ANGOLA

We hadden een" fixer" ingehuurd om ons de weg te wijzen in het doolhof van kantoortje naar kantoortje. 3 uur later en een paar duizend Kwanza's lichter waren we in Angola. De eerste 50 kilometer ging over een vreselijke weg of eigenlijk geen weg. In Ondjava bij motel Villa Okapale gevraagd of we mochten overnachten. Dat was geen probleem  en we hoefden zelfs niets te betalen. Onderweg konden we de sporen zien van de 30 jarige burgeroorlog die het land heeft geteisterd. Overal staan kapotte tanks en rupsvoertuigen langs de kant van de weg  te roesten. Verders kenmerken de wegen zich door ontzettend veel autowrakken links en rechts van de weg. Waarom er niemand op het idee komt om deze op te halen en ze als schrot te verkopen is ons niet duidelijk. Je zou er waarschijnlijk schatrijk van kunnen worden. Waarschijnlijk leveren de olie, het gas en de diamanten nog meer op!

De volgende morgen weer vol goede moed op stap. De eerste 80 kilometer gingen over een prachtige teerweg. Nadat we in Xangongo hadden getankt voor 0.35 € per liter (tanken is hier dus weer leuk) werd de weg weer ontzettend slecht. Met een gemiddelde snelheid van 15 km. per uur hebben we de volgende 120 kilometer afgelegd. Onderweg zagen we veel watergaten die men gegraven had om bij het grondwater te komen om zo het vee te laten drinken. De mensen zelf wasten er hun kleding en zichzelf in. Rondom de dorpjes was het een grote vuilnisbelt.
Gelukkig waren de laatste 180 km richting Lubango weer erg goed te rijden en arriveerden we toch nog voor het donker in de stad.  Iets buiten de stad hebben we op de Farm camping Jamba gestaan. We werden zeer hartelijk door de managers Garry en Erika ontvangen. Zij hebben ons veel leuke zaken en tips over Angola verteld.

Na een dagje bijkomen van al het gehots zijn we weer op pad gegaan. Eerst op weg naar de Tunda Vala. Dit is een adembenemende kloof. Je kijkt zo 1000 meter naar beneden en je hebt er een schitterend uitzicht. Het verleden van deze kloof was minder fraai. Tot voor kort werden hier criminelen, deserteurs en rebellen geblinddoekt of neergeschoten of gedwongen van de rots af te lopen om 1000 meter naar beneden te storten.
De volgende stop was de Serra da Leba Pass. Deze gaat in haarspeldbochten 1000 meter naar beneden. Het was weer een leuk ritje voor Chantel. Het uitzicht van boven af was schitterend. Je kon de weg bijna in zijn geheel de berg af zien slingeren. In het dal zagen we mannen en vrouwen  lopen met alleen een sarong aan. Van welke stam deze mensen zijn is ons niet duidelijk geworden.

In Namibe aangekomen hebben we op de vismarkt rondgekeken wat natuurlijk weer een kleurrijk gezicht was. Samen met Joep wat vis gekocht.  Op het strand ten zuiden van Namibe de vis gegrild en er overnacht. Het was er erg koud die avond. De volgende morgen weer de woestijn in om eerst naar de oase Arco te gaan. Hier waren prachtige bogen die door de erosie waren uitgesleten in het zachte zandsteen. In de oase lagen twee meertjes waar de kinderen in speelden en waar gevist werd. Na het bezoek aan Arco begon het echte off-road werk weer. 2 Dagen door het zand, over stenen, bergje op bergje af met af en toe een stijgingspercentage van meer dan 30%, door bulldust en over wasbordtracks ploegen.  Het rally gevoel steeg weer bij Ton.  Van Namibe zijn we via Arco naar Pediva gereden en vervolgens weer via Cadolopopo terug naar Namibe. Prachtig was het. Het was vergelijkbaar met de route naar Lake Turkana in Kenia maar dan nog een graadje zwaarder! Onderweg de zeer zeldzame welwitschiaplant gezien. De welwitschia komt alleen voor in de Namibewoestijn. Deze plant heeft 2 bladeren rond een zwarte kroon en kan honderden jaren oud worden. Hij groeit maar enkele millimeters per jaar. Naast een enkele verdwaalde springbok en een verdwaalde Himba op een motorfiets zijn we er niets meer tegengekomen. Jammer dat al het wild in de oorlog gestroopt is om te overleven. Wat onderweg te koop word aangeboden in het zuiden van Angola ziet er uit als kat of hond!

Na 2 dagen van "hard " werken hebben we een paar dagen vrij genomen en ons een strandvakantie gegund in Pipas. Hier kregen we van enkele "lokalen" mosselen aangeboden. Na deze te hebben ontbaard en te hebben schoon geschrobd hebben we ze op de traditionele manier gekookt. Even waanden we ons aan de Belgische kust. Onze volgende stop was Lobito. Voor we daar waren moest er eerst weer flink gewerkt worden omdat " de road under construction" was. We hebben dan ook 2 dagen nodig gehad om de 400 km. af te leggen.
 
In Lobito eerst een bezoek gebracht aan de enige supermarkt in deze plaats (Shoprite). Waar de lokalen de kar zonder probleem vulden gingen wij naar buiten met alleen maar wat water en een doosje eieren. We moeten nog van de schrik bekomen aangaande de prijzen van alle levensmiddelen en andere zaken. Alles is er zeker twee keer zo duur als bij ons in Nederland! Lobito heeft een schiereiland met op het einde leuke stranden en veel barretjes en restaurants. Op een van de strandjes hebben we de camper op het strand geparkeerd zo'n 5 meter van de zee. Het is hier zeer zwoel met een temperatuur van rond de 34 graden en een luchtvochtigheid van meer dan 90%. Om onze stoelen en tafel te plaatsen  en om te kunnen genieten van onze maaltijd hebben we eerst een 30 condooms moeten verwijderen. Later zagen we dat er nog veel meer lagen. Waarschijnlijk staan we op de afwerkplaats van Lobito! Tegen de avond kwam er een jongen aan met een grote tonijn van zeker 8 kilo. Deze van hem gekocht en voorlopig staat er dus tonijn op het menu!

Na 2 dagen van rust zijn we weer vertrokken. Via een zeer saaie weg zijn we naar Amboim gereden waar we aan zee de nacht hebben door gebracht. De volgende dag zijn we naar Cabo Lebo gereden. Dit is een authentiek vissersdorpje en dat hebben we ook geroken. Overal lag vis te drogen of in bakken met pekel. Omdat het net wat had geregend was het er nogal modderig en gezien de visreuk en de massa´s  mensen hebben we besloten om verder te kijken voor een mooier plekje aan zee. Zo kwamen we uit in Sangano 14 kilometer noordelijk van Cabo Lebo. Sangano heeft een prachtig schoon strand waar de mensen die in Luanda werken en wonen in het weekend komen zwemmen, zonnen en vis eten en kopen. We hebben op het strand geparkeerd en zijn er enkele dagen gebleven. De manager van een restaurant kwam naar onze vissende buurman kijken en volgens hem waren we allemaal uitgenodigd om in het restaurant te komen eten. Dat leek aardig maar helaas moesten we gewoon betalen voor het niet al te lekkere eten. Aangezien uit eten hier erg duur is: biertje 3 € en een  hoofdgerecht tussen de 20 en 30 € waren we niet echt blij. Kregen we dus de eerste visdag water en brood, moesten we de tweede keer gekregen mosselen eten en later een tonijn kopen, nu moesten we dus veel betalen en nog steeds is er geen vis gevangen. Waar komt toch dat visserslatijn vandaan. De dag erop hebben we uit voorzorg ´s morgens  Langoesten gekocht, gekookt en daarna gegrild, dit was aanmerkelijk lekkerder en goedkoper als uit eten! Weer was er geen visje gevangen.

Via Barre da Quanca zijn we naar Luanda gereden. Het verkeer zou een grote chaos zijn in Luanda maar dat viel op dinsdagmorgen erg mee.  In de Bela shoppingmall was een grote shoprite. Hier hebben we nog even flink inkopen gedaan. Het is niet goedkoop maar als je goed rondkijkt kun je toch wel voor een redelijke prijs je inkopen doen.
 
Een 100 kilometer na Luanda hield de teerweg op en werd de onverharde weg ontzettend slecht. Zeer veel stof en ontzettend diepe kuilen moesten we al slingerend trotseren. We hebben over 160 km zeven en een half uur gereden. Onderweg werden we door de mensen anders begroet als in het zuiden. Als ze ons zagen wreven ze over hun buik of maakten eetgebaren. Ook zagen we voor het eerst ODP´s  langs de kant van de weg liggen en hangen. Voor de duidelijkheid: ODP betekend Ondefinieerbaar Dierlijk Product. Het is gedroogd en gerookt vlees en er is niets van te maken! Later kwamen we ook  Bushmeat tegen wat langs de kant van de weg hing. Meestal zijn dat kleine antiloopjes.

We kwamen uit bij een vrachtwagentje wat van de weg was afgeraakt. Niet lang ervoor was hij ons met een belachelijk hoge snelheid voorbij gekomen. Druk praten in voor ons onbegrijpelijk Portugees en wild gebarend probeerde hij ons uit te leggen wat er was gebeurd en of we hem weer op de weg konden trekken. Voor de eerste keer de lier gebruikt en na enkele minuten stond de wagen weer met 4 wielen op de straat. Hopelijk hebben we hem niet te vaak nodig.

Na nog een bushcamp aan zee net onder N'Zeto kwamen we op een teerweg uit die tot onze verbazing helemaal doorliep tot aan de grens in Luvo. In Mbanza-Congo "getankt" uit jerrycans omdat er nergens aan de pomp iets te krijgen was. Deze diesel was  2x zo duur als aan de pomp!
De grenspost was erg rustig. Helaas was er geen elektriciteit waardoor we meer als een uur moesten wachten. Toen er eindelijk een aggregaat gestart werd waren we binnen 5 minuten klaar. Op naar de Democratische Republiek Kongo.

Samenvattend vonden we Angola is een prachtig land. De natuur is wonderschoon. De mensen zijn over het algemeen ontzettend vriendelijk. Helaas is het daar waar mensen zijn een ontzettend vies land. Overal kom je om in de vuilnis en stinkt het er ontzettend. Angola is ook een ontzettend duur land. Luanda is het echte centrum van het land. Daar is werk en word veel geld verdiend.