Wie zijn wij > Reisverslagen > 2010 - 2011 > Tanzania

Tanzania

De grensprocedure verliep snel en gemakkelijk. In 5 kwartier hadden we alles geregeld, inclusief een visum. We waren natuurlijk wel weer wat dollars lichter. De geasfalteerde weg hield op toen we de grens over gingen. De route was mooi door de bossen; de weg was een gravelweg met diepe gaten en dus minder mooi. Verder waren er veel omleidingen omdat er voorbereidingen werden getroffen om een geasfalteerde weg aan te leggen. De gemiddelde snelheid lag op 20 km per uur. Lekker opschieten dus! Wanneer de weg klaar is weet niemand.

In Tanga hebben we pogingen ondernomen om geld te wisselen. Dit was echter nergens meer mogelijk omdat alle banken en wisselkantoren om 15.30 uur dicht gaan. Je word er van het kastje naar de muur gestuurd. Iedereen wil je helpen en zegt op een of andere manier maar “ja”. Men durft je geen “Nee” te verkopen. Gelukkig konden we wel pinnen en zo hadden we in ieder geval Tanzaniaanse Shillingen. Tanga is de tweede havenstad van Tanzania. Er was voor een havenstad weinig activiteit. De grootste havenstad is Dar es Salam. Dit is tevens de hoofdstad. Deze bezoeken we in oktober omdat we er dan direct wat reservebanden op gaan halen welke we vanuit DLD laten verschepen. Over een redelijke gravellroad naar Peponi Beach gereden. In Peponi Beach ( www.peponiresort.com) een leuke plek aan zee gevonden. We zijn een dag met een boot weggeweest om te snorkelen. Het koraalrif was erg mooi met veel vissen in allerlei maten en kleuren. Geluncht hebben we op een hagelwit zandeiland. Toen het vloed werd verdween het eiland onder water en moesten we snel met de boot terug naar het vaste land. De boten worden gemaakt van Mangobomen en hebben aan twee kanten een houten drijver zodat ze niet om kunnen slaan. Het lijkt dus meer op een catamaran. Misschien zijn de Mangoboten wel de voorloper van de catamarans! Aan zee was het overigens erg warm. Door de hoge luchtvochtigheid was het flink zweten.

Na 3 dagen Tanzaniaans strand zijn we naar Moshi vertrokken. In Moshi op camping The Honeybadger (www.hbcc-campsites.com) ons bivak opgeslagen. In Tanzania zijn  (behoudens in Arusha) geen grote supermarkten meer dus even snel inkopen doen was er niet meer bij. Alles moet weer op de markt, langs de weg of in kleine winkeltjes verzameld worden.  De verjaardag van Chantel gevierd door lekker uit te gaan eten in het restaurant van de Honeybadger. Germaine en Wim hadden onze privé tuin versierd wat een extra bijdrage was aan de feestvreugde. De camping ligt aan de voet van de Kilimanjaro. We hadden ’s morgens het geluk om de Kilimanjaro te kunnen zien. Meestal is deze hoogste berg van Afrika achter de wolken verscholen. Het was een indrukwekkend gezicht om een berg met sneeuw op de top midden in Afrika te zien. Aan de voet van de berg 35 graden warm en dan sneeuw zien; het liefst hadden we naar boven willen rennen! Helaas hadden we er geen tijd voor!

Met de motor is Ton de stallingsplaats voor “Dancing King” al wezen bekijken en daar werd hij erg gastvrij ontvangen door de “Nederlandse Farmers”. 22 maart gaan we er naar toe om alles in orde te maken en de 24e worden we door personeel van de farm naar Kilimanjaro Airport gebracht. Onze eerste etappe in Afrika zit er dan weer op!

Chantel had die nacht last gekregen van een wat dik gezicht en was bang voor een of andere ontsteking. Gelukkig had ze geen pijn. De volgende morgen was de zwelling toegenomen en bleef er niets anders over als naar een tandarts te gaan. Via een Duits echtpaar met goede connecties in Moshi het adres van een “goede“ tandarts gekregen. Dat is overigens niet zo moeilijk of niet zo gemakkelijk want in heel Tanzania zouden maar 7 tandartsen zijn, iets wat we ons moeilijk konden voorstellen. Daar aangekomen sloeg de schrik toch wel toe. De wachtkamer werd multifunctioneel gebruikt. Het was tevens kantoor en inloopruimte voor iedereen; ook voor mensen die er niets te zoeken hadden. In de behandelkamer was het helemaal even flink slikken. De tandartsenstoelen en andere zaken in deze ruimte waren ernstig over de datum.(Zeker 50 jaar oud!) Nadat duidelijk werd dat er in ieder geval wel steriel gewerkt ging worden toch maar aan de behandeling begonnen. Dokter Nduka was erg aardig en werkte met steriele instrumenten en gaasjes. Omringt door 3 assistenten en 4 leerling-tandartsen maakte hij een snee in het abces  nadat hij het had verdoofd. Dit gebeurde gewoon met een naald voor intramusculaire injecties wat dus wel even pijn deed! Om een goede afvloeiing van de pus te garanderen deed hij er zoals hij zelf zei een rubbertje in. Dit was een met zorg afgeknipt stukje van zijn latex handschoen wat hij vervolgens in de snee stopte. Zo zie je maar weer hoe je bepaalde dingen multifunctioneel kunt gebruiken. Chantel kreeg een verwijsbrief mee om twee dagen later in de Tandkliniek een foto te laten maken om te kijken wat de oorzaak was van de ontsteking. 

De Tandkliniek bleek een onderdeel te zijn van het streekziekenhuis van Moshi. Hier was het vol met mensen die zaten, stonden of lagen te wachten op een consult of behandeling. De ziekenzalen waren grote barakken met wel 40 tot 60 bedden erin. Je keek van buiten zo door de deur de zalen in en zag de zieken in bed liggen. Alles zag eruit zoals we wel eens gezien hadden op het nieuws of in documentaires. Direct was duidelijk dat wanneer er iets aan de tand moest worden gedaan dat daar niet zou gebeuren. We konden nog altijd terug rijden naar Nairobi in Kenia alwaar vele Europese tandartsen een praktijk hebben. De röntgenfoto werd genomen in een vies kamertje met verouderde apparatuur. De foto werd ontwikkeld waar we bij waren en deze kregen we mee om samen met Dr. Nduka te bekijken en de eventuele behandeling te bespreken. In het ziekenhuis was Dr. Nduka niet te vinden en bij veel navragen werden we naar zijn privépraktijk gestuurd in de stad. Daar echter ook geen Dr. Nduka en dus weer terug naar het ziekenhuis. Na een aantal malen het ziekenhuis te hebben doorkruist en in vele ruimtes navraag te hebben gedaan vonden we dokter Nduka na hem gebeld te hebben. Hij zat in een ruimte met 4 tandartsstoelen alwaar assistenten aan de lopende band tanden aan het trekken waren. Nadat dokter Nduka de foto had bekeken zei hij dat dit moest worden behandeld met een operatie en dat we konden beslissen om dat hier of in Nederland te laten doen. We hadden hem al verteld over een week naar Nederland te reizen. (was 3 weken!) De beslissing was niet moeilijk. We wachten tot we in Nederland zijn met een eventuele behandeling. Tot die tijd zal de antibioticakuur wel zijn werk doen! Wij waren in het ziekenhuis de enigste 2 blanken tussen duizenden negers wat een vreemd gevoel gaf. We konden ons voorstellen wat de eerste donkere mensen in Nederland hebben meegemaakt.

Terug op de camping zijn we snel in gaan pakken en vertrokken naar Arusha. Op camping Masaicamp neergestreken. Hier hebben we een safari naar Serengeti Nationaal Park en Ngorongoro game-reserve geboekt. Om met “Dancing King” in de parken binnen te komen moeten we 300 dollar per dag betalen en dan nog 50 dollar entree per persoon per dag  en 30 dollar kampeergeld per persoon per dag. Dat is niet te betalen dus hebben we de truck achter gelaten en zijn per jeep  de parken ingegaan. We vertrokken in een safari-jeep, waar het dak van omhoog kon zodat we  het wild goed konden zien. Er ging ook een chauffeur/gids en een kok mee. Verder was in de Jeep alles aanwezig om 3 dagen te kamperen. Tenten, matrasjes,  kookgerei, etenswaren en water lagen achterin de jeep en boven op het dak.

 

 

 

 

 

 

 

De safari was fantastisch! We hebben erg veel wild gezien en kunnen weer de nodige nieuwe soorten aan onze lijst toevoegen; gnoe’ s, leeuwen, neushoorns, topi’s, elandgazelles, gouden jakhalzen, hyena’s, kroonkraanvogels, koritraps, steenarenden en een luipaard. De eerste dag tijdens de gamedrive in Serengeti waren we getuigen van een jachtpoging van 3 leeuwinnen op een zebra , welke helaas mislukte. We hebben ook veel, heel veel zebra’s, gnoes en gazelles gezien. De veelheid van wild maakte Serengeti indrukwekkend.

We hebben in Serengeti overnacht op een campsite die erg eenvoudig was, geen elektra. hurk wc’s en weinig water. We moesten zelf onze tentjes opzetten. Dat was een paar jaar geleden dat we dat hadden gedaan. Koken werd voor ons gedaan en aan een mooi gedekte tafel werd ons eten door de kok geserveerd. Het eten smaakte prima en na een kop koffie en een borrel tegen de maagpijn zijn we een poging gaan ondernemen om te slapen.

De tweede dag werden we na een slapeloze nacht tussen huilende hyena’s om 6 uur op een kop koffie getrakteerd waarna we na een gamedrive en een brunch in Serengeti naar een camping gebracht werden boven op de kraterrand van de Ngorongoro. Dit was de enigste camping op de kraterrand dus het was er vol met tentjes en mensen. Hier hadden we een prachtig uitzicht op de kratervloer en met de verrekijker konden we het wild zien lopen. Tegen het vallen van de avond kwam er een 60 jaar oude mannetjes olifant water drinken op de camping. Hij opende met zijn slurf een watervat en slurpte deze leeg. Iedereen was in rep en roer. Mensen vluchten de wc op om zich te verschuilen, niet wetende dat een olifant van 8 ton zwaar zo de deur kan open maken om uit de wc te gaan drinken. Nadat het donker was kwam de olifant terug. Hij had schijnbaar nog dorst. Met de slurf opende hij ditmaal een kraan om te drinken. We hoorden van onze gids dat de olifant een vaste gast was op de camping. Hij komt bijna elke dag langs om te drinken.

Na weer een slapeloze nacht; ditmaal door de kou zijn we voor een gamedrive de krater in gegaan. Op weg de krater in zagen we eerst een hyena zitten en 2 gouden jakhalzen lopen. Niet veel later liepen er 2 leeuwinnen met 6 welpen. Zij waren op weg naar een waterplas waar zebra’s en gnoes aan het drinken waren. De krater zat vol kuddes met honderden zebra’s, gnoes buffels en leeuwen. We hebben hier ook wel van een grote afstand 5 neushoorns gezien.

De diversiteit van wild op een relatief kleine oppervlakte was adembenemend. De tocht de krater uit was spectaculair. Het was een smal, steil bospad met een prachtig uitzicht op de kratervloer. Nadat we de kampeerspullen en de kok op de camping hadden opgehaald zat de safari er op en werden we terug gebracht naar de camping in Arusha. In een restaurant een pizza gaan eten en toen zonder slaapmutsje naar bed; zo moe waren we!

Onderweg veel Masaai en Masaai-Manyatta’s gezien. De Manyatta’s  zijn een groepje hutten van riet met een afrastering van takken om het wild buiten te houden. Een Manyatta is een groep hutten van een man met voor elke van zijn vrouwen een eigen hut. De meisjes wonen bij hun moeders tot ze gaan trouwen. De jongens verhuizen als ze 6 zijn naar de hut van hun vader. Ze zien er erg kleurrijk uit in rode “kleding”. De kleur rood staat voor kracht, bloed en moed. De vrouwen dragen veel sieraden om hun hals,armen,enkels en in de oren. Ook de mannen dragen sieraden om de armen, enkels en in de oren. Zowel mannen als vrouwen hebben grote uitgezakte gaten in hun oren. Van oorsprong waren de Masaai nomaden die rondtrokken naar de plekken waar eten was voor het vee. Tegenwoordig vestigen ze zich steeds meer op een vaste plaats en trekken alleen de jongens en mannen met het vee rond. De jongens moeten als ze 6 jaar zijn voor het vee zorgen. En die zie je dan ook overal lopen met grote kuddes koeien, geiten en/of dromedarissen. Vee is de enige materiële maatstaf van de Masaai voor rijkdom. De koeien worden alleen bij zeer speciale gelegenheden gedood om te eten. Wanneer de jongemannen tussen de 16 en 25 zijn worden ze Morani (krijger).  Vroeger moesten ze dat tonen door een leeuw te doden. Tegenwoordig mag dit niet meer. Ze moeten als ze Morani zijn in een speciale mannen Manyatta gaan wonen. Na hun 25ste worden ze ouderling en mogen de mannen trouwen. Hun werk bestaat vanaf dat moment uit het vee tellen. De vrouwen doen het meeste werk in en rond de hut. Hun traditionele eten bestaat uit koeienbloed vermengd met melk. Tegenwoordig wordt dit niet meer veel gedronken en eten ze granen, groenten en fruit. Een nieuwe inkomstenbron voor de Massaai zijn de toeristen. Als je hun dorp wilt bezoeken moet je 50 dollar betalen en voor iedere foto moeten ze ook goed geld hebben. Erg jammer, maar wel begrijpelijk! Geen foto’s van Massaai mannen en vrouwen van dichtbij deze keer!

Na 3 weken met ons mee te hebben gereisd hebben we afscheid genomen van Wim en Germaine. Wij blijven nog enkele dagen in Arusha waar we ons nog wel een poosje kunnen vermaken. Arusha is de Safaristad van Tanzania en omdat er dus heel veel toeristen komen is er ook veel te doen. We kunnen hier alvast een beetje acclimatiseren Verders moet er nog gesleuteld worden aan de camper en willen we nog het nodige aan spullen kopen welke we nodig hebben voor onze “bunker”.

Met Jupp en Doro besloten om samen nog een off-roadtochtje te maken bij Lake Natron. Omdat het op een aantal plaatsen al een aantal dagen had geregend, de regentijd was begonnen, was de weg op sommige plekken behoorlijk modderig. Omdat er op veel plaatsen kleigrond is, word het spiegelglad! We konden goed merken dat wij hier speciale banden voor hadden. We hadden veel meer grip als Monster die overal van links naar rechts slibberde. Ook stond de weg of de riviertjes waar we door heen moesten vol met water. Weer een mooie ervaring en geleerd hoe een diepe rivier zonder brug of viaduct door te komen. Hier brak ons chassis, deze was al flink verbogen door het missen van een speedbreaker in Kisumu (Kenia).

Bij Lake Natron woonde een dokter met een speciale geneeswijze. Denk maar aan een soort Tanzaniaanse Jomanda! Hier gingen dagelijks duizenden mensen naar toe met hoop op genezing. Velen komen echter nooit aan omdat ze onderweg al verongelukken. De weg is onverhard en ontzettend slecht. De gravel is helemaal kapot gereden; diepe gaten; grote stenen en veel bijna niet te nemen rivierdoorwadingen.   Vele zitten met twintigen in een oude jeep of met honderden achter op een vrachtauto. Van de snelheid aanpassen aan de situatie hebben ze nog nooit gehoord dus wanneer je dan over de kop gaat of kantelt weet je wat de gevolgen zijn. Wij hebben 7 uur gedaan over het laatste stuk van 80 kilometer en zijn daar minstens 15 gestrande voertuigen tegen gekomen. De inzittenden (overlevenden) zitten dan soms dagen onder een boom te wachten op hulp! 

Eindelijk op de verharde weg aangekomen konden we weer goed door rijden. Deze route hadden we al gereden en nu zagen we dat alles veel groener was als een week geleden. Ook veel waterbekkens en rivieren stonden nu vol water. Het was langs de weg en in de dorpjes een mooie modderboel. Deze keer naar Meserani Snake Park gegaan om aan het weekenddisco gebeuren van het Masaai camp te ontkomen. Aan sommige beslissingen kun je merken dat je wat ouder word. Ook op deze campsite alleen maar grote Overlandtrucks die allen van Noord naar Zuid of andersom gingen! Ook hier viel de regen continu met bakken uit de lucht en was het zelfs koud! We zijn dus al weer een beetje  voorbereid op het Nederlandse klimaat. Verders wel leuk om ook een deel van de regentijd te hebben meegemaakt. Het is niet te beschrijven hoe snel de het land van “dor en geel” in “fris en groen” veranderd. Wel word het overal een ontzettend zootje en heb je echt laarzen nodig die hier dan ook volop te koop worden aangeboden! Jammer dat wij geen half jaar “droog” hebben gestaan; anders waren we misschien ook nog “fris en fruitig” naar Nederland terug gekomen!

Nu zit onze eerste etappe in Afrika er echt op!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!


 



 

  
Powered by CMSimple