Wie zijn wij > Reisverslagen > 2011 - 2012 > Botswana

Botswana

De grensprocedure was snel afgehandeld. Het carnet hoefde niet te worden gestempeld omdat Zuid Afrika, Botswana en NamibiŽ een doauneovereenkomst hebben. Na het stempelen van onze paspoorten en het betalen van roadtax konden we vertrekken. Voor we de grenspost af konden rijden werden we nog gecontroleerd op het bij ons hebben van vlees, groente en fruit. Dit mag je niet meenemen naar Botswana. We hadden dit al gehoord en alles veilig weggestopt.

Onze eerste stop was in Serowe; het Kharma Rhino Sanctuary. Hier was een prachtige camping met grote plaatsen midden in de bush aan de rand van de Khalahariwoestijn. Helaas door een† verkeerde inschatting† van Chantel reden we ons vast onder laag hangende takken van bomen. Omdat we niet meer voor of achteruit konden zonder iets op het dak te beschadigingen moest de zaag er aan te pas komen. Voor de gamedrives hoefde je hier niet om half 4 maar pas om half 6 op te staan. Dit was dus een paar dagen† lekker uitslapen. Hier was het echt offroad rijden. Overal door diep mul zand of over erg smalle weggetjes. Ook hier moest de zaag er 3 x† aan te pas komen om ons een weg te banen naar de pans alwaar de dieren komen drinken. Veel neushoorns gezien met jongen en natuurlijk het nodige andere wild.

Vanuit Serowe zijn we, op een of road stuk van 55 km na, over erg saaie wegen naar Francistown gereden.† In Francistown konden we eindelijk geld pinnen en† hebben we de nodige† inkopen gedaan. Na een nachtje op camping Woodlands net buiten de stad zijn we naar Nata gereden alwaar we gekampeerd† hebben bij Nata Lodge. Deze camping ligt aan een van de zoutpannen. Deze wilden we gaan bekijken, maar helaas was het niet mogelijk. Door de zware regenval een maand geleden is de ondergrond erg drassig. Je rijdt dan over een korst van ongeveer 15 cm dik. Daaronder zit een modderlaag van soms wel 2 meter diep. Als je dus door de korst heen zakt kom je in de modder terecht en daar kom je nooit meer uit. Je kunt het vergelijken met het ijs in Nederland. Is de ijslaag niet dik genoeg dan breekt hij en zak je door het ijs!

De camping werd 's nachts maar liefst bewaakt door 6 personen van de security. Deze probeerden wat geld bij te verdienen met het verkopen van hout voor een kampvuur. Verders vroegen enkelen van hen eten of drinken wat we al eerder meegemaakt hadden in het zuiden van Botswana. Daar vroeg de politie en de douane ook al om drinken, met een voorkeur voor cola. De security aangegeven dat we alleen maar water en bier hadden. Dan had hij liever een biertje was zijn antwoord. Hem duidelijk gemaakt dat iemand die moet werken geen alcohol kan drinken! Zijn antwoord was dat hij dan beter kon werken. Misschien heeft hij wel gelijk als je de halve nacht ergens gaat liggen slapen!

Op weg naar het noorden van Botswana† zijn we beland op camping Elephants Sand. Deze camping ligt aan een pan (waterpoel) waar veel olifanten komen drinken. Wij werden de eerste avond verrast door een wilde hond die op een kudugeit aan het jagen was. Op een gegeven moment dacht de kudu veilig te zijn in de pan, maar niets was minder waar. De wilde hond bleef haar ook in het water aanvallen. Het was een wreed gezicht maar relativerend dat dit de natuur is was het een† fascinerend gebeuren. De wilde hond greep de kudu steeds bij de oren en scheurde deze van haar kop af en beet haar in de rug en nek. Af en toe ging de wilde hond even het droge op om te kijken waar de versterking bleef want meestal jagen ze in roedels en verscheuren ze alles wat ze te pakken krijgen. Bij een volgende aanval was de kudu zo verzwakt dat ze vermoedelijk verdronk. Toen de kudu dood was sleepte de hond† haar uit het water en begon eraan te eten. Even later kwam de rest van de roedel erbij. Ze hebben zich de hele nacht te goed gedaan aan de kudu. De volgende morgen waren ze nog aan het eten en liepen met dikke buiken rond. De gehele dag hebben ze in de schaduw liggen uitbuiken. Wij werden die nacht enkele malen wakker van passerende en trompetterende olifanten. Voor de eerste keer hebben we 's nachts op het dak gezeten!

De wilde hond is een met uitsterven bedreigd roofdier. Men gaat ervan uit dat er nog maar zo'n 3000 van deze dieren zijn. Ze leven voornamelijk in het zuiden van Tanzania, Zambia, Zimbabwe, Botswana, Zuid Afrika en NamibiŽ. Het zijn de meest wreedste jagers onder de roofdieren. Ze jagen op antilopen en scheuren hun prooi tijdens het jagen in stukken tot deze dood is. Dit jagen doen ze meestal in roedels van 15 tot 25 dieren. Dat je een jagende wilde hond ziet is echt uniek en zoiets kom je maar een keer in je leven tegen. We hebben er veel foto's van gemaakt waarvan een klein aantal op de website staat.

Onderweg naar Kasane ( Chobe ) liepen de olifanten, sabelantilopen en ander wild gewoon langs en over de weg. Het was heel bijzonder om dat allemaal in de vrije natuur tegen te komen. We zijn neergestreken op de camping van Chobe Safari Lodge. Omdat het erg duur was om met onze eigen auto in Chobe National Park een game drive te rijden hebben we een drive geboekt. We hebben niet veel wild gezien omdat het erg veel geregend heeft en er overal eten en drinken is. De dieren verspreiden zich dan naar andere delen van het park of zelfs naar andere parken omdat de parken hier geen afrasteringen hebben. We hebben wel een leeuwin gezien met haar 2† ongeveer eenjarige welpen. Verders veel bavianen, impala's en een paar giraffen.
Terug op de camping de auto maar weer eens gecontroleerd. De laatste keer dat we dit deden moesten we water bij vullen. Deze keer dus weer wat duidt op een lekkage. Bij verdere controle en wat telefoontjes is duidelijk geworden dat de koppakking stuk is. We gaan nu proberen om in Maun te komen om deze te laten repareren. Dat zijn via de Caprivistrook in NamibiŽ nog ongeveer 900 km.

Na een bezoek aan een garage hebben we in Katimo Mulilo (NamibiŽ)besloten om in plaats van naar Maun† (Botswana) te rijden naar Windhoek (NamibiŽ) te gaan. Dit in verband met het zeer moeilijk aankomen en distribueren van reserveonderdelen. Na berichten van anderen uit Maun gaan we niet meer terug naar Botswana. Het rijden is en blijft overal saai en de afstanden tussen de parken zijn groot. Mooie tracks zijn niet te rijden in het regenseizoen dus moeten we zo veel mogelijk op de asfaltwegen blijven. Een vlucht boven de Okavangodelta kost maar liefst $ 110 per persoon† en als (oud) ingezetene van het "land van Maas en Waal" heb je dat geld daar niet voor over. We zijn bekend met overstromingen!† Bovendien is in het regenseizoen de kans om dieren te zien aanmerkelijk kleiner dan in het droge seizoen.

  
Powered by CMSimple