soorten die we nog niet hadden gezien zoals de dwergmangoesten, grootoorvossen, springhazen en een stekelvarken. Na 2 dagen rondrijden ook enkele leeuwen gezien. De laatste avond in het park een cheetah met 3 bijna volwassen jongen gezien en ook nog eens 3 leeuwen. Op de campplaatsen liepen jakhalzen rond en dus moesten we zorgen dat we onze schoenen en andere lederwaren binnen in de camper hadden staan, want anders zijn ze ‘s morgens weg. Voor de jakhals en de hyena is het namelijk een lekker hapje! Velen zijn zo al hun schoenen kwijtgeraakt. In het park werd zelfs verteld dat iemand die over een kadaver gereden was ‘s morgens zijn banden kwijt was. Opgegeten door hyena’s. Dit zijn echte alleseters!

De laatste dag op weg naar de uitgang van het park wederom 4 cheeta’s gezien welke aan het jagen waren op een gemsbok. We hebben afscheid genomen van Marco en Yvonne, die doorreden naar Zuid Afrika en wij zijn weer terug gegaan naar Namibië. Helaas moesten we opnieuw roadtax betalen omdat we het land 4 dagen hadden verlaten. Wederom was de vriendelijke dame niet op andere gedachten te brengen! Na 1400 km off-road waren we blij weer op het zwarte teer te komen en de stof achter ons te laten. Het word nu een weekje poetsen en sleutelen in Windhoek voordat we naar huis vliegen. De “King” gaat op stal tot september en hopelijk kunnen we dan omhoog via de westkust! We hebben in ieder geval een half jaar de tijd om te proberen het visum voor Angola en Congo te krijgen! Dit blijkt de laatste tijd nogal een groot probleem te zijn.

In Windhoek bij Auto Zone olie gaan kopen om nog even olie te verversen. Chantel bleef in de auto wachten, maar liep heel even naar buiten om wat te vragen. In die tijd werd snel ons fototoestel uit de cabine gestolen terwijl Chantel op twee meter afstand stond! Na wat vloeken heeft de eigenaar van de autoshop de politie voor ons gebeld om aangifte te doen. Een politieauto kwam, maar aangifte kon alleen op het bureau, dus moesten we met hem mee. Op het bureau aangekomen kregen enkele jongens flinke klappen van de politie; zo erg zelfs dat Chantel weer naar buiten wilde. Ze moest echter blijven en toen werd al snel duidelijk dat het de jongens waren die het fototoestel gestolen hadden. Ze kregen nog enkele rake klappen waarna wij ons fotocamera weer terug kregen. Later moest de dief ons het nog persoonlijk overhandigen en moesten er nog de nodige paperassen ingevuld worden. Na een uurtje konden we weer verder; met fotocamera!

De laatste dagen doorgebracht op de Urban Camp in Windhoek. De allerlaatste dag overnacht bij de loods waar we de camper stallen voor 6 maanden. We werden door de eigenaar de volgende dag naar het vliegveld gebracht.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *