Wie zijn wij > Reisverslagen > 2010 - 2011 > Kenia

Kenia

We hebben 6 dagen nodig gehad om via het Turkana meer Kenia in te reizen. Het Turkana meer is het grootste permanente  woestijnmeer ter wereld. Helaas verdampt er elk jaar 3 meter van het water. In het meer komen tilapia, nijlbaars  en nijlkrokodillen voor. Ook foerageren er veel trekvogels op weg van Europa om in Afrika te overwinteren. Het was een prachtige spannende uitdagende route. We hebben meer dan 800 kilometer onverhard gereden. Het was wisselend zand, stenen en lava waar we doorheen moesten rijden. De rivieren die we moesten oversteken waren niet meer te tellen. De rivieren stonden meestal droog dus door de droge rivierbedding rijden was geen probleem. De route  zou beslist niet te rijden zijn geweest als het had geregend. Het was een proef voor mens en materiaal. Onderweg hebben we wild gekampeerd in de woestijn, de bergen en de bossen. Het is een zeer droog en dun bevolkt gebied. We hebben er 3 dagen rond  gereden zonder een ander vervoermiddel tegen te komen. Hier wonen verschillende stammen: de Samburu, de Turkana en de Elmolo. De mensen leven hier van het vee en de visvangst. Omdat het zo droog is kan er bijna niets aan gewassen worden verbouwd. Als je al ergens mensen tegen komt vragen ze maar om een ding: water. Omdat we dit van anderen hadden gehoord hadden we al onze lege flessen verzameld en gevuld met water om ze af te geven. In Loyangalani een dorp aan het Turkanameer hebben we 2 dagen bijgetankt op een camping die door vrouwen werd gerund. Hier hebben we ook veel mooi uitgedoste Samburu en Turkana vrouwen gezien. Helaas willen ze niet op de foto of  alleen tegen betaling van vele dollars. Maar Ton heeft ondanks het feit dat hij met stenen werd bekogeld toch enkele foto’s gemaakt, soms in ruil voor een fles water.

Op het laatste gedeelte kregen we een klapband. Dat hadden we het niet meer verwacht dus was het even schrikken. Er was dus werk aan de winkel. Na 2 en een half uur zat de nieuwe band er weer op het was de klus geklaard. De kapotte band hebben we later afgegeven zodat men er nog schoenen van kan  maken. Ook in Kenia werken we mee aan recycling. We moeten echter wel op zoek naar een nieuwe band.

In Laisamis kwamen we weer op de A2; de hoofdweg vanuit Ethiopië. We hebben bij de St. George Missie overnacht. De volgende de dag hebben we nog 20 kilometer over een niet voor te stellen wasbord weg gereden. We konden hier alleen stapvoets over omdat anders de hele camper uit elkaar rammelde. Na die 20 km lag er een gloednieuwe asfalt weg.

In Archers Post  zijn we het Samburu National park ingegaan. Het was een geweldige belevenis om in hun natuurlijke omgeving al dat wild te zien. We hebben allerlei antilopen, olifanten, giraffen, zebra’s, apen, struisvogels, knobbelzwijnen en veel vogels gezien. In het park op de camping overnacht. Tegen de avond werden we overvallen door een groep brutale bavianen. Ze probeerden alles wat ze dachten dat eetbaar was te pakken te krijgen. Op een gegeven moment keken we naar de camper en er zat een grote dikke baviaan op de bijrijdersstoel met een zak snoepjes in zijn hand. Toen hij zag dat we keken klom hij snel op de imperiaal waar hij de zak snoep leeg at alvorens te vertrekken. De volgende morgen werden we weer wakker gemaakt door de bavianen die over het dak van de camper liepen en overal aan zaten te trekken, dus snel eruit en om ze te verjagen. Losse elektrokabels, verbogen spiegels, apenstront- en pies waren het gevolg. Vanaf nu vinden we apen niet meer zo leuk!

In Isiolo de eerste wat grotere stad werden we belaagd door mensen toen we inkopen wilden gaan doen. Iedereen wil helpen, maar helaas wil iedereen daar ook geld voor hebben. We waren dus snel klaar.  Men sprak ons hier aan met Mamma en Pappa. We wisten niet dat we  in Kenia zo’n groot gezin hadden. Bij een politiecheckpost moest Ton van alles invullen; zo ook zijn beroep. Hij vulde weer male-nurse in. Men vroeg of hij niet in het ziekenhuis wilde komen kijken. Ton legde uit dat hij bij verstandelijk beperkte mensen werkte, waarop meteen iemand werd gehaald met een verstandelijk beperkt kind. Ton werd gevraagd of hij het kind niet kon genezen. Hij heeft uitgelegd dat we ook in Nederland mensen met een verstandelijke beperking niet kunnen genezen, maar dat je ze met veel geduld en vaak herhalen veel kunt leren.

Aan de voet van Mount Kenia hebben we bij een forellenkwekerij ( Kentrout farm in Timau) gekampeerd (www.lets-go-travel.net). s'Avonds hebben we heerlijk vers gerookte forel gegeten. We waanden ons hier in de Alpen. Het was hier erg groen en overal bossen. Overdag was de temperatuur rond de 25 graden en ’s morgens was alles wit van de nachtvorst. Dit hadden we niet verwacht in Kenia. Bovendien is januari ook nog de droogste en warmste maand van het jaar De forellenkwekerij was eens de grootste van Kenia. Helaas hebben ze nu een tekort aan water en kunnen ze nog maar een fractie van de forellen kweken. Het water wordt afgetapt door de vele Nederlandse bloemenkwekerijen die zich hier hebben gevestigd op Mount Kenia. We hebben hier afscheid genomen van Jupp en Doro. Zij gingen naar Nairobi en Mombassa en wij richting  Uganda. Waarschijnlijk zien we elkaar pas weer in Kevelaer.

De wegen hier in Kenia zijn niet van al te goede kwaliteit. We hebben dan ook niet de gehele weg gereden maar af en toe ook gevlogen. Ze hebben hier namelijk zichtbare en onzichtbare speedbreakers in de weg liggen. Wanneer je een speedbreaker mist wordt je gelanceerd en komt een aantal meters verder weer op de grond. Ook zijn er vele wegen met spoorvorming van soms wel 30 centimeter diep. Het kost dan ook nog al wat moeite om recht door te blijven rijden.

Vanuit Timau zijn we naar Eldoret gereden. Daar hebben we 4 dagen lekker rustig aan gedaan op de Naiberi River Camp (www.naiberi.com). Het was een paradijs met erg vriendelijke medewerkers en een prachtig en zeer goed restaurant. De eigenaar (Raj) is tevens in het bezit van een grote textielfabriek (Ken-knit) We hebben de fabriek bezocht en zijn tevens wezen lunchen bij de gehele familie. Verder heeft Raj geholpen met het verkrijgen van de nodige documenten en stempels voor ons carnet en paspoort. Eldoret is de op 4 na grootste stad van Kenia. De mensen zijn hier in tegenstelling tot de andere plaatsen waar we geweest zijn ontzettend vriendelijk. We worden met rust gelaten en er word niet om geld of andere zaken gevraagd. We hebben er nog het nodige ingeslagen en vol getankt omdat in Uganda alles veel duurder is.

Terug in Kenia oftewel Kenia Deel 2

Na een rondje Uganda weer terug in Kenia. De grensprocedure verliep snel en had nog sneller gekund als er geen meningsverschil was geweest over roadtax betalen voor de motor. De eerste keer in Kenia hadden we hiervoor ook niet betaald en nu natuurlijk ook niet. Aangegeven dat deze alleen voor noodgevallen was maar daar trapten ze in eerste instantie niet in. Gevraagd waarom er bij twee verschillende grensovergangen verschillende regels golden, maar daar konden ze geen antwoord opgeven! Ze bleven erbij dat ik moest betalen en toen hebben we aangegeven dat we dan ook voor de vorige keer wilde betalen. Toen hadden ze een probleem en werd er navraag gedaan bij de baas! Uiteindelijk hoefden we geen roadtax te betalen omdat hij in de camper stond. Weer 40$ verdiend! Controleren op roadtax doen ze toch niet bij Blanken! Onderweg waren er veel verkeerscontroles. Wij mochten steeds doorrijden ondanks het niet dragen van de gordels. Ze salueerden op verschillende plaatsen voor ons met een grote glimlach.

In Kisumu misten we een speedbreaker en we vlogen zo hoog als we nog niet hadden gevlogen. Toen we geland waren hoorde we hard lucht blazen. Gestopt in de veronderstelling dat we weer een lekke band hadden en alles gecontroleerd. Gelukkig geen band lek maar een luchtslang die van een van de luchttanks was afgeschoten. Na een snelle reparatie konden we weer zonder problemen verder. In Kisumu aan Lake Victoria gekampeerd. Alles hier in Kisumu is vergane glorie. Eens was het een bloeiende haven- en industriestad. Maar na een economische crisis in de jaren 90 en het etnische geweld in 2007 is de stad veel bedrijven en dus werkgelegenheid kwijt geraakt. Op dit moment gaat het langzaam aan wat de goede kant op in  Kisumu.  Het water in Lake Victoria staat erg laag i.v.m. te weinig regenval en de grote afname van water uit het meer door Uganda. De camping ligt normaal aan het water maar door de lage waterstand zie je nu alleen maar waterhyacinten en op het droge liggende schepen. Als het donker word komen de nijlpaarden tussen de waterhyacinten door aan land om te grazen. We hebben ze eenmaal gezien maar ze zijn zo schichtig dat wanneer je een zaklamp aanmaakt om ze goed te zien ze er meteen vandoor gaan. Daarbij komt natuurlijk dat je moet oppassen voor de nijlpaarden want als ze op het land zijn en boos worden kunnen ze erg agressief en snel zijn.

In Kisumu was het erg warm. Zelfs de Kenianen klaagden er over. Ze gaven zelf aan dat ze er inactief van werden. Ook enkele zakenlui van Indiase afkomst klaagden over de inactiviteit en mentaliteit van het Keniase volk en niet alleen als het warm was. Ze laten alles over zich heen komen en maken zich niet zo druk! Hebben ze dorst dan doen ze hun mond open. Gaat het regenen dan  hebben ze geluk en wordt hun dorst gelest. Regent het niet dan hebben ze pech en gaan ze dood.

Na een paar dagen Kisumu zijn we weer verder gegaan. De weg voerde ons door een heuvelachtig groen landschap met veel theeplantages. Na kilometers lang door het suikerriet gereden te hebben was nu de thee aan de beurt. Bijna alle plantages waren van Unilever. Na alle theeplantages werd het steeds droger en kwamen we weer in de woestijn terecht. Hier begon het land van de Masaai. Veel Masaai langs de kant van de weg gezien. Ze zijn echter ontzettend fotoschuw en wij ondertussen aardig verwend. Echt veel moeite om foto´s te maken hebben we dan ook niet meer gedaan. Na de laatste kilometers weer eens lekker off road gereden te hebben kwamen we aan bij  Lake Naivasha. In Sulmac Village op een mooie camping gestaan. (Crayfish Camp) De camping lag aan het meer (wat ook erg laag stond) en helemaal tussen de bloemenkassen. De over het algemeen Nederlandse kwekers kweken hier rozen die naar Europa worden geëxporteerd. Veel Kenianen hebben hier werk gevonden. In het meer wederom veel waterhyacinten met daartussen badende nijlpaarden. Na zonsondergang komen ze aan land om te grazen maar wederom was het al te donker om ze op de foto te zetten. Jammer.

We hebben op de motor een rondje rond het meer gereden. Dit was een leuke ervaring. Het grootste gedeelte was off- road dus de keuze van een crossmotor kwam goed van pas. Veel door de Bull-dust moeten rijden. Allerlei wild gezien en dit keer buiten een nationaal park. We moesten stoppen voor overstekende zebra´s en zagen giraffen en olifanten langs de weg lopen. In een klein meertje zagen we een aantal flamingokolonies. Toen we weer op de camping aankwamen hebben we ons eerst met de compressor schoon geblazen en hebben daarna een frisse douche genomen. In dat opzicht is off- road rijden ook niet alles. Je word zo zwart dat je als blanke nog niet meer opvalt tussen al die Inlanders!

Iedere een beetje gerenommeerde camping of lodge/hotel heeft een conferentieruimte. Deze zijn vaak erg groot en kunnen grote groepen mensen ontvangen. In Crayfishcamp was een meeting van Tena. Een grote groep dames werd voorgelicht over het gebruik van Tena maandverband en inlegkruisjes. 

In Hell’s Gate National Park wilden we met de motor naar binnen. Dit mocht echter niet. Omdat we geen zin hadden om terug te gaan om de truck te halen hebben we bij de ingang  mountainbikes gehuurd. Bij de verhuurder nog even navraag gedaan naar grotere zadels, maar die waren er niet! Tussen de zebra’s, antilopen en wrattenzwijnen door bergje op en bergje af gefietst. Na 8 km kwamen we bij een spectaculaire kloof aan. Deze was alleen toegankelijk met een gids. Hier moesten we op onze oude dag regelmatig klimmen en laten zien hoe lenig we nog waren. Na twee uur klauteren kwamen we weer aan bij onze fietsen. De kortste (dezelfde) weg teruggenomen naar de motor alwaar we hijgend en krakend aankwamen. Dat was onze eerste echte inspanning na 4 maanden en het viel niet mee!

Na 4 dagen met onweersbuien in Uganda zijn we inmiddels ook in Kenia op aardig wat water getrakteerd. Het was de laatste dagen zelfs aan de koude kant waardoor we ons vanaf 17.00 uur in de camper moesten verschansen.

De weg van Lake Naivasha naar Nairobi was erg mooi. We moesten een 1000 meter omhoog om weer op de Arabische slenk te komen. Dit is een bergketen die van de Sinai tot in zuid Afrika loopt en gemiddeld boven de 2000 meter hoog is. In Nairobi eerst geshopt en daarna naar Jungle Junction Camp gereden alwaar we weer veel overlanders ontmoet hebben. We zijn er gaan eten in een steakrestaurant en daar hebben we de beste kok tot nu toe ontmoet. “Een steak onder de 500 gram vond hij een schijfje Carpaccio”! 

Christoff Handschuh is de Duitse eigenaar van de campsite en heeft er tevens een motorwerkplaats alwaar hij Keniaanse jongens opleid tot monteur. Hier heeft Ton de motor een beurt laten geven en de begrenzer laten verwijderen. Nu kunnen we weer wheelys maken!

Hier ook Germaine en Wim opgepikt. Zij reizen 3 weken met ons mee. Men noemt Nairobi ook wel Nairobbery. De criminaliteit is er erg hoog. We lazen dat er bepaalde delen van Nairobi zijn waar zelfs de taxichauffeurs ‘s avonds en ‘s nachts niet naar toe gaan. Ton is de stad met de motor gaan verkennen. Conclusie: Leven is het meervoud van Lef.

In Nationaal park Tsavo Oost hebben we weer een Game Drive van 2 dagen gemaakt.  Voor de 300 km die we er gereden hebben, hebben we relatief weinig wild gezien. De buffel en de zebramangoesten kunnen we aan ons lijstje toevoegen. En natuurlijk de rode olifanten van Tsavo. Omdat de grond rood is en de olifanten zich tegen de zon beschermen met zand wat ze over hun lijf blazen zijn ze rood i.p.v. grijs. Het wachten is op de leeuwen en de luipaarden! We hebben het park aan de westkant verlaten en zijn over een wasbord van 100 km lang naar de kust gereden. Daar hebben we 5 uur over gedaan! Onderweg werden we met de armoede van Oost Kenia geconfronteerd. Een groot contrast met datgene wat we aan de kust tegen kwamen!

Aan de Indische oceaan in Watamu bij het Adventist hotel en campsite overnacht. Het was een prachtig complex maar wij waren de enigste gasten. Het hotel lag aan een prachtige baai, de Blue Lagoon, welke helaas met eb helemaal leeg stond. Het stand was mooi en deze keer van echt wit zand! Het hotel was van de 7de dag adventisten welke vegetarisch zijn en geen alcohol nuttigen. We hebben er de eerste avond heerlijk vegetarisch gegeten. De volgende dag hadden we toch zin in een stukje vlees en een alcoholische versnapering bij het eten. We zijn gaan eten in Restaurant Mapango. Toen we de menukaart zagen was het even schrikken. Een voor- hoofd- en nagerecht koste voor ons samen een jaarsalaris van een Keniaan!( 300$ ) Ergens anders naar toe gaan doe je dan niet meer dus maar een wat goedkoper menu uitgezocht. We vonden het Restaurant erg “overpriced” en toen later op de avond allemaal Italianen aan tafel aanschoven bleken we ook “underdressed” te zijn! Soms maak je een verkeerde keuze!

De ruines van de Swahilistad in Gedi bezocht. Ton zag hier vanaf er van uitgaande dat het tegen zou vallen. Dat was dus ook zo. Het was een junglewandeling tussen prachtige grote dikke baobabs (soort boom) en stapels stenen. Ook de vlinderfarm was weer een teleurstelling. Er waren 4 vlinders te zien en verder wat kinderlijke tekeningen met uitleg over de verschillende levensfases van de vlinders. Ton heeft de tijd benut door wat aan de camper te sleutelen wat ook af en toe noodzakelijk is!

Via de kustweg zijn we naar Mombassa gereden. Hier moesten we met het Likoniveer een zeearm oversteken. Omdat het eb aan het worden was, was het een hele belevenis. Eerst moesten de auto’s en vrachtwagens erop, daarna de bromfietsers en fietsers. De oprij platen stonden bijna haaks op de wal dus iedereen moest er diagonaal oprijden. Als laatste werd er een hek geopend en mochten de voetgangers erop. Dit waren er nog honderden en de boot was werkelijk tot het laatste plekje bezet.

In Tiwi-beach hebben we onze laatste stop gemaakt in Kenia. Een paar dagen heerlijk aan het strand gestaan op een mooie camping; Twiga-lodges en Campsite. Hier was het nog lekker rustig. De volgende plaats was Diana-beach alwaar het wat drukker was in en rondom alle super de luxe resorts. Hier zag je alleen maar oude (blanke) mannen met jonge (donkere) meiden en dit keer ook oude (blanke) vrouwen met jonge (donkere) mannen. Als je er foto’s van zou maken zou er hier nog zeker veel geld te verdienen zijn. We zijn weer te eerlijk geweest! Na de oase van rust op Tiwi-beach zijn we vertrokken naar Tanzania.

 

 

 

 

  
Powered by CMSimple