Afrika

Afrika 2010-2011

Egypte
Het chronische en ongeneeslijke reisvirus heeft weer toegeslagen. We zijn eindelijk onderweg! Deze keer naar Afrika. Onderweg om aan het geregelde Holland te ontsnappen, vanwege het avontuur en omdat je weet dat alle herinneringen aan tegenslagen, armoede en ellende verdwijnen als sneeuw voor de zon. Meestal is dit als je weer thuis bent maar gelukkig kan het ook omgekeerd werken. Alle herinneringen aangaande een ongelooflijke stressperiode zijn ook verdwenen als sneeuw voor de zon.

We zijn in 4 dagen naar Venetië gereden. De eerste dag hebben we achter Würzburg overnacht, de tweede nacht in Villach waar we nog even flink inkopen hebben gedaan om het gewicht op de assen beter te verdelen. Daarna zijn we naar Nimis gereden waar we bij Willem en Michelle hebben genoten van de lekkere wijnen. Na heel lang gingen we weer eens op een voor ons normale tijd naar bed, 3.30 uur. Bij vertrek hebben we nog een fles wijn meegekregen voor op de boot die door een Duitse vrouw als volgt werd beoordeeld: Het drinken van deze wijn staat gelijk aan het krijgen van een orgasme. Hopelijk hebben we aan een fles genoeg! Voor details en aankoop van deze wijn graag even een mailtje sturen.

In Venetië hebben we de veerboot genomen naar Alexandrië. De reis duurde 4 dagen en dus was er weer tijd om even lekker bij te tanken. Verder eindelijk de tijd gevonden om de gebruiksaanwijzingen door te nemen van de nieuwe Iridium satelliet telefoon en de Garmin navigatie apparatuur. Internet kostte €8.- per uur dus op de boot geen website bijgewerkt. Helaas wisten we niet dat de camper op het bovendek werd geplaatst waar de zonnepanelen wel hun werk konden doen. Dus hadden we de vriezer leeg gemaakt, dat betekend tot april wachten op varkenshazen en karbonades! In Tartous (Syrië) hebben we een tussenstop gemaakt, daar hebben we in de haven 8 uurtjes gesnoven aan de IBM cultuur. Inshallah (als god het wil) Bukra (morgen, overmorgen of volgende week) Malesh (geeft niks, wind je niet op, blijf kalm.) We zullen er weer snel aan (moeten) wennen!

In Alexandrië begon het Egyptische theater al aan boord; de motor bleek niet op de inschepingslijst te staan en dat terwijl we hem wel hadden aangegeven bij het inchecken in Italië. Er werd naarstig overlegd en een nieuwe inschepingslijst uitgeprint. Nadat we geld hadden gewisseld konden we van boord. Op de kade werden we verrast door een drugshond die de camper besnuffelde en een scanauto die aan beide zijden langs de truck reed. Vervolgens moesten we ons op het haventerrein een aantal malen verplaatsen, telkens begeleid door een politiemotor. Tussendoor was er ook nog regelmatig tijd voor het gebed waarvoor we respect hadden. Minder respect hadden we voor de pauze die daarna telkens volgde. Waarschijnlijk is dat de manier om iedereen gelovig te houden. We hadden al diverse mannen gezien met een donkere eeltplek midden op het voorhoofd, maar wisten niet waar deze vandaan kwam. Na het bidden eens goed bekeken te hebben wisten we het wel, tijdens het bidden gaan ze telkens met hun hoofd naar onderen richting tapijt en telkens komen ze hier met hun hoofd tegenaan. Voor de meesten is bidden dus een vorm van automutileren. Ook onderweg is er dus nog werk aan de winkel! Uiteindelijk konden we na 6 uur wachten, met Egyptische nummerplaten, Egyptische rijbewijzen en 150 euro lichter vertrekken.

In het donker hebben we nog een uur door het spitsuur van Alexandrië gereden voor we een plekje te hadden gevonden waar we enigszins redelijk konden staan. Het verkeer was een grote chaos en de straten overvol omdat het zondag was.  Op een 4 baans weg rijdt men in 7 rijen en wie links rijd gaat zo maar in een keer helemaal naar de rechtse rijstrook om daar te stoppen. We werden steeds afgesneden door auto’s die rechts of links snel voor ons wilden invoegen. Op een gegeven moment hoorde we schuren en zat er een auto rechts voor tegen ons aan. Hij ging voor ons rijden zwaaide een keer en reed door. Later zagen we dat hij tegen onze treeplank aan had gezeten.

De volgende morgen zijn we door gereden naar Caïro via de Alexandrië dessert highway. Deze kwam langs de piramides van Gizeh. Omdat we wisten dat we in de buurt van de camping waren de weg gevraagd en wonder boven wonder wist men waar de camping was. Een jongen reed met ons mee en na 10 minuten stonden we op de camping. Tot onze verbazing wilde hij geen geld aannemen voor de bus terug. Ook bij het benzinestation wilde men geen fooi hebben. Zouden de Egyptenaren hun leven hebben gebeterd door de Baksjies af te zweren? Op de camping stonden Jupp en Doro, wat een warm weerzien was. Samen een programma gemaakt voor het regelen van de nodige visa en proberen de boot te reserveren voor de grensovergang met Soedan.

We hadden men. Saleh van de Blue Nile Compagnie gebeld en een reservering gedaan voor de boot naar Soedan op 22 november. Op 15 november gaat er geen boot i.v.m. het offerfeest en wanneer we de boot van 8 november zouden nemen dan zijn we weer te vroeg uit Ethiopië waar we bezoek ontvangen van vrienden. We kregen een mail van hem waarin hij bevestigd dat we een reservering hebben gedaan voor 2 motors en dat er geen hutten meer beschikbaar zijn. Terug gereageerd dat we iets meer ruimte nodig hebben dan die van 2 motors.

De dagen daarna zijn we bezig geweest om de nodige visa aan te vragen. Dit hield in de taxiritjes naar de ambassade van Nederland voor een letter of recommandation. Daarna naar de Soedanese en Ethiopische ambassade voor de visa. Ook wat sightseeing gedaan, we zijn naar de citadel en de Bazaar geweest. De citadel gaf een mooi uitzicht op Caïro en had 2 moskeeën die de moeite waard waren, De musea die er bij hoorden waren educatief op kleuterniveau. De bazaar was een groot toeristen circus. Bij de piramides van Gizeh werden we niet  voor toeristen maar voor terroristen aangezien. De gasflessen in de camper waren voor de politie een potentieel gevaar waarmee we de piramides konden opblazen. Met de mededeling dat we een bom bij ons hadden moesten we maken dat we weg kwamen. Voor ons was dit genoeg om niet meer naar de piramides te gaan kijken. We hadden ze 10 jaar geleden al gezien toen we nog gewoon met de camper rond de piramides konden rijden en er nog maar twee kamelen rondliepen met politie erop. Nu liepen er honderden kamelen allemaal met toeristen op de rug!

We zijn samen met Jupp en Doro de woestijn en oase route gaan rijden. Dit is een tocht van 1200 km door de woestijn. In de oase Bawiti zijn we 2 dagen geweest en hebben daar 2 grafkelders en in het nog niet afgebouwde museum mummies bekeken. Het was allemaal nogal amateuristisch. In de ander oases hebben we maar afgezien van de ‘spectaculaire’ bezienswaardigheden. De witte woestijn was iets geweldigs, hier zijn door de eeuwen heen allerlei sculpturen ontstaan van wit kalksteen door de spelingen van de natuur. We hebben 3 dagen off-road gereden en ook midden in de woestijn overnacht. Iedere morgen kregen we bezoek van woestijnvossen op zoek naar achtergebleven etensresten. Het rijden was een goede test voor wat ‘Dancing King’ allemaal kan en niet kan. Ton voelde zich net Jan de Rooij maar dan zonder peuk,  zonder monteur en met 750 PK te weinig. We hebben ons 3 maal vast gereden in het mulle zand van de zandduinen. Na de nodige graafwerkzaamheden zijn we er zelf twee keer uit kunnen komen. Eenmaal heeft Jupp ons er uit moeten slepen. Chantel had daarna haar bedenkingen en angsten bij het zien van zand. Maar dat zal wel wennen. Na 7 dagen waren we terug in de bewoonde wereld en op de camping in Luxor troffen we diverse overlanders die allemaal op weg zijn naar Zuid- Afrika.

In Luxor de eerste dagen rustig aan gedaan, wasje gedaan de website bijgewerkt en met de andere reizigers informatie uitgewisseld. I.v.m. het verkrijgen van actuele reisinformatie is dit erg belangrijk. We hoorden hier dan ook dat de Ethiopische douane een extra garantie wil van de ambassade uit het land van herkomst dat de auto waarmee je reist ook weer het land uit gaat. We hebben hiervoor de ambassade in Adis Ababa een mail gestuurd. Het antwoord was dat ze niet garant konden staan voor onze voertuigen en dat hiervoor het carnet de passage voldoende was. Nadat we hen de brief van de Duitse Ambassade hadden gemaild (de Duitse reizigers kregen  wel de garantiebrief tegen betaling van $20,-) waren ze bereid om de garantiebrief alsnog te maken voor ons mits we een kopie van het carnet en het paspoort van Ton zouden mailen. Dit gedaan en na enkele dagen kregen we netjes twee garantieverklaringen; een voor de Mercedes en een voor de Honda., geheel kosteloos! Verder vernomen dat Uganda een mooi land is om te bezoeken dus hebben we Uganda opgenomen in onze route! Vlees zou overal in ruime mate langs de weg te koop worden aangeboden. Het is meestal vers maar heeft geen tijd gekregen om af te sterven. Dit heeft als gevolg dat het vlees altijd taai is! Advies was om een vleesmolen te kopen wat we dan ook gedaan hebben. Naast overal verkrijgbare kip zal er straks dus regelmatig gehakt op het menu staan.

De prijzen van de campings zijn ongelooflijk duur. Vaak valt er wel wat te onderhandelen. Zo ook op de camping in Luxor. Dit maal een prijs afgemaakt inclusief twee maal een Egyptisch buffet. Een biertje is ontzettend duur. Voor twee traytjes bier moeten we een gemiddeld Egyptisch maandsalaris betalen. In Caïro en Luxor is nog wel een slijterij te vinden met een zeer beperkt aanbod. In Caïro konden we bellen en dan werd de bestelling een uurtje later bij de camper bezorgd. In Luxor ging het anders. Er stond een klein mannetje met een vastgegroeide nek achter de toonbank. Ton naar de prijs gevraagd en dan beginnen de onderhandelingen. De man reageerde steeds erg theatraal op het bod van Ton waarna hij lachend naar Ton opkeek en een nieuwe prijs noemde. Toen de prijs definitief was overeengekomen ging de man op een verhoging staan en kon Ton recht in de ogen kijken. Tussendoor kwamen er steeds mannen die afgepast geld op de toonbank legden. Ze kregen een fles van het een of ander verpakt in een zwart plastic tasje. Hoezo drinken moslims geen alcohol. Alles bij elkaar weer leuk om mee te maken.

In Luxor moesten we natuurlijk de bezienswaardigheden bekijken. De Karnak tempel was mooi en indrukwekkend maar overvol met toeristen. We hoorden dat hier 200 touringcars per dag kwamen. Deze staan allemaal op het parkeerterrein met lopende motor zodat de airco kan blijven functioneren. Dit veroorzaakt erg veel lawaai en nog meer smog. Naar het graf van Hatsepsoet in de koningsvallei geweest aan de andere kant van de Nijl. Ook dit is weer een toeristisch circus met overal corrupte politie en medewerkers. Buiten de poorten staan souvenir- en albastwinkels met zeer opdringerige verkopers voor de deur die je bijna naar binnen trekken om je je portemonnee te laten trekken. Het is dan ook een sport om tussen deze verkopers door te laveren naar de uitgang of de taxi. We begrijpen wel dat de mensen hier graag aan ons willen verdienen maar op deze manier kopen mensen juist minder. Hier wil ook iedereen weer Baksjies (fooi) hebben. De souk van Luxor was in twee delen verdeeld, een toeristisch gedeelte en een Egyptisch gedeelte. Vooral het de laatste was leuk om te zien. Hier verkopen ze het vlees op straat en ze zitten met de groenten op de grond.

Na 5 dagen Luxor zijn we naar de Rode Zee kust vertrokken. Onderweg veel, heel veel politiecontroles. In Qeena hebben we een uur helemaal stil gestaan omdat Suzanne Mubarak voorbij zou komen. Dit is de vrouw van de president. In Safaga  stonden we op een camping vlak aan zee. Het was hier wat koeler en het zeewater had een heerlijke temperatuur. We hebben elke dag gesnorkled tussen de prachtig gekleurde vissen en koraal. Hier hebben we ook de motor van een Egyptische kentekenplaat voorzien en zijn iedere dag boodschappen gaan doen in het centrum en de omgeving een beetje wezen bekijken. Motorkleding en helm zijn hier niet nodig dus deze hebben we tot nu toe voor niets gekocht. Enerzijds loop je natuurlijk een risico; anderzijds is het wel lekker bij een temperatuur van 37 graden.

Na een aantal heerlijke dagen moesten we weer verder. De weg langs de kust was prachtig maar is over een aantal jaren compleet dichtbebouwd met 5 sterren resorts. Onderweg naar Edfu kwamen we heel veel feestende mensen in volgepakte auto’s en vrachtwagens tegen. Veel auto’s hadden geitenpootjes aan de bumper hangen of soms zelfs een complete geitenkop. Omdat het bijna slachtfeest was waren veel mensen op weg naar familie om dit te vieren. Het slachtfeest is een van de belangrijkste feestdagen in de islam. In Edfu hebben we de Horustempel bekeken. Dit was de mooiste tempel die we tot nu toe hebben gezien. Helaas bestond de camping niet meer. We konden op het afgesloten gedeelte aan de Nijl oever staan waar de Nijl cruiseschepen afmeren.

In Aswan bleek de camping er ook niet meer te zijn. Na veel rondrijden en vragen hebben we een nacht bij het Sara Hotel gestaan. Later wat rondgekeken voor een betere plaats en een stuk verder bij een bar met een prachtig uitzicht op de Nijl mochten we op de parkeerplaats staan. Omdat het slachtfeest was begonnen zagen we in elke tuin en bij bijna elk huis dat er geslacht werd. De koeien, schapen en geiten werden halal geslacht. Wij vinden het dierenmishandeling en vooral de manier waarop het beest gevloerd word om dan eindelijk zijn nek door te snijden. Hier vind men het normaal en het gehele gezin was verplicht er bij aanwezig! Ton was toeren met de motor en reed door straten heen die vol bloed lagen en de slagers  die in bebloede jaballa’s van de ene naar de andere slachtpartij liepen. Er moet ook gedeeld worden met de minder bedeelde mensen, er werden tassen met vlees op straat gezet voor hen. Nog dezelfde ochtend ontstond er een levendige handel in de huiden van de geslachte beesten. De dierenhuiden lagen in sommige wijken hoog opgestapeld om naar de leerlooierijen vervoerd te worden. Het offerfeest bestaat de eerste dag uit het slachten, verwerken en eten van het vlees. Er is dan buiten de slachtpartijen weinig op straat te doen. De tweede dag trekt iedereen er op uit en is het een groot feest op straat.

Aswan is een Westers georiënteerde stad en relatief duur. De prijzen voor de meeste voedingsmiddelen zijn hier twee keer zo duur als in Caïro. Ook zijn er terrasjes aan de Nijl waar gewoon bier geserveerd word. Hier vind men dus alle overlanders en de jongeren van Aswan die iedere avond goed dronken en zo stoned als een garnaal naar huis gaan. We hebben er een hotelkamer gereserveerd in het Piramidas Isis Corniche Hotel omdat we de camper een nachtje moesten missen omdat deze op een ponton naar Soedan gaat en wij met de veerboot. Verder genoten van de rust en ons voorbereid op een paar hectische dagen richting Soedan.

Ooit meegemaakt dat je 4 dagen nodig hebt om over de grens te komen met je auto; probeer Egypte!

Het was het begin van 4 zeer inspannende dagen. We maakten kennis met de Egyptische waanzin van bureaucratie en corruptie. We werden letterlijk van het kastje naar de muur gestuurd en vaak liet men ons 3 tot 4 uur in de zinderende zon wachten om ons duidelijk te maken dat er niets gebeurde zonder te betalen. Met als betaalmiddel de Egyptische pond klonk het overal: “mag het een pondje meer zijn”. Hier een korte weergave van het verloop deze 4 dagen.

Zaterdag:
We moesten om 8 uur onze opwachting maken bij Mr. Saleh. Hij bepaald of je mee mag met de ferry of niet. Wij mochten mee maar konden geen ticket kopen voordat we bij het Police Court een bewijs hadden gehaald dat we geen onbetaalde verkeersboetes hadden in Egypte. Hiervoor moesten we dwars door de stad. Daar aangekomen was er een beambte die het erg leuk vond om de toeristen te laten wachten. Na 3 uur en enkele pondjes lichter kwamen we met het bewijs terug bij Mr. Saleh alwaar we voor 5012 pond het ticket voor de ferry kregen. We hadden geluk en konden voor 1000 pond ook nog een eerste klas cabine boeken. Om 18 uur gingen we terug naar onze kampeerplek om onze dorst te lessen.

Zondag:
Om 10.00 uur moesten we bij de Trafic Police zijn om onze kentekenplaten in te leveren. Voordat alle overlanders klaar waren was het 12.00 uur. In konvooi moesten we naar de haven rijden. Hier hebben de douaniers ons tot half 4 voor de poort laten wachten. Daarna volgde een heftige discussie over langer wachten of smeergeld betalen. De ene overlander wilde dit wel en de andere niet. Uiteindelijk na weer de nodige ponden betaald te hebben mochten we verder rijden. Om 17.30 uur reden we Dancing King het ponton op om samen met nog 2 trucks; wat busjes en jeeps naar Soedan te vertrekken. Wij moesten eerst een kilometertje lopen met onze bagage om buiten de poort een taxi te bestellen richting hotel; 20 kilometer verder op.

Maandag:
We moesten ons om 10.00 uur in de haven melden. Gezien de ervaringen van de voorgaande dagen zijn we pas om 12 uur gegaan. Ook nu was het weer wachten en af en toe een pondje afrekenen voordat we een stempel of iets kregen. Men wist precies met hoeveel en wanneer we kwamen en toen iedereen klaar stond bleken er geen papieren meer te zijn en moest er iemand naar de stad om het laatste velletje even te laten kopiëren. De beambte die de papieren moest ondertekenen was zo stoned dat hij de papieren niet meer kon lezen en met zijn neus op het papier hing. We konden ons nog net inhouden om er geen ‘neusstempel’ van te maken maar het liefst hadden we hem een dreun tegen zijn hersens verkocht; als hij deze tenminste had? Na twee uur konden we de boot op. Als je wilt ervaren wat het betekend om in een vuilnisemmer te slapen; neem een eerste klas cabine op de ferry naar Soedan. Meer zullen we er niet over vertellen. De overtocht over het Nassermeer duurde 18 uur. Weer hangen, zitten, liggen en veel praten met de andere overlanders. Normaal is de ferry overvol en is elke centimeter bezet met mensen en goederen. Deze keer gelukkig niet in verband met de voorgaande feestdagen. De vaarroute is prachtig en je kunt ieder moment genieten van de mooie uitzichten. Het was volle maan en bijna licht ‘s nachts.

Dinsdag:
Om 4.30 uur waren we al weer op. We kwamen voor zonsopgang langs Abu Simbel en kregen te horen dat we tegen 10.00 in Wadi Halfa, de havenstad in Soedan, zouden aan komen. Vlak voor aankomst haalden we de pontons in waar alle auto’s opstonden. Gezien de erbarmelijke staat waarin de pontons verkeerden waren we blij dat we ‘Dancing King’ weer zagen. Op naar Soedan!

Soedan
Daar waren we dan in Soedan! Als we al gedacht hadden dat we hier niet meer hoefden te wachten en er minder bureaucratie was kwamen we van een koude kermis thuis. Het begon al op de boot, hier werden de paspoortformaliteiten afgewerkt. We moesten diverse formulieren invullen soms zelfs in 2-voud. Vanaf de boot moesten we een kilometertje lopen met alle bagage in de hete zon naar de pontons. Daar moesten we wachten tot alle overlanders die voor ons op het ponton stonden klaar waren met de paspoorten.  Na een uurtje of zo konden we dan eindelijk ‘Dancing King’ op Soedanese grond zetten. Bij de douane moesten we weer wachten; op het carnet en de bagagecontrole. Een douanebeambte met het figuur van Billy Turf zwoegde zich van auto naar auto. Af en toe klopte hij op zijn borstzakje, maar dit zagen we niet. Hij nam niet de moeite om bij ons in de camper te kijken. We geloofden ook niet dat hij door de deuropening kon. Dus onze gesmokkelden alcoholische lekkernijen liepen geen gevaar om te worden ontdekt. Tot 16.00 uur hebben we weer onze tijd wachtend en hangend door gebracht voordat alles in orde was. We konden gaan dachten we. Na nog een aantal paspoortcontroles richting de uitgang waren we dan eindelijk in Soedan. In konvooi naar Wadi Halfa gereden waar we nog naar een kantoortje moesten alwaar we moesten betalen voor het invoeren van de auto en de motor.

De woestijn ingereden net buiten Wadi Halfa en na nog geen 10 minuten kwamen er wat andere overlanders aan die het zelfde idee hadden. Uiteindelijk stonden we met 4 jeeps, 3 quads en een busje bij elkaar. ‘s Morgens iedereen op tijd weg naar het politiebureau voor de verplichte registratie. Iedereen nam netjes zijn vuilnis mee naar het dorp om het daar in een vuilnisbak te gooien. Omdat we buitenlanders zijn moeten we ons binnen 3 dagen laten registreren bij de politie. Dit hebben we dus gedaan in Wadi Halfa. Dit was weer een papieren rompslomp en zoektocht van kantoortje naar kantoortje. Ook koste het weer de nodige Soedanese ponden. Omdat het zo ontzettend veel tijd in beslag nam besloten we om nog een nacht in Wadi Halfa in de woestijn te overnachten. Helaas werden we deze keer van onze rust ontnomen door een vuilniswagen die de door ons naar de stad gebrachte vuilnis weer terug bracht.

De wegen waren hier nieuw en in redelijke staat. Wij hadden gedacht dat we hier onverhard zouden moeten rijden, maar de chinezen hebben hier in het hele land voor het nodige asfalt gezorgd. Je komt ook overal de nodige Chinezen tegen en alles wat je kunt kopen komt dan ook uit China. Voor wat hoort wat! Het landschap is af en toe mooi maar ontzettend droog, stoffig en dor. De dorpjes zien er netjes en verzorgd uit in vergelijking met Egypte. Maar waar de mensen hiervan leven, als ze niet langs de Nijl wonen, is ons  niet helemaal duidelijk. We hebben diverse nachten in de woestijn door gebracht. Toeristisch interessante zaken hebben ze niet veel hier in Soedan. We hebben diverse piramides bekeken en vaak was de weg er naar toe spectaculairder dan wat we wilden gaan bekijken. De mensen zijn erg vriendelijk; ze zwaaien, schreeuwen en heten ons welkom in Soedan. Iedereen probeert een praatje met ons aan te gaan. Maar helaas is de kennis van de Engelse taal beperkt.

Naar mate dat we verder naar het zuiden reden merkten we ook dat het warmer werd. We reden steeds verder van de Nijl af en het werd ook droger. Langs de weg lagen erg veel kadavers van kamelen, ezels en geiten. Deze laten ze hier liggen tot het niets meer is als een hoop botten. De laatste 300 kilometer naar Karthoum hebben we een tolweg gehad, hier zat erg veel vrachtverkeer op. De vrachtwagens zijn hier erg lang en lijken op de Road-trains uit Australië. Ze zijn echter in een zeer slechte staat en zwaar overladen waardoor de banden het snel begeven bij die hoge temperaturen. Langs de weg lag het vol met kapot gereden autobanden. We hebben ze geteld en kwamen op een gemiddelde van 48 stuks per kilometer. Door de overladen trucks van soms meer dan 60 ton was de weg was hier ook beduidend slechter. Er lagen erg veel dode dieren langs de weg, allemaal aangereden door de roekeloze chauffeurs.

In Karthoum  kwamen we in de gebruikelijke verkeerschaos. Iedereen en alles reed door elkaar. We werden op een hele drukke ( eigenlijke 4-baans weg) aangehouden. We moesten de auto op de middenberm stil zetten en Ton moest mee naar de politieauto, laverend tussen de voorbij rijdende auto’s. We kregen een bekeuring omdat we de gordels niet om hadden. Na een discussie dat hier niemand gordels draagt konden we vertrekken zonder te betalen. In de enigste Shopping Mall van Karthoum gewinkeld. Je geloofd je ogen niet, het is een moderne van de Carrefour afgeleide winkelketen. Er zijn alleen westers georiënteerde winkels. In de goed gesorteerde supermarkt waar bijna alles te koop was hebben we onze voorraad weer aangevuld. In Karthoum was het warm, heel warm. Overdag rond de 45 graden en ook ‘s nachts koelde het niet echt af . We waren blij met onze airco die overuren heeft gemaakt.

Elke vrijdag dansen de Derwisjen bij de Hamed al Nil Tomb in Omdurman.  Ze beginnen om ongeveer 16.00 uur met een tocht over het kerkhof naar de tombe. Daarna gaan ze op muziek van trommels dansen. De Derwisjen zijn Sufi dit is een stroming in de islam. Het dansen is een mannen aangelegenheid. In een grote kring staan allemaal mannen, in deze kring dansen de Derwisjmannen. De vrouwen staan buiten de kring en dansen en zingen ook mee. Iedereen  klapt en zingt de woorden; La Illaha Illallah wat betekend: er is geen god behalve Allah. Door dit ritueel kunnen ze beter communiceren met Allah. Sommige raken er van in trance en gaan ronddraaien op een been. Het mag niet maar door de vele mensen konden we ook wat mooie opnames maken van de vrouwen hier in Soedan. Het dansen duurde tot zonsondergang en eindigde met het gebed. Dit werd overal op de begraafplaats waar plek was in grote groepen gedaan. De mannen vooraan, de vrouwen  er achter.

We hebben nog een aantal warme dagen doorgebracht in Karthoum alvorens we de reis weer hebben vervolgd. We hebben de laatste inkopen gedaan, want je weet maar nooit wat er in het volgende land wel of niet te koop is. Ook hebben we deze dagen gebruikt om de nodige documenten die we nodig hebben om Ethiopië in te reizen aangepast (vervalst). Op de garantiebrief van de ambassade moest een datum staan die niet ouder mocht zijn dan 5 dagen. Met ons stempelsetje de datum erop gezet van 5 december (er stond namelijk geen datum op). Op het carnet de passage ontbrak Ethiopië. We hadden bij anderen gezien dat Ethiopië was toegevoegd aan de lijst met Afrikaanse landen. Met ons stempelsetje hebben we  Ethiopië toegevoegd. Ernaast een stempel met een Duitse adelaar en de tekst Deutschland Mein besten, (van Jupp en Doro). We waren klaar voor Ethiopië.

Een paar honderd kilometer ten zuiden van Karthoum zagen we het landschap langzaam veranderen. Het werd vruchtbaarder, wat heuvelachtiger en ook de bouwstijl van de huizen veranderde. Er waren geen lemen huizen meer maar ronde hutten van riet. De wegen werden slechter en zaten vol met grote gaten. Aan de grens was het de gebruikelijke chaos  van overal wachtende vrachtwagens en rondlopende mensen Na de gebruikelijke formaliteiten bij de politie en de douane konden we de grens over naar Ethiopië.

Ethiopië
De Ethiopische grensprocedure was eenvoudig. De brief van de Nederlandse ambassade werd nauwkeurig bekeken op de datum en werd goed gekeurd. Ook de toevoeging op het carnet werd geaccepteerd. We hebben ons dan ook voorgenomen om de volgende reis meer stempels mee te nemen. Ook een printer zullen we wel ergens kunnen kopen. Dan kunnen we indien nodig documenten wat ‘aanpassen’. Na een uurtje en geheel gratis konden we de grens over. Wel werd de auto deze keer ook van binnen gecontroleerd. Verder heeft Ton de laatste 4 cijfers van het motor- en chassisnummer uit zijn hoofd geleerd en doet dan net of hij deze afleest van de motor. Dit scheelt een hoop tijd omdat dan de cabine niet gekanteld hoeft te worden.

Ethiopië was meteen andere wereld, overal op straat liepen mensen en veel vee. De mensen gingen nog wel wat opzij als we langs kwamen. Voor het vee moesten we regelmatig afremmen en er om heen slalommen. Al snel na de grens begon het Ethiopische hoogland met bergen van over de 4500 meter. De beklimmingen zijn erg stijl en variëren tussen de 10 en 15 %.  Nog juist voor het invallen van de duisternis kwamen we aan bij het Tanameer. Hier hebben 2 Nederlanders, Tim en Kim, een camping. Ze hebben een 20 tal mensen uit het dorp in dienst. De dames zijn verantwoordelijk voor de keukenactiviteiten en de was. De mannen helpen mee met de bouw van de lodges en verzorgen de tuin. Ze lopen de gehele dag met jerrycans rond om de planten water te geven. Vanuit de opbrengst van de camping steunen ze projecten in het dorp Gorgora. Hier hebben we de spullen die we meegenomen hadden zoals pennen afgegeven voor het schooltje in het dorp.

Ook in Gorgora ontzettend veel vee wat 2 x daags naar het meer komt om er te drinken. Vee is de bank van Ethiopië, als mensen wat geld hebben word er vee van gekocht. Een volwassen koe kost $100,- en een geit of schaap ongeveer $10,- Een jaarsalaris is gemiddeld niet meer dan $350,-. De kinderen zijn verantwoordelijk voor het vee en moeten zorgen dat de kuddes bij elkaar blijven. Dit doen ze door middel van stenen gooien. Ook de kinderen zijn door de ouders groot gebracht en gecorrigeerd met stenen. Als wij aan komen rijden willen de kinderen hebben dat we stoppen en ze kennen maar een woord: Money! We kunnen en willen niet overal stoppen en dan word je direct door de kinderen met stenen bekogeld. Verstand dus maar op nul en hopen dat ze de voorruit niet raken. Verder rijd er weinig verkeer. Dat verkeer wat je tegenkomt rijdt erg hard en roekeloos. Ethiopië kent met de minste gemotoriseerde voertuigen ter wereld het grootste aantal verkeersdoden.

De natuur is hier erg mooi. We zijn bijna volleerde bird-watchers. Op de weg van de grens naar Lake Tana zagen we een groep gieren die zich te goed deden aan een dode ezel langs de kant van de weg. Verder hebben we wolnekooievaars, visarenden, veel roofvogels en andere prachtige vogels gezien waarvan we de naam niet kennen. Op de camping komen ‘s avonds de schorpioenen het restaurant binnen. Deze komen op het licht af. ‘s Morgens bij het brood halen kwam Chantel bavianen tegen. Het duurde een poosje voordat ze terug was met het brood!

Na een aantal dagen van rust zijn we naar Gondar gereden. Helaas net voor we daar aan kwamen begon het lampje van de dynamo te branden en gaf de toerenteller niets meer aan. De volgende dag de boel proberen te repareren maar dit lukte helaas niet. Er werd ons door diverse mensen een monteur aanbevolen die goed zou zijn in het repareren van dynamo’s. De volgende dag naar de “garage” gereden en de dynamo is enkele malen uit en ingebouwd, doorgemeten en gesoldeerd maar het probleem was niet te verhelpen. Doorgesproken wat er kapot was en ons reisschema aangepast. We durfden met de kapotte dynamo niet meer de bergen in en hebben besloten om naar de hoofdstad te rijden voor mogelijke reparatie. Eerst moest er nog afgerekend worden.

‘s Morgens wilden we een prijs afspreken maar ze gaven aan dat het allemaal wel goed zou komen. Nou niet dus. De rekening was gepeperd. De volgende dag gaf de hoteleigenaar aan nadat hij het verhaal had gehoord dat we een klacht moesten indienen bij het toeristenbureau. Hier waren ze erg coöperatief en er werden meteen allerlei mensen gebeld en ingeschakeld waaronder de politie. Toen Ton met 3 agenten bij de “garage” aan kwam sprong de eigenaar in zijn auto en ging er snel vandoor. Na diverse telefoontjes kregen we nog wat geld terug; dat was in ieder geval nog iets. Er  werd ons verweten dat we niet van te voren een prijs hadden afgesproken en geen rekening hadden. We hebben onze les weer geleerd!

In Gondar zijn we ook naar een popconcert geweest van de beroemdste zangeres van Ethiopië. Het concert begon om 18.00 uur en was om 21.00 uur afgelopen. De entree was 10 Birr ( 0.50 €) en een biertje kostte er 6 Birr ( 0.30 €). De muziek was niet echt onze smaak maar het was erg leuk om het mee te maken.

We zijn naar Addis Abeba gereden omdat men aan gaf dat de dynamo daar gerepareerd zou kunnen worden en ze daar reserveonderdelen zouden hebben. De reis naar Addis duurde 2 lange dagen. We moesten over bergpassen van meer dan 3000 meter en door een kloof waar de  Blauwe Nijl door heen stroomt die gigantisch diep was. We hebben een uur moeten dalen en weer een uur moeten klimmen om de kloof te doorkruisen. Chantel heeft de bergen met gekrulde tenen en een knoop in de maag overleeft! De gemiddelde snelheid die we deze 2 dagen konden rijden was niet hoger dan 40 km per uur.

In Addis Abeba naar het Holland House ( een trefpunt voor overlanders) gereden. De ‘camping’ wordt gerund door Wim een Nederlander die al bijna 30 jaar in Ethiopië woont. Bij het Holland House kwamen we veel ‘oude bekenden’ tegen die we vanaf de veerboot in Aswan regelmatig hadden getroffen. Wim is de volgende dag met ons mee gereden naar de Mercedes garage alwaar ook een Bosch service was. Helaas konden ook zij het mankement niet vinden. De dynamo is weer een aantal malen uit en in gebouwd maar het lampje bleef branden. Uiteindelijk hebben ze de dynamo uit elkaar gehaald om te kijken wat er nu kapot was, maar ze kwamen er ook niet uit. Helaas duurde het allemaal erg lang waardoor we de nacht op het garageterrein hebben doorgebracht. De volgende dag aan de hand van tekeningen in het computerprogramma van Mercedes tot de conclusie gekomen dat er ook sprake kon zijn van een externe spanningsregelaar. De spanningsregelaar werd gevonden in het dashboard en kon toen worden vervangen. Het mankement was verholpen, het lampje was uit en de toerenteller werkte weer naar behoren. Opgelucht terug naar het Holland House.

Het Holland House is ook een trefpunt van Hollandse bloemen en plantenkwekers. Zij komen bijna iedere dag even eten en een pilsje pakken. De meesten hebben Farms (bloemen en/of groentekwekerijen) in Ethiopië, Kenia en/of Tanzania. Op de meeste farms werken zo’n 800 medewerkers tegen een dagloon van 17 birr ( 1 dollar). Het is hier dus goed geld verdienen! Vanaf nu hebben we nog meer mogelijkheden om onze camper op een van deze farms te stallen eind maart in Tanzania. Ook hier is zaterdag de grote stapavond. Eerst gezellig geborreld bij Wim en daarna is Ton samen met de kwekers het nachtleven van Addis ingedoken. Na 4 nachtclubs te hebben bezocht kwam hij om 4 uur vol verhalen terug. Omdat zijn schoenen in een van de clubs niet passend zou zijn heeft hij deze op straat met een bewaker geruild. Zo kon hij toch nog naar binnen. In iedere disco veel oude snoepers omringd door veel Ethiopische hoertjes. Ze zijn ongelooflijk mooi en dragen niet al te veel textiel. Om aids te voorkomen moet je twee condooms tegelijk gebruiken zegt men hier! Het was een prachtige avond en echt de moeite waard. Zoveel moois bij elkaar mag je niet missen.

In Addis hebben we het visum voor Kenia aangevraagd en gekregen. We hebben het nationaal museum bezocht, wat een zeer karig ingericht museum was. De Mercato ( openlucht markt) van Addis was een belevenis. Alles word er verkocht; zelfs tweede hands mensen zegt men! Verder hebben we ons voorbereid op het bezoek van Frans, Riëtte en Meis. Hiervoor moest onze voorraad goed aangevuld worden. Henk-Jan en Maureen met hun Daf kwamen bij Wim aan (www.metdaffieopreis.nl). Vorig jaar bij aanvang van hun reis hebben wij ze in Portugal  getroffen. Ze zijn nu 15 maanden onderweg en hebben hun rondje Afrika er bijna opzitten. Samen met hen, Hans, Annemiek, Jupp en Doro een BBQ georganiseerd. Veel ervaringen uitgewisseld. Vooral die van Henk-Jan en Maureen waren erg interessant voor ons omdat zij uit het zuiden kwamen.

23 december Frans, Riëtte en Meis opgehaald van het vliegveld. Na een dagje Addis zijn we vertrokken voor een rondje Ethiopië in 10 dagen. De eerste bezienswaardigheid was in Lalibela. Henk-Jan en Maureen reden met ons mee. De weg was redelijk maar erg veel kilometers konden we niet maken i.v.m. tunnels die gesloten waren. We moesten over de oude bergpas die onverhard was. Bij een echt Ethiopische hotel overnacht. Bier kostte er bijna niets en de menukaart bestond uit Injera met een bakje gebakken geitenvlees. Injera is het nationale gerecht, het lijkt op een pannenkoek en smaakt zuur. Het ziet er aan een kant uit als een spons en de andere kant als een zeem. De pannenkoek gebruik je om de veelal vegetarische gerechten mee te eten die erop worden geserveerd. Door de sponswerking heb je geen mes en vork nodig! Het wordt gemaakt van een graansoort die alleen in Ethiopië wordt verbouwd, genaamd Tef.

Na een rustig nachtje weer vroeg aangereden richting Lalibela. De bergen werden steeds hoger en de armoede steeds groter. Nadat we een pas van 3507 meter waren gepasseerd moesten we een plekje zoeken om te overnachten. Een vlak stukje grond op 3450 meter hoogte gevonden. Meteen toen we stopte werden we omringd door nieuwsgierige kinderen en volwassenen. Zij bleven voor de campers staan tot ze het ijskoud hadden en het donker werd. Het koelde snel af tot -3 graden! ‘s Morgens toen we om  half 7 de deur open deden stonden onze toeschouwers er al weer. Je kon ruiken dat ze bij de geitjes geslapen hadden om zich op te warmen. Het laatste stuk naar Lalibela was onverhard en ging ook door hoge bergen. De beroemde kerken die allemaal uit de rotsen gehakt zijn bekeken. Dit was 1000 jaar geleden een knap staaltje werk. De kerken worden nog steeds gebruikt en er worden nog orthodoxe missen in  opgedragen. Er waren veel pelgrims in Lalibela of onderweg er naar toe. We hebben begrepen dat deze mensen vanwege het Ethiopische kerstfeest naar Lalibela kwamen.

Via de China-road  zijn we naar Bahir Dar gereden. Hier hebben Frans Riëtte en Meis de kloosters op het Tana meer met een bootje bezocht. Daarna weer via de Nijlkloof naar Addis Abeba. Na een nachtje Addis zijn we begonnen aan de reis naar het zuiden. Bij Lake Langano heerlijk een middag bij getankt. We waren goed moe van al het rijden. De volgende dag was de weg zo slecht dat we een tussenstop hebben gemaakt in Sodo. Hier was een schitterde markt. In Arba Minch naar de “krokodillenmarkt” geweest in het nationaal park Nechisar. De “krokodillenmarkt” is een plek in Lake Chamo waar de krokedillen midden op de dag liggen te zonnen samen met een kuddes nijlpaarden. Onderweg vroeg iemand aan Ton wat zijn beroep was. Hij vertelde dat hij  een male-nurse was. Oh in a hospital?” was de vraag. Ton legde uit dat hij bij verstandelijk beperkte mensen werkte. So you’re een brainproffessor! Dat had geen verdere uitleg nodig; nu het salaris nog!

In Konso hebben we afscheid genomen van Frans, Riëtte en Meis. Zij gingen nog 5 dagen met een Jeep rondtrekken en wij verder naar het zuiden. Al snel veranderde het landschap van redelijk vruchtbaar naar droog en zanderig. Ook de bevolking was ineens anders. Ze liepen in dierenvellen en de dames met blote borsten. Deze Hamar mensen zagen er prachtig uit. Deze stam leeft in het zuiden van de Omo vallei. In Turmi hebben we gebush-campt aan een droge rivierbedding. Hier liepen de Hamarmensen rond de camper. Dit gaf ons het vreemde gevoel terug te zijn in het stenen tijdperk. Verder stonden we onder mangobomen geparkeerd. Natuurlijk zijn we met de nodige mango’s  richting Kenia vertrokken.

In tegenstelling tot het midden en noorden van het land zijn de mensen in het zuiden veel vriendelijker. Ze zijn behulpzaam en vragen niet om geld. Veel respect hebben we gekregen voor de zeer hard werkende vrouwen. Ook kinderarbeid komt zeer veel voor. Werkende mannen hebben we niet veel gezien, maar we hebben dan ook geen toegang tot de slaapkamers gehad. Gezien het feit dat 80% van het volk onder de 20 is zullen ook zij wel hun taak verrichten! Met een voorraad voor 10 dagen zijn we via de oostkant van het Turkanameer naar Kenia vertrokken.

Kenia
We hebben 6 dagen nodig gehad om via het Lake Turkana Kenia in te reizen. Het Lake Turkana is het grootste permanente woestijnmeer ter wereld. Helaas verdampt er elk jaar 3 meter in hoogte van het water. In het meer komen tilapia, nijlbaars en nijlkrokodillen voor. Ook foerageren er veel trekvogels op weg van Europa om in Afrika te overwinteren. Het was een prachtige spannende uitdagende route. We hebben meer dan 800 kilometer onverhard gereden. Het was wisselend zand, stenen en lava waar we doorheen moesten rijden. De rivieren die we moesten oversteken waren niet meer te tellen. De rivieren stonden meestal droog dus door de droge rivierbedding rijden was geen probleem. De route zou beslist niet te rijden zijn geweest als het had geregend. Het was een proef voor mens en materiaal. Onderweg hebben we wild gekampeerd in de woestijn, de bergen en de bossen. Het is een zeer droog en dun bevolkt gebied. We hebben er 3 dagen rond gereden zonder een ander vervoermiddel tegen te komen. Hier wonen verschillende stammen: de Samburu, de Turkana en de Elmolo. De mensen leven hier van het vee en de visvangst. Omdat het zo droog is kan er bijna niets aan gewassen worden verbouwd.  Als je al ergens mensen tegen komt vragen ze maar om een ding: water. Omdat we dit van anderen hadden gehoord hadden we al onze lege flessen verzameld en gevuld met water om ze af te geven.

In Loyangalani een dorp aan het Turkanameer hebben we 2 dagen bijgetankt op een camping die door vrouwen werd gerund. Hier hebben we ook veel mooi uitgedoste Samburu en Turkana vrouwen gezien. Helaas willen ze niet op de foto of alleen tegen betaling van vele dollars. Maar Ton heeft ondanks het feit dat hij met stenen werd bekogeld toch enkele foto’s gemaakt, soms in ruil voor een fles water.
Op het laatste gedeelte kregen we een klapband. Dat hadden we het niet meer verwacht dus was het even schrikken. Er was dus werk aan de winkel. Na 2 en een half uur zat de nieuwe band er weer op het was de klus geklaard. De kapotte band hebben we later afgegeven zodat men er nog schoenen van kan maken. Ook in Kenia werken we mee aan recycling. We moeten echter wel op zoek naar een nieuwe band.

In Laisamis kwamen we weer op de A2; de hoofdweg vanuit Ethiopië. We hebben bij de St. George Missie overnacht. De volgende de dag hebben we nog 20 kilometer over een niet voor te stellen wasbord weg gereden. We konden hier alleen stapvoets over omdat anders de hele camper uit elkaar rammelde. Na die 20 km lag er een gloednieuwe asfalt weg.

In Archers Post zijn we het Samburu National park ingegaan. Het was een geweldige belevenis om de wilde dieren in hun natuurlijke omgeving te zien. We hebben allerlei antilopen, olifanten, giraffen, zebra’s, apen, struisvogels, knobbelzwijnen en veel vogels gezien. In het park op de camping overnacht. Tegen de avond werden we overvallen door een groep brutale bavianen. Ze probeerden alles wat ze dachten dat eetbaar was te pakken te krijgen. Op een gegeven moment keken we naar de camper en er zat een grote dikke baviaan op de bijrijdersstoel met een zak snoepjes in zijn hand. Toen hij zag dat we keken klom hij snel op de imperiaal waar hij de zak snoep leeg at alvorens te vertrekken. De volgende morgen werden we weer wakker gemaakt door de bavianen die over het dak van de camper liepen en overal aan zaten te trekken, dus snel eruit en om ze te verjagen. Losse elektrokabels, verbogen spiegels, apenstront- en pies waren het gevolg. Vanaf nu vinden we apen niet meer zo leuk!

In Isiolo de eerste wat grotere stad werden we belaagd door mensen toen we inkopen wilden gaan doen. Iedereen wil helpen, maar helaas wil iedereen daar ook geld voor hebben. We waren dus snel klaar. Men sprak ons hier aan met Mamma en Pappa. We wisten niet dat we in Kenia zo’n groot gezin hadden. Bij een politiecheckpost moest Ton van alles invullen; zo ook zijn beroep. Hij vulde weer male-nurse in. Men vroeg of hij niet in het ziekenhuis wilde komen kijken. Ton legde uit dat hij bij verstandelijk beperkte mensen werkte, waarop meteen iemand werd gehaald met een verstandelijk beperkt kind. Ton werd gevraagd of hij het kind niet kon genezen. Hij heeft uitgelegd dat we ook in Nederland mensen met een verstandelijke beperking niet kunnen genezen, maar dat je ze met veel geduld en vaak herhalen veel kunt leren.

Aan de voet van Mount Kenia hebben we bij een forellenkwekerij ( Kentrout farm in Timau) gekampeerd (www.lets-go-travel.net).  s’Avonds hebben we heerlijk vers gerookte forel gegeten. We waanden ons hier in de Alpen. Het was hier erg groen en overal bossen. Overdag was de temperatuur rond de 25 graden en ‘s morgens was alles wit van de nachtvorst. Dit hadden we niet verwacht in Kenia. Bovendien is januari ook nog de droogste en warmste maand van het jaar De forellenkwekerij was eens de grootste van Kenia. Helaas hebben ze nu een tekort aan water en kunnen ze nog maar een fractie van de forellen kweken. Het water wordt afgetapt door de vele Nederlandse bloemenkwekerijen die zich hier hebben gevestigd op Mount Kenia. We hebben hier afscheid genomen van Jupp en Doro. Zij gingen naar Nairobi en Mombassa en wij richting Uganda. Waarschijnlijk zien we elkaar pas weer in Kevelaer.
De wegen hier in Kenia zijn niet van al te goede kwaliteit. We hebben dan ook niet de gehele weg gereden maar af en toe ook gevlogen. Ze hebben hier namelijk zichtbare en onzichtbare speedbreakers in de weg liggen. Wanneer je een speedbreaker mist wordt je gelanceerd en komt een aantal meters verder weer op de grond. Ook zijn er vele wegen met spoorvorming van soms wel 30 centimeter diep. Het kost dan ook nog al wat moeite om recht door te blijven rijden.

Vanuit Timau zijn we naar Eldoret gereden. Daar hebben we 4 dagen lekker rustig aan gedaan op de Naiberi River Camp (www.naiberi.com). Het was een paradijs met erg vriendelijke medewerkers en een prachtig en zeer goed restaurant. De eigenaar (Raj) is tevens in het bezit van een grote textielfabriek (Ken-knit) We hebben de fabriek bezocht en zijn wezen lunchen bij de zijn familie. Verder heeft Raj geholpen met het verkrijgen van de nodige documenten en stempels voor ons carnet en paspoort. Eldoret is de op 4 na grootste stad van Kenia. De mensen zijn hier in tegenstelling tot de andere plaatsen waar we geweest zijn ontzettend vriendelijk. We worden met rust gelaten en er word niet om geld of andere zaken gevraagd. We hebben er nog het nodige ingeslagen en vol getankt omdat in Uganda alles veel duurder is.

Uganda
Na een niet al te moeilijke grensprocedure waren we in Uganda. Wel probeerden vele jongelui nog even een graantje mee te plukken aan allerlei onzinnige dingen maar dat hebben we allemaal afgewimpeld. Zo zouden er reflecterende strepen op de achterkant geplakt moeten worden en zou er een verzekeringssticker op de voorruit hebben gemoeten. Tot nu toe zonder deze zaken zonder problemen verder kunnen reizen. Wel moest er flink wat roadtax betaald worden. De eerste dag was de weg erg slecht en hebben we over 100 km 4 uur gedaan. Het was een kunst om de gaten (put-holes) in de weg te vermijden. En de weg was zo smal dat Ton veel werk had om de op ons af stevende bussen en vrachtwagens te ontwijken.

In het eerste dorp waar we hebben overnacht is Ton naar de kapper geweest. Dit was niet echt een succes. Ton legde uit dat hij zijn haar overal 3 centimeter korter wilde hebben. De kapper ging aan de slag. Voordat Ton het kon voorkomen was er aan de voorkant een mooie sleuf geschoren met een tondeuse, een schaar bleken ze niet te hebben. Er was geen 3 centimeter af maar op 6 millimeter na alles. Ton heeft er maar een tropenkapsel (oftewel Geke Jansen kapsel) van laten maken. Naar de kapper hoeft hij niet meer tot we thuis zijn.

Uganda is een mooi en groen land. Er zijn veel meren, moerassen, bossen en er is een echte jungle. De mensen zijn erg vriendelijk. Ze bekijken ons wel maar blijven op gepaste afstand en vragen niets aan/van ons. De fiets en de brommer hebben hier ook hun intrede gedaan. Ze worden multifunctioneel gebruikt. Beiden worden gebruikt als taxi en om allerlei spullen op te vervoeren. Dat er een duidelijke samenhang is tussen infrastructuur en welvaart is hier erg goed te merken. Op het platteland is de armoede groot.

We zagen dat er overal in het land op grote schaal gecontroleerd en ongecontroleerd stukken land en bos in brand stonden. Dit veroorzaakte de gehele dag en overal waar we waren voor een asregen en rookwolken. Op het platteland doen de mensen het om het land vruchtbaarder te maken. Rondom de natuurparken wordt het gedaan om het wild binnen de niet afgerasterde parken te houden.

Nergens hebben we zoveel baby’s gezien als hier. Het leek wel of iedere vrouw net een kind had gekregen. Tot de peuter kan lopen reist hij mee op de rug van de moeder. Vaak hebben de vrouwen ook nog een schaal met bananen of een kan water op hun hoofd. Ook hier zagen we weer de vrouwen meer en harder werken dan de mannen. Deze lagen meestal met zijn allen in de schaduw onder een boom. Zo ook de fiets- en bromfietstaxichauffeurs afwachtend op een ritje!

Omdat de tv hier nog niet in elk huishouden is geïntroduceerd hebben ze hier tv ruimtes waar men tegen betaling tv kan kijken. Dit hadden we in Ethiopië en Kenia ook al gezien. De mensen die het niet kunnen betalen staan door de spleten van het gebouw te kijken om toch iets mee te krijgen van het fenomeen tv. Muziek is hier erg belangrijk. Iedereen die het kan betalen loopt met een transistorradio rond. Er zijn ook veel discotheken die vanaf 24.00 tot 7.00 uur open zijn. Op zondag kun je vanuit de disco zo naar de kerk. Ook hier alleen maar muziek en zang van 7.00 uur tot 13 uur. Daarna gaan alle winkels weer open.

De kinderen zijn hier net zo bang van ons als wij vroeger waren van zwarte piet. Waarschijnlijk zien ze ons als ‘witte piet’. Wanneer we stoppen om een foto te maken komen ze op de truck afrennen. Als we iets te lang naar ze kijken rennen ze huilend van de schrik weg en gaan op een afstandje naar ons staan kijken.

In noord Uganda zijn we naar het nationaal park Murchison Falls geweest. De ‘Game-drive’, zo heet het rondrijden om wild te zien, viel hier wat tegen. Geen leeuwen gezien, wel veel nijlpaarden, antilopen, olifanten, giraffen en buffels. Vanuit daar zijn we via Lake Albert naar Kampala  gereden. Hier kregen we in het centrum een lekke band. Snel doorgereden naar de camping en de wagen op de krikken gezet. De dag erna op de camping het gat in de binnenband geplakt. Hier kon het in alle rust gebeuren en hadden we onze reserveband niet nodig. Het is veel en geen leuk werk maar het hoort er allemaal bij. Op de camping stonden ook een 80 andere overlanders. Ze reizen in grote gezelschappen in een truck of bus rond. Ze hebben zoals ze aangeven: No airconditioning, no video, no toilet, no telephone but lots of FUN! Dat was tot in de vroege uurtjes te merken!

De camping was verder net een kinderboerderij. Er liepen geiten, kippen. honden, poezen, een groot dik varken en apen rond de camper. ‘s Morgens werden we wakker gemaakt door krijsende schildraven en kraaiende hanen. Overdag krijgen we bezoek van de andere dieren. Omdat we niet meer zo hoog zitten loopt de temperatuur op tot 38 graden overdag en een graad of 25 ‘s nachts. Ook de muggen worden steeds opdringeriger. Ondanks de malaria tabletten die we innemen hebben we nog wat extra maatregelen genomen. Extra muggengaas voor de deur en een muskietennet rondom het bed.

Hier in Kampala zien we weer het grote contrast tussen arm en rijk. De bedelaars hebben zich verzameld rond de zeer grote en chique shoppingmalls. Wat we hier aan winkels tegenkomen hadden we ons van te voren niet voor kunnen stellen! Alles is er dan ook te koop. Het merendeel is echter ook onbetaalbaar; zelfs voor ons! Een aantal malen met de motor naar het centrum gereden wat een hele sport is met dat links rijden en het ongelooflijke drukke verkeer. Aangaande verkeersgedrag moet je even omschakelen tussen de grootste zijn (de King) en de kleinste (de motor).

Na vier dagen Kampala richting Jinja gereden. Daar wederom op een mooie campsite terecht gekomen. De Nile River Explorers campsite. Weer met veel Overlandtrucks vol met toeristen uit alle werelddelen. Vooral Engelsen Nieuw-Zeelanders en Australiërs zijn hier goed vertegenwoordigd. Maar veel gezelligheid tot in de vroege uurtjes. De eerste nacht werden we getrakteerd op een twee uur durende onweersbui. Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt. Het heeft twee uur lang continu geweerlicht en gehoosd. ‘ s Morgens zaten onze stoelen helemaal onder de rode klei en waren de blokken waar de camper op stond in de klei weggezakt. Als je buiten rond wandelde werd je na iedere stap 1 cm groter van de klei die onder je schoenen bleef hangen. We zijn maar de gehele dag in de bar gaan internetten op zoek naar een goedkope terugvlucht naar Amsterdam of Dusseldorf. De daarop volgende dagen heeft het iedere dag wel een twee uur geregend. Enerzijds geeft het wat afkoeling; anderzijds is het ontzettend benauwd door de zeer hoge luchtvochtigheid.

De Nijl ontspringt hier vanuit het Victoriameer en stroomt dan door Uganda naar Soedan alwaar in Karthoum de blauwe Nijl zich aan de witte toevoegt. De blauwe Nijl ontspringt in Ethiopië. Uiteindelijk komt de Nijl na een reis van 6700 km in Egypte in de Middellandse Zee uit. Van het einde tot aan het begin hebben we de Nijl nu gevolgd. Het is een prachtige rivier met ontzettend veel diversiteit. Door de bouw van vele stuwdammen heeft de Nijl zijn natuurlijke karakter op veel plaatsen verloren. Hier in Jinja tot op heden nog niet wat resulteert in een van ‘s werelds beste rivieren om in te raften. Jammer dat ze geen raftkleding in de maten XXL hadden, anders hadden we onze botten nog een keer kunnen testen.

In Jinja zijn we ook verschillende keren wezen stappen. Ook hier in de kroegen weer prachtige animeermeisjes oftewel meiden op zoek naar een rijke Europeaan! Wat dat betreft lijkt dit het Thailand van Afrika!
Na 6 dagen feesten, motor rijden en luieren in Jinja zijn we weer richting Kenia vertrokken. De huizen werden richting Oosten weer steeds soberder en de bevolking weer steeds armer. Duidelijk is dat het Oosten, Noorden en midden van Uganda de armere streken zijn en het Zuiden en Westen de rijkere! Ook is opgevallen dat veel Aziaten de eigenaren zijn van de detailhandel. De laatste dag zijn we na 3 keer te zijn uitgenodigd toch maar even bij een Ugandese familie op bezoek gegaan. De gehele dag was er gepoetst door iedereen om ons te ontvangen. Het werd weer een “paard in de gang gesprek”! Iedereen heeft wat te vertellen en te vragen, maar je begrijpt elkaar gewoon niet goed. Dat doen we dus niet meer! Uganda is een land wat ons erg aanspreekt. De mensen zijn erg vriendelijk en hebben altijd een zeer goed humeur. Uganda trekt vooral jongeren aan die met z’n twintigen in grote Overlandtrucks rond rijden en gaan kajakken, raften, en Gorilla en Chimpansee wandeltochten van enige dagen gaan ondernemen. Als er nog liefhebbers zijn: We geven jullie graag meer informatie.

Terug in Kenia oftewel Kenia Deel 2
Na een rondje Uganda weer terug in Kenia. De grensprocedure verliep snel en had nog sneller gekund als er geen meningsverschil was geweest over roadtax betalen voor de motor. De eerste keer in Kenia hadden we hiervoor ook niet betaald en nu natuurlijk ook niet. Aangegeven dat deze alleen voor noodgevallen was maar daar trapten ze in eerste instantie niet in. Gevraagd waarom er bij twee verschillende grensovergangen verschillende regels golden, maar daar konden ze geen antwoord opgeven! Ze bleven erbij dat we moesten betalen en toen hebben we aangegeven dat we dan ook voor de vorige keer wilde betalen. Toen hadden ze een probleem en werd er navraag gedaan bij de baas! Uiteindelijk hoefden we geen roadtax te betalen omdat hij in de camper stond. Weer 40$ verdiend! Controleren op roadtax doen ze toch niet bij Blanken! Onderweg waren er veel verkeerscontroles. Wij mochten steeds doorrijden ondanks het niet dragen van de gordels. Ze salueerden op verschillende plaatsen voor ons met een grote glimlach.

In Kisumu misten we een speedbreaker en we vlogen zo hoog als we nog niet hadden gevlogen. Toen we geland waren hoorde we hard lucht blazen. Gestopt in de veronderstelling dat we weer een lekke band hadden en alles gecontroleerd. Gelukkig geen band lek maar een luchtslang die van een van de luchttanks was afgeschoten. Na een snelle reparatie konden we weer zonder problemen verder. In Kisumu aan Lake Victoria gekampeerd. Alles hier in Kisumu is vergane glorie. Eens was het een bloeiende haven- en industriestad. Maar na een economische crisis in de jaren 90 en het etnische geweld in 2007 is de stad veel bedrijven en dus werkgelegenheid kwijt geraakt. Op dit moment gaat het langzaam aan wat de goede kant op in Kisumu. Het water in Lake Victoria staat erg laag i.v.m. te weinig regenval en de grote afname van water uit het meer door Uganda. De camping ligt normaal aan het water maar door de lage waterstand zie je nu alleen maar waterhyacinten en op het droge liggende schepen. Als het donker word komen de nijlpaarden tussen de waterhyacinten door aan land om te grazen. We hebben ze eenmaal gezien maar ze zijn zo schichtig dat wanneer je een zaklamp aanmaakt om ze goed te zien ze er meteen vandoor gaan. Daarbij komt natuurlijk dat je moet oppassen voor de nijlpaarden want als ze op het land zijn en boos worden kunnen ze erg agressief en snel zijn.

In Kisumu was het erg warm. Zelfs de Kenianen klaagden er over. Ze gaven zelf aan dat ze er inactief van werden. Ook enkele zakenlui van Indiase afkomst klaagden over de inactiviteit en mentaliteit van het Keniase volk en niet alleen als het warm was. Ze laten alles over zich heen komen en maken zich niet zo druk! Hebben ze dorst dan doen ze hun mond open. Gaat het regenen dan hebben ze geluk en wordt hun dorst gelest. Regent het niet dan hebben ze pech en gaan ze dood.

Na een paar dagen Kisumu zijn we weer verder gegaan. De weg voerde ons door een heuvelachtig groen landschap met veel theeplantages. Na kilometers lang door het suikerriet gereden te hebben was nu de thee aan de beurt. Bijna alle plantages waren van Unilever. Na alle theeplantages werd het steeds droger en kwamen we weer in de woestijn terecht. Hier begon het land van de Masai. Veel Masai langs de kant van de weg gezien. Ze zijn echter ontzettend fotoschuw en wij ondertussen aardig verwend. Echt veel moeite om foto’s te maken hebben we dan ook niet meer gedaan. Na de laatste kilometers weer eens lekker off road gereden te hebben kwamen we aan bij Lake Naivasha. In Sulmac Village op een mooie camping gestaan (Crayfish Camp). De camping lag aan het meer (wat ook erg laag stond) en helemaal tussen de bloemenkassen. De over het algemeen Nederlandse kwekers kweken hier rozen die naar Europa worden geëxporteerd. Veel Kenianen hebben hier werk gevonden. In het meer wederom veel waterhyacinten met daartussen badende nijlpaarden. Na zonsondergang komen ze aan land om te grazen maar wederom was het al te donker om ze op de foto te zetten. Jammer.

We hebben op de motor een rondje rond het meer gereden. Dit was een leuke ervaring. Het grootste gedeelte was off- road dus de keuze van een crossmotor kwam goed van pas. Veel door de Bull-dust moeten rijden en allerlei wild gezien en dit keer buiten een nationaal park. We moesten stoppen voor overstekende zebra’s en zagen giraffen en olifanten langs de weg lopen. In een klein meertje zagen we een aantal flamingokolonies. Toen we weer op de camping aankwamen hebben we ons eerst met de compressor schoon geblazen en hebben daarna een frisse douche genomen. In dat opzicht is off- road rijden ook niet alles. Je word zo zwart dat je als blanke nog niet meer opvalt tussen al die Inlanders!

Iedere een beetje gerenommeerde camping of lodge/hotel heeft een conferentieruimte. Deze zijn vaak erg groot en kunnen grote groepen mensen ontvangen. In Crayfishcamp was een meeting van Tena. Een grote groep dames werd voorgelicht over het gebruik van Tena maandverband en inlegkruisjes.

In Hell’s Gate National Park wilden we met de motor naar binnen. Dit mocht echter niet. Omdat we geen zin hadden om terug te gaan om de truck te halen hebben we bij de ingang mountainbikes gehuurd. Bij de verhuurder nog even navraag gedaan naar grotere zadels, maar die waren er niet! Tussen de zebra’s, antilopen en wrattenzwijnen door bergje op en bergje af gefietst. Na 8 km kwamen we bij een spectaculaire kloof aan. Deze was alleen toegankelijk met een gids. Hier moesten we op onze oude dag regelmatig klimmen en laten zien hoe lenig we nog waren. Na twee uur klauteren kwamen we weer aan bij onze fietsen. De kortste (dezelfde) weg teruggenomen naar de motor waar we hijgend en krakend aankwamen. Dat was onze eerste echte inspanning na 4 maanden en het viel niet mee!

Na 4 dagen met onweersbuien in Uganda zijn we inmiddels ook in Kenia op aardig wat water getrakteerd. Het was de laatste dagen zelfs aan de koude kant waardoor we ons vanaf 17.00 uur in de camper moesten verschansen.
De weg van Lake Naivasha naar Nairobi was erg mooi. We moesten een 1000 meter omhoog om weer op de Arabische slenk te komen. Dit is een bergketen die van de Sinai tot in zuid Afrika loopt en gemiddeld boven de 2000 meter hoog is. In Nairobi eerst geshopt en daarna naar Jungle Junction Camp gereden waar we weer veel overlanders ontmoet hebben. We zijn er gaan eten in een steakrestaurant en daar hebben we de beste kok tot nu toe ontmoet. Een steak onder de 500 gram vond hij een schijfje Carpaccio!

Christoff Handschuh is de Duitse eigenaar van de campsite en heeft er tevens een motorwerkplaats waar hij Keniaanse jongens opleid tot monteur. Hier heeft Ton de motor een beurt laten geven en de begrenzer laten verwijderen. Nu kunnen we weer wheelys maken! Hier ook Germaine en Wim opgepikt. Zij reizen 3 weken met ons mee. Men noemt Nairobi ook wel Nairobbery. De criminaliteit is er erg hoog. We lazen dat er bepaalde delen van Nairobi zijn waar zelfs de taxichauffeurs ‘s avonds en ‘s nachts niet naar toe gaan. Ton is de stad met de motor gaan verkennen. Conclusie: Leven is het meervoud van Lef.

In Nationaal park Tsavo Oost hebben we weer een Game Drive van 2 dagen gemaakt. Voor de 300 km die we er gereden hebben, hebben we relatief weinig wild gezien. De buffel en de zebramangoesten kunnen we aan ons lijstje toevoegen. En natuurlijk de rode olifanten van Tsavo. Omdat de grond rood is en de olifanten zich tegen de zon beschermen met zand wat ze over hun lijf blazen zijn ze rood i.p.v. grijs. Het wachten is op de leeuwen en de luipaarden! We hebben het park aan de westkant verlaten en zijn over een wasbord van 100 km lang naar de kust gereden. Daar hebben we 5 uur over gedaan! Onderweg werden we met de armoede van Oost Kenia geconfronteerd. Een groot contrast met datgene wat we aan de kust tegen kwamen!

Aan de Indische oceaan in Watamu bij het Adventist Beach Resort en Campsite overnacht. Het was een prachtig complex maar wij waren de enigste gasten. Het hotel lag aan een prachtige baai, de Blue Lagoon, welke helaas met eb helemaal leeg stond. Het stand was mooi en deze keer van echt wit zand! Het hotel was van de 7th day adventisten die vegetarisch zijn en geen alcohol nuttigen. We hebben er de eerste avond heerlijk vegetarisch gegeten. De volgende dag hadden we toch zin in een stukje vlees en een alcoholische versnapering bij het eten. We zijn gaan eten in Restaurant Mapango. Toen we de menukaart zagen was het even schrikken. Een voor- hoofd- en nagerecht koste voor ons samen een jaarsalaris van een Keniaan!( 300$ ) Ergens anders naar toe gaan doe je dan niet meer dus maar een wat goedkoper menu uitgezocht. We vonden het Restaurant erg ‘overpriced’ en toen later op de avond allemaal Italianen aan tafel aanschoven bleken we ook ‘underdressed’ te zijn! Soms maak je een verkeerde keuze!

De ruines van de Swahilistad in Gedi bezocht. Ton zag hier vanaf er van uitgaande dat het tegen zou vallen. Dat was dus ook zo. Het was een junglewandeling tussen prachtige grote dikke baobabs (soort boom) en stapels stenen. Ook de vlinderfarm was weer een teleurstelling. Er waren 4 vlinders te zien en verder wat kinderlijke tekeningen met uitleg over de verschillende levensfases van de vlinders. Ton heeft de tijd benut door wat aan de camper te sleutelen wat ook af en toe noodzakelijk is!

Via de kustweg zijn we naar Mombassa gereden. Hier moesten we met het Likoniveer een zeearm oversteken. Omdat het eb aan het worden was, was het een hele belevenis. Eerst moesten de auto’s en vrachtwagens erop, daarna de bromfietsers en fietsers. De oprij platen stonden bijna haaks op de wal dus iedereen moest er diagonaal oprijden. Als laatste werd er een hek geopend en mochten de voetgangers erop. Dit waren er nog honderden en de boot was werkelijk tot het laatste plekje bezet.
In Tiwi-beach hebben we onze laatste stop gemaakt in Kenia. Een paar dagen heerlijk aan het strand gestaan op een mooie camping, Twiga-lodges en Campsite. Hier was het nog lekker rustig. De volgende plaats was Diana-beach alwaar het wat drukker was in en rondom alle super de luxe resorts. Hier zag je niet alleen maar oude (blanke) mannen met jonge (donkere) meiden maar dit keer ook oude (blanke) vrouwen met jonge (donkere) mannen. Na de oase van rust op Tiwi-beach  en Diana Beach zijn we vertrokken naar Tanzania.

Tanzania
De grensprocedure verliep snel en gemakkelijk. In 5 kwartier hadden we alles geregeld, inclusief een visum. We waren natuurlijk wel weer wat dollars lichter. De geasfalteerde weg hield op toen we de grens over gingen. De route was mooi door de bossen; de weg was een gravelweg met diepe gaten en dus minder mooi. Verder waren er veel omleidingen omdat er voorbereidingen werden getroffen om een geasfalteerde weg aan te leggen. De gemiddelde snelheid lag op 20 km per uur. Lekker opschieten dus! Wanneer de weg klaar is weet niemand.

In Tanga hebben we pogingen ondernomen om geld te wisselen. Dit was echter nergens meer mogelijk omdat alle banken en wisselkantoren om 15.30 uur dicht gaan. Je word er van het kastje naar de muur gestuurd. Iedereen wil je helpen en zegt op een of andere manier maar “ja”. Men durft je geen “Nee” te verkopen. Gelukkig konden we wel pinnen en zo hadden we in ieder geval Tanzaniaanse Shillingen. Tanga is de tweede havenstad van Tanzania. Er was voor een havenstad weinig activiteit. De grootste havenstad is Dar es Salam. Dit is tevens de hoofdstad. Deze bezoeken we in oktober omdat we er dan direct wat reservebanden op gaan halen welke we vanuit DLD laten verschepen.

Over een redelijke gravellroad naar Peponi Beach gereden. In Peponi Beach ( www.peponiresort.com) een leuke plek aan zee gevonden. We zijn een dag met een boot weggeweest om te snorkelen. Het koraalrif was erg mooi met veel vissen in allerlei maten en kleuren. Geluncht hebben we op een hagelwit zandeiland. Toen het vloed werd verdween het eiland onder water en moesten we snel met de boot terug naar het vaste land. De boten worden gemaakt van Mangobomen en hebben aan twee kanten een houten drijver zodat ze niet om kunnen slaan. Het lijkt dus meer op een catamaran. Misschien zijn de Mangoboten wel de voorloper van de catamarans! Aan zee was het overigens erg warm. Door de hoge luchtvochtigheid was het flink zweten.

Na 3 dagen Tanzaniaans strand zijn we naar Moshi vertrokken. In Moshi op camping The Honeybadger (www.hbcc-campsites.com) ons bivak opgeslagen. In Tanzania zijn (behoudens in Arusha) geen grote supermarkten meer dus even snel inkopen doen was er niet meer bij. Alles moet weer op de markt, langs de weg of in kleine winkeltjes verzameld worden. De verjaardag van Chantel gevierd door lekker uit te gaan eten in het restaurant van de Honeybadger. Germaine en Wim hadden onze privé tuin versierd wat een extra bijdrage was aan de feestvreugde. De camping ligt aan de voet van de Kilimanjaro. We hadden ‘s morgens het geluk om de Kilimanjaro te kunnen zien. Meestal is deze hoogste berg van Afrika achter de wolken verscholen. Het was een indrukwekkend gezicht om een berg met sneeuw op de top midden in Afrika te zien. Aan de voet van de berg 35 graden warm en dan sneeuw zien; het liefst hadden we naar boven willen rennen! Helaas hadden we er geen tijd voor!

Met de motor is Ton de stallingsplaats voor ‘Dancing King’ al wezen bekijken en daar werd hij erg gastvrij ontvangen door de ‘Nederlandse Farmers’. 22 maart gaan we er naar toe om alles in orde te maken en de 24e worden we door personeel van de farm naar Kilimanjaro Airport gebracht. Onze eerste etappe in Afrika zit er dan weer op!

Chantel had die nacht last gekregen van een wat dik gezicht en was bang voor een of andere ontsteking. Gelukkig had ze geen pijn. De volgende morgen was de zwelling toegenomen en bleef er niets anders over als naar een tandarts te gaan. Via een Duits echtpaar met goede connecties in Moshi het adres van een ‘goede’ tandarts gekregen. Dat is overigens niet zo gemakkelijk want in heel Tanzania zouden maar 7 tandartsen zijn, iets wat we ons moeilijk konden voorstellen. Daar aangekomen sloeg de schrik toch wel toe. De wachtkamer werd multifunctioneel gebruikt. Het was tevens kantoor en inloopruimte voor iedereen; ook voor mensen die er niets te zoeken hadden. In de behandelkamer was het helemaal even flink slikken. De tandartsenstoelen en andere zaken in deze ruimte waren ernstig over de datum.(Zeker 50 jaar oud!) Nadat duidelijk werd dat er in ieder geval wel steriel gewerkt ging worden toch maar aan de behandeling begonnen. Dokter Nduka was erg aardig en werkte met steriele instrumenten en gaasjes. Omringt door 3 assistenten en 4 leerling-tandartsen maakte hij een snee in het abces nadat hij het had verdoofd. Dit gebeurde gewoon met een naald voor intramusculaire injecties wat dus wel even pijn deed! Om een goede afvloeiing van de pus te garanderen deed hij er zoals hij zelf zei een rubbertje in. Dit was een met zorg afgeknipt stukje van zijn latex handschoen wat hij vervolgens in de snee stopte. Zo zie je maar weer hoe je bepaalde dingen multifunctioneel kunt gebruiken. Chantel kreeg een verwijsbrief mee om twee dagen later in de Tandkliniek een foto te laten maken om te kijken wat de oorzaak was van de ontsteking.

De Tandkliniek bleek een onderdeel te zijn van het streekziekenhuis van Moshi. Hier was het vol met mensen die zaten, stonden of lagen te wachten op een consult of behandeling. De ziekenzalen waren grote barakken met wel 40 tot 60 bedden erin. Je keek van buiten zo door de deur de zalen in en zag de zieken in bed liggen. Alles zag eruit zoals we wel eens gezien hadden op het nieuws of in documentaires. Direct was duidelijk dat wanneer er iets aan de tand moest worden gedaan dat daar niet zou gebeuren. We konden nog altijd terug rijden naar Nairobi in Kenia alwaar vele Europese tandartsen een praktijk hebben. De röntgenfoto werd genomen in een vies kamertje met verouderde apparatuur. De foto werd ontwikkeld waar we bij waren en deze kregen we mee om samen met Dr. Nduka te bekijken en de eventuele behandeling te bespreken. In het ziekenhuis was Dr. Nduka niet te vinden en bij veel navragen werden we naar zijn privépraktijk gestuurd in de stad. Daar echter ook geen Dr. Nduka en dus weer terug naar het ziekenhuis. Na een aantal malen het ziekenhuis te hebben doorkruist en in vele ruimtes navraag te hebben gedaan vonden we dokter Nduka na hem gebeld te hebben. Hij zat in een ruimte met 4 tandartsstoelen alwaar assistenten aan de lopende band tanden aan het trekken waren. Nadat dokter Nduka de foto had bekeken zei hij dat dit moest worden behandeld met een operatie en dat we konden beslissen om dat hier of in Nederland te laten doen. We hadden hem al verteld over een week naar Nederland te reizen. (was 3 weken!) De beslissing was niet moeilijk. We wachten tot we in Nederland zijn met een eventuele behandeling. Tot die tijd zal de antibioticakuur wel zijn werk doen! Wij waren in het ziekenhuis de enigste 2 blanken tussen duizenden lokalen wat een vreemd gevoel gaf. We konden ons voorstellen wat de eerste donkere mensen in Nederland hebben meegemaakt.

Terug op de camping zijn we snel in gaan pakken en vertrokken naar Arusha. Op camping Masaicamp neergestreken. Hier hebben we een safari naar Serengeti Nationaal Park en Ngorongoro Game  Reserve geboekt. Om met de Dancing King de parken in te gaan moeten we 300 dollar per dag betalen en dan nog 50 dollar entree per persoon per dag en 30 dollar kampeergeld per persoon per dag. Dat is niet te betalen dus hebben we de truck achter gelaten en zijn per jeep de parken ingegaan. We vertrokken in een safari-jeep, waar het dak van omhoog kon zodat we het wild goed konden zien. Er ging ook een chauffeur/gids en een kok mee. Verder was in de Jeep alles aanwezig om 3 dagen te kamperen. Tenten, matrasjes, kookgerei, etenswaren en water lagen achterin de jeep en boven op het dak.

De safari was fantastisch! We hebben erg veel wild gezien en kunnen weer de nodige nieuwe soorten aan onze lijst toevoegen; gnoe’s, leeuwen, neushoorns, topi’s, eland antilopen, gouden jakhalzen, hyena’s, kroonkraanvogels, koritraps, steenarenden en een luipaard. De eerste dag tijdens de gamedrive in Serengeti waren we getuigen van een jachtpoging van 3 leeuwinnen op een zebra , welke helaas mislukte. We hebben ook veel, heel veel zebra’s, gnoes en antilopen gezien. De veelheid van wild maakte Serengeti indrukwekkend.

We hebben in Serengeti overnacht op een campsite die erg eenvoudig was, geen elektra. hurk wc’s en weinig water. We moesten zelf onze tentjes opzetten. Dat was een paar jaar geleden dat we dat hadden gedaan. Koken werd voor ons gedaan en aan een mooi gedekte tafel werd ons eten door de kok geserveerd. Het eten smaakte prima en na een kop koffie en een borrel tegen de maagpijn zijn we een poging gaan ondernemen om te slapen. De tweede dag na een slapeloze nacht tussen huilende hyena’s kregen we om 6 uur een kop koffie waarna we een gamedrive en daarna een brunch hadden. Vervolgens werden we naar een camping gebracht op de kraterrand van de Ngorongoro.

Dit was de enigste camping op de kraterrand dus het was er vol met tentjes en mensen. Hier hadden we een prachtig uitzicht op de kratervloer en met de verrekijker konden we het wild zien lopen. Tegen het vallen van de avond kwam er een 60 jaar oude mannetjes olifant water drinken op de camping. Hij opende met zijn slurf een watervat en slurpte deze leeg. Iedereen was in rep en roer. Mensen vluchten de wc op om zich te verschuilen, niet wetende dat een olifant van 8 ton zwaar zo de deur kan open maken om uit de wc te gaan drinken. Nadat het donker was kwam de olifant terug. Hij had schijnbaar nog dorst. Met de slurf opende hij ditmaal een kraan om te drinken. We hoorden van onze gids dat de olifant een vaste gast was op de camping. Hij komt bijna elke dag langs om te drinken.

Na weer een slapeloze nacht; ditmaal door de kou zijn we voor een gamedrive de krater in gegaan. Op weg de krater in zagen we eerst een hyena zitten en 2 gouden jakhalzen lopen. Niet veel later liepen er 2 leeuwinnen met 6 welpen. Zij waren op weg naar een waterplas waar zebra’s en gnoes aan het drinken waren. De krater zat vol kuddes met honderden zebra’s, gnoes buffels en leeuwen. We hebben hier ook wel van een grote afstand 5 neushoorns gezien.
De diversiteit van wild op een relatief kleine oppervlakte was adembenemend. De tocht de krater uit was spectaculair. Het was een smal, steil bospad met een prachtig uitzicht op de kratervloer. Nadat we de kampeerspullen en de kok op de camping hadden opgehaald zat de safari er op en werden we terug gebracht naar de camping in Arusha. In een restaurant een pizza gaan eten en toen zonder slaapmutsje naar bed; zo moe waren we!

Onderweg veel Masai en Masai-Manyatta’s gezien. De Manyatta’s zijn een groepje hutten van riet met een afrastering van takken om het wild buiten te houden. In de Manyatta heeft iedere man voor elke van zijn vrouwen een eigen hut. De meisjes wonen bij hun moeders tot ze gaan trouwen. De jongens verhuizen als ze 6 zijn naar de hut van hun vader. Ze zien er erg kleurrijk uit in rode ‘kleding’. De kleur rood staat voor kracht, bloed en moed. De vrouwen dragen veel sieraden om hun hals,armen,enkels en in de oren. Ook de mannen dragen sieraden om de armen, enkels en in de oren. Zowel mannen als vrouwen hebben grote uitgezakte gaten in hun oren. Van oorsprong waren de Masai nomaden die rondtrokken naar de plekken waar eten was voor het vee. Tegenwoordig vestigen ze zich steeds meer op een vaste plaats en trekken alleen de jongens en mannen met het vee rond. De jongens moeten als ze 6 jaar zijn voor het vee zorgen. En die zie je dan ook overal lopen met grote kuddes koeien, geiten en/of dromedarissen. Vee is de enige materiële maatstaf van de Masai voor rijkdom. De koeien worden alleen bij zeer speciale gelegenheden gedood om te eten. Wanneer de jongemannen tussen de 16 en 25 zijn worden ze Morani (krijger). Vroeger moesten ze dat tonen door een leeuw te doden. Tegenwoordig mag dit niet meer. Ze moeten als ze Morani zijn in een speciale mannen Manyatta gaan wonen. Na hun 25ste worden ze ouderling en mogen de mannen trouwen. Hun werk bestaat vanaf dat moment uit het vee tellen. De vrouwen doen het meeste werk in en rond de hut. Hun traditionele eten bestaat uit koeienbloed vermengd met melk. Tegenwoordig wordt dit niet meer veel gedronken en eten ze granen, groenten en fruit. Een nieuwe inkomstenbron voor de Massai zijn de toeristen. Als je hun dorp wilt bezoeken moet je 50 dollar betalen en voor iedere foto moeten ze ook goed geld hebben. Erg jammer, maar wel begrijpelijk! Geen foto’s van Massai mannen en vrouwen van dichtbij deze keer!

Na 3 weken met ons mee te hebben gereisd hebben we afscheid genomen van Wim en Germaine. Wij blijven nog enkele dagen in Arusha waar we ons nog wel een poosje kunnen vermaken. Arusha is de Safaristad van Tanzania en omdat er dus heel veel toeristen komen is er ook veel te doen. We kunnen hier alvast een beetje acclimatiseren Verders moet er nog gesleuteld worden aan de camper en willen we nog het nodige aan spullen kopen die we nodig hebben voor onze ‘bunker’.

Met Jupp en Doro besloten om samen nog een off-roadtochtje te maken bij Lake Natron. Omdat het op een aantal plaatsen al een aantal dagen had geregend, de regentijd was begonnen, was de weg op sommige plekken behoorlijk modderig. Omdat er op veel plaatsen kleigrond is, word het spiegelglad! We konden goed merken dat wij hier speciale banden voor hadden. We hadden veel meer grip als Monster die overal van links naar rechts slibberde. Ook stond de weg of de riviertjes waar we door heen moesten vol met water. Weer een mooie ervaring en geleerd hoe een diepe rivier zonder brug of viaduct door te komen. Helaas brak tijdens  oversteken van een diepe droge rivierbedding  ons chassis, deze was al flink verbogen door het missen van een speedbreaker in Kisumu (Kenia). Gelukkig konden we wel verder rijden omdat we een heel sterk tassenchassis hebben die de boel op zijn plaats houd!

Bij Lake Natron woonde een dokter met een speciale geneeswijze. Denk maar aan een soort Tanzaniaanse Jomanda! Hier gingen dagelijks duizenden mensen naar toe met hoop op genezing. Velen komen echter nooit aan omdat ze onderweg al verongelukken. De weg is onverhard en ontzettend slecht. De gravel is helemaal kapot gereden; diepe gaten; grote stenen en veel bijna niet te nemen rivierdoorwadingen. Vele zitten met twintigen in een oude jeep of met honderden achter op een vrachtauto. Van de snelheid aanpassen aan de situatie hebben ze nog nooit gehoord dus wanneer je dan over de kop gaat of kantelt weet je wat de gevolgen zijn. Wij hebben 7 uur gedaan over het laatste stuk van 80 kilometer en zijn daar minstens 15 gestrande voertuigen tegen gekomen. De inzittenden (overlevenden) zitten dan soms dagen onder een boom te wachten op hulp!

Eindelijk op de verharde weg aangekomen konden we weer goed door rijden. Deze route hadden we al gereden en nu zagen we dat alles veel groener was dan een week geleden. Ook veel waterbekkens en rivieren stonden nu vol water. Het was langs de weg en in de dorpjes een mooie modderboel. Deze keer naar Meserani Snake Park gegaan om aan het weekenddisco gebeuren van het Masai camp te ontkomen. Aan sommige beslissingen kun je merken dat je wat ouder word. Ook op deze campsite alleen maar grote Overlandtrucks die allen van Noord naar Zuid of andersom gingen! Ook hier viel de regen continu met bakken uit de lucht en was het zelfs koud! We zijn dus al weer een beetje voorbereid op het Nederlandse klimaat. Verders wel leuk om ook een deel van de regentijd te hebben meegemaakt. Het is niet te beschrijven hoe snel de het land van ‘dor en geel’ in ‘fris en groen’ veranderd. Wel word het overal een ontzettend zootje en heb je echt laarzen nodig die hier dan ook volop te koop worden aangeboden! Jammer dat wij geen half jaar ‘droog’ hebben gestaan; anders waren we misschien ook nog ‘fris en fruitig’ naar Nederland terug gekomen! Nu zit onze eerste etappe in Afrika er echt op!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *