Wie zijn wij > Reisverslagen > 2016 - 2017 > Bolivia

Bolivia


Aan de grens kregen we alleen de TIP (Temperary Import Paper). Men zag direct dat we al een keer in Bolivia waren geweest.  Lekker makkelijk dacht de ambtenaar en printte meteen een nieuw exemplaar. Helaas stond hier het oude paspoortnummer van Ton op en moest er toch nog het nodige veranderd worden. Het is overigens de eerste keer dat we meemaken dat een computersysteem gekoppeld is en dat gegevens ook zijn opgeslagen!  Na een half uurtje konden we weer verder richting  Ibibobo waar de immigration zich ergens gevestigd had. Na veel zoeken en vragen uiteindelijk gevonden. Deze zat verstopt in een klein bouwvalletje achter een dikke boom vol blad. Na het invullen van de bekende grensformuliertjes kregen we onze stempels in de paspoorten. De zwetende ambtenaar wees ons op een verkeerde datum op de TIP; hier stond als inreisdatum 27 oktober op en het was vandaag 1 november. We zouden dus even 60 km terug moeten rijden voor een TIP met de juiste datum. Aangegeven dat we dit niet deden en dat de betreffende ambtenaar was vergeten de goede datum op zijn stempelmachine te zetten. Het was niet onze fout!  Gelukkig liet hij het hierbij en met weer een extra stempel op de TIP met de goede datum konden we verder. Waarschijnlijk wilde hij ook weer snel naar buiten om onder de boom verkoeling te zoeken. Het was namelijk nog steeds boven de 40 graden!

In Boyuibe zijn we gestopt en hebben op het dorpsplein overnacht. 11 maanden geleden waren we ook hier en toen was het een en al rust. Nu was er een festival ter ere van Fatima uit Portugal. Er waren optredens van allerlei artiesten en verenigingen uit het dorp. Heel het dorp liep op hun zondags rond te paraderen en gingen af en toe naar de muziek kijken, welke je in het gehele dorp kon horen! Deze stond ontzettend hard en had ook nog verschillende echo's zodat je 3 keer kon genieten! We dachten op tijd te gaan slapen,maar daar was dus geen sprake van! Tegen 24 uur begon het vreselijk te stormen en te onweren en hield de muziek er mee op. De rust in het dorp was snel terug gekeerd en eindelijk konden we gaan slapen. De hele nacht heeft het gestormd en overal zag je felle bliksemschichten. Er viel echter geen druppel regen!Omdat we met alle dakluiken en ramen open sliepen en de storm natuurlijk ook het nodige zand op blies werden we 's morgens met knarsende tanden wakker in een zandbed!

Tijdens het ontbijt zagen we al vele mensen lopen met kunststof bloemen kransen! Twee november is het Allerzielen en dat is hier in Bolivia een grote feestdag. We zagen overal langs de weg de nep bloemenkransen in allerlei kleuren te koop. De mensen gingen naar de kerkhoven om de graven van hun overleden familieleden mooi te maken met de bloemenkransen. Er werden ook stoelen en eten meegenomen en zo brachten ze een aantal uurtjes op het kerkhof door. Wanneer iemand was overleden door een ongeluk en er een herdenkingsmonumentje langs de weg stond dan werd er herdacht en gegeten op die plaats langs de weg. Bij de kerkhoven was het telkens zo ontzettend druk dat we regelmatig moesten stoppen of file moesten rijden. Hierdoor hebben we onderweg naar Samaipata op een camping in Cuavas overnacht.

De volgende morgen zijn we nog even naar de watervallen wezen kijken met hun natuurlijke zwembaden. Ook hebben we er de camper maar weer eens even goed schoon gespoten alvorens weer verder te gaan. Onderweg word veel fruit te koop aangeboden door de lokale fruittelers dus deze keer maar even lekker gezond ingekocht! Onderweg naar de camping kreeg Ton last van fantoom pijn!!!!???? Hier was de ellende vorig jaar begonnen alvorens hij in het ziekenhuis terecht kwam en we de reis moesten onderbreken.
 
Op de camping in Samaipata aangekomen werden we hartelijk ontvangen door de medewerkers. Velen vroegen hoe het met Ton ging. Ze waren het dus nog niet vergeten. Blijkbaar was die periode voor hen net zo spannend geweest als voor ons. We hebben er 4 heerlijke dagen doorgebracht met onder andere klussen en het zandvrij maken van de King. De tweede dag kwam er nog een grote truck de camping oprijden. Het bleken Mark en Barbara uit Zwitserland te zijn. Twee jaar geleden hebben we hen op het schiereiland Valdez al een keer ontmoet. Na twee jaar was er het nodige te vertellen. Natuurlijk ook even bij Pieter en Marga aan geweest, de inmiddels oude eigenaars van La Vispera want ze hebben het hele gebeuren kunnen verkopen. Vorig jaar hebben ze ons zo geweldig geholpen en ook zij waren erg blij ons weer in goede gezondheid te ontmoeten! De laatste dag zijn we op de motor naar El Fuerte gereden zo'n 6 kilometer ten zuiden van Samaipata. Dit is een pre-inca ceremoniŽle plek. Voor welk volk en voor welke doeleinden deze plaats hoog in de bergen is gecreŽerd is niet duidelijk.  Het is een stuk rots op 1990 meter hoogte waarin allerlei figuren en nissen zijn uitgekapt. We hebben er een mooie wandeling gemaakt en het van alle kanten bekeken.
 
De Ruta del Che was het volgende doel. In Vallegrande is een nieuw Memorial gebouwd maar dat is nog niet geheel klaar. We mochten er toch even kijken en wat foto's maken. Vanaf hier hield ook de verharde weg op. Tot aan La Higuera 60 kilometer verder hebben we een hele middag gereden. Prachtig door de bergen en over passen van wel 3000 meter hoog slingerde de weg zich langs de bergwanden en over vlaktes. Met soms uitkijkjes (ravijnen)van een wel 1000 meter diep. Tegen het eind van de middag kwamen we aan in La Higuera, een dorpje met niet meer dan 50 inwoners. We hebben op het enigste vlakke plekje recht voor het museum geparkeerd voor de nacht. Veel beelden van Che, een herdenkingsplek  en overal tekeningen en teksten van en over Che maakten het Efteling gehalte in het dorpje erg hoog! Omdat er in het hele dorp geen licht was hadden we met de mevrouw van het museum afgesproken om het de volgende morgen om 8.00 uur te komen bekijken. Nadat het echt donker was, was het ook echt donker en bleken wij de enigste te zijn die nog verlichting hadden! Omdat we het een beetje gÍnant vonden zijn we ook maar vroeg onder de dekens gekropen!
 
In 1967 is Che samen zijn compagnons gevangen genomen in de El Churo kloof. De mensen die er woonden begrepen de boodschap van Che niet. Men sprak hier toen veelal Quechua en Che sprak Spaans. De mensen waren bang van de guerrilla's en hebben ze verraden aan de regeringstroepen. Che is toen vastgezet in het schoolgebouw van La Higuera tot hij op 8 oktober is geŽxecuteerd. In Vallegrande is hij in het wasgebouw van het lokale ziekenhuis aan de internationale pers getoond en toen in een massagraf begraven.  Na 30 jaar is zijn lichaam opgegraven en herbegraven op Cuba. Op 8 oktober komen er veel Bolivianen naar La Higuera om Che te herdenken.
 
Toen we de volgende morgen het museum hadden bezocht en een uitleg hadden gekregen van een oud mannetje welke toentertijd ook al hier woonde en alles van dichtbij had meegemaakt weer vertrokken om de laatste 140 kilometer over de piste door de bergen af te leggen.  Het was weer een dag van dalen en klimmen, maar zeker de moeite waard. De uitzichten waren spectaculair en de natuur afwisselend. Juist voordat er een hoosbui met onweer los barstte hadden we de teerstraat bereikt en hadden we voor de nacht geparkeerd op een pleintje in Tomina. Tijdens de hoosbui daalde de temperatuur maar liefst 15 graden en toen het na een uurtje weer droog was en het heerlijk was afgekoeld zijn we het dorpje nog even gaan verkennen! De volgende morgen vroeg op, want om 5 uur begint het leven hier weer!
 
Op weg naar Sucre onderweg nog een keer kunnen tanken met  jerrycans voor de Boliviaanse prijs. In Sucre aangekomen moesten we in de spits op zoek naar onze overnachtingsplaats. De straatjes gingen erg steil omhoog en omlaag en werden steeds smaller. Toch op de plaats aangekomen waar we wilden parkeren. Barbara en Mark stonden er ook dus de camper tegen die van hun aan geparkeerd. Zo was wel de halve rotonde afgesloten maar dat is hier in Bolivia geen probleem!  We zijn 's avonds met zijn allen uit gaan eten bij "La Taverne". Ze hadden een Franse keuken en het eten was dan ook voortreffelijk.  Ook al even wat cultuur gesnoven in het mooie centrum. De volgende morgen gingen Barbara en Mark weer verder en zijn wij de stad gaan bekijken. Sucre heeft een prachtig mooi centrum, wat op de wereld erfgoedlijst van UNESCO staat. Ook de markt was weer een hele beleving. We hebben er genoten van de diverse mensen met hun kraampjes en koopwaar. Sucre is een prachtstad met prachtige vriendelijke mensen. Ondanks dat het ons erg beviel de volgende morgen al weer vroeg op weg naar Potosi!

Potosi is de grootste stad ter wereld welke op 4000 meter hoogte ligt. De stad is vooral bekend vanwege de mijnbouw in de berg Cerro Rico op 4850 meter hoogte. Er wordt tin, zink, lood en wolfram gewonnen. Potosi is tegen de Cerro Rico aangebouwd. We kwamen via brede straten de stad in en hadden via kleine straatjes de plaats waar we veilig zouden kunnen overnachten snel gevonden. Helaas waren ze aan de straat aan het werken en was deze aan beide kanten afgesloten. We reden al door straatjes waar vrachtverkeer verboden was en via een omleidingroute werden we gedwongen om door nog smallere straatjes te rijden. Deze werden steeds smaller en drukker. Ondertussen de coŲrdinaten van een mogelijke andere plaats ingebracht, maar in de smalle straatjes met de hoge gebouwen was er af en toe geen satelliet ontvangst en moesten we maar op goed gevoel richting een bredere straat. Op een gegeven moment kwamen we uit bij een overdekte markt. Overal geparkeerde auto's waar het niet mocht en een grote mensenmassa. Ons hier doorheen gewrongen met links en rechts millimeterwerk. Om de hoek om te kunnen gaan moesten we eerst 3x terug steken om de bocht te kunnen nemen. Daarna moesten de spiegels ingeklapt worden om langs alle obstakels te rijden met  aan beide kanten maar een paar centimeter over. Het kostte de nodige zweetdruppels voor we weer op een bredere straat terecht kwamen en even konden parkeren om te bekijken hoe we verder wilden. Na 2 uur rondrijden en nog geen parkeerplaats gevonden te hebben om de stad te gaan bezichtigen en om te overnachten besloten om verder richting Uyuni te rijden.

De route naar Uyuni was schitterend. Over passen van 4500 meter, mooie uitzichten en prachtige natuur op een goede teerweg was het genieten. In plaats van koeien liepen de lama's inmiddels te grazen langs de weg. In de buurt van Uyuni zagen we ook een aantal malen de vicuna's ( de kleinste lamasoort die nog in het wild leeft). Onderweg kwamen we warm waterbronnen tegen. We waren na alle stress wel aan een lekker warm bad toe. Bij de baden aangekomen waren de dames uit het drop hun was hier aan het wassen. Super luxe hier de was doen in water van 35 graden. Wij hadden geen zin om tussen de dames en het zeepsop te gaan poedelen, dus maar verder gereden naar Uyuni.

Uyuni is een bijzondere toeristische  stad. Een stad midden in de woestijn en aan de rand van het beroemde zoutmeer Salar de Uyuni. We vonden een prima overnachtingsplaats voor hotel Tonito en voor de ingang van een kazerne. Uyuni staat geheel in het teken van "de Dakar". Op ieder huis en woning staat wel de nodige reclame over de Dakar Rally en de sponsors! In Uyuni zijn we een paar dagen gebleven om aan de hoogte te wennen. Uyuni ligt op 3700 meter hoogte  en als ex rokers hadden we last van kortademigheid bij de minste inspanning! Nadat we voldoende brood, groente en fruit hadden ingeslagen zijn we vertrokken om via het Salar de Uyuni en het Reserva Eduardo Avaroa richting Chili te rijden. Het Salar de Uyuni  is het grootste en hoogst gelegen zoutmeer ter wereld. Onder het zout ligt de grootste voorraad Lithium ter wereld.(voor meer info zie Dutch M.Y.live op facebook). Om er over heen te rijden is een belevenis en dat hebben we dan ook gedaan. Ook op het zoutmeer stond alles in het teken van "de Dakar". We hebben bij Isla Incahuasi overnacht. Dit is een eiland midden in het zoutmeer met heel veel grote cactussen. Hier kwamen in de tijd dat wij er waren veel  jeeps met toeristen voorbij. Dit resulteerde in de nodige praatjes van verwonderde Nederlandse toeristen die hier geen Nederlandse Overlandtruck verwachten.

De volgende morgen zijn we vertrokken om met 100 km per uur over het zoutmeer richting  het Nationaal park Reserva Eduardo Avaroa te gaan. Het zoutmeer afrijden was nog even spannend. Vlak voor we het land weer op zouden rijden werd het de zoutlaag erg zacht  en zakten we weg in het zout.  Gelukkig hadden we voldoende snelheid en konden we nog net zonder problemen aan land komen. Door de ontzettend vele sporen en straatjes die hier zijn liet de GPS  ons hier wat in de steek dus met ouderwets vragen en ME.maps  en natuurlijk toch nog verkeerd rijden kwamen we na een tijdje toch weer op de goede weg.
 
Het nationaal park was prachtig; de wegen waren vreselijk. Veel klim en daalwerk over grote stenenpistes, diep zand pistes of wasbordpistes zoals we in geheel Afrika nog niet hadden meegemaakt. We kwamen dus maar langzaam vooruit. Ook koelde het 's nachts flink af tot -12 graden. Soms moesten we tot 5000 meter stijgen en overnachten was ook vaak op rond de 4500 meter. We hadden het al gehoord maar nu ook zelf mee gemaakt: koken op grote hoogte gaat niet. Onze eerste ervaring was het koken van de eieren die na 5 minuten nog als snot waren! Het water kookt al bij 85 graden en dan worden de aardappels en groenten ook niet gaar. Met koken en daarna nog even roerbakken hebben we dit probleem opgelost! Ook onze gasaansteker werkte niet meer dus moesten er nog snel lucifers worden gekocht. Zelf hadden we gelukkig geen last van de gevreesde hoogteziekte ( we dronken cocathee en aten cocasnoepjes) maar we waren wel kortademig en moesten veel en vaak plassen. Ook de King had last van de hoogte en vooral de kou. We moesten hem eerst een paar uurtjes laten opwarmen door de zon alvorens hij na wat startpogingen aansloeg. Dit de laatste keren telkens op maar 4 of 5 cilinders dus word het tijd voor een bezoek aan de garage! De laatste nacht bij - 12 hebben we de motor met de uitlaad van de aggregaat en een straalkacheltje op moeten warmen alvorens deze wilde starten!

Laguna Colarada was adembenemend mooi met het rode water dat zo gekleurd is door borax en het zout. De weerspiegeling van de bergen en de flamingo's die er in liepen te eten was een prachtig gezicht.  De Geisers van Manana hebben we laten liggen omdat die alleen maar tussen 7 en 9 uur 's morgen actief zijn, wij en "de King" nog niet!  In de Boraxmijn Apacheta Tierra moesten we naar de douane om de TIP in te leveren. Dit douanekantoor ligt  op een hoogte van 5035 meter. De laatste overnachting was aan laguna Blanca. We hadden juist  een mooi plekje uitgezocht toen een ranger kwam vertellen dat we daar niet mochten blijven staan. We moesten bij een hotel gaan overnachten. Naar de andere kant van het meer gereden en een eind van het hotel af toch nog een mooi plekje kunnen vinden direct aan het meer.


Van hieraf was het nog 7 kilometer tot aan de Boliviaanse grens. Het was een klein huisje op een kale vlakte op 4400 meter hoogte. Nadat we de uitreisstempel hadden gekregen konden we Bolivia uitrijden. Na 5 dagen en 500 kilometer offroad rijden over zeer slechte pistes in een onbewoond gebergte waren we blij toen we weer asfalt onder de wielen kregen en de bewoonde wereld van Chili konden inrijden. De route langs de Laguna's was ontzettend mooi, maar de pistes op grote hoogte waren voor ons en "de King" een grote beproeving.

Bolivia deel 2.

Na ons uitstapje naar Chili en Peru weer aan de grens om terug te komen in Bolivia. De papieren in Peru waren snel geregeld, maar de afhandeling van de benodigde papieren in Bolivia had nogal wat voeten in de aarde. De inreisstempel was zo geregeld. Deze keer  mochten we echter maar 30 dagen in Bolivia blijven. Dit waren nieuwe regels volgens de man van de immigratie. Het duurde echter meer dan 3 uur voor we de T.I.P. hadden voor de camper en de motor. Eerst werden we naar een kopieshop gestuurd om voor Ä 3  een TIP formulier te laten invullen, wat op zich natuurlijk al erg vreemd was. De jongens in de kopieshop hadden toegang tot de computergegevens van de douane! Toen we terug kwamen bij de douane gaf de beambte aan nu lunch pauze te hebben dus ging de deur dicht en konden we over een uur terug komen. Na de lunch pauze werd aan de hand van de in de kopieshop ingevulde T.I.P. eerst alle motor en chassisnummers  gecontroleerd en afgevinkt waarna deze in de prullenbak verdween! Daarna moesten er weer nieuwe T.I.P.'s ingevuld worden. Nu kwamen ze in het computersysteem echter  iets tegen wat volgens hen niet klopte! Bij de andere grensovergangen had men voor het paspoortnummer op de T.I.P. voor de motor een 0 gezet omdat het in het systeem anders niet mogelijk was om twee T.I.P.'s op een naam te zetten. Volgens hen kon dat niet en klopte het paspoortnummer niet! Na een hoop gezeik en drie uur wachten was het dan eindelijk zover en kregen we onze benodigde papieren. We moesten wel nog even een paar kopieŽn  van de kentekenbewijzen laten maken in de kopieshop. Toen we aangaven dat we deze in de camper hadden liggen hadden ze deze niet meer nodig! Er was dus duidelijk een samenwerking met de boys van de kopieshop! Een corrupt zootje deze keer aan de Boliviaanse grens!

Naar Copacabana gereden en aan de boulevard geparkeerd met een prachtig zicht op het Titicacameer.  Het leek wel Zandvoord in Bolivia behoudens dat je in Zandvoort niet aan de boulevard mag parkeren en overnachten!. Er werd met waterfietsen, kano's, motorboten en jetski's  rond gevaren en er werd zelfs gezwommen in het ijskoude water. Ook hadden ze "bananen" achter de jetski's hangen waar iedereen in zijn gewone kleren opzat. De middagtemperatuur was hier zo'n 12 graden maar dat mocht de pret niet drukken! Langs de boulevard stonden veel eettentjes en souvenirkraampjes. Het is hier nu zomervakantie en dat konden we goed merken. Veel beter gesitueerde Bolivianen met dikke auto's  waren hier voor een vakantie aan het meer.
 
Het stadje Copacabana was gemoedelijk en gezellig, ondanks de vele toeristen. De markt was weer ontzettend leuk en in de straten er om heen zaten veel boerenvrouwen uit de omgeving die hun koopwaar hier kwamen aanbieden. Voor de kerk van de Virgen de Copacabana was het een drukte van belang.  Elke dag kan men hier zijn auto laten zegenen door de priester voor een veilige deelname aan het verkeer. De priester loopt rond de auto met een bak wijwater en zegent de met bloemen en andere attributen versierde auto's. Na met de priester te hebben afgerekend  werden de flessen drank open getrokken waarmee de auto werd besproeid. De rest van de drank werd door de gehele familie opgedronken waarna ze naar de boulevard reden om de zegening verder te vieren!  Tegen de avond sprongen ze strontzat achter het stuur om naar huis te rijden! Er kan je toch niets gebeuren in je gezegende auto! De kerk was overigens ook erg mooi en van binnen rijk gedecoreerd met bladgoud en marmer.


Oudejaarsdag zijn we nog een keer het stadje ingewandeld om te kijken of er iets te doen was. Een tweetal restaurants waren versierd en op straat stonden overal mensen die je naar binnen probeerden te leuren! Hier hadden we geen zin in en zijn uiteindelijk naar de camper terug gegaan alwaar we het hebben volgehouden tot 23 uur  met een lekker wijntje en hapjes. Om 24 uur werden we weer wakker door een groot vuurwerk in het stadje. Vanuit de dakluiken gekeken en toen de rust wedergekeerd was weer lekker gaan slapen. Nieuwjaarsdag was er een van picknicken, grillen en veel, heel veel bier en drank. We stonden geheel ingeparkeerd door de feestende families die zich tegoed deden aan het mee gebrachte eten en de flessen alcoholische dranken. Er werd gewaterfietst, met kano's gevaren, op een banaan achter een jetski, gefietst, paard gereden en zelfs gezwommen in het koude meer. De watersporters bedreven de sport in hun winterkleren en kwamen dus vaak drijfnat van een banaan of jetski af.  Deze avond bleven er ook de nodige mensen slapen in vrachtwagens en tentjes. Wij hebben tegen het middaguur maar onze fles champagne open getrokken die eigenlijk voor 24 uur bedoeld was.
 
2 Januari vonden we dat we lang genoeg aan het Titicacameer waren geweest en hebben we even zitten dubben wat te doen. Richting piste aan het Titicacameer waar de Dakar langs kwam of rechtstreeks naar La Paz alwaar we zouden proberen het bivak te bezoeken.  Omdat we geen zin hadden om nog 4 dagen te wachten uiteindelijk naar La Paz gereden. Na een 40 kilometer moesten we met de camper een veerboot op om van het schiereiland af te komen. Het was er een drukte van belang en het leek wel of iedereen in de dorpen aan beide zijden een "veerboot" had. Een "veerboot" bestond uit een geheel van hout gemaakte langwerpige bak met wat planken, voortgedreven door een licht buitenboord motortje. Het zag er niet erg degelijk uit maar ja, we wilden toch naar de overkant.

Eenmaal aan de andere kant aangekomen was het nauwkeurig manoeuvreren om van de boot af te komen. We hadden vanaf het water al gezien dat er bussen met de voorwielen tussen de oever en het schip hingen. Men moest achterwaarts eraf en wanneer de achterwielen dan op de oever waren ging de boot die niet vast lag weer richting water omdat het buitenboordmotortje te weinig pk's had om de boot richting oever te drukken. Als de achterwielen dan van de boot waren moest je met de voorwielen even wachten totdat de boot weer tegen de oever lag! Eenmaal aan wal schoot het snel op en we waren al gauw in El Alto. Een grote stad die op 4000 meter op de rand van een smalle, steile canyon ligt met 700 meter dieper de stad La Paz. Van andere reizigers hadden we een route om via de zuidkant van de stad naar onze camping te rijden. Toen we de vallei inreden kwamen we in een file terecht. Omdat 1 Januari op zondag viel was 2 januari hier ook een feestdag en op ieder stukje groen zaten mensen te picknicken, te grillen, te feesten. Ook was er in ieder sportpark het nodige georganiseerd en hier in Bolivia heeft iedere woonwijk wel een sportpark! Het gevolg was dat er overal auto's, minibusjes en touringcars stonden geparkeerd waar tussen door het andere  verkeer zich moest laveren. Na drie uur en 19 kilometer verder bereikten we Hotelcamping Oberland in de voorstad Mallasa.
 
In tegenstelling van wat velen denken is La Paz niet de hoofdstad van Bolivia. De regering zetelt wel in La Paz maar Sucre is de hoofdstad. La Paz is de drie na grootste stad van Bolivia na Santa Cruz en El Alto. La Paz ligt in een vallei met veel steile straten en een hoogte verschil van 700 meter. Het heeft 3 kabelbanen die de diverse delen van de stad met elkaar verbinden om zo de hoogteverschillen te overbruggen en het verkeer te ontlasten. In de toekomst komen er nog 8 kabel kabelbanen bij die door een Zwitsers/ Oostenrijks bedrijf gebouwd worden.
De camping lag op loop afstand van  Valle de la Luna. Het was een mooie vallei met uit erosie ontstane rotsformaties. Het leek op een open druipsteengrot met alleen maar stalagmieten. We hebben er een wandeling gemaakt  over hoge smalle paden met mooie uitzichten over een canyon.
 We hebben het centrum van La Paz meerdere keren bezocht. Met een collectivo; een 14 persoonsminibusje waar je voor Ä 0.50 op elke gewenste plek kunt in- en uitstappen zijn we telkens naar het centrum gereden en weer terug. Hierbij gaat het om een afstand van 20 km en door de drukte een reistijd van drie kwartier! In ons mooie Holland betaal je daar al gauw rond de Ä10,- voor! Na de Dakar podiumceremonie hebben we een taxi terug genomen voor Ä 7,- . In Holland zouden dat waarschijnlijk meer den Ä 50,- geweest zijn! We hebben de Iglesia San Francisco bezocht wat een grote pracht en praal was. Vervolgens hebben we door de steile smalle straatjes lopen slenteren om bij de heksenmarkt uit te komen.
Mercado de HechicerŪa is de meest kleurrijke markt van La Paz met een verscheidenheid aan kruiden en bijzondere snuisterijen gericht op het beÔnvloeden van de goede en kwade geesten van de AymarŠ-wereld vandaar de  naam. Je kunt er allerlei dingen kopen zoals amuletten, drankjes, snoepgoed en sieraden. Op deze markt kun je ook gedroogde lama embryo's kopen. De Bolivianen geloven dat als je er ťťn onder je voordeur begraaft er dan geen boze geesten in je huis komen. De lokale bevolking haalt op deze markt ook de spullen die zij gebruiken bij het offeren aan Pachamama 'Moeder Aarde'. Na een bezoek aan deze "heksenmarkt"  zijn we met een kabelbaan naar El  Alto gegaan op 4000 meter hoogte. Hiervoor moesten we onderweg een keer overstappen op een volgende kabelbaan. Helaas was het geen mooi helder weer waar door we de besneeuwde bergtoppen rondom de vallei niet konden zien. Wel mooie vergezichten op de laag liggende stad.

Na 3 dagen zijn we 's morgens vroeg vertrokken naar het Dakar bivak samen een Frans gezin in ook een overlandtruck . Omdat het erg vroeg was en er nog weinig verkeer op straat was stonden we binnen een half uur op de parkeerplaats voor bezoekers op het  kazerneterrein  waar het Dakarbivak zou komen. Na een registratie waren we officiŽle bezoekers en mochten we over de hele kazerne lopen en alles bekijken. Nu was het alleen nog wachten op de Dakar mannen en vrouwen want we stonden eerste rang!  Helaas kwam het niet zover. Tegen 17 uur kwam er een grote touringcar met Fransen het terrein op rijden die speciaal voor het organiseren van het bivak in La Paz waren ingevlogen. Al snel namen ze het commando over de kazerne over en werd ons verteld dat zij het hier nu voor het zeggen hadden en dat we 2 uur de tijd kregen om te vertrekken. Het kazerneterrein was exclusief voor Dakar en de militairen hadden niets meer te zeggen. Ook een gesprek met de kolonel die ons toestemming had gegeven leverde niets op. Nog een paar keer geprobeerd of ze geen uitzondering wilden maken maar het leverde niets op. Uiteindelijk zijn we in het spitsuur weer terug gereden naar de camping.  We baalde er flink van maar het was nu eenmaal niet anders.

De volgende dagen stonden in het teken van de Dakar. We zijn naar de podiumceremonie en intocht van de Dakar deelnemers geweest. Tienduizenden Bolivianen waren op de been in het centrum van La Paz. Op de Plaza San Francisco waar ook president Evo Morales was, stond het bomvol. Toch hebben we een goed plekje kunnen vinden niet ver van de Plaza. De Bolivianen waren erg enthousiast maar   moeilijk in toom te houden door de politie die in grote getale langs de route stond. Als er een Boliviaanse deelnemer langs kwam werd het cordon genegeerd en sprongen ze als gekken voor de auto's of motoren om een selfie te maken. Blijkbaar moesten deze ook allemaal verstuurd worden want het telefoon en internetverkeer lag er twee dagen uit! Helaas begon het na een uurtje of drie flink te regenen en viel het water voor de zoveelste keer met bakken uit de hemel. Gehuld in regenjassen en regenponcho's zijn we tot het eind blijven kijken om ook de trucks te zien. Toen deze voorbij waren ons opgewarmd en een beetje laten drogen in een koffiebar! Daarna met de taxi terug naar de camping. Deze was deze keer duurder  i.v.m. de Dakar, aldus de chauffeur!

De volgende dag zijn we al vroeg naar het bivak gegaan in de hoop aan het felbegeerde polsbandje te komen. We hadden Hugo Kupper, de navigator van Hans Stacey al op allerlei mogelijke manieren proberen te bereiken maar dat was niet gelukt omdat alles zo'n beetje plat lag! Hugo kennen we van verschillende overlandtreffen waar we regelmatig heen gaan. Bij de hoofdingang gewoon doorgelopen totdat we uiteindelijk weer door die lui van de ASO werden tegengehouden. Deze keer waren ze wel meer coŲperatief en na uitleg van het niet kunnen bereiken van Hugo mochten we bellen met de telefoon van een Dakar medewerker. Hugo kwam ons aan de poort ophalen, moest even" Hugo" op een papiertje zetten en we kregen het polsbandje. De hele middag hebben we door het bivak gelopen en met veel deelnemers en monteurs een praatje gemaakt. Overal konden en mochten we kijken en we hebben er natuurlijk ook weer de nodige foto's genomen. Aan het eind van de middag weer een wolkbreuk met veel regen waardoor het bivak nog modderiger werd dan het al was. Tijdens deze wolkbreuk zaten we gelukkig binnen in een promotiehal van het Boliviaanse toeristenbureau.  Hier werden we verrast met verse passievruchtensap en enkel quinoaburgers. Af en toe leven we dus ook heel erg gezond! Moe maar voldaan hebben we afscheid genomen van Hugo en zijn we weer terug gegaan naar de camping.

De volgende morgen nog een keer de stad ingegaan en alles geregeld waarna we de volgende dag zijn vertrokken. We hadden een uur nodig  om aan de noordzijde van La Paz de vallei uit te rijden.  Regelmatig waren de straten zo steil dat we bijna alles in de 4x4 hebben moeten doen! Om in Rurrenabaque te komen hadden we 3 avontuurlijke dagen nodig. We moesten eerst over de 4700 meter hoge La Cumbre om vervolgens richting Coroico meer dan 3500 meter te dalen waarna we nog zeven bergen over moesten. Fantastisch uitzichten op besneeuwde bergen, diepe ravijnen, dalen en kloven. Onderweg kwamen we langs de toegang naar de befaamde weg Camino de la Muerte. (the Death Road) Tegenwoordig mogen er alleen personenauto's, minibusjes en fietsers over heen dus Chantel had geluk! De nieuwe weg was in aanbouw en daardoor af en toe net zo gevaarlijk als de oude Camino de la Muerte! Vaak was deze niet meer dan 3 meter breed, rechts een grote steile berg en links een ravijn van meer dan 1000 meter diep. Dan ook nog diepe gaten in de gladde leem en af en toe een tegenligger! Je moest hier verplicht links rijden zodat de chauffeur beter zicht had op het ravijnrandje! Omdat de gehele route in de toekomst geasfalteerd gaat worden word er overal gewerkt met dynamiet om de weg te kunnen verbreden. Daarom werd deze op verschillende plaatsen de gehele dag gesloten van 's morgens zeven tot 's avonds vijf. Je mag dan alleen maar 's nachts rijden.  We hebben twee keer een poos moeten wachten tot vijf uur en zijn dan doorgereden tot een uur of 8. Dan was het goed donker en voor ons te gevaarlijk om verder te rijden. We hebben een keer in Caranavi bij een benzinepomp overnacht en een keer in Alto Beni bij het sportpark. Bij het benzinepompje hebben we 's morgens weer diesel gehaald in jerrycans tegen de lokale prijs. Tot aan Yumuco was de weg erg slecht en ging het over een onverharde weg met veel blubber en gaten telkens weer omhoog en omlaag! Tijdens de gehele route hebben we wel meer dan 30 landslides gezien waar ze gelukkig met bulldozers bezig waren om weer een pad te banen tussen de grote keien en zandbergen door. Vanaf Yumuco verlieten we de uitlopers van de Andes en werd het redelijk vlak op een hoogte van rond de 250 meter. We waren dus 4500 meter gezakt en dat hield in dat we ineens met temperaturen te maken hadden van 35 graden en meer! Omdat we in de jungle waren beland was de luchtvochtigheid ook nog eens erg hoog.

In Rurrenabaque zijn we naar camping El Mirador gereden met een mooi zwembad wat natuurlijk heerlijk was bij temperaturen van boven de 30 graden. Vanuit de camping welke tegen een berg lag hadden we een mooi uitzicht op het kleine stadje . Het was maar een half uur wandelen naar het centrum wat niet mee viel met de warmte, de zon en de hoge luchtvochtigheid. De beheerder en het personeel van El Mirador waren uitermate vriendelijk en behulpzaam. Pepe reed met ons mee naar het centrum om daar de grote inkopen te doen. Deze konden we namelijk niet meenemen achter op de motortaxi! Verder nam hij voor ons twee grote jerrycans diesel mee tegen lokaal tarief. Rurrenabaque vonden we een leuke relaxte junglestad. We zijn alle dagen naar het centrum gewandeld om bij de Franse bakker heerlijke broodjes, pizza's en allerlei lekkere gevulde broodjes te gaan kopen. We hebben er dan ook geen enkele dag gekookt!

We hebben er verder in Santa Rosa een pampatour van 3 dagen gemaakt. Het waren leuke dagen met veel boottochtjes, wandelen in het moeras, vissen en paardrijden. Ondanks dat we een beurse kont hadden en dat alle andere ledematen ook pijn deden vonden we het paard rijden toch wel leuk! Dat hebben we in ieder geval ook weer geleerd op onze oude dag! We hebben veel apen gezien waaronder de brulapen en bruine kapucijner aapjes. Ook hebben we de roze rivier dolfijnen gezien. Tijdens  de vele boottochten over de riviertjes zag je de in groepjes luierende schilpadden liggen, netjes in een rij op de gevelde bomen. Als ze de boot in de gaten krijgen tuimelen ze netjes een voor een het water in! Ook zagen we veel vogels, waaronder ijsvogels, aalscholvers, reigers, zilverreigers, roze flamingo's, schaarbekken, ara's, toekans, papegaaien, haviken en de vreemde hoatzin! Deze zitten met honderden in de bomen langs de riviertjes. De lokale bewoners noemen ze "Gallos" wat "kippen" betekend. Het zijn grote lompe schepsels met bruine en oranje veren, lange vleugels en een opvallende, piekerige kuif. Het vreemdste kenmerk van de hoatzin zijn de klauwen aan het einde van de vleugels die ze gebruiken om in de overhangende takken van de rivieren te klimmen. Vliegen kunnen ze nauwelijks. Het vissen op de piranha, de vis die zich het gemakkelijkst laat vangen, was geen succes. Op 3 verschillende locaties was er geen piranha te vangen! Met grote laarzen aan hebben we enkele uren door een swamp (moeras) geploeterd op zoek naar de anaconda. Ook deze niet gevonden!  Omdat we in een zeer waterrijke omgeving verbleven met zeer veel rivieren en moerassen barstte het er dus ook van de muggen en ondanks overvloedig gebruik van de muggenspray zaten we toch helemaal onder de bulten. Na terugkomst nog een dagje gezwommen en de nodige inkopen gedaan. Verder onder het genot van een koel biertje aan de zwembadbar ons laten informeren over het leven in Rurre wat zeer interessant was.
 
Vanuit Rurre wilden we naar Puerto Maldonado in Peru. Eigenlijk een afstand van ongeveer 200 km, maar omdat er geen wegen zijn moesten we dus even over BraziliŽ omrijden om daar te komen! Dat betekende overigens wel even 1500 km omrijden wat we ons in Nederland toch niet meer kunnen voorstellen!  Over een piste van 600 km zijn we naar de grensplaats Guayaramerim gereden. Voor de eerste 100 kilometer naar Santa Rosa hadden we 4 uur nodig. De piste was erg slecht en omdat het regende ook op meerdere  plaatsen spiegelglad. Na menig slibberpartijtje werd het droog en werd de piste ook beter. We reden door een zeer waterrijk gebied wat voor grote delen was ontbost ten behoeve van de veeteelt. Onderweg zagen we weer veel vogels, kaaimannen en capibara's.  Op de splitsing van de ruta's 8 en 13 kwamen we voor het eerst weer een klein dorpje tegen alwaar we bij een restaurantje hebben overnacht. De volgende morgen na wat onderhandelen bij het pompstation gewoon aan de pomp voor de locale prijs diesel kunnen tanken.  Omdat we onderweg de nodige tropische regenbuien hadden gehad  was "de King" weer rood in plaats van geel en zat weer helemaal vol met rode  klei. In Guayaramerim hebben we 3 nachten voor Hotel Ituaba geparkeerd omdat de douane  hier namelijk in het weekend gesloten is! Er varen daarom in het weekend dan ook geen autoveerboten!  Wel varen de passagiersveerbootjes af en aan met Brazilianen die in Bolivia goedkoop komen inkopen. Guayaramerim ligt aan de brede Marmore rivier welke de grens is tussen Bolivia en BraziliŽ. We zijn naar het centrum gewandeld en hebben hier alvast wat Braziliaanse Reaals gewisseld en gekeken waar we op maandagmorgen overal moesten zijn voor alle grensformaliteiten.

Maandagmorgen waren we om half 8 met "de King" bij de douane.  Hier kwamen we een aantal Braziliaanse zakenlui tegen die met hun pick-ups  ook naar BraziliŽ terug moesten.  Zij vertelden ons dat de veerboot maar 1x zou varen omdat het vandaag een feestdag was hier in Guayaramerim en hebben ons op sleeptouw genomen om te regelen dat we ook met deze boot mee konden! Om 8.00 uur ging het douanekantoor open en binnen 5 minuten was alles geregeld. Toen naar de Immigration om de uitreisstempels te halen. Hier bleek een groep van 30 mensen voor ons te zijn en konden we dus mooi achter deze rij aan sluiten. Met een afhandelingtempo van 10 personen per uur ging dat dus een dikke drie uur duren.  Om 9 uur vertelden de Brazilianen dat de veerboot zou gaan vertrekken en dat Ton "de King" erop moest rijden om naar BraziliŽ te vertrekken en later met het voetgangerspondje weer terug moest komen voor de uitreisstempel. Chantel moest in de rij blijven wachten en niet veel later zag Chantel de veerboot met "de King" en Ton richting BraziliŽ varen. Na anderhalf uur kwam Ton samen met de Brazilianen met een passagiersveerbootje terug en kon iedereen weer aansluiten in de rij voor de uitreisstempels. De militaire veerboot had maar liefst Ä 65,- gekost wat in Boliviaanse begrippen twee maandsalarissen waren! Verder moest de camper ook nog ontsmet worden op de veerboot wat ook weer Ä 10,- had gekost. Ton had de camper aan de overkant in BraziliŽ in de haven geparkeerd en uitgelegd dat hij weer terug moest naar Bolivia voor de stempel en bij terugkomst  alles zou regelen. Na 3 uur kregen we dan eindelijk de uitreisstempel en konden we met het voetgangersveerbootje  naar BraziliŽ vertrekken.

Aan de Braziliaanse kant moesten we eerst onze gele koortsvaccinatie laten zien. Er werd een formulier ingevuld dat "de King" op de veerboot was ontsmet en vervolgens konden we met dat papier naar de douane voor de TIP en daarna naar de Immigration voor de inreisstempel. Vervolgens naar de bank om reaals te pinnen maar helaas werkten al onze bank en creditcardpasjes niet. Na navraag werden we verwezen naar Porto Velho. Daar hoefden we niet te zijn en toen we probeerden om dan maar geld te wisselen was dat ook niet mogelijk en werd ons verteld dat er hier in Guajara- Mirim niet kon worden gewisseld en dat we voor Reaals terug moesten naar Bolivia. De eerder gewisselde Reaals waren bijna allemaal opgegaan aan de dure veerboot en we wilden toch weer verder met de nodige Braziliaanse contanten op zak!  Na lang dubben is Ton weer met het veerbootje naar Bolivia gevaren om daar wat dollars te wisselen zodat we weer de nodige  Reaals hadden. Inmiddels was het te laat geworden om nog verder te rijden en zijn we na een bezoek aan een grote supermarkt op zoek gegaan naar een goede overnachtingsplaats. De volgende morgen al weer vroeg richting Rio Branco vertrokken.

In Abuna moesten we weer met een veerboot over de rio Abuna. Hierna was het richting Rio Branco. Hier inkopen gedaan en geld gepind. Omdat we geen zin hadden om in een grote stad ergens te parkeren zijn we doorgereden naar Braseleia en hebben  bij Balnereo Kumarunara op de camping gestaan. We konden er  in een grote natuurplas of in een zwembad zwemmen. Rond de natuurplas lagen de capibara keutels dus hebben we maar af gezien om daar in te gaan zwemmen. Om even te kijken of we nog Boliviaans internet konden vangen zijn we met de motor naar Braseleia gereden. Omdat we om geld te wisselen ook zo weer Bolivia in konden zijn we met de motor over de brug langs de douane en immigratie zo Cobija in Bolivia ingereden. Chantel had het er niet op omdat we geen papieren of iets bij ons hadden en illegaal in Bolivia waren. Op een pleintje onze mail en berichtjes binnen gehaald en daarna weer over de brug zonder problemen terug naar BraziliŽ. Na 3 dagen zijn we weer vertrokken richting de grens met Peru. De grensformaliteit was in een kwartiertje geregeld en zo waren we na 7 dagen al weer BraziliŽ uit. Eind 2015 waren we ook al in BraziliŽ en in vergelijking met toen waren de prijzen hier ongeveer 20% hoger!



  
Powered by CMSimple