Wie zijn wij > Reisverslagen > 2017 - 2018 > Ecuador

Ecuador

Peru uitreizen had nogal wat voeten in de aarde. Eerst waren we bij het verkeerde grensgebouw; we moesten 5 kilometer verderop zijn. Hier bleek dat onze camper en motor niet in het douanesysteem waren aangemeld bij het heractiveren van de T.I.P. in Cusco.  We moesten weer terug naar het grensgebouw waar we eerder ook waren zodat deze ons in het systeem konden zetten. Dan konden we worden uitgeschreven. Ook daar was het echter niet mogelijk ons in het systeem te zetten; dit moest door de douane van Cusco worden gedaan. 2400 kilometer terug rijden naar Cusco was voor ons geen optie dus werd er getelefoneerd met de douane daar. Deze gaven aan dat alle papieren gekopieerd moesten worden en dan per mail naar Cusco moesten worden verstuurd.  Dan konden ze daar alles in orde maken. Helaas bleek geen van de kopieerapparaten te werken. Ook na inschakelen van de ICT was er geen kopie mogelijk. Uiteindelijk werden er met een prive smartphone  foto's gemaakt. We kregen uitreisstempels op de beide T.I.P.'s en na een uurtje of 3 konden we weer naar het grensgebouw waar we moesten zijn. Men had ons beloofd om alles achteraf in orde te maken en ons zo snel mogelijk een mail te sturen met een bevestiging dat we ook in het computersysteem waren uitgeschreven. Nu meer dan 3 weken later nog niets ontvangen. Probleem kan zijn dat we bij een eventueel volgend bezoek aan Peru grote problemen krijgen, maar voorlopig gelukkig geen plannen om daar weer naar toe te gaan! Bij de politie de uit- en inreisstempel gehaald en naar de douane van Ecuador om een T.I.P. te halen. Hier bleek dat ze op de inreisstempel niet hadden genoteerd hoeveel dagen we mochten blijven, dus weer terug naar de politie. Na een uurtje was het dan zover en konden we vertrekken. Na 4 kilometer was er echter weer een grote douanecontrole alwaar alles grondig werd gecontroleerd. Na meer dan 5 uur waren we helemaal klaar om Ecuador in te rijden.

In Marachal hebben we boodschappen gedaan bij de Supermaxi, die ook super duur was.  Ecuador heeft geen eigen munt meer en alles moet met US dollars worden betaald. De prijzen lijken ook gekoppeld te zijn aan deze US dollar; we hebben in ieder geval nog nooit zo weinig boodschappen gehad voor zoveel geld. Na de inkopen hebben we aan de Malecon, de boulevard van Puerto Bolivar een overnachtingsplek  met zicht op de grootste exporthaven van bananen gevonden.

Ecuador is een echte bananenrepubliek. Het exploiteert meer dan 4 miljoen ton bananen per jaar. Bedrijven als Chiquita, Dole, Del Monte beheren veel plantages. Ze betalen 3 tot 4 dollar per doos van 18 kilo waardoor de bananenteelt voor deze bedrijven erg winstgevend is. Ecuadors succes in deze sector is grotendeels te danken aan de erbarmelijke werkomstandigheden en de slechte salarissen. De werknemers behoren tot de slechtst betaalde ter wereld, ze verdienen enkelen dollars voor een werkdag van 12 tot 15 uur  en dat omdat wij in Europa zo graag goedkoop onze bananen willen kopen en eten. Ook hiervoor geld dat wanneer wij alleen maar fairtrade  bananen zouden kopen dit de werknemers een eerlijke prijs en een beter bestaan op zou leveren.

De volgende morgen zijn we weer de bergen in gegaan naar Cuenca.  Het eerste stuk reden we alleen maar tussen de bananenplantages.  Overal langs de weg bananen te koop en ook veel verschillende soorten. Er blijken maar liefst meer dan 300 banensoorten te zijn.

Ineens werden we achtervolgt door een motoragent die zich blijkbaar ergens tussen de bananen verstopt had en gezien had dat Ton geen gordel droeg. Toen hij ons uiteindelijk voorbij was en begon te zwaaien hem nog een keer voorbij gereden en snel de gordel omgedaan. Uiteindelijk haalde hij ons weer in en gaf deze keer een duidelijk teken dat we moesten stoppen. Hij gaf direct aan dat Ton geen gordel droeg en dat de bekeuring van $ 50 kostte. Hij pakte zijn bonnenboekje en schreef de bekeuring direct uit! Nee, nee, zei Ton en maakte de nodige excuses, de agent had een heel verhaal waar Ton niets van begreep en die bleef maar excuses maken; Perdone, perdone en nog eens perdone! De agent bleef bij zijn standpunt en tekende uit waar we het proces verbaal moesten gaan betalen. Ton gaf aan geen geld te hebben  waarop de agent vroeg wat hij dan wel kon betalen! Daar hadden we hem te pakken en Ton maakte nogmaals excuses waarop de agent de bekeuring doorscheurde en we mochten doorrijden. Voor hem viel er niets te verdienen en voor ons wel!

Onderweg in de bergen moest er ook getankt worden en dat is hier een feestje! Een liter diesel kost hier maar 23 eurocent. Omdat de camper door de regen en de vuile wegen bijna zwart was De King meteen laten wassen en zo konden we met een schone King weer op weg. Gestaag ging het omhoog tot bijna 2600 meter waar Cuenca ligt. Hier zijn we neergestreken op Camping en Cabana's Yanuncay, wat meer een combinatie is tussen een camping, boerderij, schrotplaats en museum. De eigenaar Humberto spreekt Engels en ook een beetje Duits, hij heeft heel lang als gids op de Galapagos eilanden gewerkt. Hij gaf aan zijn vermogen te hebben opgebouwd door aan iedere Amerikaan een dollar te vragen als ze samen met hem op de foto wilden! Hij kende dan ook van iedere lens het merk camera!

De stad Cuenca is bekend vanwege de Panamahoed of te wel de Sombreros de paja toquilla. Hoeden gemaakt van toquillastro werden al voor de Spanjaarden kwamen gedragen aan de kust van Ecuador. Alleen hun stijl is door de eeuwen heen veranderd. In het begin van de 19e eeuw was Ecuador een deel van Groot Zuid Colombia; een gebied met weinig handel. Een aantal slimme handelsmannen besloten om hun hoeden te verschepen naar Panama, wat ook een onderdeel was van Groot Colombia. Daar werden ze verkocht aan mensen die langs kwamen op weg naar de westkust van Noord Amerika. Daar vertelde ze dat ze de hoed in Panama hadden gekocht. Vandaar de naam Panamahoed! Een foto, waar president Theodor Roosevelt een strohoed met zwarte band draagt wanneer hij bij de  bouw van het Panamakanaal komt kijken zorgde voor wereldwijde bekendheid van de panamahoed.

Cuenca staat  op de werelderfgoedlijst. De binnenstad van deze grote stad is ontzettend mooi. Overal waar je kijkt zie je mooie huizen, kerken en gebouwen met balkons in allerlei kleuren. De dagen dat wij er waren was het een gezellige boel in de stad omdat de Onafhankelijkheidsdag van Cuenca 4 dagen lang gevierd werd. Dit word gevierd met allerlei festiviteiten waaronder optochten met drumbands , veel muziek en in ieder stadsdeel een grote braderie. Naast het bezoeken van de stad waar we meerdere Mercedes vrachtwagens zagen trok Ton de conclusie dat ze hier wel eens een nieuwe voorruit en andere onderdelen konden hebben. En dat bleek ook zo te zijn. De King werd voorzien van nieuwe deurrubbers en een nieuwe voorruit. We reden namelijk al 2 jaar rond met de nodige barsten in de ruit. Nog wat oliefilters gekocht en nadat we ook nog even vliegtickets voor de Galapagos eilanden geboekt hadden waren we weer klaar om te vertrekken.

We zijn naar Ingapirca gereden waar we de enige Inca- en Canarruïnes  in Ecuador bezocht hebben. Hier ook overnacht en van daaruit weer via een mooie route door de bergen naar Guayaquil. De route ging eerst door een soort alpenlandschap om vervolgens via een weelderige bosrijke omgeving af te dalen naar zeeniveau waar de eindeloze bananen, palmolie en suikerrietplantages weer begonnen.
 
In Guayaquil aangekomen moesten we een parkeerplaats zoeken om de King voor 12 dagen achter te laten. Guayaquil is de grootste stad van Ecuador met 2,3 miljoen inwoners. De parking was op zich snel gevonden maar volgens de GPS was de ingang ergens anders en toen we er voorbij reden konden we niet meer terug. Omdat het overal eenrichtingsverkeer was moesten we een berg op welke erg stijl en smal was en vol met s-bochten waarop we meerdere malen moesten steken! Na een half uurtje slingeren, stijgen en dalen kwamen we weer op een grote weg uit. Besloten om naar een andere parking te rijden welke groter zou zijn. Deze was snel gevonden en we konden de camper hier achterlaten en ook  kamperen. De parking is van Hostal Macaw, maar gehuurd door Ecuadorianbus Charter S.A. welke van een Belg is. Hij begreep er niets van hoe iedereen hier op deze parking terecht kwam. Uitgelegd dat de meeste reizigers gebruik maken van Mapsme en IOverlander en dat de parking daarop vermeld stond als camping, annex stallingsplaats! Hierop direct naar het kantoor om op de computer te kijken waarna duidelijk werd hoe iedereen daar terecht kwam!

De laatste dag voor ons vertrek naar de Galapagos eilanden nog een dagje Guayaquil in gegaan. Ze hebben hier een prachtige boulevard, Malecon 2000 genaamd. Hier heerlijk lopen flaneren om vervolgens de sightseeingbus te nemen om in een keer de hele stad te kunnen bezichtigen. Midden in de stad kwamen we erg verrassend uit bij een park waarin Iguana's leefden.

De Galapagos Eilanden:
Na een rustige vlucht kwamen we rond de middag aan op het eiland Baltra. Met een bus en veerboot kwamen we op het eiland Santa Cruz om daar weer met een bus in 40 minuten naar Puerto Ayora te rijden. Hier hadden we snel een goed hostal gevonden voor een redelijke prijs. Aan de kustlijn en de boulevard was van alles te beleven. We zagen er veel zeeleguanen, pelikanen, baby Galapagos haaien en goudroggen. Ook liepen er overal Sally lightfootkrabben op de rotsen en overal lagen zeeleeuwen te luieren. Het leven op de Galapagos is erg duur dus ons ontbijt telkens  in de winkel gekocht en verder de eettentjes uitgezocht waar de lokale mensen ook gaan eten. De prijzen hier op de eilanden zijn gemiddeld 60% duurder dan op het vasteland waar alles ook al erg duur is!

De volgende dag zijn we naar het Darwin centrum geweest, waar reuze schildpadden worden gefokt om hun aantal weer op peil te brengen. 's Middags met de watertaxi naar Las Grietas gevaren en daar gewandeld en gezwommen. Het is een kloof in de lavakorst waar je in kunt zwemmen en snorkelen. Toen we terug kwamen flink geshopt om een lastminute cruise te vinden. Uiteindelijk een zesdaagse cruise gevonden welke een tour maakte rond de eilanden Isabela, San Fernandino, Santiago, Rabida en Seymour Northe.

Omdat we nog een dagje moesten wachten een excursie met een taxi gemaakt naar het Galapagos schildpadden fokcentrum El Chato. Dit was inclusief een wandeling door een lavatunnel en een bezoek aan de kraters Los Gemelos. De schildpadden die enorm groot waren kunnen wel 1.50 lang en 250 kilo zwaar worden. Ze worden tussen de 150 en 175 jaar oud. Omdat ze bijna uitgeroeid waren worden ze nu gefokt en na 8 jaar weer op de eilanden van oorsprong uitgezet. Ze waren bijna uitgeroeid omdat de mensen ze tot de jaren 50 gegeten hebben.

De cruise was een afwisseling tussen iedere dag  wandelen op een eiland, een boottochtje in de zodiac en snorkelen. Dit soms meerdere malen per dag. 's Nachts werd er over het algemeen gevaren om op een andere plaats te komen.. We hebben veel mooie en bijzondere dieren en ook afwisselende landschappen gezien met o.a. Pahoehoe en aolava, natuurlijke bruggen, getijde pools en lavacactussen. Onder het varen zagen we een walvis en veel dolfijnen. Op de eilanden zaten veel zeeleeuwen, zeeleguanen, landleguanen, Sallylightfootkrabben, flightless aalscholvers, pelikanen, blauwvoetgenten, Nascagenten, reigers, arenden, fregatvogels en allerlei zeemeeuwen. Het is hier voorjaar dus vaak zagen we de vogels op hun nesten met jongen. De onderwaterwereld was iets heel speciaals! Met snorkelen zwommen zeeschildpadden en zeeleeuwen om ons heen. Verder zagen we grote scholen met allerlei mooi gekleurde vissen en op de bodem lagen roggen en mooie zeesterren. Ook kwam een wittip rifhaai even onder ons door zwemmen. Na zes fantastische dagen met leuke medepassagiers kwam er een einde aan de cruise.
 
Omdat we nog 4 dagen over hadden voordat ons vliegtuig weer vertrok nog een uitstapje gemaakt met een speedboot naar het eiland San Christobal. Hier zijn we 2 nachten geweest en hebben daar een flinke wandeling gemaakt naar Cerro Tijeretas. De volgende dag samen met een Canadees en een Duitse dame nog een excursie over het eiland gemaakt naar El Junco, een krater vol zoet water en vervolgens wederom naar een schildpadden fokcentrum en als laatste stop Puerto Chino een prachtig strand waar weer zeeleeuwen lagen te zonnen en je vanaf een bergtop de zeeschildpadden kon zien zwemmen. Na 2 dagen weer met de speedboot terug naar Santa Cruz en na een heerlijk verjaardagsdiner met kreeft als hoofdmenu nog een lekker pintje gepakt en daarna lekker gaan slapen in het voor ons inmiddels bekende hotel. De volgende ochtend weer vroeg op om op tijd te zijn voor de vlucht naar het vaste land. We hebben genoten van 12 heerlijke dagen op een unieke plaats zijn op deze aardbol!

We zijn nog twee dagen in Guayaquil gebleven om de was en boodschappen te doen. Ook hebben we er de website en facebook bijgewerkt omdat het een van de betere plaatsen was met goed internet. Daarna weer vertrokken uit deze grote stad die behalve een goede veilige plaats om de camper achter te laten weinig te bieden had.
We zijn richting de kust gereden om nog een weekje lekker van verse vis en de stranden te genieten.

Aan de kust aangekomen viel het vinden van een plaats om te overnachten vreselijk tegen. Een groot deel van de kust was volgebouwd met restaurants aan het strand zonder noemenswaardige parkeerplaatsen. Uiteindelijk net buiten Montanita een plaats op een grote parking gevonden. Over het strand naar het dorp gewandeld, waar alles was afgestemd op jongeren en hippies. Het was een déjà vu van de jaren 60! Heerlijke weetluchten en overal hippies die iets te koop aanboden om de volgende dag weer nieuwe weet te kunnen kopen of om verder te reizen!
 
De dag erna weer verder en in Puerto Lopez een mooi plekje aan de noordkant van het stadje gevonden met uitzicht op zee en schaduw van een palmbomenbosje. Hier wandelingen langs het strand gemaakt en diverse keren grote garnalen gekocht en culinaire hoogstandjes uitgehaald om ze te bereiden! Aangezien we onderweg veel garnalenfarms hadden gezien betwijfelden we of ze uit zee kwamen, maar niettemin smaakten ze heerlijk.
 
Na 4 dagen hadden we het hier ook wel weer bekeken en gingen weer op weg naar het volgende dorp. Dit plaatsje en ook de rest van de dorpen aan de kust vielen wederom tegen en zo kwamen we al snel uit in Montecristo, het centrum van de panamahoed. Hier zou je de maak van de super fijn geweven hoeden in diverse stadia kunnen zien. Wij hebben alles afgestruind maar konden maar 2 winkels ontdekken waarin je de eindstadia van het maken kon zien en waar je de hoeden ook kon kopen. Verder was het een druk stadje waar de gehele week een grote markt was, maar waar verder niets te beleven of te zien was. Na een parkeerplaats bij het stadion gevonden te hebben lekker rustig kunnen slapen en de volgende ochtend maar weer snel verder de bergen in!

Onderweg de banden aan de rechterkant laten wisselen. Een klusje wat Ton na vijf breuken ondertussen maar aan anderen overlaat. Amper weer vertrokken mistten we een hoge verkeersdrempel (MURO) en werden we gelanceerd om vervolgens weer hard neer te komen en nog een aantal malen na te stuiteren. Gelukkig was er deze keer niets kapot aan de King dus de aangebrachte versteviging van het chassis door CEHO in Mill is bij deze goedgekeurd! Wij vlogen vanuit onze stoelen tegen het dak en buiten 3 dagen pijn in de rug was dat de enige schade! We waren weer eens met de neus op de feiten gedrukt om nog attenter te zijn op al die verschrikkelijke drempels die ze hier op de meest onnozele plaatsen op de weg hebben liggen, soms wel soms niet aangegeven en soms wel en soms niet goed zichtbaar.
Na een overnachting bij een restaurant met zeer vriendelijke eigenaren zijn we naar laguna Quilotoa, een mooi blauw/groen kratermeer op 3850 meter hoogte gereden. Vanuit hier wilden we de Quilotoaloop gaan rijden maar er werd aan gegeven dat de weg heel erg slecht was dus besloten om hier, ook gezien de last van de rug, maar vanaf te zien. Over de Panamarican die soms 8 baans was via Latacunga en Ambato doorgereden naar Banos een stad met thermaalbaden op een hoogte van 1850 meter. Helaas konden we hier nergens parkeren! De straten waren te smal en het was er overal verboden voor vrachtwagens! Gezien onze niet al te positieve ervaringen met het negeren van deze verboden maar verder gereden.
 
Het Pastazadal was prachtig maar ook erg toeristisch. Meteen na Banos waren er volop activiteiten voor de durfals onder ons. Men kon overal met gondels (tarabitas) naar watervallen aan de andere kant van het dal welke soms wel 500 meter lang waren. Ook kon men er wildwaterraften, kanoën, van bruggen springen( puenting), bergen beklimmen, mountainbiken en nog veel meer. Er was dus van alles te doen, maar een fatsoenlijke parkeerplaats konden we nergens vinden. Middels een aantal tunnels die zo lek waren dat je er de ruitenwissers in aan moest zetten daalde de weg hoog boven de rivier de Pastaza richting het Amazonegebeid. In Puyo overnacht om de volgende dag door te rijden naar het jungledorp Misahualli. Onderweg zagen we naast grote palmolie en cacaoplantages ook veel van de ontbossing die hier volop gaande is.

In Misahualli bleken we voor de lodge waar we heen wilden gaan aan de verkeerde kant van de rivier de Napo te zijn. Helaas was de brug niet toegankelijk voor ons omdat er een hoogtebeperking was aangebracht. Soms zit het mee en soms zit het tegen. Na de tegenvallende kust, de tegenvaller in Montecristo, het missen van de verkeersdrempel, het niet kunnen rijden van de loop, het niet kunnen gaan relaxen in de thermaalbaden in Banos en het nu niet kunnen parkeren bij de lodge zat het eindelijk weer mee! Niet ver van het dorpsplein af vonden we een plekje aan de rivier waar we mooi konden staan. Bij het hostal tegenover mochten we tegen een kleine vergoeding gebruik maken van het zwembad. Hier hebben we dan ook regelmatig gebruik van gemaakt omdat het hier in de Amazone erg warm is bij een  luchtvochtigheid van 94%.

Misahualli is ook bekend vanwege zijn dagboottochtjes. Dus na wat navragen bij verschillende reisbureautjes en veel onderhandelen besloten om ook een boottochtje te maken. De volgende dag  stroomafwaarts naar een museum gevaren waar we uitleg kregen van medicinale planten en bomen. Ze hadden er een verzameling gebruiksvoorwerpen van voornamelijk vallen om dieren te vangen. Ton die vroeger regelmatig met zijn vader en ooms ging stropen herkende ze allemaal! Na nog wat zielig dieren te hebben bekeken weer in de boot om naar een indianengemeenschap te gaan. Deze gemeenschap was erg op de toeristen ingesteld. Voor een dansje moest extra worden betaald evenals een reiniging door een sjamaan of uitleg hoe jungle gerechten werden gemaakt. Voor een dansje op traditionele muziek moest 10 dollar extra betaald worden! Ton de onderhandelaar liet ze dansen voor vijf dollar! Nog nooit hebben we zo een chagrijnige band en dansgroep gezien!  Na een ronde door de souvenirkraam vonden we het wel voldoende en na 2 uur waren we weer terug in Misahualli. Daar kwamen we regelmatig de lui van de andere reisbureautjes tegen. Waren ze eerst heel vriendelijk; nu werd er nog geen goedendag meer gezegd. Wat een verschrikkelijke poppenkast is het in zo'n toeristisch dorp!

Na 3 dagen zijn we weer verder gegaan. Na in Tena wat inkopen te hebben gedaan zijn we verder de Amazone ingereden naar Coca  (Puerto  Francisco de Orellana) Het eerste gedeelte van de route was nog bergachtig met prachtige uitzichten op de dalen en de rivieren. Toen we de bergen verlaten hadden werd het saai met veel houtkap en plantages voor palmolie en cacao. In Coca, een stad waar drie grote rivieren samen komen was het nog warmer en vochtiger als in Misahualli. De stad heeft als je geen jungletocht wil maken niets te bieden. We hebben er wel een goede pizzeria gevonden waar we een  heerlijke pizza hebben gegeten. Ook nog even een kleine dierentuin bezocht waar we dan eindelijk de jaguar zouden zien! Het was echter geen jaguar die er rondliep maar een ocelot. Na twee dagen weer verder richting Lago Agrio. De route naar Lago Agrio stond in het teken van de oliewinning. Overal veel groot materiaal langs de weg en veel oliepijpleidingen. De oliepijpleidingen moeten de gewonnen olie over de Andes heen transporteren zodat deze verwerkt kan worden. Buiten Lago Agrio bij restaurant Kuri Allpa met 2 zwembaden een fijn plekje gevonden waar we ons in de zwembaden regelmatig konden afkoelen. Sinds we in het Amazonegebied waren hadden we elke namiddag stevige tot zeer heftige tropische onweersbuien gehad. Zoveel regen in zo'n korte tijd hebben we nog niet vaak meegemaakt evenals de inslagen van het onweer. Iedere avond viel door het onweer in de gehele stad het licht uit en zo werden we genoodzaakt om ons eten in het restaurant bij een romantisch kaarslicht te nuttigen!


Vanuit Lago Agrio zijn we weer de bergen ingereden naar Baeze waar we net voor het stadje een plekje aan een riviertje vonden waarin ze natuurlijke zwembaden hadden gemaakt. We merkten direct dat we weer op 2000 meter hoogte zaten en de warmte was weer goed te verdragen nu de luchtvochtigheid beduidend lager was. Nu het weer koeler was kon er ook weer even geklust worden aan de King. Af en toe moet het oliepijl in de vooras, achteras en versnellingsbak ook gecontroleerd worden. Tijdens dat klusje brak er een sleutel af en bezeerde Ton zijn elleboog precies op de plaats waar deze al een keer gebroken was waardoor we genoodzaakt waren om een dagje langer te blijven. Dat was op zich geen straf bij mooi weer, zwemwater voor de deur en heerlijke koele nachten. De volgende ochtend viel de schade aan de elleboog mee en zijn we naar Papallacta gereden. In Papallacta zijn we naar de mooiste thermaal baden van Ecuador geweest.  Ze liggen hoog in de bergen op 3350 meter en hebben baden van heerlijk warm water van 42 graden.  Na twee uurtjes waren we weer schoon en zijn we verder gegaan.

 Via de Papallactapas van 4050 meter hoogte zijn we naar Quito gereden. De route was weer prachtig. In Tumbaco, een voorstad van Qiuto bij Arie's bikecompagnie een plek gevonden om te staan. Arie komt oorspronkelijk uit Nederland en bied "kamperen" aan in zijn tuin. Arie heeft ook cabana's en verzorgd mountainbiketours in Ecuador. Zijn vrouw Maria runt een pizzeria in Tumbaco waar we dezelfde avond  door Arie mee naar toe zijn genomen om een heerlijke pizza te eten. De volgende dag met Arie als gids de historische binnenstad van Quito bezichtigd. Nog twee dagen bij Arie gebleven om gebruik te maken van de wasmachine zodat we weer verlost zijn van al het amazonezweet!

Voordat we weer verder gingen bij een kleine garage die door Arie was aanbeloven de auto aan de onderkant  schoon laten spuiten om daarna alles door te laten smeren. Dit werd zeer grondig gedaan en voor een prijs welke lager was dan het vet dat Ton zelf normaal nodig had om de auto door te smeren!
 
Onderweg naar Otavalo zijn we voor de derde keer deze reis de evenaar gepasseerd en vanaf nu blijven we weer op het noordelijk halfrond. In Otavalo vonden we een parkeerplaats midden in het centrum waar we ook mochten overnachten. We hadden niet al te best  geslapen doordat men rond middernacht begon met het opbouwen van de markt iets wat de gehele nacht door ging. Otavalo staat bekend om zijn indianenmarkt op zaterdag. Uit de weide omgeving komen indianen hun spullen verkopen of groots inkopen doen op deze grote regiomarkt. Vroeg opgestaan en om 6 uur zijn we eerst naar de veemarkt geweest even buiten de stad.  Er werden koeien, paarden, geiten, schapen, varkens, allerlei pluimvee, cavia's en konijnen aangeboden door zeer kleurrijke mensen. Naast het feit dat er ontzettend veel verhandeld werd zagen we helaas ook het nodige dierenleed. Vervolgens zijn we naar de markt in het centrum gegaan waar veel vers fruit en groente te koop was en waar we het nodige van ingeslagen hebben. De nachttemperaturen variëren hier weer tussen de 5 en de 10 graden dus groenten en fruit blijven weer langer vers. Het toeristische gedeelte van de markt was wel weer leuk om te zien maar al snel zagen we overal hetzelfde aanbod en de prijzen vonden we erg hoog. Met het vooruitzicht van een goedkoper Colombia hebben we op een mooi authentiek muziekinstrument na niets gekocht.  Tegen de middag hadden we het wel gezien en zijn we vertokken richting een mooi meer.
 
Onderweg er naar toe hebben we nog het El Condor park bezocht, een opvangcentrum voor roofvogels welke wanneer het kan weer terug geplaatst worden in de natuur. Het park wordt door een Nederlander gerund met geldelijke ondersteuning van de postcodeloterij. Het park was bereikbaar via smalle bergweggetjes met diepe gaten en watersleuven en natuurlijk weer erg hoge stijgingspercentages. Na op de heenweg het idee te hebben gehad om gelanceerd te worden had Chantel op de terugweg het idee nooit meer thuis te komen! Weer een argument om bij aankomst aan het meer een flinke borrel te pakken. In het park waren maar 2 condors , enkele arendsoorten en uilen. We weten niet met hoeveel geld de postcodeloterij ondersteuning bied, maar met een entree van 9 dollar en het bezoek van regelmatig volle toeristenbussen, die natuurlijk een andere toegangsweg rijden als wij, moet onze Hollander er toch zeer riant van kunnen leven!

Het weekend hebben we doorgebracht aan Lago Pablo, bij Parque Acuatico Araque, waar ook de lokale bevolking het weekend door brengt. Zij genieten van eenvoudig vertier zoals een rondvaart op het meer, rondje paardrijden en lekker eten in de comida's . Als we zoiets van dichtbij meemaken is het voor ons ook genieten! Hoe gelukkig kunnen mensen zijn met zo weinig!  Comida's zijn hier allemaal verschillende keukentjes in een groot gebouw meestal gerund door de plaatselijke huisvrouwen die er een centje aan bijverdienen. Je kunt er goed en goedkoop eten.  Na het weekend verder gereden naar Cotacachi,  de leerstad van Ecuador. Al het leer wat in Ecuador wordt verkocht wordt hier in fabriekjes en ateliers gemaakt. In het dorp zelf bestond de hoofdstraat uit een aaneenschakeling van lederwinkels. Gekeken of we niets moois tegen kwamen, maar datgene wat we zagen was niet onze smaak of veel te duur. In een comida (eetgedeelte) in de markthal gegeten en daarna doorgereden naar Finca Sommerwind in Ibarra.

Op de camping van Finca Sommerwind zijn we een weekje gebleven en hebben hier ook de kerstdagen door gebracht. Eigenlijk wilden we na een paar dagen verder reizen naar Colombia, maar berichten over zeer lange wachttijden aan de grens doordat er ontzettend veel vluchtelingen vanuit Venezuela aan beide zijden de grens over wilden heeft ons doen besluiten om pas na de kerst aan het grensgebeuren te beginnen. De week hebben we ingevuld met wat rond toeren in de bergen op de motor, de stad bezichtigen, kerst inkopen doen en enkele malen heerlijk uit eten bij de chinees. Op kerstavond hebben we gezamenlijk met alle campinggasten gegeten. Het gezelschap was zoals de laatste jaren gebruikelijk weer internationaal; Duitsers, Nederlanders, Amerikanen, Italianen en Canadezen. De conversatie verliep dan ook in het Engels en het Duits. Patricia, de eigenaresse van de camping had de gezamenlijke inkopen gedaan en allemaal samen hebben we er een geslaagde avond van gemaakt.

De laatste dag in Ecuador hebben we doorgebracht  in de grensplaats Tulcan. Tulcan is bekend om zijn schitterende begraafplaats met prachtige tuinen.  De geurige cipressen zijn zorgvuldig gesnoeid in verschillende figuren en patronen, waaronder Arabische palmbomen, Egyptische zuilen, Incatrapezoïden en formele Franse lijnen. In een zijstraatje langs de begraafplaats overnacht en de volgende ochtend vroeg op om op tijd aan de grens met Colombia te zijn.

 

  
Powered by CMSimple